De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

n Herdersporen (beroepingswerk rechterflank Ned. herv. kerk) stond een Ireisverslag van dhr. Hardeman van een bezoek aan Dresden. Hieruit het volgende fragment:

'Dresden kent ueel bezienswaardigheden. Het silhouet wordt binnenkort weer compleet, door de wederopbouw uan de Frauenkirche, een uan de meest geniale scheppingen die u op de voorpagina uan deze editie, in oude stijl, windt afgebeeld. De kerk u/erd in 1945 samen met de stad platgebombardeerd en is nu op weg naar een tweede leuen. In 2005 moet de achttiendeeeuwse kerk het beroemde silhouet uan 'Florence aan de Elbe' completeren. Het is onze hartewens in die tijd bij de ingebruiknamedaar aanwezig te zijn. Ooit was deze kerk het symbool en de belangrijkste protestantse kerk uan Duitsland. De wederopbouuw uan deze kerk kan op een ongekende steun uan de bevolking rekenen. Een aanzienlijk deel uan de bouwkosten, 135 miljoen euro, wordt door particulieren in zowel Duitsland als daarbuiten, gedragen. Die kochten massaal Frauenkirchehorloges, - boeken, - stropdassen, - taarten en - flessen wijn, (wij ook!). Deze koopwoede bracht alleen al in 2001 uijfmiljoen euro binnen. In de horloges was een minuscuul steentje gelegd op de wijzerplaat, een origineel stukje puin uan deze kerk. Na het bombardement uan 1945 stond alleen nog degeuel ouereind. In de ueertig jaren die volgden, waarin Oost-Duitsland in "coma" lag werd twee maal aan wederopbouw gedacht. Direct na WO II werd begonnen met het sorteren uan de stenen die gebruikt zouden kunnen worden om de Frauenkirche weer mee op te bouwen. Drie jaar later werd de DDR gesticht en ging men veertig jaar in "coma". Na de "Wende" werd een nieuw initiatief genomen tot opbouw uan de kerk. Bijna 40% van de oorspronkelijke bouwmassa werd hergebruikt. De stenen uit het puin zijn met de hand gesorteerd. Aan de hand uan oude foto's konden ze zo goed mogelijk uaststellen in welk deel uan de kerk de stenen waren gebruikt. Zo zijn er 8447 met messing plaatjesgenummerde oude stenen, die in de faqade konden worden gebruikt en nog eens ontelbare oude stenen die gebruikt worden in het binnenwerk, zoals het altaar bijvoorbeeld. En alles wordt uit massief zandsteen gemaakt, zoals het origineel. De Frauenkirche krijgt met de hand gemaakte cassettedeuren net zoals 250 jaar geleden met daarop een kruk die je met twee handen naar beneden moet duwen. Het centimetersdikke glas dat gebruikt wordt, zoals blauw, oker,

grijsgroen en oudroze, wordt met de hand gemaakt en zal worden aangebracht op albast en wordt ueruolgens gemarmerd. Buiten staan een standbeeld uan Maarten Luther en de ronde spits van de toren op hun definitieve plaats te machten. Twee ploegen uan ongeueer dertig man u/erken dagelijks aan de wederopbouw. Wilt u dit uan ons aannemen: Het daar aanwezig zijn en zien gebeuren wat daar totstandkomt imponeerde ons op een grootse manier. Aan de voet uan de kerk in wording, worden opgrauingen uerricht waarbij fundamenten uan gebouwen tevoorschijn komen, die er ook waren toen Dresden in 1945 gebombardeerd werd. Er is een stichting in het leuen geroepen die de oorspronkelijke bebouwing om de Frauenkirche weer tot leuen wil roepen. We kregen daaruan in een noodgebouw met mondelinge toelichting een groots opgezette maquette te zien. Een zeer ambitieus plan.'

n Met Andere Woorden (kwartaalblad over bijbelvertalingen, N.B.G.) staat Ieen lezenswaardig artikel van prof. dr. A. den Hollander (universiteit Brussel) over'Bijbelcensuur en de Leuvense index van 1546. Hieruit het volgende:

'Dat de drukpers een belangrijke rol heeft gespeeld in de intellectuele uorming uan het uolk en de maatschappelijke, en daarmee bedoel ik ook de godsdienstige, ontwikkelingen in de Nederlanden in de zestiende eeuw is algemeen aanuaard. De karakterisering uan de drukpers als een "agent of change" is daaruan een goede illustratie.

Voor de gewone gelovige betekende de beschikbaarheid uan steeds meer en steeds goedkopere religieuze boeken in de uolkstaal een middel om meer dan teuoren zelf inhoud te geuen aan de eigen geestelijke uorming. Dat werd onder meer hierin duidelijk dat groepen gelijkgezinden elkaar, buiten officiële kerkelijke bijeenkomsten om, gingen opzoeken en inhoudelijk met elkaar uan gedachten wisselden ouer belangrijke godsdienstige kwesties. De gesprekken in deze samenkomsten, ook wel conuentikels genoemd, uonden meestal plaats naar aanleiding uan het lezen uan een tekst, in de regel een gedeelte uit de Bijbel. Veel weten we ouerigens niet ouer het persoonlijke boekenbezit uit die tijd. De gegevens die we hebben laten zien dat gewone mensen die konden lezen, en dat waren er relatief ueel in de Nederlanden, soms e'e'n of twee boeken hadden, waaronder meestal een uitgaue uan het Nieuwe Testament. Uit de uoorbeelden die we kennen uan de omgang uan mensen met bijbelteksten, komt het beeld naar uoren uan zelfbewuste bijbellezers, die op eigen gelegenheid, in een niet-kerkelijke setting, de Bijbel lezen en uitleggen en er enthousiast met anderen over praten.

Toegang tot Gods woord

Vanaf de jaren twintig van de zestiende eeuw was de productie uan Nederlandse bijbeluertalingen op gang gekomen. Er bestond in de samenleving grote belangstelling uoor de Bijbel. Als we naar de tekst zelf in de bijbels uit deze periode kijken, ualt op dat dat meeste bijbels pretendeerden een "zuiuere" tekst te leveren die terugging op de bijbelse bronnen, het Hebreeuws en het Grieks. Op die manier werd de lezer in staatgesteld om zelf dicht bij het oorspronkelijke woord uan God te komen. Daarmee speelden uitgeuers in op een nieuwe religieuze ontwikkeling in de samenleuing, namelijk dat gewone gelouigen in de Bijbel een medium uonden om God zelf direct te leren kennen, zonder tussenkomst of bemiddeling uan kerk en clerus. De geboden tekst in deze bijbels is meestal geen zelfstandige vertaling uit de bijbelse grondtalen, maar een bewerking of uertaling uan een reeds bestaande andere bijbel. Ongeueer de helft uan de Nederlandse bijbels in de eerste helft uan de zestiende eeuw gaat terug op de tekst uan de Lutherbjjbel en biedt aldus een uertaling die, althans op indirecte wijze, teruggaat op het Grieks en Hebreeuws (...).

Bijbelcensuur

Op 24 september 1525 uerscheen een keizerlijk plakkaat, dat stelde dat allerlei dwalingen waren ontstaan en geuoed werden doordat "die leerke ende ongeleerde persoenen die Duytsche euangelien ende andere geestelicke scriften dagelicx lesen nae hueren uerstande ende naer die woerden liggen, ende daeruan met mafcanderen diuersche disputarien hebben, nemende tgundt dat hemluyden behaichlick is ende nuyet attenderende totten rechten uerstande." Om die reden verordonneerde de keizer "dat uan nu uoertaen geen persoenen vergadering sullen migen makken int heymlich oft int openbair om te lesen oft spreken van die evangelie, depistole uan Sinte Pauwels oft andere geestelicke scriften in Latijne, Duytsche ofte Walsch, noch die selue scriften te interpreteren ofte up dinterpretacie ende uerstant uan dien te disputeren in wat manieren dattet zij..." Blijkbaar werd het plakkaat niet het gewenste effect, want in de jaren daarop uerschenen nieuwe uerboden en edicten, gericht op verdergaande controle uan de boekcultuur. Drukkers en uitgeuers werden verplicht om hun naam en adres in hun edities te publiceren, euenals plaats en jaar uan uitgaue en indien uan toepassing, de naam uan uan de auteur. Er uerschenen in de Nederlanden plaatselijke verordeningen die een nadere uitwerking gaven van de keizerlijke edichten, zowel wat betreft de boekproductie als de receptie, in het bijzondertéhaanzien uan de conuentikels. Het ualt óp'd'at ' waar het bijbels betreft, de uerboden steedV ' specifieker worden: afzonderlijke edities d/ördên onderscheiden en drukkers en uitgeuers worden met naam genoemd. Bovendien wordt ook het prof el uan het type bijbel dat niet was toegelaten steeds duidelijker. Wat opualt in de uerschillende uerordeningen is dat de nadruk niet zozeer wordt gelegd op het karakter uan de tekst zelf, als wel op bepaalde paratekstuele elementen in de Bijbel, zoals glossen en uoorreden, al dan niet met de toevoeging met dwalingen van Luther of zijn aanhangers.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's