Ze hebben me voor de troon
LEVEN EN WERK VAN DS. I. KIEVIT [2]
Lunteren
De volgende zondag deed ds. Kievit intrede te Lunteren, na er bevestigd te zijn door zijn zwager ds. D. J. van der Graaf, die hem ook al in Benschop bevestigd had en dat later in Baarn zou doen. Met zegen werkte ds. Kievit in Lunteren. Hij zette een stempel op de gemeente. Gedurende zijn verblijf werd de dorpskerk aanmerkelijk vergroot. Tijdens de verbouwing ging hij regelmatig kijken naar de voortgang ervan. Op een dag zag hij dat de kansel op zijn nieuwe plaats stond. Hij vroeg zich af hoe het nu met de akoestiek stond. Om dat uit te proberen, beklom hij de kansel en sprak de tekst uit: 'Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde' (1 Joh. 1: 7). Ds. Kievit had er geen erg in dat er op dat moment een metselaar in de kerk bezig was. Deze man ging gebukt onder zijn zonden. Toen klonken ineens de woorden van Johannes door de kerk. Het werden woorden die deze bouwvakker in de ruimte zetten en verzekerden dat Christus' bloed ook voor hem was gestort. In Lunteren bleef ds. Kievit evenmin lang, zij het wel iets langer dan in zijn beide vorige gemeenten. Inwendig was hij al op een nieuw beroep voorbereid. Op een dag zei hij tegen zijn vrouw: 'Waar ze ter wereld met mij bezig zijn, weet ik niet; maar dit weet ik: ze hebben me voor de troon.' Het was in Baarn.
Baarn
Baarn was een ethische gemeente. Er bestond echter ook een kleine bevindelijk gereformeerde stroming, in de negentiende eeuw gevoed vanuit een opwekking te Lage Vuursche en aan het begin van de twintigste eeuw versterkt door een beweging, verwant aan het Reveil, sterk betrokken op Woord en sacrament en gedragen door hervormd kerkelijk besef, waardoor men niet uitweek naar afgescheiden kerken. Aanvankelijk wilde de kerkenraad van Baarn daaraan geen ruimte bieden, maar op een gegeven moment - in 1922 - zag men toch in dat het goed was om een tweede predikantsplaats te stichten met het oog op deze stroming. Die plaats werd door ds. Kievit bezet vanaf 4 november 1923.
Bijna dertig jaar heeft ds. Kievit de hervormde gemeente van Baarn en in het bijzonder de gereformeerde richting gediend. Niet verwonderlijk dat het grootste deel van De tijd is kostbaar aan deze periode is gewijd. We lezen van de oprichting van de vereniging 'Calvijn', bedoeld om te komen tot een eigen gebouw, zodat men niet één maar twee keer per zondag onder gereformeerde prediking kon opgaan. We lezen van de vaak gespannen verhouding tussen ds. Kievit en de ethische richting in Baarn, waartegen ds. Kievit meer dan eens uiterst scherp opponeerde. We lezen van perikelen met kiescolleges, een bekend verschijnsel in vele hervormde gemeenten voordat de kerkorde van 1951 werd ingevoerd. We lezen van zijn activiteiten in het kader van die kerkorde en de reorganisatie van de Hervormde Kerk. We lezen van aanvaringen met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en zijn bedanken voor de Bond, maar ook van de latere toenadering. We lezen van de felle beoordeling van de theologie van Woelderink en van Woelderink zelf. We lezen van het nauwe contact van ds. Kievit met de 'Baarnse vromen', die 'op de School des Geestes wél onderwezen' waren, waardoor in de bevinding het accent niet lag op eigen ervaring maar op wat ervaren werd: het heil zelf, de heilsfeiten.
De laatste jaren van zijn ambtsbediening werden gekenmerkt door lichamelijke afbraak. Steeds meer werkzaamheden moest hij neerleggen. In 1950 werd hem ziekteverlof verleend. Op 7 juli van dat jaar beklom hij voor het laatst de kansel en preekte over 'Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil' (Ps. 62 : 2). Op 29 november 1952 nam hij officieel afscheid van Baarn. Zijn zoon preekte voor hem. Op 1 januari 1953 werd hem emeritaat verleend. Het jaar daarop, op 4 juni 1954, stierf hij.
Een dag voor zijn heengaan vroeg zijn zoon Leendert hem nog: 'Vader, die dienst, hebt u er nooit berouw van gehad? ' 'Nee kind, maar ik heb het met veel gebrek gedaan. Maar de Heere weet dat ik in oprechtheid voor Zijn aangezicht gewandeld heb.' Een antwoord als van Calvijn, bij wie Kievit sr. levenslang in de leer was geweest. De reformator van Genève zei op zijn sterfbed tot zijn collega's: 'Ik kan zeggen... dat mijn ondeugden mij altijd mishaagd hebben en dat de wortel van de vreze Gods in mijn hart was.' Op de rouwbrief stonden woorden uit Openbaring (22 : 3b-4a): 'En Zijn dienstknechten zullen Hem dienen en zullen Zijn aangezicht zien.' Toen hij ten grave werd gedragen, zong de rouwstoet Psalm 116. Op de aanwezigen maakte dat diepe indruk.
Kanselpastor
Vooral in Baarn kon ds. Kievit zijn gaven ontplooien. Zijn geestelijk leven bloeide er open. Is hij niet vooral daar de markante persoon geworden die velen zich herinneren? Hij was het door de manier waarop hij de gemeenten diende, maar hij.was het met name door de boodschap die hij bracht. In De tijd is kostbaar staat menig voorbeeld opgetekend. Geen wonder dat hij op velen die hem ontmoetten, een stempel heeft gezet.
Zijn herderschap had dat markante. Zo was hij een pastor voor allen die met de nood van hun leven bij hem kwamen, ook uit omliggende plaatsen. Hij wist met de moeden een woord ter rechter tijd te spreken.
Tegen een vrouw die existentiële vragen had over de rechtvaardiging, over de beleving daarvan en vooral over hoe het nu zat met de 'rechtvaardiging in de vierschaar' (een kenmerkend maar zeker niet dominant gezichtspunt in de prediking van ds. Kievit), zei hij: 'Maar 't gaat er toch om dat je de Heere Jezus liefhebt. De rest wordt je dan wel geschonken.' Vlijmscherp reageerde hij echter op alle doublévroomheid. Maar hij wist ook precies waar goud blonk. Met de woorden van zijn zoon L. Kievit: 'Mijn vader had voor godvrezende mensen een scherpe neus.' Of zoals hij eens in een preek vertelde: 'Dan zei mijn vader tegen mij: die vrouw, die moetje in de gaten houden.'
Daarom zou Hille's (wat ongelukkige) zinsnede 'Het pastorale werk was in Baarn niet altijd ds. Kievits sterkste zijde. Het beperkte zich tot zijn eigen groep' kunnen opgaan voor de kwantitatieve zijde ervan; over de kwalitatieve zijde kan iets dergelijks zeker niet gezegd worden: 'Als er iets was wat bijzondere zorg behoefde, dan was hij er' (prof. Balke). Daar was tevens Kievits grote gemeente in den lande, met welke hij correspondeerde en tot welke hij sprak via het Gereformeerd Weekblad. Bovendien, zou Kievits gemeente in Baarn door haar historie niet een andere samenstelling hebben gehad dan de meer volkskerk-achtige gemeenten van Garderen, Benschop en Lunteren? Vooral is echter van belang Kievits hoge opvatting van het ambt: deze bracht met zich mee dat hij wars was van alle (quasi-)ambtelijke plichtplegingen en gelegenheidsbezoekjes, waarbij het Woord amper kan klinken. Bovendien, de tijd is kostbaar.
Kievits pastoraat vond allereerst plaats vanaf de kansel. Dat tekent Hille ook ' duidelijk op: zijn prediking 'was altijd theologisch doorwrocht, doch tevens zo pastoraal gericht, dat zowel de eenvoudige als de meer ontwikkelde er door gegrepen werd en opgevoed in de kennis des Heeren.' En over en weer bracht men elkaar voor de troon.
H. J. LAM, NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's