Kroniek van dertig jaren [2]
Verschuivingen
Veel stof deed, te midden van de kerkelijke vraagstukken van de jaren zestig, in 1965 binnen de Gereformeerde Bond een boekje van dr. C. Graafland opwaaien. Hij had het de titel Verschuivingen binnen de Gereformeerde Bondsprediking gegeven. Korte tijd later werd het hoofdbestuur heel direct onder vuur genomen, doordat 35 predikanten een Open Brief aan het hoofdbestuur richtten. Drie van deze 35 gaven in 1967 het boekje De eigen wijs uit. Omdat de kroniek alleen put uit gedrukte bronnen en niet uit de notulenboeken van het hoofdbestuur, lezen we niet hoe daarop binnenskamers is gereageerd. Maar het lijdt geen twijfel of men is daar pijnlijk door getroffen. Dat blijkt duidelijk uit het antwoord dat het hoofdbestuur aan 'de 35' gaf. Daarover dadelijk.
Omdat de kroniek niet meldt hoe 'de Waarheidsvriend' op het boekje van de toen nog Veenendaalse, later Amsterdamse predikant inging, lijkt de conclusie gewettigd - hoe vreemd ook - dat dit weekblad daarop in het geheel niet heeft gereageerd. Wèl vindt de lezer een positieve reactie van dr. H. Berkhof aangehaald en een van ds. J. H. Velema, die de publicatie beschouwt als een daad van moed, omdat heilige huisjes omver worden geworpen. In 'de Waarheidsvriend' is ds. J. van Sliedregt, die overigens geen lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde bond was, een gesprek met de auteur van de Verschuivingen aangegaan. Wellicht werd hij daarvoor gevraagd, omdat het hoofdbestuur in de onderhavige kwestie enige afstand en vrijheid wilde bewaren. Wat de twee gesprekspartners precies verhandelden, lezen we niet in de kroniek. Wat we wel lezen, is dat de schrijvers in de loop van hun gedachtewisseling niet tot elkaar waren gekomen. Integendeel. Hun gemoederen bleken in de zeven artikelen (!) steeds meer verdeeld. Dr. Graafland voelde zich beschuldigd van on-gereformeerdheid en crypto-vrijzinnigheid. Ds. Van Sliedregt bleef erbij dat hij zijn gesprekspartner voor de legitieme consequenties van zijn beschouwingen had gesteld. Ook ds. G. Boer, voorzitter van het hoofdbestuur na het overlijden van prof. dr. J. Severijn, mengde zich op persoonlijke titel, maar met medeweten van het hoofdbestuur, in de discussie, omdat hij zich niet recht door dr. Graafland bejegend achtte. Enige tijd later is het hoofdbestuur in 'de Waarheidsvriend' uitvoerig ingegaan op de discussie die ds. Van Sliedregt en dr. Graafland hadden gevoerd.
Liturgische verscheidenheid
Korte tijd daarna kwam de actie van de 35 predikanten. Zij haakten in op hetgeen ds. Boer had geschreven en vroegen aan het hoofdbestuur meer ruimte voor een open gesprek en meer ruimte voor liturgische verscheidenheid. Zij schreven onder meer: 'Wij zijn zeer beducht voor een situatie waarin de gereformeerde bond buiten het werkelijke leven van onze kerk zou komen te staan en meer als een antieke curiositeit dan als een ernstig te nemen gesprekspartner zou worden beschouwd'. Deze Open Brief verscheen in hetzelfde nummer van 'de Waarheidsvriend' als waarin een verslag was opgenomen van de begrafenis van prof. Severijn. Dat moet door menigeen als een pijnlijk samenvallen zijn ervaren. Regelrecht aangevallen, reageerde het hoofdbestuur nu met een uitvoerig schrijven in zeven punten, die in de onderhavige kroniek zijn na te lezen. Op een andere kritische publicatie van dr. Graafland (in het maandblad 'Wapenveld') is ds. L. Kievit in 'de Waarheidsvriend' ingegaan. Over De eigen wijs, ook een nogal kritische benadering van de lijn die het hoofdbestuur volgde, is de kroniek uiterst kort; er zijn maar 13 regels aan gewijd. Uit deze 'botsingen' blijkt dat men het in de gereformeerde richting in de Hervormde Kerk in veel dingen allesbehalve met elkaar eens was. Een aantal zaken waarvoor een minderheid ruimte vroeg, is inmiddels in een aantal gemeenten geaccepteerd. Ik denk daarbij aan het gebruik van de Bijbel-vertaling van het NBG, aan de Psalmberijming van 1968, aan het gebruik van gezangen uit het Liedboek. Maar in dogmatisch opzicht en in het standpunt inzake Samen op Weg bestaan ook vandaag de dag tegenstellingen. Opvallend is dat het hoofdbestuur in 1972 dr. Graafland, ondanks diens eerder gebleken standpunten en de gesignaleerde aanvaringen, tot hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Utrecht benoemde.
Kerkelijke vraagstukken
De moeizame discussies in eigen kring vonden plaats 'te midden van de kerkelijke vraagstukken' schreef ik zoeven. In de jaren zestig was het vraagstuk inzake de verhouding van Rome- Reformatie nadrukkelijk aan de orde. Vaticanum II werd gehouden. Dr. H. van der Linde, hervormd predikant te Middelburg, ging tot de Romana over. Het mutatierapport wekte beroering. 'De Achttien' legden de basis voor de fusie tussen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. De 'zaak- Smits' sleepte zich voort. De synodale Richtlijnen voor de behandeling van de leer der uitverkiezing verschenen. Klare Wijn (over het Schriftgezag) zag het licht. De nieuwe Psalmberijming werd voltooid en door de synode aanvaard. Het ambt van predikant werd voor de vrouw volledig opengesteld. De synode kreeg twee rapporten over de verzoening te behandelen, een meerderheidsrapport en het in grote bewogenheid door ds. G. Boer ge-
schreven minderheidsrapport. Het Contact Orgaan voor de Gereformeerde Gezindte ontstond. De 'Open Brief' van 'de 24' verscheen. Deze heeft tot ver buiten de kring van de Gereformeerde Bond veel bekendheid gekregen en veel reacties gewekt. 'De 24' vormden een kring, die ten huize van de heer en mevr. dr. K. H. E. Gravemeijer in Wassenaar samenkwam. Het ontwerp was van de hand van dr. W. Aalders, die uiterst bezorgd was over de koers van de kerk en de uitholling van de boodschap die zij te brengen heeft. Ds. G. Boer nam met grote instemming aan het beraad deel. Het is mij altijd bijgebleven met hoe grote ernst hij in deze kring sprak, alsook met hoe grote liefde tot de kerk. De tekst van deze brief is integraal als een bijlage, samen met de later verschenen stellingen, in de onderhavige kroniek opgenomen (Bijlage II en IV). Te lezen is hoe laffe kritiek in Hervormd Hilversum suggereerde dat dr. Gravemeijer tot het ondertekenen gebracht zou zijn, omdat hij niet meer helder bij zijn verstand was! Terwijl hij juist samen met mevrouw Gravemeijer als gastheer van de kring optrad en hij juist de drijvende kracht was die leidde tot deze cri de coeur.
In 1969 moest ds. G. Boer om gezondheidsredenen als voorzitter aftreden. In zijn 'afscheidsgroet' sprak hij van de 'worsteling om een gereformeerd kerkelijk leven'. Deze worsteling bepaalde zijn publicaties. En verder: 'Er is zwaar weer op komst, zeker in de Hervormde Kerk. Wanneer de oecumenisering, de humanisering, de vermaatschappelijking, de centralisering, de bureaucratisering, de ontrechting van de plaatselijke gemeenten voortgaan, zullen er in het geheel van onze kerk dermate grote spanningen ontstaan, dat deze tot ontlading zullen komen, tenzij er bekering is en er ruimte wordt geschapen voor allen, die het geloof der kerk blijven belijden'.
Zwaar weer
De jaren zeventig brachten inderdaad 'zwaar weer'. Waaraan zou ds. Boer bij die uitdrukking gedacht hebben? Het kwam wellicht anders dan hij vreesde. Het kwam doordat bekering uitbleef en de Kerk de koers naar links voortzette, de boodschap van het Evangelie meer en meer werd uitgehold en vermaatschappelijkt. Geruchtmakend was de uitspraak die ds. M. A. Krop, studentenpredikant in Groningen, in de zomer van 1971 deed een tv-uitzending: 'Dood is dood'. In oktober 1971 verscheen het belangwekkende Getuigenis, een getuigenis voor de waarheid van het Evangelie en tegen de verbastering van het Evangelie, tegen de linkse koers van de Kerk en haar heulen met linkse actiegroepen. Ook daarvan is de tekst integraal opgenomen als Bijlage III. Het heeft het tij niet kunnen keren. De invloedrijke theoloog prof. dr. A. A. van Rjuler heeft wel de voorbesprekingen maar niet meer de verschijning van dit belijdende stuk meegemaakt. Hij was in december 1970 aan de Kerk ontvallen. De eerste opsteller van het Getuigenis, prof. dr. G. C. van Niftrik, is overladen met hoon van doorgewinterde Barthianen. Hij heeft niet lang meer geleefd: ongeveer een jaar na het verschijnen van het Getuigenis overleed hij (in oktober 1972). Spoedig daarna, in januari 1973, overleed ds. G. Boer, nog maar 59 jaar oud.
Hoezeer de synode doof was voor de stemmen uit de Kerk die in het Getuigenis hadden geklonken en van de velen die zich daarin hadden herkend, bleek bijvoorbeeld uit de benoeming (in 1972) van dr. A. H. van den Heuvel tot secretaris-generaal van de Hervormde Kerk. Dr. Van den Heuvel was een gedreven links theoloog, die geen middel ongebruikt liet om zijn linkse visie te verwoorden en zijn invloed te laten gelden.
Overigens was in de Gereformeerde Bondskring in de jaren zeventig minder spanning dan in het voorafgaande decennium. Hield het hoofdbestuur de teugels ietsje losser in de hand? Hadden de 'ontladingen' van de jaren zestig toch enige ontspanning gebracht? Hield men elkaar in de Bond onder de druk van de tijdgeest meer vast? Was er toch wat meer ruimte voor bescheiden vernieuwingen in de gemeenten gekomen, zonder dat gemeente en voorganger daarvoor werden 'gestraft' met het etiket van het beproefde spoor te willen verlaten?
L. J. GELUK, ROTTERDAM
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's