De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Uit het eerste deel van een uitgave Kerkelijk leven in beeld (een fotoboek met goed gedocumenteerde tekst over De Alblasserwaard; uitgave Den Hertog bv, Houten) het volgende over Brandwijk:

'De kerk van Brandwijk is nog van betrekkelijk recente datum: in 1824 kwam het in rode baksteen opgetrokken gebouw met de gietijzeren ramen op de plaats van een ouder kerkgebouw. Het oude meubilair - waaronder de preekstoel uit 1636 - kreeg opnieuw een plaats. Boven een van de ingangen is op een gevelsteen te lezen: "Den Christenen van Brandwijk en Gijbeland tot eene oefenschool van geloof, hoop en liefde".
Onder Willem Andries Bronsveld, sinds 17 augustus 1890 predikant te Brandwijk, was er geenszins sprake van een bloeiend kerkelijk leven. Uiteindelijk hield hij maar een gehoor van een twintigtal mensen over. Alleen op zondagmorgen werd een kerkdienst gehouden. Van Bronsveld is bekend dat hij samen met de dorpsdokter op zondagmiddag ging biljarten in het dorpscafé "Boerenklaas". Zijn vrouw hield dan zondagsschool, waar weinig kinderen kwamen.
Bronsveld diende Brandwijk tot zijn emeritaat in 1927.
Godsdienstonderwijzer Jan Kars uit Schoonhouen werd in november 1927 als opvolger van ds. Bronsveld benoemd. In een periode met een predikantentekort was een godsdienstonderwijzer een uitkomst. Onder Kars - een begaafd prediker en lid van de Gereformeerde Bond - keerde het overgrote deel van de gemeente terug naar de kerk. Onder zijn leiding werden een meisjes- en ook een knapenvereniging opgericht. Slechts enkele thuislezers konden het onder zijn prediking niet vinden.
Op aandringen van de classis - een godsdienstonderwijzer bezette een predikantsplaats - begon de kerkenraad met beroepingswerk. Bij de komst van een predikant zou Kars afscheid nemen. Daarvoor waren echter vijftien beroepen nodig. Kars preekte begin 1933 afscheid. De politie stuurde die avond zelfs tweehonderd mensen naar huis, omdat voor hen in de overvolle kerk geen plaats was.
Jan Kars werd voorganger van een evangelisatie in de buurtschap Keeten te Capellee aan den IJssel, waarvan hij nadien zelf predikant werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Kars in het verzet. Na verraad werd de moedige voorganger op 29 december 1942 gefusilleerd.
Kandidaat Laurens Blok nam het beroep van Brandwijk aan. Op 5 maart 1933 vond bevestiging door ds. J. G. Woelderink plaats. Ds. Blok beleefde in Brandwijk een goede tijd. Hij nam afscheid op 23 mei 1937 wegens vertrek naar Middelharnis.

[Tekst foto: Ds. W. A. Bronsveld (1856-1933)]

[Tekst foto: Godsdienstonderwijzer J. Kars (1903-1942)] 

In het Midbar Woestijn Bulletin van de Stichting Midbar Foundation, schrijft dr. H. J. Bruins over water in de (vroegere) Negevwoestijn:

'De Sede Boker Campus, waar het Jacob Blaustein Instituut voor Woestijn Onderzoek is gevestigd, ligt ongeveer 55 km ten zuiden van Beer-Sheua. Niet ver van Sede Boker bevinden zich de restanten van een dorp uit de oudheid, Horvat Haluqim, dat ongeveer 3000 jaar geleden werd gebouwd. Dit woestijndorp bevatte verschillende gebouwen, een soort fort, woonhuizen, waterputten (cistern) en geterrasseerde landbouwvelden.
Wie waren de bewoners van dit woestijndorp? Deze vraag is belangrijk, maar niet gemakkelijk te beantwoorden. Volgens de archeoloog Rudolph Cohen (1975), die hier opgravingen heeft verricht, is het misschien een Israëlitische nederzetting uit de tijd van koning Salomo. In ieder geval hebben deze mensen te maken gehad met de uitdaging van het woestijnmilieu en de moeilijkheid om voldoende water en voedsel te verkrijgen. Het klimaat in dit gebied is erg droog en de gemiddelde regenval bedraagt slechts 95 mm per jaar. Dat is veel te weinig om landbouw te bedrijven. Een voedselgewas als tarwe heeft tenminste 250 mm water nodig. Toch zijn er in Horvat Haluqim meer dan 70 oude landbouwterrassen in de dalen. Hoe kan dat?
Het "geheim" van het woestijnlandbouwsysteem is gebaseerd op het benutten van regenwater dat van de hellingen afstroomt, "runoff" genaamd. Er werden in de oudheid series van "dijken" gebouwd in de dalen om op ieder geterrasseerd veld voldoende water op te vangen, "rainwater harvesting" genaamd. Dit water zakt langzang in de diepte löss bodems, waar het voor lange tijd wordt vastgehouden en beschikbaar is voor landbouwgewassen. Op deze manier wordt het regenwater van een vrij groot natuurlijk vanggebied in het heuvellandschap van Horvat Haluqim geconcentreerd in geterrasseerde landbouwvelden in de dalen. Terwijl in Nederland de dijken het water buiten moeten sluiten, hebben de dijken in de Negev de functie om het water op de velden vast te houden, zodat het langzaam diep in de bodem kan doordringen.'
V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's