De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Geloof en verbeelding

God, een open vraag, zo luidde de titel van een studie die prof. Anton Houtepen in 1997 liet verschijnen. Hij introduceerde de uitdrukking 'agnosme' als typering van onze cultuur. Met nadruk gebruikte hij niet de bekende term 'agnosticisme', wat wil zeggen dat mensen bewijst afstand nemen van elke verwijzing naar God als een onmogelijke en tegelijk onnodige toevoeging van de menselijke kennisinhoud. Voor 'agnosme' is veelmeer kenmerkend: God hoeft niet meer. Het is, aldus Houtepen, een diffuus proces waarbij God en de verwijzing naar God langzamerhand uit het bewustzijn van de moderne Europeaan zijn verdwenen. 'We spreken nog wel van Adam en Eva, maar wie gelooft nog in het paradijs? '. Welnu, wie het waagt in deze cultuur voor een andere levenskeus uit te komen, krijgt de hoon van de moderne elite gegarandeerd over zich heen. Onlangs citeerde ik in deze rubriek prof. Cees Dekker hij gelooft niet in evolutie, een beetje kort door de bocht zijn opvatting samengevat. Dekker werd kortgeleden gekozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Je zou kunnen zeggen: hier komt de elite van de Nederlandse wetenschap bij elkaar. Wat merkt Ronald Plasterk in zijn wekelijkse column in De Volkskrant op? Hoe kan iemand die niet in de evolutie gelooft lid van zo'n eminent wetenschappelijk gezelschap zijn. Immers, zegt hij schamper, je laat ook niet iemand toe die denkt dat de aarde plat is. Toch vindt hij het wel wijs dat Dekker tot dit illuster gezelschap is toegelaten omdat men uitgekozen wordt om de expertise in het eigen vakgebied en de levensbeschouwing van iemand mag geen factor van betekenis zijn als het om toelating gaat. Er zijn nog anderen die niet schromen voor hun geloofskeus uit te komen. Rond Pasen liet Vrij Nederland een special uitkomen met de titel: God leeft! Ik noemde het al eerder in deze rubriek. Daarin komt onder andere de bekende schrijfster Vonne van der Meer aan het woord over haar geloofskeus. Vonne van der Meer is, vermoed ik, ook wel in onze lezerskring bekend geraakt door haar prachtige roman Eilandgasten, gevolgd door De avondboot en het Laatste seizoen. In 1994 heeft: Vonne zich laten dopen in de Rooms-Katholieke Kerk. Ze vertelt dat veel mensen in haar omgeving daar vijandig op reageerden en soms zelfs verbazend fel. • Haar man, de schrijver-dichter Willem Jan Otten, volgde haar een aantal jaren later. In dezelfde uitgave van Vrij Nederland schrijft hij een uitvoerig essay waarin hij zijn geloof verwoordt en verdedigt met name op het terrein van de omgang met de Schrift. Ook Otten heeft gemerkt hoe schamper en verbijsterend zijn omgeving reageerde op zijn geloofsbeslissing. Onlangs verscheen van hem een 'zomerdagboek' onder de titel De bedoeling van verbeelding (uitg. De Prom). In de zomermaanden van 2002 hield hij-een persoonlijk dagboek bij. Daarin laat hij soms ontroerend diep in zijn eigen hart kijken. In VolZin (20 juni 2003) besteedt Wim Loosman aandacht aan deze uitgave.

'Otten is een modern dichter, maar heeft zich zeven jaar geleden laten dopen. Hij omschrijft zijn bekering op ontroerende wijze: 'Ik kende deze geschiedenis, bekend als de menswording van God al lang, maar begreep er eigenlijk nooit echt de pointe van... Toen blies het ritueel van de kruisweg, op een Goede Vrijdag, in de kleine, in mijn ogen altijd wat verveloze katholieke Kerk aan het eind van mijn straat, mij van de sokken... Waarom ik niet met mijn normaal ontwikkelde, door een humanistisch gymnasium, Max Frisch en analytische psychologie gevoede scepsis heb gereageerd op de Jezusschok weet ik niet. Ik denk dat geloof begint met een bres geslagen in het bolwerk van de twijfel... Op een of andere manier kan ik niet meer twijfelen op dit punt, want plotseling hoefde ik niet meer te twijfelen. Ik bad!' Op verschillende plaatsen in het dagboek geeft hij aan zich ontwikkeld te hebben tot een orthodox gelovige. Hij wil niet 'bij wijze van spreken' geloven. In 'de waarheid' geloven en tegelijkertijd beseffen dat het eigenlijk allemaal niet 'waar gebeurd' kan zijn. In zijn essay De onwaarschijnlijke Christus heeft hij geschreven Jezus niet te willen zien als een gewone joodse man met goddelijke gaven, maar hij ziet in Jezus God die mens is geworden en die zich voor hem heeft geofferd. De theoloog Anton Houtepen is na het lezen van het essay teleurgesteld, omdat hij vindt dat Otten het leven van Christus dramatiseert tot een goddelijk heilsplan. De nieuwtestamenticus Cees den Heijer vindt wel dat hij op persoonlijke wijze zijn relatie met Christus beschrijft, maar dat hij te weinig oog heeft voor het gewone joodse leven van Jezus. Ondanks de kritiek van destijds houdt Otten in zijn nieuwe dagboek vol. Hij wil orthodox gelovige zijn en dichter blijven.'

Ergens in het dagboek oppert hij de vraag: Waarom ben ik gaan geloven in de incarnatie? Ik ben het nooit van plan geweest, zegt hij. Wantje kunt zoiets niet van plan zijn, zoals je je van tevoren geen echte voorstelling kunt maken van degene op wie je verliefd zult worden. Ik citeer hem nu letterlijk (blz 94 w)

'Bijna een jaar geleden maakte ik m'n eerste aantekeningen voor de lezing die 'De onwaarschijnlijke Christus' zou heten. Ik herlas daarvoor, als zo vaak, delen van Romano Guardini's De Heer. Samen met G. K. Chesterton en C. S. Lewis is Guardini de enige twintigste-eeuwse schrijver die me er als denker iets van kan verduidelijken - van wat het verschil is tussen geloven in de realiteit van Jezus en in dat wat met een oeverloos wijd woord 'religie' heet. Als je gelooft in Jezus doe je afstand van het idee dat het allemaal fictie is. Je verzaakt de gedachte dat het allemaal om te beginnen 'bij wijze van spreken' is. 'Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd en begraven: Met die woorden uit de geloofsbelijdenis zie ik ervan af dat hij een mythologische figuur is. Hij heeft, zeg ik, echt bestaan, gedurende een mensenleven, en tegelijkertijd zeg ik dat hij echt de mensgeworden God was. Ik zeg dus niet: er heeft vermoedelijk een man bestaan aan wie we goddelijke eigenschappen zijn gaan toekennen, die het gevoel van religiositeit dat ik op de beste momenten van mijn bewustzijn heb, illustreren. Het is allemaal geen kwestie van 'iets zien in een jonge, wijze rabbi: Hoe weinig ik ook van Jezus - vergeleken met Napoleon of Krishnamurti - weet, toch weet ik genoeg om te kunnen zeggen dat ik geloof dat hij van de Onzegbare de menswording is. Hij heeft geleefd. Hij is gekruisigd. Ten tijde van Pontius Pilatus. Dit zijn feiten zoals ik die ook van mijzelf ken: ik leef, ik zal sterven; en dat alles onder Beatrix.

Hoe is het mogelijk dat ik geloof dat deze historische, kort levende man God is geweest? Ik heb zoiets nog nooit van enig ander mens die werkelijk geleefd heeft willen geloven. Ik weet eerlijk gezegd soms niet eens of ik het wil geloven. Ik vraag me af of geloven niet net dat is wat je niet wilde, toen je het aanvaardde (...) Jezus bedoelde tijdens het avondmaal maar een ding: over een paar dagen ben ik dood, ik sterf de dood van de goorste misdadiger en de ontluisterdste slaaf, en jullie, mijn liefste leerlingen dje ik als mijn broers en zussen beschouw, zullen mij niet begrepen hebben. Jullie zullen in de meest verloochenende wanhoop gesto i worden, want ik ken jullie, het vk - is, weet ik beter dan wie ook, zwak. Maar als jullie uit de wanhoop kruipen, dan alleen omdat jullie eindelijk beginnen te beseffen wat het betekent dat ik ben die ik ben. Neem en eet dus van mij. Dit ben ik. Neem mij in je op.

Terwijl hij zulke raadselzinnen zei, had Jezus een realiteit in petto die, zolang hij zijn dood nog niet gestorven was, eenvoudigweg niet begrepen kón worden. Als God een mens is dan sterft hij ook geheel en al als een mens, als de geringste, verlaten door vrijwel iedereen die meende in hem te geloven. En juist omdat hij zelf een

mens was, begreep hij hoe onbegrijpelijk en ongeloofwaardig hij moest zijn, hoe onbedaarlijk teleurstellend ook. Hij vertrouwde erop dat enkele mensen ondanks hun wanhoop over zijn beestachtig vernederende einde zichzelf te boven zouden komen. Ze zouden, juist door aan hem en zijn offer te denken, hun wanhoop overwinnen, of althans: als overwinbaar gaan beschouwen, wat misschien wel hetzelfde is. Ziedaar het eigenlijk ongelooflijke. Goddelijke. Absoluut andere dan wat ik zelf had kunnen bedenken, of wie dan ook. Je moet dit al bedacht hebben om het te kunnen bedenken. Als ik probeer te begrijpen wat ik bedoel met 'geloven; wat zeggen wil: vertrouwen en hopen, dan heeft mijn bewustzijn geen andere toegang dan de deur die het lijden van Jezus op een kier zet - dat hij vrijwillig op zich heeft genomen omdat hij wist dat er iets te vertrouwen was, en te hopen. Zelfs de wankelmoedigste onder de zijnen was dit vertrouwen waard.

Meer zijn mensen nooit waard geweestdan tijdens Golgotha (...) ik vrees dat wanneer ik het mysterie van God die eenmaal mens heeft willen zijn in eigen woorden weergeef, met de lekgeschoten essayistische middelen van de literatuur waarover ik beschik, dat ik dan bijna per definitie in het verkeerde discours terechtkom. 'Zo kun je niet meer geloven; is onveranderlijk de repliek van de dienstdoende godsgeleerden. 'Dat is niet meer nodig: Het is alsof iemand daags nadat ik Vonne voor het eerst had gezien, mij vertelde dat het veel overtuigender zou zijn om op Catherine Deneuve te vallen - van wie je bij voorbaat weet dat zij alleen van celluloid is-.

Misschien roept dit getuigenis vragen bij u op. Dat zou kunnen want Otten is van een eigentijds pluralistisch denkend mens gegrepen door het 'verhaal' van de menswording van God in Christus, gevat in de Rooms-Katholieke vertolking daarvan. Mij heeft het lezen van Ottens dagboek op sommige punten heel diep geraakt en getroost. Het is de herkenning van het eigentijdse moderne levensgevoel in combinatie met de worsteling om de band met de Eeuwige vast te houden. De menswording van God in Christus als de onvoorstelbare genade van de uitgestoken hand naar een mens die aan lagerwal is geraakt. Tegelijk met het dagboek verscheen ook een nieuwe bundel poëzie van Otten onder de titel Op de hoge (uitg. G. A. van Oorschot). Mij trof daarin één gedicht waarin over de menswording fundamenteel getuigd wordt. Ik sluit dit keer af met dit gedicht: Maria

Hoe ik ten slotte wijder, weer een millimeter wijder mij ontsluiten moest en splijtend werd doorboord door hem van binnenuit die mij desnoods voor lijk had laten liggen - als hij maar geboren worden konmaar die, eenmaal ontsluisd, de zwakste was van al, kletsnat en als een oude telefoon gehangen aan een draaierige draad verbonden met geen buik, zo was ook hij, mijn zoon, zijn ene korte leven lang.

Hij was de sluis waardoor een oceaan kwam aangezet, een eeuwig schuimend buitengaats dat door één lichaam en één dood geschut moest worden naar het laagste land.

Ik was er bij toen hij van u beviel. Wijd uiteen gespijkerd perste hij uw almacht uit zijn zucht, u binnenbuikse macht die eenmaal op de wereld, zich onbegrepen reddende, de zwakste werd van al,

mijn zoon, volbrenger van het allerbangste plan.'

Christus 'geschut naar het laagste land'. Is dat niet het Evangelie van Christus roerend onder woorden gebracht? Otten schrijft ergens in zijn dagboek: 'Dat poëzie religie kan zijn - en dat mijn geloof christelijk is, dat zijn mijn twee voornaamste gedachten sinds ongeveer zeven jaar. Hoe krijg ik ze bij elkaar? ' Wellicht zijn er lezers die zich ook getroost weten 'door de sluis waardoor een oceaan kwam aangezet'. De onzegbare werkelijkheid van Gods ontferming vindt soms alleen vertolking in poëzie.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's