Heden en toekomst
INLEIDING JAARVERGADERING GEREF. BOND 2003
Enkele maanden voor zijn dood (eind 1972) schreef prof. dr. G. C. van Niftrik zijn laatste kroniek in het Tijdschrift voor Kerk en Theologie. 'Steeds nadrukkelijker moeten wij onszelf en anderen in deze tijd de vraag stellen of wij nog wel Kerk, lichaam van Christus, gemeente des Heeren zijn. Wij moeten elkaar voortdurend aanmanen ons te concentreren op het eigenlijke, de boodschap van verzoening en genade. Wij zullen juist in deze tijd de noodzakelijkheid van bekering en wedergeboorte op de voorgrond moeten stellen... Ik ben van overtuiging dat er thans meer dan ooit voor de Kerk gebeden moet worden. Immers het Kerk-zijn als zodanig staat op het spel...'.
Gebed
Ruim dertig jaar later hebben wij dezelfde zorg voor de Kerk. We herkennen de spannende vraag: 'Staat het kerk-zijn niet op het spel? ' Doordenking van de vragen rond de prediking, rond het belijden, rond de identiteit van de kerk, rond haar trouw aan haar God en Koning stokt. En evenals in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen het Getuigenis verscheen, gaat ook nu de Kerk door een intense crisis. Opnieuw zijn het niet alleen factoren van buitenaf maar evenzeer van binnenuit die deze crisis veroorzaken.
Natuurlijk denk ik niet alleen aan de kerkorde van de PKN in Nederland. Natuurlijk denk ik niet alleen aan het fusieproces waarin de Kerk verkeert. De spanningen die de Kerk in dit proces doormaakt, zijn de symptomen van een dieper liggend probleem. Het is de vraag van Christus aan Zijn Kerk waarin Hij het aan de orde stelt. De vraag naar de eerste liefde! De vraag naar haar liefdevolle gehoorzaamheid en overgave aan Hem. Gij zult liefhebben de Heere uw God, zo luidt het eerste gebod. De vraag naar de navolging van Hem, waardoor wij in deze wereld vreemdeling zijn.
De ecclesia: geroepen uit de wereld om van Hem te zijn. Om Zijn beeld te weerspiegelen.
Morgen is het de kroningsdag van onze Koning. Scherp komt de vraag naar voren: s de Kerk de plaats van aanbidding, van verwondering, van de liefde? Of beheerst de zorg voor de juiste structuren, de samenvoeging van de kerken, de agenda? Is het heilig besef Kerk te zijn voor Gods Aangezicht, het leven in de vreze des Heeren, levend onder ons? Ons domicilie ligt toch boven. Daar waar onze verhoogde Koning is aan de rechterhand van de Vader.
De chronische crisis, de voortdurende spanning waarin de kerk verkeert, is feitelijk een geloofscrisis. Daaruit komt ontrouw. Daaruit komt verdeeldheid. Daaruit komt verharding. Daar-
om moet er nu meer dan ooit voor de Kerk gebeden worden.
Barmhartigheid
Gaat de kerk echter door deze crisis, dan gaan wij als hervormd-gereformeerde beweging ook door de crisis. Als het de kerk ontbreekt aan geloof, aan heilige visie, aan geestelijke moed, dan ontbreekt het ook ons daar aan. Want spreken we over de Kerk, we spreken over onszelf. Laat dat besef bij ons blijven leven. Zodat we geen ecclesiola in de ecclesia vormen, maar samen zijn we de Kerk. De Wijnstok kent levende én dode ranken. Te vaak wordt bij ons op harde en bittere wijze over de Kerk gesproken en geschreven. Calvijn citeert met instemming Augustinus: 'We moeten met ontferming bestraffen en verbeteren hetgeen wij kunnen en wat we niet kunnen verbeteren met lijdzaamheid verdragen en met liefde bewenen, totdat de Heere dat verbetere en straffe of in de oogst het onkruid uitroeie en het kaf uitwanne'.
Wij leven - als het goed is - uit genade. Kenmerk van dat leven is 't besef dat het genade is om genade te ontvangen. Het volle accent valt op Gods soevereiniteit. Dat geeft een diep besef voor nu én voor de toekomst. Daar kan de kerk van leven. Als zij het houdt op de genade. Als zij 't houdt op God. Dat maakt ons klein en afhankelijk. Ook voor de toekomst in onze omgang met de Kerk. Gaan onder de schijn van het tegendeel niet de trekken schuil van de Bruid van Christus? Wil Hij niet in Zijn Kerk samenwonen met zondaren?
Profetische scherpte gaat samen met priesterlijke bewogenheid. 'Zo wie Ik liefheb, Die bestraf en kastijd Ik', laat de Heere weten aan Zijn gemeente in Laodicéa. Daarom schrijven wij de Kerk niet af. Daarom kunnen hervormd-gereformeerden in deze fase niet loskomen van de Kerk en van haar weg. Diepe emoties komen boven. Vele gemeenteavonden over SoW hebben een emotionele geladenheid. Pijn, verdriet, spanning, onzekerheid komen aan het licht. De weg die de kerk gaat, raakt ons tot diep in ons hart, in ons bestaan. En toch, zolang Christus in haar midden is, kunnen wij er zijn. Zolang de sporen van Zijn voetstappen te ontdekken zijn, kunnen wij er zijn. Zolang zij gedragen wordt in én door het geloof van de gemeente, is er hoop voor de Kerk. Het instituut vervaagt meer en meer. We zien het met lede ogen aan. We bidden dat God door Zijn Geest het levend geloof in haar midden bewaart. Binnen de bedding van de Kerk voltrekt Zich het werk van Gods Geest ook vandaag.
Helderheid
De Kerk is krachtens haar roeping genoodzaakt helderheid te geven over haar geloof en belijden. Juist in spanningsvolle momenten gebeurde dat. Niet alleen de tijd van Achab was gevaarlijk. Ook de tijd van Guido de Bres en zijn broeders en zusters was gevaarlijk. De brandstapels werden gestookt. De galgen opgericht. Maar, de Kerk beleed. Zij aarzelde niet. Zij stelde echter niet alleen een zuivere belijdenis op. Maar zij getuigde ook! Zij geloofde, zij beleed. Want, zij had haar Koning lief. Zij leefde uit Zijn genade. Zij liet zich niet gevangennemen door de verleiding om toe te geven. Hier is een voortdurend geding met de kerk van nu. Waarom is dat besef zo goed als verdwenen? Waarom deze eerste, zuivere liefde verlaten? Waarom de belijdenis verzwakt en het getuigenis verstomd? Waarom geen pilaar van Waarheid? Waarom heeft de geest van de tijd zo'n ontzaggelijke invloed binnen de Kerk? Kenmerk van onze tijd dat ze niet blijft staan bij het geloof! Evenmin bij het geloofswonder om water in wijn te veranderen. Deze tijd gaat verder en heeft voortdurend de neiging wijn in water te veranderen. Maar eindeloze ruimte, voortdurende pluraliteit geeft de kerk geen enkel perspectief. Het Evangelie van verzoening was én is helder en zuiver. Een belijdende Kerk is een begrensde Kerk. En zonder grenzen is de Kerk geen Kerk meer.
Nee, wij zochten en zoeken als hervormden onze kracht niet in het vaststellen van de grenzen. Wij keken en kijken vanuit het centrum, vanuit ons Hoofd. Wij dachten en denken uit Gods verbond. Maar, dat neemt niet weg dat juist vanuit Christus de grenzen nadrukkelijk te trekken zijn: 'Wie niet voor Mij is, is tegen Mij'. En over een ander Evangelie dan van kruis en opstanding spreekt de apostel het 'Anathema' uit. Als de kerk de waarheid belijdt én de leugen ruimte geeft, verwordt zij van een geestelijk huis tot een armzalige bouwval, waar twijfel woont. Om niet in het moeras te verzinken van duisternis zal de Kerk over haar belijden tot helderheid moeten komen. Zoals de kerk in de tijd van de Reformatie tot helderheid kwam. Zoals zij toen beleed en getuigde voor overheid en volk. Alleen zo zal én kan zij volkskerk blijven. Kerk voor het volk.
De tijden van de grote compromissen zijn niet de tijden van geestelijke vernieuwing. En om dat laatste zijn we hartstochtelijk verlegen. De kracht van de Geest van Pinksteren die de kerk vernieuwt. Die haar leidt in al de waarheid. Waardoor de kerk belijdt en getuigt van wat haar heilig en kostbaar is. We vragen haar haar belijdenis volstrekt ernstig te nemen, haar belijdenis te geloven. En van daaruit te spreken en te getuigen.
Gods glorie
JDonkere machten van interne verdeeldheid maken de kerk machteloos. Machten van gelijkvormigheid aan de wereld en van dwaalleer, van ontrouw, van ongeloof. Machten die de neiging hebben ons mee te zuigen, wég bij het eigenlijke: het getuigenis van recht en van genade. Van kruis én van opstanding, van hemelvaart én van wederkomst. Vervaagt dit getuigenis, dan staat het kerk-zijn daadwerkelijk op het spel. Dan vertoont de Kerk de trekken van een genootschap waarin de verdeeldheid, de pluraliteit met de handen is te tasten. De heiligheid van Christus' lichaam verdraagt dat niet. Zodra ze haar eigen belijdenis niet meer ernstig neemt, geeft ze haar diepe katholieke allure op. En heeft ze geen boodschap meer voor deze wereld. Ze is haar 'vreemdelingschap' vergeten. De getuigen uit het Oude Testament: Abraham, Izak en Jakob, maar ook Samuël en de profeten waren vreemdelingen in hun dagen. En wat denkt u van de eerste christenen? Petrus schrijft zijn brief aan de 'uitverkorenen', aan 'de vreemdelingen' verstrooid in Klein-Azië. Dat kleurt Christus' gemeente. Haar vaderland, haar burgerschap ligt boven. In iedere tijd. Nee, zij hoeft de vreemdelingschap niet te zoeken. Dat is gegeven
met het feit dat ze Christus' Kerk is. De gemeente staat in haar belijden en getuigen tegenover de aardse stad. De stad van God tegenover de stad van de mens. Alleen levend uit het volbrachte werk van haar Heere en Heiland én heenlevend naar Zijn grote dag, heeft ze toekomst. Daarom kunnen wij niet ademen in, niet leven van voortdurende aanpassingen aan de wereld. In zo'n proces holt de Kerk zonder adem achter de tijd aan, en holt ze voortdurend uit. Zij is geroepen Hem gehoorzaam te zijn. In de sporen van haar Heere en Meester kan ze verder. Leer en haar leven ontspringt aan Hem en niet aan de eis der tijd.
Zijn we nog lichaam van Christus, gemeente des Heeren? Ik realiseer me dat dit de meest diep ingrijpende vraag is die we elkaar én de kerk kunnen stellen. Juist binnen de ruimte van de kerk zijn we geroepen de meest existentiële vragen niet uit de weg te gaan. Het gaat in deze vraag om Gods waarheid, om de glorie van Zijn Naam. Velen gaan vol twijfel en onzeker hun weg. Hoe vinden we in deze crisistijd een bijbels-verantwoorde weg in gehoorzaamheid aan Jezus Christus? Op weg naar Pinksteren zijn we meer dan ooit geroepen voor de Kerk te bidden. Er is nu én in de toekomst voor de hervormd-gereformeerde beweging, voor de kerk maar één geneesmiddel: de bediening van de verzoening. De rijkdom van haar belijdenis komt tot uitdrukking in de prediking in de kerk. We moeten elkaar steeds weer aansporen ons op dit eigenlijke te concentreren: de prediking van wet én van genade. De prediking van Jezus Christus, ons enig Hoofd. Onopgeefbaar is de volle ongebroken plaats van het Woord van God. In de dienst van het Woord gaat het om de heerschappij van de verhoogde Christus. De kracht van het Woord geneest. Daarover moeten we niet klein denken. In de brief aan Laodicéa spreekt Christus over: bekering. Bekering is een totale verandering van gezindheid. Terug tot haar oorsprong in de apostolische tijd, terug naar haar oorsprong in de tijd van de Reformatie. Dat is een lange weg terug. Wat een bange worsteling heeft Luther doorstaan voordat hij uit de doolhof van de speculatieve theologie weer de weg van het geloof terugvond. Wij geloven, belijden en getuigen. Levend geloof vormt de hartslag van de kerk. En in 't geloof zien we haar toekomst geborgen in Christus' handen.
Samen op Weg
Toch is de kerk in deze fase Samen op. Weg. Tot op de dag van vandaag verdeelt dit proces de Kerk, de hervormdgereformeerde beweging. Vanwaar deze verscheurdheid op weg naar eenheid? Is het niet - om het met woorden uit de vorige eeuw te zeggen - is het niet omdat alle klemtoon valt op reorganisatie in plaats van op reformatie? Wij kunnen de weg die de Kerk hier gaat slecht volgen. Wij begrijpen haar niet. We geloven niet dat het antwoord op de ontwikkelingen in de maatschappij ligt in een bijstellen van haar boodschap. Daar kan de kracht van de Kerk niet liggen. Willen we verder naar de toekomst, dan zal dit duidelijk en onvertuigend aan de orde moeten komen. Zodat er in eerbiedige omgang met God plaats is voor Hem, voor aanbidding en gehoorzaamheid. Wij herinneren de kerk aan haar rijke erfenis. Deze erfenis wil geleefd en beleefd worden. Deze erfenis wil vruchtbaar gemaakt worden voor vandaag en voor morgen. Het is echter vrijwel onmogelijk om dit geestelijk elan te ontdekken in het proces.
In de kracht van de Geest van God, die ons voortleidt met medeneming van wat de Kerk geloofde en beleed en getuigde de eeuwen door, kunnen en willen wij alleen voort. Op de schouders van het voorgeslacht. Niet in formele, maar in levende verbondenheid met de belijdenis van de vaderen. In de . grote traditie van de Kerk der eeuwen. In de trouw aan de weg van de Kerk der eeuwen.
Verklaring
Wij zijn 'in zekere zin' dankbaar voor de verklaring die de kerk de bezwaarden heeft aangereikt. De verklaring spreekt over het feit dat we in ons geweten bezwaard zijn over de weg waarop de Kerk ons brengt. Dat zijn we inderdaad. In ons geweten bezwaard. Wij zijn door de kerk gebracht op deze weg die wij niet hebben begeerd. Dat erkent de Kerk. Zij laat hier iets blijken van haar ambtelijke zorg voor ons bij wie tegen dit proces ernstige bezwaren leven. Met het aanbieden van deze verklaring erkent zij ook dat deze bezwaren wettig en eerlijk zijn. Wij blijven daarom zeggen tegen de Kerk, als u deze bezwaren wettig en eerlijk vindt, ga dan deze weg van de fusie niet op. We begrijpen dat dat zeer verstrekkend is. Maar, we kunnen én willen niet tegen delen van onszelf worden uitgespeeld of tegen delen van ons stemmen.
Maar, zou zo'n crisis door God niet gebruikt kunnen worden om ons samen terug te brengen tot de diepste wortels van ons Kerk-zijn. Het zou niet de eerste keer zijn dat in een uitzichdoze situatie waarin de Kerk vastloopt de Heere uitkomst geeft. Wij zingen toch graag: 'God baande door de woeste baren en brede stromen ons een pad'.
Wij hebben kennisgenomen van de mogelijkheid om gebonden te zijn aan de gereformeerde belijdenis, om te weerspreken en te weren al wat met dit belijden is strijd is. We hebben kennisgenomen van het feit dat we in overeenstemming met de gereformeerde belijdenisgeschriften van de kerk de weg van de gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord kunnen gaan. Deze verklaring geeft ons lucht en adem. Zij wordt ons aangereikt in deze situatie door de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij reikt ons hierin de mogelijkheid aan van historische continuïteit. Is hier niet iets zichtbaar van een nieuwe dageraad? In het hervormd-zijn gaat het om het recht van de hervormde gezindheid. Om het recht van het gereformeerd belijden. De kerk is ontstaan in de worsteling om dit belijden. En aan de volle en diepste stroom van dat belijden verbinden we ons in deze verklaring. En in overeenstemming met dat belijden roepen wij de kerk tot de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, tot de dienst aan Jezus Christus.
Deze verklaring baant een weg waarlangs vormen van hervormd kerkelijk leven worden voortgezet binnen de PKN. Wegen waardoor we de kerk als geheel kunnen dienen. Juist binnen de hervormde traditie ging het de Gereformeerde Bond niet om zichzelf maar om de kerk, om het volk in de kerk. Om de kerk op te richten uit haar verval. Hier geeft de Kerk ons opnieuw de gereformeerde belijdenis voluit in handen. De gemeente wordt verankerd aan het gereformeerd belijden. Dat zochten en zoeken we voor de gemeente. Waarom zouden hervormde gemeenten die zich aan deze verklaring verbinden, zich niet onderling verbinden om elkaar te dienen waar nodig.
U hoorde dat ik sprak over het feit dat we 'in zekere zin' dankbaar zijn voor deze verklaring. Waarom zijn we niet uitbundig en uitgelaten? Omdat we de hele kerk zouden willen meenemen naar deze oorsprong. Daar zou de Kerk wel bij varen. Kerkpolitiek is de positie van hervormde gemeenten die deze verklaring ondertekenen, veilig gesteld. Een gereformeerd denkend christen kan daar niet genoeg aan hebben.
We zoeken het heil voor de Kerk. Dat is geen eigenwijsheid geen hoogmoed, geen represtinatie maar juist: vernieuwing, opwekking, herleving. Daarom zijn we 'in zekere zin' dankbaar. Wij hadden zo vurig gehoopt en gebeden dat de Kerk in haar geheel zich zo gebonden zou weten aan haar eigen wortels. Dat ze daaruit zou leven en zou herleven. Waardoor ze alle moderne ideologieën en de betovering van het relativisme zou afwijzen.
Protestant
We herinneren de SoW-kerken aan haar naam voor als de fusie is afgerond: Protestantse Kerk in Nederland, . 'Protestari' wil zeggen 'getuigen' en 'belijden'. In een uitermate gevaarlijke tijd - toen men met een klein aantal protestanten stond tegenover een machtige meerderheid - is dit woord gebruikt. Protestant herinnert aan dit getuigenis. Het doet ons denken aan de brandstapels, aan de geloofsgetuigenissen. Aan de belijdenis van de Naam van Christus. Aan het weerstaan van onzuiverheid in leer en leven. Zij protesteert - voluit protestants - tegen alles wat haar van buitenaf of van binnenuit bedreigt. Zij doet dat in haar prediking, in haar getuigenis naar buiten in het openbare leven. Wij vragen de Kerk: 'Wees op die waardige, voluit geestelijke, bijbelse, reformatorische wijze protestant'. Op de wijze van de profeten en de apostelen. Als getuige van Gods heilig recht, van Gods wet, van Gods scheppingsordeningen.
Gereformeerde Bond
Wat betekent dit voor de positie van de Gereformeerde Bond? Er is gesugge-
reerd dat de Bond kan worden afgeschaft. Kritische stemmen zeggen: 'De Bond heeft zijn langste tijd gehad'. Is de bond failliet? Ja, zodra hij zich aanpast: Zodra hij zijn diepste intentie 'de Kerk oprichten uit haar verval' opgeeft. Of, omdat hij de Kerk opgeeft. Of omdat hij Gods waarheid prijsgeeft. God beware ons voor beide. Als vereniging maakt de Bond ook zware djden door. Daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen:
1. De problemen rond Samen op Weg. 2. Het gesprek rond de open Schrift verloopt niet altijd eenvoudig. 3. Verschuivingen bedreigen ons: in de prediking, in de wijze van theologiebeoefening, in de stijl van leven, in de aard van het geloof. Daardoor moeten we ook onder ons de wacht betrekken bij zaken die onopgeefbaar zijn. Toch is de Bond er nog. Waar ligt dat in? Niet in zijn statuten, niet in zijn vorm van omgaan onder elkaar, niet in zijn manier van staan in de Kerk, maar wel in het geestelijk gedachtegoed dat in zijn midden is bewaard. De religie van de belijdenis, het erfgoed van de Reformatie. Binnen de beste tradities van de Bond wordt daaruit geleefd. Er wordt gezocht dat vruchtbaar te maken voor 't geheel van de Kerk. Soms in oneigenlijke en ongelukkige woorden. Maar er schuilt liefde voor de Kerk onder.
Laten we de Kerk voorgaan in het erkennen van de schuld van de verdeeldheid en de gebrokenheid in onze beweging, in onze gemeenten. Laten wij met schaamte erkennen dat wij mee schuldig zijn aan de ernstig verstoorde verhoudingen binnen de Kerk. Verzet uit onze beweging is lang niet altijd geestelijk en kerkelijk van aard. Is lang niet altijd ingegeven door een heilige zorg voor heel de Kerk. Ook wij baden niet voldoende. Ook wij dragen schuld aan de secularisatie en de marginalisering van de kerk. Ook onder ons vinden onkerkelijke, ongeestelijke zaken plaats. Waardoor de Geest van God wordt bedroefd. Dat maakt ons bescheiden en ootmoedig.
Dat mag niet in mindering komen op onze standvastigheid en beslistheid. Wij weten ons ook straks geroepen het erfgoed dat ons is overgeleverd te verbreiden en te verdedigen. Dat heeft allereerst betekenis voor de gemeenten en voor hen die zich verbonden weten met de Gereformeerde Bond. Laten we blijven bij het geloofsgoed dat ons is overgeleverd. Laat onze prediking doorademd zijn met de Heilige Geest, doorgloeid van de volmacht van Christus. Laten wij de grenzen van het gereformeerd erfgoed niet voortdurend relativeren door resten van een dialectische theologie. Laten wij niet indutten door alleen maar tegen elkaar te zeggen dat het een geestloze tijd is. Het erfgoed dat ons is overgeleverd, heeft een ongekende actualiteit voor nu en voor de toekomst. Denkt u aan het hart van de Kerk, Gods verkiezing. Omdat God God is, wanhopen we niet in de donkerste nacht, in het diepste dal.
De Bond is niet alleen van betekenis en van waarde wanneer hij vooral dicht aansluit bij de hoofdstroom binnen de Kerk. Zijn kracht en betekenis ligt daarin dat hij het goede pand bewaart en verdedigt. Ontstaan om de Kerk uit haar diep verval op te richten. Soms staan we lijnrecht tegenover de Kerk. Niet, omdat we willen dwarsliggen maar omdat we niet anders kunnen. Dat blijft, dat blijft onze roeping. Nu en straks. Binnen de kerk zal de positie van hervormd-gereformeerden moeilijker worden. We moeten dat eerlijk onder ogen zien. Maar, God geve ons de wijsheid, de geestelijke moed. We bidden dat de Heere deuren opent voor de schat van de kerk der eeuwen. De godzaligheid heeft de belofte van het tegenwoordige en het toekomende leven.
Roeping
In de geschiedenis van de kerk kent getuigen ook het element van het lijden. Waar de machten, de ideologie wordt weerstaan, stuiten we op vijandschap en verzet. Wie Christus belijdt, van Hem getuigt, blijft op zijn plaats, hetzij 'dat zij het horen, hetzij dat ze het niet horen'. Het gaat om het belijden waarin de dwaalleer wordt afgewezen. Dat zal de roeping blijven van de hervormd-gereformeerde beweging ook als SoW tot haar afronding zal komen. Onze roeping blijft. Tenzij de Heere ons er van ontslaat. Omdat we de kerk niet durven en niet kunnen opgeven, blijven we op de deur van de kerk kloppen, om het recht van de hervormde gezindheid. Laten wij in het licht van dit getuigenis God en elkaar beloven de kerk niet te breken.
Laten wij in het licht van dit getuigenis God en elkaar beloven de kerk te dienen in een eenparig en vurig gebed. Kunnen wij nu op dit kruispunt van de geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk verder vooruitzien? Kunnen we over haar toekomst nog iets zeggen? Vooruitzien betekent in deze situatie eerst omhoog zien. Zien naar de Koning van de kerk, de verhoogde Heere! Morgen is het de dag van de Hemelvaart. De toekomst van Christus' Kerk is veilig in de doorboorde, biddende handen van onze hemelse Hogepriester. Onder het Algemeen Reglement heeft Hij de Kerk bewaard, in de eeuw van de harde vrijzinnigheid, onder de kerkorde van 1951 heeft Hij de Kerk bewaard. En Hij Die zelfs in de gevaarlijke tijd onder Achab Zijn Kerk heeft bewaard, zal haar ook bewaren door de oordelen van nu heen. Dit Schriftgetuigenis vertroost ons zeer.
Laten we onze zieke en gebroken kerk liefhebben. Niet om haar vervallen situatie. Maar, om Gods werk in haar midden, om Gods trouw aan haar getoond.
Ik eindig met een woord van Augustinus: 'De heilige kerk, de ecclesia, uw moeder, houdt haar in ere, bemint haar, meldt haar lof!... In de gemeenschap van deze ecclesia zal de ziel herleven die dood was door de zonden, en zij zal mede levend gemaakt worden met Christus, door Wiens genade wij worden gered'.
G. D. KAMPHUIS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's