Beloften van de dienaar
LICHT OP DE KERK [35]
B. de positie van de predikant daarbij Over de proponentsbelofte Ik herinner hier aan een toch wel heilig moment in het leven van menig afgestudeerd theoloog. Men is uitgenodigd om te verschijnen voor een daartoe gevormde provinciale commissie, voor het zogeheten colloquium. P. van den Heuvel geeft in zijn De Hervormde Kerkorde op bladzijde 204 de volgende toelichting op de in dezen van belang zijnde ordinanties 16 en 18 van de kerkorde. Het colloquium moet vooral gezien worden als een 'gesprek over het ambt van de dienaar van het Woord in het geheel van het leven en werken der kerk'. Als het gesprek met de kandidaat gunstig verlopen is, wordt deze uitgenodigd om - nadat art. 10 van de kerkorde is voorgelezen - de zogenaamde proponentsbelofte af te leggen, inhoudende:
a. Christus Jezus te verkondigen, naar het Heilig Evangelie, daarmee blijvende in de weg van het belijden der kerk; b. bereid te zijn ijverig en getrouw in de Nederlandse Hervormde Kerk te arbeiden, als openbaring van de éne heilige algemene christelijke kerk; c. zich te onderwerpen aan haar regels, door de kerk gesteld voor haar leven en werken.
Vragen die overduidelijk maken dat de kerk er veel waarde aan hecht de toelating tot het ambt van dienaar van het Woord met grote zorgvuldigheid te omgeven. Het is de hiervoor genoemde proponentsbelofte, waarop men zich als predikant mag voorstaan en aangesproken kan worden. Oók als de vereniging van kerken een feit is (zie de Pastorale brief van de synode 5 november 2002).
Met het hiervoor genoemde wil aangetoond zijn dat, anders dan de ouderling of de diaken, de predikant dienaar van de kerk is. Zijn positie in een plaatselijke gemeente is dan ook een aparte. Naar ordinantie 13-9-1 wordt van hem gezegd dat hij 'op een predi-kantsplaats staat'. Een staan, dat nader ingevuld wordt door datum van intrede en van losmaking of emeritaat. De christelijke gemeente was er dan ook merendeels veel eerder dan toen de kandidaat of predikant aldaar bevestigd werd. Werd hij toen haar voorganger. Wat toegespitst gezegd: hij is ook een voorbijganger. Hij staat ook niet in dienst van de kerkenraad of gemeente. Wel geniet hij de volle vrijheid om in trouw aan het Woord van God dat te bedienen. Het is van belang dat een predikant zich een en ander goed bewust is.
Profeet of deskundige
In een interessante en brede studie, geheten Biografie van de dominee, heeft Gerben Heitink beschreven hoe het ambt van predikant in de loop der eeuwen verschillende gedaanteverwisselingen heeft ondergaan. Was de predikant ten tijde van de Republiek vooral drager van een openbaar ambt in een publieke kerk en in eerste instantie een profeet naar roeping - zo voornamelijk ook bij Calvijn - , al vrij snel werd hem enige regeermacht toegekend. Al onder Calvijns opvolger Beza. Een en ander was wellicht ingegeven door het feit dat het kerkvolk in sommige tijden gebrek aan kennis en godsvrucht vertoonde.
Vooral na 1800, aldus nog steeds Heitink, toen de scheiding van kerk en staat zich voltrokken had, werd de predikant veelmeer een binnenkerkelijke figuur. Zijn verloren gegane positie trachtte hij te versterken door zich een ambtsgewaad te laten aanmeten. Hij specialiseerde zich. De predikant werd ook catecheet, ook pastor. Op kennis en deskundigheid ging hij zich, bewust of onbewust, steeds meer voorstaan. Daardoor gewon hij aan gezag en macht.
Het is niet onmogelijk dat verscheidene predikanten zich niet direct herkennen zullen in het door prof. Heitink geschetste beeld. Maar is de positie van de predikant in kerkse gemeenten niet een vrij stevige? Is de Nederlandse Hervormde Kerk nog niet steeds een domineeskerk?
Het zijn de hiervoor genoemde zaken die de predikant manen tot een zorgvuldig omgaan met zijn positie als voorganger van een gemeente. Vooral in een proces als Samen op Weg, hetwelk de gemoederen van velen gaandeweg meer verontrust. Naar bekend
kan zijn, is het de predikant die in vele gemeenten fungeert als voorzitter van de kerkenraad. Wie zal willen betwisten dat hij vanuit die positie menigmaal tot grote zegen is geweest, bijvoorbeeld door zijn mede-kerkenraadsleden te voorzien van goede toerusting of door in de gemeente samenbindend werkzaam te zijn? Echter, die centrale positie moge hem er niet toe verleiden om zijn medebroeders onverkort voor te houden welke de weg is om te gaan, als de vereniging van de drie kerken een feit is. Daarmee zou hij misbruik maken van zijn positie. Ook bij een vergadering van de gemeente luistert het in dezen nauw. Het zal voorkomen dat er predikanten zijn die voor zichzelf onoverkomelijke bezwaren hebben, zowel ten aanzien van bepaalde grondleggende artikelen als tegen de fusie van de drie kerken op zich. Die dat ook uit een besef van eerlijkheid en verantwoordelijkheid hun gemeenten niet willen onthouden. Evenwel hoeft dat de kerkenraden er niet van te weerhouden eens een ander uit te nodigen. Laat het dan iemand zijn van gelijke beginselen, maar van een genuanceerdere kijk op het kerkzijn. Immers, de christelijke gemeente heeft recht op een goede en brede voorlichting.
Verder lijkt het mij bepaald onjuist als een predikant voor het forum van de gemeente nu al met een zwaarwegende uitspraak komt als 'ik ga niet mee', namelijk als de fusie een feit wordt. Lichtelijk voorbarig, lijkt me. Bovendien, ben je zo niet bezig aan stemmingmakerij?
Trouwens, als het zover komt, worden alle dienaren van de kerk(en) 'gewoon' meegenomen, opgenomen in die ene PKN. Het kan zijn dat men voor God en in zijn geweten dat niet mee kan maken. Juist dan diene men te handelen naar de orde van de kerk inzake haar regering, hetwelk met zich mee kan brengen dat men van zijn ambt ontheven wenst te worden (ord. 13-VI, art.29, 1).
C. De relatie kerkenraad, classis, synode
Tussenschakel
In de hierboven aangegeven trits wordt de middenpositie, die de classicale vergadering inneemt tussen kerkenraad enerzijds en synode anderzijds, al aangegeven. Tot haar belangrijkste taak wordt gerekend, door middel van haar afgevaardigden, de synode door te geven wat er leeft in de gemeenten. Anderzijds kan via de classicale vergadering de synode de plaatselijke gemeenten raadplegen, bijvoorbeeld bij vraagstukken van confessionele of ethische aard (zo P. van den Heuvel in De Hervormde Kerkorde).
In de achterliggende jaren werden met grote regelmaat synodestukken inzake Samen op Weg ter bespreking daarvan bezorgd bij de kerkenraden. Zo konden de afgevaardigden naar de classicale vergadering, in een samenkomst daarvan, toegerust deelnemen aan een bredere bespreking van de desbetreffende synodestukken. Tijdens die bespreking werd aangewerkt op een besluitvorming van de classis, eventueel met vermelding van de stemverhouding binnen de classis. Daarop werden de besluiten van de verschillende classicale vergaderingen schriftelijk ingebracht bij het secretariaat van de synode, dan wel de triosynode. Als die bijeengekomen was, werden de desbetreffende stukken weer in bespreking gegeven onder de afgevaardigden van de classicale vergaderingen en enkele adviseurs ter synode. Zo kwam het tot een definitieve besluitvorming. Aldus kregen in de voorbije jaren de verschillende artikelen van kerkorde en ordinanties hun precieze formulering en kracht van wet. Ook daarna kwamen de synodale afgevaardigden weer in actie, namelijk om in de vergadering van hun classis verslag te doen van de gehouden synodezitting. Op het grondvlak van de kerk kon men kennis nemen, waartoe de brede beraadslaging, bijvoorbeeld over de paragraaf van het huwelijk, ten slotte geleid had. Daarmee was de cirkel rond.
Meerdere vergadering
De hiervoor geschetste gang van zaken kan voor een buitenstaander wat gekunsteld aandoen. Soms worden er opmerkingen gemaakt als: 'Ze doen maar; over ons, de plaatselijke gemeente, wordt elders beslist'.
Menigmaal vindt teleurstelling of verontwaardiging over een genomen beslissing daarin zijn verwoording.
Evenwel, beslissend is of de besluitvorming in de kerk op correcte wijze heeft plaatsgevonden. Zelfs zo dat aan de verontrusten in de kerk werkelijk stem gegeven is. Hier moet iets gezegd worden over het begrip meerdere vergadering. De classicale vergadering is ten aanzien van de kerkenraad een meerdere vergadering. Terwijl de synode dat weer is ten aanzien van de classicale vergadering. De status van een meerdere vergadering als aangegeven in kerkorde V : 3 houdt niet in dat de afgevaardigden meerder gezag is toebedeeld. Veeleer is het zo dat de afgevaardigden naar classis of synode een eigen verantwoordelijkheid bezitten. Wat vooral van belang is voor een goed verstaan van het begrip meerdere vergadering, het is daar 'waar de ambten bijeenkomen in zaken waarom de vergadering verantwoordelijkheid draagt'. Dr. W. van 't Spijker spreekt in dat verband van een cumulatief gezag (in De Kerk, blz. 326- 338). Trapsgewijs worden de zaken betreffende orde en leven van de kerk naar een bredere ambtelijke vergadering gebracht. 'De plaatselijke kerk en het kerkverband bevinden zich niet in een concurrentiepositie van elkaar. Zij vullen elkaar zelfs niet aan. Ze horen zo vanzelfsprekend bijeen, dat de Schrift het woord kerk, zowel voor de plaatselijke kerk als voor de bovenlokale gemeenschap der kerk kan gebruiken', aldus Van 't Spijker, verwijzend naar Galaten 1:13 en 23.
Het hoeft hier niet verheeld te worden dat naar gereformeerd kerkrecht het achterliggende principe van de hiervoor gelaagde wijze van besluitvorming deze is dat de leden van de onderscheiden kerkelijke organen zich laten leiden door Schrift en confessie.
De kerkelijke weg
Wie de besluitvormingen in het SoWproces van nabij heeft meegemaakt, zal in grootmoedigheid willen erkennen dat de leidinggevenden van de kerk(en) zich veel moeiten getroost hebben om aan de wensen van de verschillende modaliteiten tegemoet te komen. Een en andermaal heeft dat geleid tot een herformuleren van het gestelde. Waarvan met name te noemen is het befaamde art. 1 van de nieuwe kerkorde, inzake de roeping van kerk en gemeente. In extra ontmoetingen met modalitaire organisaties heeft men willen benadrukken dat het de leiding van de kerk(en) ernst was om heel de kerk mee te nemen in de nieuw te vormen kerk.
Desniettemin hoeft niet verheeld te worden dat met name in hervormdgereformeerde kring bezwaren tegen SoW overeind zijn blijven staan. Bezwaren met name gevoed door liefde voor de Nederlandse Hervormde Kerk en een geestelijke verbondenheid met bijvoorbeeld de Drie Formulieren van Enigheid. In die kring is ook een- en andermaal gepleit voor een flexibeler opstelling, met name ten aanzien van de wijze van samengaan van de kerken. Hierbij moet ook de vraag gesteld worden of het maximale gedaan is om bezwaarden een gerechtvaardigde genoegdoening te geven. Deze vraag appelleert aan de motivatie voor de besprekingen die in de loop van 2003 onder leiding van de visitator-generaal met de bezwaarden gehouden worden. Resumerend moet evenwel gesteld worden dat de besluitvormingen plaatsvonden in vergaderingen van de kerk, waarin de ambten bijeen waren. Vergaderingen met gebed geopend en het Woord gehoord. Kortom, wettige vergaderingen, waarvan de besluiten ' niet zomaar genegeerd mogen worden.
Hervormd worden
Ten slotte, wanneer de drie kerken eenmaal in een nieuw verband zullen verenigd zijn, zal de Nederlandse Hervormde Kerk in een breder verband worden voortgezet. Het zal daarbij velen goed doen dat men plaatselijke hervormde gemeente kan blijven en dat veel ruimte gegeven is om daarbinnen aan de aloude hervormde beginselen verder gestalte te geven.
Naar het bekende adagium: 'wat hervormd is, moet steeds weer hervormd worden', valt er ook in die gemeenten nog genoeg opnieuw te doordenken en in praktijk te brengen. Bijvoorbeeld wat betreft een bijbelse prediking, een doeltreffende catechese en een helpend pastoraat.
Trouwens, afsluiting van het Samen op Weg-proces kan ook een bevrijding betekenen. Want wat heeft dat proces een beslag gelegd op de tijd en een aanslag gepleegd op de energie van vele leden van de kerk. Het zou een geschenk van de hemel zijn als, gelijk in Ezra's tijd, mannen (en vrouwen) zouden opstaan, heilig van bezieling en helder van visie. Die anderen zouden weten te motiveren, om in gemeente en kerk te ijveren voor de eer van God en het (geestelijk) welzijn van het volk.
P. M. BREUGEM, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's