De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ge eist wel de volle maat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ge eist wel de volle maat

LEVEN EN WERK VAN DS. I. KIEVIT [3]

10 minuten leestijd

Theologische invloed

De kansel vormde niet alleen de plaats van het 'huisbezoek', zoals we aan het slot van het vorige artikel zagen; hij was soms ook een katheder waarop theologische studenten die onder zijn prediking zaten, onderwezen werden. Ontwaarde ds. Kievit hen, dan weidde hij bij de catechismusprediking nog wel eens uit door te vertellen hoe sommige verklaarders over een bepaalde passage dachten.

Maar niet alleen vanaf de kansel, ook in het persoonlijk contact heeft ds. Kievit veel invloed uitgeoefend op studenten en predikanten. Jarenlang kwamen zij onder zijn leiding samen in de zgn. 'Baarnse contio's' voor studie en onderlinge opbouw.

Met een predikant van de statuur van de oude ds. Kievit is onvermijdelijk gegeven de worsteling om zijn geestelijke en theologische erfenis en de toeeigening daarvan. Heeft naar mijn inschatting de doorwerking en verwerking van Woelderinks theologie min of meer haar beslag gekregen, wat ds. Kievit betreft zitten we daar nog (of: weer) middenin. Dat heeft te maken met de behoefte aan (her) oriëntatie van gemeenteleden en predikanten in onze gedesoriënteerde tijd en kerk. Wie wil in zulke omstandigheden niet graag in de leer gaan bij hen die - naar is gebleken - in betoon van Geest en kracht het evangelie verkondigd hebben, in de hoop en de verwachting dat er door hen te bestuderen licht zal gloren? Dat is een rechtmatig verlangen. En ds. Kievit is iemand geweest die met grote zegen gewerkt en gepreekt heeft. Leren, echt leren vereist echter nadenken en geen napraten. Bestaat niet het gevaar dat er met betrekking tot ds. Kievit, juist vanwege zijn klassieke verwoording der dingen alsook vanwege

zijn - op het eerste gezicht - geharnaste opstelling in kerkpolitieke zaken, eerder het tweede dan het eerste gebeurt? Dat er - om het kievitiaans te zeggen - 'veel term maar weinig kern' is?

Welke lijn?

Bovenstaande regels worden ingegeven door het slot van Hilles boek. Daarin probeert hij ds. Kievit sr. een plek te geven binnen het huidige spectrum van de hervormd-gereformeerde richting. Het is goed, zeker in een biografie over een theoloog, iemand te plaatsen. Volgens Hille 'valt er onmiskenbaar een lijn te trekken vanuit de kring rond ds. Kievit naar de in 1980/81 ontstane groepering rond het blad Het Gekrookte Riet.' Niet dat ds.

Kievit als een 'gekrookte-rieter' moet worden beschouwd, maar vanwege de sterke gerichtheid op de plaatselijke gemeente en de geringe aandacht voor de kerk in haar geheel ziet Hille wel een relatie tussen de rechts-bevindelijke stroming en ds. Kievit. In hetzelfde verband noemt de auteur zaken als bijbelvertaling, psalmberijming, gezangen-zingen, vrouw-in-het-ambt, alsook het functioneren van GB-predikanten in niet-GB-gemeenten: zaken waarin het hoofdbestuur van de GB volgens genoemde groepering (te) tolerant is.

In de laatste alinea van zijn boek zet Hille deze lijn aan: 'Het is onbillijk om het te doen voorkomen alsof de rechtse, meer bevindelijke lijn in hervormdgereformeerde kring, een extreme toespitsing van de tweede helft van de twintigste eeuw zou zijn. Wie dat meent, kent de historie van de Nederlandse Hervormde Kerk en van de Gereformeerde Bond niet.' Hille ziet dus erfgoed van ds. Kievit in deze sector van onze kerk bewaard.

Hiermee opponeert hij tegen prof. dr. W. Balke, die zich - aldus Hille - keert 'tegen een latere generatie van gereformeerde belijders die met het toeeigenen van het gedachtegoed van ds. Kievit tevens de persoon van ds. Kievit zouden willen annexeren. Met deze uitspraak trachtte de hoogleraar min of meer een blokkade op te werpen tegen de annexatie van de Baarnse pastor vanuit rechtsbevindelijke hoek.' Het is uit diverse publicaties en interviews van prof. Balke bekend dat hij grote bezwaren heeft tegen de manier

waarop vanuit bepaalde hoek 'beslag' wordt gelegd op ds. Kievit. M.i. peilt dr. Balke hier de dingen trefzeker en terecht. Ik zal proberen aan te geven waarom.

Ten eerste, omdat er zowel bij de oudere ds. Kievit (onder invloed van zijn zoon) als bij bepaalde predikanten van het Gelcrookte Riet betrokkenheid is op het geheel van de Hervormde Kerk, ja, liefde voor haar; ook waar deze kerk ten prooi valt aan een heilloos fusieproces.

Ten tweede, omdat een latere generatie dikwijls de neiging vertoont tot systematisering: bepaalde zaken worden vastgelegd en zelfs ingesnoerd, die bij een vorige generatie sprankelden en waardoorheen de adem van de Geest waaide. Van dat sprankelende, dat Geest-doorademde was de verkondiging van ds. Kievit doortrokken.

Ten derde, de grote ernst en bewogenheid die de prediking van ds. Kievit kenmerkten, kwamen voort uit het besefdat al prekend de bediening der verzoening plaatsvindt, waarin het heil daadwerkelijk wordt uitgedeeld. 'Met krasse woorden en in strakke lijnen werd ons bekendgemaakt dat er niet zoveel van deugde. En weet u waarom? ... Om gauw bij Christus terecht te komen' (zo zoon Leendert in de rouwdienst van zijn vader). Als dit besef ontbreekt, kunnen preken wel ernstig en bewogen zijn, en wellicht zijn veel preken dat, maar ten diepste wordt niet uitgedreven tot Christus en wordt daarom ook de goddeloze niet gerechtvaardigd.

Ten vierde, bij ds. Kievit staat niet de ervaring van de wedergeboren mens centraal; wél geeft hij steeds nadrukkelijk aan dat wij de verborgen omgang met God moeten kennen. Hij doet dat zó sterk dat hij zeifin een preek zegt: 'Misschien zegt deze of gene: ge eist wel de volle maat.' Inderdaad, daar ging het hem om: om de volle maat. Die bij God dan ook voorhanden is! Vanuit die zekerheid verkondigde hij het Woord. Maar wordt in die wetenschap wel altijd gepreekt, als de vraag klinkt of we er iets van kennen? De scheidslijn tussen bevinding en bevindelijkheid is o zo dun, maar wel beslissend.

Ik wil maar zeggen: de lijn van I. Kievit naar de rechtsbevindelijken valt niet linea recta te trekken. Is het niet eerder een stippellijn? Positief geformuleerd: wanneer men van diverse kanten bezig is met de prediking van ds. Kievit, geeft dat aan hoe breed en diep zijn denken is geweest (waarvoor hem een eredoctoraat verleend had moeten worden, zoals Woelderink dat ook ontving). Die breedte en diepte liggen voor de hand, want echte theologie, gereformeerde theologie is katholiek en weet op soms onvermoede wijze accolades te slaan. Bovendien verstaat zij haar tijd en weet zij tegen welk front zij zich moet richten. Om het a la Kievit jr. te formuleren: men zegt niet iets anders, men zegt het anders.

Dat noopt het geheel van de GB als vrij breed geworden beweging in de Hervormde Kerk wel tot zelfkritiek. Zien wij onze contouren niet steeds scherper oplichten in de spiegel die prof. Berkhof een halve eeuw geleden in zijn Crisis der Middenorthodoxie het brede midden van de kerk voorhield?

Priesterlijk

Voor het vervolg van deze evaluatie wil ik nogmaals wijzen op de ongelijktijdigheid in de verwerking van de nalatenschap van ds. Kievit en dr. Woelderink. Dat heeft ook te maken met de verschillende aard van hun nalatenschap: liet Woelderink ons meer theologische geschriften na (al zijn er van zijn hand ook preken en homiletische schetsen), Kievits erfgoed bestaat meer uit preken (al mogen we zijn Tweeërlei kinieren des uerbonds en Voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking. Eis der Heilige Schrift niet vergeten).

Leent een (geschreven) preek zich misschien minder goed voor verwerking? Niet voor niets geeft prof. Balke in zijn lezenswaardige artikel 'De beide predikanten Kievit: een persoonlijke herinnering' aan dat men zowel de oude als de jonge ds. Kievit in hun levende bediening des Woords gekend, gehóórd moet hebben om hen - in de diepe zin van het woord - te verstaan. 'De toegang via hun geschriften is voor deze markante predikanten niet geëigend, ' schrijft hij. Zijn opstel is hoewel kleinschalig tot nog toe het meest diepgravende wat over de beide Kieviten is verschenen.

Ook anderen vertellen dat hun Woordbediening een gebeuren was. Vooral het priesterlijke viel op. Dat straalde door alles heen. Zeker, er waren ook koninklijke momenten, waarin iets oplichtte van de heerlijkheid, die eenmaal over ons geopenbaard zal worden. Eveneens zijn in hun preken talrijke passages aan te wijzen vol profetische geladenheid met scherpe en 'afsnijdende' elementen. De priesterlijke bewogenheid ging echter voorop. Die vormde de aantrekkingskracht en het charismatische van hun prediking. Zo staan vader en zoon in veler herinnering gegrift. Ze namen je bij de hand en brachten je bij het kruis, bij Christus, zonder terughoudendheid. Daardoor waren hun preken bevindelijk tot en met. Begrijpelijk dat deze en gene wel eens verzucht om ze nog een keer in levende lijve, met levende stem, viva vox, te mogen horen voorgaan. Gelukkig zijn er van de jonge Kievit veel kerkdiensten op de band bewaard gebleven.

Senior-junior

Al schrijvend zijn we van de verhouding Woelderink-Kievit sr. terechtgekomen bij de verhouding Kievit sr.- Kievit jr. Met opzet. Want heeft de 'jonge' ds. Kievit niet zuiver doorvertaald wat de 'oude' in zijn tijd en op zijn wijze heeft gezegd en bedoeld? Bovendien heeft hij de echt reformatorische elementen van Woelderink weten te verwerken in zijn eigen denken. De afstand in tijd en qua persoon en situatie maakte dat mogelijk. Zeker, er was verschil tussen vader en zoon. Of liever: verscheidenheid, verscheidenheid binnen de grootste mate van verwantschap. Over hen die wel een (diepgaand) verschil constateerden tussen hem en zijn vader, verzuchtte de zoon wel eens: 'Ze hebben mijn vader niet gekend!'

Een voor ds. Kievit sr. typerend element, namelijk de verzegeling met de Heilige Geest, heeft ds. Kievit jr. op zijn wijze overgenomen en opgenomen in zijn prediking. Ooit zond de EO een pinksterpreek van hem uit over Galaten 4 : 6 vanuit de St.-Jan te Gouda, waarin op prachtige wijze voor de gemeente nü naar voren kwam wat het wil zeggen dat wij God 'Vader' mogen noemen. Daarin zou Kievit sr. zich volledig herkend hebben.

Een en ander heeft wellicht te maken met de invloed van Kohlbrugge op Kievit jr. Ook Kievit sr. kende en waardeerde hem zeer zeker. In een recensie van één van zijn prekenbundels typeert hij hem als de aparte prediker van Elberfeld. Zijn zoon raakte echter meer onder diens bekoring, dankzij ds. C. B. Holland uit Putten, volbloed kohlbruggiaan, in een preek door hem genoemd 'mijn onvergetelijke leermeester'.

Putten

In een herdenkingspreek uit 1940 horen we ds. Kievit sr. zeggen: 'Daar rijst voor onze geest onze eerste bediening des Woords in Putten over Simeon, enkele weken na onze intrede in onze eerste gemeente Garderen... Als vaders hebben zij mij omringd door hun gebed en liefde.' Putten: de gemeente waar ds. Kievit sr. drie keer beroepen was geweest, waar hij altijd met liefde over sprak, waar hij vele kinderen Gods wist, waar hij graag verkeerde met de ouderlingen, waar hij voor het laatst in zijn leven het Heilig Avondmaal vierde.

En waar hij ten huize van zijn zoon - toen die er stond - sprak met ds. Holland. En dan vertelt de historie dat ds. Holland zijn negen jaar jongere collega aansprak op diens meditaties iïi het Gereformeerd Weekblad. En dan bleek dat ze elkaar zeer na stonden, maar tegelijkertijd verschillend 'gelegerd' waren. Want ds. Holland kon niet alles meemaken wat zijn broeder uit Baarn (be)schreef.

Gaan wij bij verschillende legering nog zo met elkaar om? Dit voorval tekent hoezeer deze ambtsbroeders beseften dat wij slechts samen met al de heiligen ten volle kunnen begrijpen, welke de breedte en lengte en diepte en hoogte van de liefde van Christus is, die onze kennis te boven gaat. Dat onder onze aandacht gebracht te hebben, is één van de verdiensten van De tijd is kostbaar.

Het wachten is op een studie die heel het werk van ds. Kievit theologisch doorlicht. Dan kunnen zijn ontwikkelingsgang, zijn verwerking van Calvijn en zijn specifieke themata als verzegeling met de Heilige Geest, rechtvaardiging in de vierschaar zorgvuldig beschreven, gewogen en verwerkt worden. In de branding van het kerkelijk leven (ondertitel van Hille's werk) zouden we ermee gediend zijn.

H. J. LAM, NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL

N.a.v. H. Hille: 'De tijd is kostbaar'. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen; gebonden; 252 blz.; € 22, 75.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ge eist wel de volle maat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's