De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bewaar en vermeerder Uw kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bewaar en vermeerder Uw kerk

WAAR DE GEEST WOONT, WORDT GEBEDEN

9 minuten leestijd

Op verrassende manier legt de Heidelberger de tweede bede van het Onze Vader uit. Christus Zelf leert ons in het Onze Vader 'Uw koninkrijk kome' bidden. Trefzeker en bijbels verantwoord horen we in ons leerboek: 'Bewaar en vermeerder Uw Kerk'. Aan de vooravond van Pinksteren roepen we elkaar op zo in gebed te gaan. Ik denk daarbij niet alleen aan de kerk der vaderen, die in zwaar weer verkeert. Aan hervormde gemeenten waarin de spanning hevig is. Aan de hele kerkelijke situatie in ons land, denk ik. Zou niet een van de meest ernstige problemen van deze tijd gelegen zijn in de verschraling van ons gebedsleven? Vaak lijkt het op een boemeltrein die van station tot station voorthobbelt en die uiteindelijk tot stilstand komt en grote vertraging oploopt. In de schaduw van Pinksteren buigen we ons voor de Almachtige. We bidden om ontferming, om bewaring en vermeerdering van Christus' Kerk. Wil de Kerk leven én herleven, dan zal zij vooral haar schuilplaats bij haar Heere en Koning zoeken in het gebed. Dat is de ademtocht van haar bestaan. Dat is de zucht uit haar ziel geperst. Dat is haar roep om ontferming, om recht in deze wereld.

Gevaren

Bidden is niet zonder gevaren, niet zonder risico. We komen in ons gebed in de nabijheid van de heilige God. We zeggen niet zomaar wat. We spreken met God. Dat betekent in ons gebed voor de kerk dat we al onze kerkpolitieke gevoelens afleggen. We komen niet met onze eisen en met onze verlangens. Wie ootmoedig tot God komt, belijdt schuld en ontrouw. Wie ootmoedig tot God komt, bidt met lege handen. Bidden is juist de dingen in Gods handen leggen. Radicale verootmoediging is heilzaam. Waarbij we niet meer naar de ander wijzen, maar elkaar de misdaden belijden. Samen onze geestelijke armoede en schuld voor God belijden. Omdat we onze diepste verlegenheid in de kerkelijke situatie van vandaag onderkennen en erkennen.

Bidden gaat niet zonder deze verootmoediging, zonder dit besef van onze gebrokenheid. Waarom gaat de kerk diep door de crisis? Waarom klinkt ons getuigenis mat? We zijn dringend verlegen om die wijze man en vrouw die buigt voor de allerhoogste God en die bidt... 'bewaar en vermeerder Uw Kerk'. Wie voert en leidt ons door deze crisis heen? Wie brengt ons in deze diepte in Gods nabijheid? Dat is de Geest van God! In deze week voor Pinksteren zien we uit naar de herdenking van het feest waarop de Heilige Geest kwam in de tekenen van vuur en wind. We zien uit naar dit heilig vuur en naar de windkracht van Gods Geest in ons midden. Waardoor er weer een heilig vuur gaat branden van waarachtig geloof, van vaste hoop en van vurige liefde. Juist het werk van de Geest in de gemeente kruisigt onze kerkpolitieke aspiraties. Brengt ons met heel Gods heilige Kerk aan de troon van de genade. De Heere regeert. Onze verlegenheid leggen we neer voor Hem.

De Heilige Geest

Pinksteren is het feest van de uitstorting van de Heilige Geest. Had de Heere de Trooster niet beloofd? Als vrucht op Zijn werk is Hij nu uitgestort. Eén van de kenmerkende eigenschappen van de Heilige Geest is dat Hij 'de Geest der gebeden' is. We zien daar rond het pinksterfeest ontroerende dingen van. De gemeente wacht tussen Hemelvaart en Pinksteren op de vervulling van Christus' belofte. Daarvoor is ze biddend bijéén in Jeruzalem. Daar was het niet eenvoudig. Daar was de Heere gevangen, veroordeeld, buiten de stad gebracht, gekruisigd. In die vijandige stad leefde de gemeente, bedreigd maar toch. Daar kwamen ze bijeen voor het gebed. Er is in de kring grote verscheidenheid. Maar één ding hebben ze gemeen. Het ootmoedig en hartstochtelijk gebed. Nog iets hebben ze gemeen: de belofte van de Heere. Dat gebed is geen bevlieging. Het is geen ontroering die even 'aanzet' tot het gebed. De eerste gemeente volhardt in het gebed. Ze bidt met ernst en met overtuigingskracht. De gemeente bidt en smeekt. Zo zijn ze samen op weg naar Pinksteren. Biddend en smekend, met vaste grond onder de voeten, Jezus' eigen woorden: 'Ik zal u geen wezen laten'.

In Handelingen 2, na de uitstorting van de Heilige Geest, lezen we opnieuw over de volharding in het gebed. Juist waar de Geest woont, wordt gebeden. En waar niet gebeden wordt, woont en werkt Gods Geest niet meer. De oude uitdrukking 'Hij wil er om gebeden zijn' drukt dat kernachtig uit. Gods Geest brengt de gemeente tot de dienst van de gebeden: persoonlijk en samen. Daar ligt ook de kracht van de voorbede voor de kerk. Vele keren stokt dat gebed. Laten we niet de ander onderzoeken maar onszelf beproeven en alzo bidden. Steeds is het weer Gods Heilige Geest, Die nieuw gebedsvuur laat branden. De gemeente volhardde in het gebed. Daar lag haar kracht. Daarmee klemde zij zich vast aan haar Heere en Koning.

Lege handen

Een ontroerend gebed lezen we in Handelingen 4. De gemeente wordt bedreigd. Petrus en Johannes waren gevangen genomen en zijn weer losgelaten. Dan gaat de gemeente met al haar nood en angst tot God. Ze weet wat er ten diepste aan de hand is: 'Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus... beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israëls'. En verder gaat het gebed: 'En nu dan, Heére, zie op hun dreigingen, en geef Uw' dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken'. Tegenover de dreiging bidt de gemeente oni vrijmoedigheid. Tegenover de dreiging stelt zij het gebed. Tegenover de eisen van het Sanhedrin staat 'slechts' gebed. Tegenover soldaten en boeien staan lege handen. Hier komen We de diepste kracht van de gemeente op het spoor. Hier raken we aan de zenuwen van haar bestaan. Als alles tegen is, als er dreiging is van alle kanten, als we zwak zijn, dan zijn we sterk. In de Heere. Wij wanhopen niet. Wij bidden.

De kerk staat voor ingrijpende beslissingen, de vergaderingen van dé synode, van de classes, van de kerkenraden staan onder spanning. We ervaren dreiging. Alle machten die de kerk belagen, zijn ten diepste vergaderd tegen 'Uw heilig Kind Jezus'. De gemeente van Christus bidt, klopt aan de deur van haar Koning. We zoeken bescherming en genade bij Hem. Alleen bij Hem zijn we veilig. We bidden dat juist de Geest van Pinksteren krachtig zal zijn onder ons. Zodat we kerkbreed tot waarachtig gebed komen. De Geest der gebeden gaat ons voor in de gebeden. Juist wanneer wij niet weten wat wij bidden moeten, leert Hij ons bidden. Hij Zelf bidt voor de Bruid van Christus. Ook in haar gebroken gestalte en in haar moeizame weg door deze jaren.

Samen op Weg

Gaat ons de crisis in de kerk werkelijk ter harte? Het ongeloof, de verstarring, de verwarring? Meer dan eens is gezegd en geschreven in ons blad dat we dit samengaan niet begeerden en niet begeren. Wij leggen dat voor Gods troon neer, ook nu. En aan de vooravond van de stemming in eerste lezing in de synode vieren wij Pinksteren. De besluiten van de synode - van hoeveel waarde ook - zijn en blijven pre-besluiten. God leidt Zijn Kerk. Gods Geest leidt de ware Kerk des Heeren door crises en nachten heen. Door de Rode Zee trok Israël voort. Door gevangenissen en martelkamers trok de kerk voort. Langs brandstapels en guillotines. Door vrijzinnigheid en schriftkritiek. Door oorlogen en gas-

kamers. Wat is het toch dat de kerk er nog is? Wat is het toch dat het geloof niet is opgehouden? Wat is het dat het vuur van de liefde niet is gedoofd? Het is de kracht van de Heilige Geest. Het is Zijn licht en Zijn leiding.

Met Pinksteren en daarna bidden we: 'Nu dan Heere, zie op alle dreiging en geef Uw knechten met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken'. Vele dreigingen overleefde de kerk. Vele crises kwam ze te boven. Niet haar veerkracht, maar Gods genadekracht hield haar in stand. Wij geloven Hem, Die nooit laat varen het werk dat Zijn hand begon.

Mogen we dat ook nu geloven? Joel, de profeet van het oude verbond, gaf een helder en krachtig Godswoord: 'Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween...'. Tot een dag van berouw, een dag van gebed, een dag van verootmoediging roept hij het volk op. Mogen we in de kerkelijke situatie van vandaag nog heil verwachten? Niet als we ons laten leiden door de situatie. Wel als we ons samen tot God wenden in verootmoediging, in gebed, in ootmoed. We bidden dat God Zijn Kerk niet verlaat. Dat Hij Zijn Kerk bewaart bij de grondslagen van waarheid, zuiverheid en leven, in trouw aan de belijdenis van de Kerk der eeuwen. 'De kerk is maar niet het gezelschap dat de zuivere leer heeft, dat ook... maar zij is veel meer de plaats waar de zuiverste leer de mensen heeft in de prediking van het Evangelie!' Wie zo bezield is door het Evangelie, weet zich evenzeer bezield door de Geest van Pinksteren.

Ark van Noach

Wat zullen wij doen? Laten we onze hoop stellen op de levende God. Alle dreiging van binnenuit en van buitenaf is het te doen om het hart van het 'kerk-zijn, de gemeente van Christus. In deze apocalyptische tijden legt de boze het voluit aan op de Kerk. We bidden dat Góds Geest ons uit deze onmogelijke impasse bevrijdt en ons plaatst in de overvloed van de stroom van genade. Dan zal de Kerk weer worden een ark van Noach, die veiligheid en redding biedt als de golven van het oordeel Gods over de wereld gaan. Zij zal weer leven uit het verbond met God en met Christus, Die gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid (Hebr. 13 : 8).

Met het oog op de Kerk des Heeren ten slotte een gebed van Calvijn: 'Al-machtige God! dikwijls verbergt Gij voor ons Uw aangezicht - naardat wij verdiend hebben - , zodat wij overal om ons heen niets anders gevoelen dan het teken van Uw verschrikkelijke wraak. Daarom bidden wij U, help ons dat wij onze zinnen boven deze wereld uit zullen vestigen, en de hoop koesteren die Gij ons steeds voor ogen stelt, namelijk dat wij van Uw liefde vergewist zullen zijn, ook wanneer Gij ons zeer streng tuchtigt. Moge deze troost onze harten zo verkwikken en ten einde toe versterken, dat wij geduldig al Uw tuchtigingen dragen en nochtans steeds aan Uw verzoening vasthouden, die Gij ons in Christus, Uw Zoon, hebt beloofd. Amen.'

G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bewaar en vermeerder Uw kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's