De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Treurnis stapelt zich op

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Treurnis stapelt zich op

ANTWOORD AAN DR. H. DE LEEDE

11 minuten leestijd

Dr. H. de Leede is een bedrukt mens. Dat vertelt hij ons in het vorige week verschenen nummer van Kontekstueel. Onder de titel 'Treurnissen in de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk' wijdt de rector van het theologisch seminarie een uitgebreide kroniek aan de kerkelijke positie van de Gereformeerde Bond. Zes bladzijden lang gispt hij het bestuurlijk onvermogen en de oecumenische onverschilligheid van het bestuur. Kortom: het is kommer en kwel. De GB geeft geen leiding, want er is geen visie, geen bereidheid tot verandering en geen moed om keuzen te maken. Is het verhaal van dr. De Leede billijk, want overeenkomstig de werkelijkheid? Ik meen van niet. Het zijn vrienden die ons ons feilen aanwijzen. Maar dan moeten op zijn minst de Jeiten zuiver worden weergegeven. Dat gebeurt niet. Bovendien meen ik dat tussen wat hij propageert en tussen wat het hoofdbestuur als beleid voorstaat 'werelden van verschil' zitten, om het met zijn woorden te zeggen.

Drie oproepen

Dr. De Leede zet in bij drie recente oproepen, die binnen de kring van de Gereformeerde Bond rondom Samen op Weg zijn verschenen.

Het eerste schrijven: In het zicht van de beslissing. Daar was hij zelfbij betrokken. De tweede is de verklaring van elf synodeleden. Zij geven aan slechts op voorwaarden voor de fusie te stemmen.

De derde is het Hervormd Appèl. De 22 predikanten die ondertekenden (en ondertussen 260 kerkenraden), roepen de synode op om 'te komen tot een vorm van kerkelijk samenleven waarin aan de bovengenoemde (lees: gereformeerde, red.) grondslag volledig recht gedaan wordt'. Ik waardeer dat De Leede deze informatie aan zijn lezers doorgeeft. Ondertussen gebeurt het wel op subtiele wijze suggestief. Dat is kwalijk. Het eerstgenoemde schrijven staat op naam van 'ds. A. Romein en andere predikanten van de oudere generatie van de GB'. Van het laatstgenoemde schrijven meldt hij dat 'de helft naar mijn waarneming behoort tot de jongere generatie predikanten in de GB'. Wat wil het scheppen van deze tegenstelling zeggen? Hoe vruchtbaar is die tegenstelling? Behoort de helft tot de jongere predikanten, dan behoort de andere helft daar in elk geval niet toe. Zou hier echter niet wat meer aan de hand zijn? Uit de eerste brochure blijkt ook grote zorg bij het geheel van de kerk. Maar hoeveel predikanten die deze brochure ondertekenden, dienen op dit moment een hervormd-gereformeerde gemeente waarin de spanningen over SoW hoog oplopen? Staan zij voluit in deze branding?

Dat geldt in ieder geval voor de predikanten van de laatste brochure wel. Sommigen van hen zien de gemeenten die zij dienen, scheuren. Zien ambtsdragers en gemeenteleden heengaan. Is het dan vreemd dat zij zich met deze oproep tot de synode wenden? Bovendien, wat suggereert dr. De Leede met zijn opmerking? Een verschil tussen de manier waarin oudere en jongere predikanten in de kerk staan? Daarin zou een kern van waarheid kunnen zitten. Dat moet dan wel worden gestaafd. Wij signaleren ook het gevaar dat jongeren in het algemeen door andere invloedssferen minder het kerkelijk besef en de liefde voor de Hervormde Kerk met zich meedragen, gedragen door het verbond, dat kenmerkend was voor de oudere generatie. Echter, met zijn constatering peilt ds. De Leede het werkelijke probleem niet. Dat is een misser! Terwijl hij weet en beseft dat hervormd-gereformeerden intense moeite hebben met de weg die de kerk nu gaat.

Dr. De Leede schrijft dat hij lang niet alles volgt. Eerlijk is eerlijk, dat is aan zijn kroniek te merken. Misschien had hij anders geschreven als hij zich wel zorgvuldig had ingelezen. Hij schrijft: 'Publiekelijk nemen de elf broeders afscheid van het inmiddels zes jaar oude adagium van de GB 'We kunnen niet weg, en we kunnen niet mee'. Het is de vraag of deze broeders afstand namen van het beleid van de GB. Het is ernstiger: dat hij zo slecht op de hoogte is van wat er leeft binnen hervormd-gereformeerde kring dat hij over zes jaar spreekt? Het is ondertussen elf jaar geleden dat op de ambtsdragers vergadering in Putten de spanning tussen eenheid en waarheid in de richting van de synode met deze woorden is vertolkt. En weet hij niet dat daarna in 1996 in Amersfoort in de vr tgaande ontwikkelingen is uitgelegd ds u ; t adagium van Putten nooit heeft betel d dat de GB met de kerk wilde breken? ' 'ven op onze post en blijven ons inzettci. ir het recht van de hervormde gezondheid'. Dat is ondertussen ook alweer zeven jaar geleden. Ondertussen zijn onze bezwaren recht overeind blijven staan. Gegeven het feit dat de kerk zelf besloten heeft dat een gekwalificeerde meerderheid nodig is voor het fusiebesluit, mag men zich er niet over verbazen dat synodeleden ook in eer en geweten tegenstemmen.

Men kan bovenstaande visie 'een spagaat' noemen, zoals De Leede dat doet. Waarom steekt de rector van ons theologisch seminarie niet een niveau dieper af? De worsteling om de kerk, de worsteling om waarheid én eenheid. De eeuwen door is deze worsteling de kerk blijven vergezellen.

Ook nu staan we op aangrijpende manier voor deze vragen. Wat mij bedrukt, is dat

ik in het proces van samenvoeging van kerken daar dr. De Leede niet over hoor. Blijkbaar is dat station gepasseerd voor hem. Wie zich echter verbonden weet met 'de oudere generatie predikanten' en met hun staan in de kerk, weet hoe zij voluit in de kerk der vaderen gestaan hebben. Maar weet ook hoe zij keer op keer gestaan hebben voor het gereformeerd belijden. Reden dat zelfs de kerkorde van 1951 door hen voortdurend 'onaanvaardbaar' is genoemd. Het was op z'n minst voor de beeldvorming van de huidige situatie van belang geweest dat dat zorgvuldig was overwogen.

Exclusief gereformeerd

Onder bovenstaand kopje gaat ds. De Leede dieper in op het Heruormd Appèl. De inhoud daarvan hoefik niet te verdedigen. Hij haakt in op de volgende zinsnede: 'dat deze gereformeerde belijdenis uoor ons onopgeefbaar is omdat zij - gegrond op het woord uan God - de waarachtige en uolkomen leer der zaligheid beuat en dat zij daarom 'geen belijdenissen en/of opuattingen kunnen aanvaarden die met de uoornoemdegrondslag strijdig zijn'. Nu zegt hij: '... een reformatorisch theoloog kan deze dingen toch niet over zijn lippen of uit zijn reformatorische pen krijgen'. Ik vraag me werkelijk af wat De Leede hier bedoelt? Zo hebben hervormd-gereformeerden altijd in de kerk gestaan. Ook 'de oudere generatie'. Waarom hebben onze vaderen in 19 51 gezegd van de hervormde kerkorde dat die 'on-^fivaardbaar' was? Omdat zij de kerk en te reformeren overeenkomstig deze belijdenis. Het ging niet om 'letterknechterij', maar om werkelijk geestelijk leven uit de volheid van het gereformeerd belijden dat volgens hun en onze overtuiging het bijbels belijden 'het schoonst en het diepst' vertolkt. Waarom moet dr. De Leede daar zo nodig vraagtekens bijzetten? Waarom almaar dat knabbelen aan de waarde van het gereformeerd belijden?

Het; oofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft voldoende duidelijk gemaakt dat het luthers belijden geen reden is om tot een breuk met de kerk te komen. Dat neemt niet weg dat - en historisch ligt dat ook voor de hand - verschillende aspecten in het gereformeerd belijden rijker en voller verwoord zijn dan in bijv. de Confessie van Augsburg. Overigens heeft dr. W. Verboom onlangs nog aangetoond dat Ursinus het opnam voor de Augustana. Vervolgens noemt De Leede dit verdedigen van de gereformeerde belijdenis door de opstellers van het Heruormd Appèl een 'rooms traditie-begrip'. Ik kan hem onmogelijk volgen. Waarom zet hij de hartstochtelijke verdediging van het gereformeerde belijden op deze manier ter zijde, terwijl hij - bij mijn weten - zich nergens keert tegen de nadrukkelijke afwijkingen binnen de Leuenberger Konkordie van het gereformeerd belijden. Daar zit een visie achter. Het staan in de mainstream-kerk is ook mij zeer lief en ook voor mij onopgeefbaar. Maar, dat komt nooit in mindering op het geding om de zuiverheid van het belijden. Ook ik beroep me ook graag op 'het merk uan de Geest'. Wat is echter 'geringschatten' van het werk van de Geest? Keer op keer inleveren op het gereformeerd belijden? Ik geloof daar niets van. En het lijkt me onvruchtbaar om almaar voort te gaan met het van binnen uit proberen de hervormd-gereformeerde beweging om te turnen. Als Dr. De Leede zich in de grondslag van de GB niet meer vinden kan, laat hij dat eerlijk zeggen en daar consequenties uit trekken.

Wij geloven dat Gods Geest de Kerk verder leidt in haar verstaan van de waarheid. Maar Gods Geest leert ons niet met twee monden spreken. Gods Geest leidt de Kerk verder door mee te nemen wat er beleden is. We staan op de schouders van ons voorgeslacht. De Geest van God heeft niet alleen in de gereformeerde reformatie gewerkt, evenzeer in de lutherse. We beroepen ons maar al te graag op Luther. We geloven dat de Geest van God ook werkt in de andere, de nieuwere tradities van de jonge kerken. Maar dat is wat anders dan bijv. het aanvaarden van de Konkordie van Leuenberg die verwoordt dat de afwijzing van de dwalingen in de belijdenisgeschriften de huidige stand van de theologie niet meer raakt. Dit is toch werkelijk geen rooms traditie-begrip. De inhoud van de belijdenis is niet gelijkgesteld aan de inhoud van de Schrift. De Schrift heeft altijd meer, ze heeft altijd het laatste Woord. Maar, evenmin als de Geest spreekt de Schrift met twee monden!

Dr. De Leede signaleert bij het hoofdbestuur 'vertwijfeling'. Is het echter in crisissituaties niet zo dat er we niet beter kunnen doen dan de handen tot God op te heffen? Is er vanuit de psalmen en de profeten niet alles voor te zeggen, is het niet theologisch voluit te verdedigen om onze grote verlegenheid en zorg om de weg van de kerk in ootmoed voor de Heere neer te leggen? Wij zoeken en vragen naar Zijn leiding. Dat maakt ons voorzichtig en bescheiden. Daarom hebben we keer op keer de kerk opgeroepen geen stappen te ondernemen die tot breuken en scheuren zouden leiden. Daarom blijven we hartstochtelijk evenzeer predikanten en kerkenraden oproepen om niet met de weg van de kerk te breken. Men kan dat een 'dubbele boodschap' noemen. Men kan hier ook zorg lezen voor het geheel van de kerk.

Vernieuwing

Ds. De Leede wijst ook een weg aan voor de toekomst van de Gereformeerde Bond. Voor zijn suggesties ten dienste van de naam van de vereniging dank ik hem. In de Waarheidsvriend van 22 mei jl. heeft drs. P. J. Vergunst de suggestie om te komen tot slechts een 'beweging' reeds afgewezen. Overigens vind ik de insinuatie beneden alle kerkelijke maat, die dr. De Leede geeft als hij spreekt over een 'Bond van Georganiseerde Verontrusting'. 'Zo'n club trekt ook altijd de verkeerde mensen aan: gefrustreerde mensen, bange mannen, en potentiële potentaten van klein formaat'. Hebben GB'ers zo in de kerk gestaan? Met de bedoeling eigen zekerheden veilig te stellen? Zijn er daarom vruchtbare contacten opgebouwd met de theologische faculteiten, waar de professoren De Reuver en Verboom werken? Hebben zo broeders hun plaats ingenomen in het moderamen van de kerk? De collegae Kieskamp, Hoek, Tromp, Van der Aa, Van Vreeswijk, Van der Plas? Is daarom door zes theologen in 'Belijden met hoofd en hart' de actualiteit van het gereformeerd belijden niet verwoord? Met andere woorden: wordt in al deze momenten het gesprek met en het getuigenis ten overstaan van de kerk niet gezocbt? Wordt hier niet gezocht naar kerkelijk en theologisch niveau waarmee de kerk kan worden gediend? Dat is de eerste doelstelling van de GB. Hij zoekt de waarheid te verbreiden. Dat is toch geen negatieve insteek?

Nieuwe keuzen

Aan het eind van zijn kroniek brengt dr. De Leede nieuwe keuzen ter sprake die nodig zijn om vruchtbaar te zijn binnen de kerk. En welke keuzen blijken dat te zijn? Een nieuwe doordenking van de gereformeerde ecclesiologie. (Overigens: dr. W. Verboom gaf onder de titel 'Het wonder van de Kerk' een schitterende aanzet in 'Belijden met hoofd en hart'). En verder? De nieuwe psalmberijming, het Liedboek voor de kerken, een nieuwe inhoudelijke vormgeving van het oude huwelijksformulier. Is dit het antwoord op de vragen waarvoor onze tijd ons stelt? Van een gereformeerd theoloog mag men anders verwachten. Dat hij juist in Kontekstueel eens werkelijk een lans brak voor het zingen van de psalmen. Zonder meer maakt hij de sprong naar het lied - en werkelijk niet alleen het bijbellied - uit het Liedboek. Met dankbaarheid constateer ik zijn waardering voor de hertaling van de formulierenen voor doop en avondmaal. Voor het overige stelt deze bijdrage van dr. De Leede me zeer teleur.

Hij bepleit een nieuwe doordenking van de seksuele ethiek. 'De gereformeerde beweging heeft hier niet alleen een geducht probleem met de hermeneutische vragen rond met name man/vrouw en homoseksualiteit. De gereformeerde beweging heeft ook een punt: het huwelijk als iets van eigen orde...'. Hij schaart deze dingen onder het thema 'uernieuunng'. Juist na Pinksteren zoeken en hunkeren we naar vernieuwing van Gods Kerk, van Christus' gemeente. Gods Heilige Geest maakt levend, vernieuwt, herschept. Van Hem mogen we vernieuwing verwachten in de kerk in de weg van geloof, gebed, bekering. Wat dr. De Leede aanwijst, blijft aan de oppervlakte steken. Waar veel van deze dingen gerealiseerd zijn, is geen vernieuwing van de kerk opgetreden. Vernieuwing grijpt veel dieper. Verdieping van de vragen naar het verstaan van de Schrift, van de overdracht van Gods woorden, de kracht van de dienst van de verzoening. Bovendien, waar moeten we aan denken bij de doordenking van de relatie man/vrouw? Aan de vrouw in het ambt? En waar bij de vragen rond homoseksualiteit? Aan acceptatie van ordinantie 5.4 misschien?

Voorstel

Mijn voorstel zou zijn dat wanneer ds. De Leede weer eens iets wil schrijven over de Gereformeerde Bond hij:

1. zich dan zorgvuldig inleest; 2. de feiten juist weergeeft; 3. zich onthoudt van tendentieuze opmerkingen; 4. probeert werkelijk diepgang in zijn schrijven aan te brengen.

G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Treurnis stapelt zich op

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's