De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Schrift: Adam en Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Schrift: Adam en Christus

BEGIN VAN DE NIEUWE MENSHEID

10 minuten leestijd

In de loop van het vorig artikel kwamen terloops de verbanden binnen de Schrift ter sprake. Daar vraag ik graag nog aandacht voor. In de eerste plaats denk ik dan aan de verbanden in het boek Genesis zelf. Kwam in het vorige artikel al de relatie tussen de eerste twee hoofdstukken aan de orde, en tussen het tweede en derde hoofdstuk, van even groot belang is de relatie tussen de eerste drie hoofdstukken en de volgende. De geschiedenissen van Adam en Eva gaan na de zondeval verder. De geboorte van hun zonen komt in hoofdstuk vier. Daarna komen de geslachten. Het eerste geslachtsregister in de Bijbel. Ondertussen zijn we in het bovenstaande twee belangrijke aspecten tegengekomen die van belang zijn voor ons onderwerp: 1. Adam uit Genesis 4 is dezelfde als uit de eerste drie hoofdstukken. Wie de eerste hoofdstukken als leermodel en niet als historie leest, komt voor de vraag te staan vanaf welk moment hij wel historische feiten ziet opduiken. Waar ligt dan de overgang van leermodel naar geschiedenis, van symbool naar werkelijkheid? Die grens is door ons toch niet te bepalen? Dat moeten we ook niet willen, want dat krijgt enorme individualistische trekken. Veel wezenlijker is dat de hele Schrift er geen aanleiding toe geeft om tot zo'n sprong te komen. Het Nieuwe Testament spreekt op dezelfde onbevangen manier over Adam (Romeinen 5) als over Henoch, Noach en Abraham (o.a. Hebreeën 11). De weg die het Nieuwe Testament hier gaat, is de weg die ons wordt gewezen.

2. In hoofdstuk 5 komt het eerste geslachtsregister voor. Het begint bij Gods schepping van Adam, vervolgens komt zijn geslacht. Dat wordt ons gemeld als een doorgaande lijn. In het Nieuwe Testament komen we dat ook tegen. Lukas geeft in z'n derde hoofdstuk ook zo'n geslachtsregister, en daarbij gaat het zelfs om het geslachtsregister van Jezus Christus. Ook dat geslachtsregister gaat terug tot Adam, 'de zoon van God'. Van kind op vader wordt een natuurlijke en doorgaande lijn getrokken. Zo loopt de lijn van de Zaligmaker terug op Adam. Daarmee leert Lukas ons dat Hij volkomen mens was. Uit het geslacht van Adam. En zo werkelijk, zo historisch als Jezus de Christus was, zo werkelijk en historisch was zijn voorgeslacht, en dus ook zijn eerste voorvader Adam. Zo zou de redding zich voltrekken. God schiep geen totaal nieuwe mensheid met een nieuw hoofd in plaats van Adam. Dan zou de huidige mensheid, de gevallen mensheid niet verlost en bevrijd worden. Er zou een andere mensheid zijn. En wij zouden aan onze verlorenheid ten onder gaan. We zouden in onze schuld verloren blijven. En dat zou een teken zijn dat God Zijn handen van onze mensheid zou hebben afgetrokken. Waarom nam God niet opnieuw leem, maar handelde zo dat de komst van de tweede Adam uit Maria geschiedde? Opdat het geen andere schepping zou worden, en niet een andere schepping gered zou worden, maar dat deze schepping, het geslacht van de mens, van Adam gered zou worden. In de geslachtsregisters komen we de historische relatie tussen Adam en Christus op het spoor.

Onbevangen, open en helder gaat de Heilige Schrift met deze lijnen om. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de een en de ander. Er worden geen vragen gesteld bij de geschiedenis, bij de voortgang van de geslachten. Er is sprake van een doorgaande lijn van geslacht tot geslacht. En zo lezen we ook de Schrift. Zo verstaan, we Gods openbaring. > ..

De brief aan Rome

We komen nog meer gegevens op het spoor die voor ons onderwerp van belang zijn. In Romeinen 5 : 12-21 maakt Paulus een vergelijking. Hij vergelijkt de eerste en de tweede Adam, Adam en Christus, met elkaar. Uit het feit dat Paulus over de eerste en tweede Adam spreekt, blijkt een nauwe relatie tussen Gods schepping én Gods heilshandelen. De geschiedenis van Zijn heil komt binnen in de geschiedenis, begonnen bij de schepping. En de eerste mens, Adam, met zijn geslacht, wordt betrokken bij de weg van Gods heil. Dat is genade, Gods soevereine, heilige genade en liefde. Hij schreef het geslacht van Adam, de door Hem geschapen mens, met zijn nakomelingen niet af. Hij kwam juist in dit geslacht. God werd mens in Zijn Zoon. Kind van Adam. Om Adams Zaligmaker en Heere te kunnen zijn. Om de door Hem geschapen, maar gevallen en gebroken mens, weer te behouden en te redden.

Zoals de Zoon des mensen voor Paulus een levende werkelijkheid is, zo is ook Adam voor hem een voluit historisch persoon geweest. Nee, dat betekent vervolgens niet dat Adam op dezelfde hoogte staat als Christus. Integendeel.

Paulus schrijft in de context van Romeinen 5 : 12-21 over Christus. Hij brengt de vruchten van Christus' werk ter sprake. Met name wijst hij in de eerste 11 verzen op de verzoening door Christus' sterven. En verzoening was nodig vanwege onze zonden (vs. 6-8). Hiér gaat het om de feitelijke ernst van de zonde, ontstaan in de val en ongehoorzaamheid van Adam. Maar het gaat veelmeer en vooral over de kracht van Christus' verzoenend sterven. Hij gaat ver boven Adam uit. De genade in Hem is krachtiger dan de zonde in Adam. Het leven in Hem is meer dan de dood in Adam.

In de Schrift, in deze prediking van Paulus, krijgt Adam wel een plaats. Maar, dat is te sober gezegd. Adam wordt geschilderd. Wat er met Adam is gebeurd, wordt nadrukkelijk benoemd en geleerd. Het komt ter sprake als een feit, een ernstig feit. 'Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood...'. Woorden om bij'te huiveren. Deze ene mens... die werkelijk éénmaal levende mens... Paulus laat Adam niet achterwege. Laat staan dat hij hem doet opgaan in de nevels van symbolen of iets van dien aard. Het gaat hem bij de eerste en bij de laatste Adam om historie, aanwijsbare geschiedenis. Want naast en tegenover Adam brengt Hij Christus ter sprake. Er is verband. De eerste Adam is de éne mens die de zonde in de wereld bracht. Als hoofd en stamvader bracht hij de zonde over heel zijn geslacht. Niet alleen de zonde maar ook de dood. Die is tot alle mensen doorgegaan. Adam nam in de geschiedenis een unieke positie in.

Heilshistorische lijnen

Anderzijds is Jezus de Christus de Éne. Heel nadrukkelijk spreekt Paulus over één mens, Jezus Christus. Ook Hij is volkomen uniek op het veld van de geschiedenis. Want in Hem is de genadé overvloedig, '...veel meer zullen degenen, die de overvloed van de genade en van de gave van de rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door die Éne, namelijk Jezus Christus', (vs. 17) Tegenover de éne misdaad staat de éne rechtvaardigheid (vs. 18). Waarbij Paulus zonneklaar maakt dat Christus boven Adam uitgaat. Dat Adam bij Hem niet in de schaduw kan staan. Daarom spreekt Paulus van de overvloed van de genade. Andere gedachten die dit hoofdstuk ons nog aanreikt, laat ik verder rusten.

Tegen de donkere achtergrond van de zonde en de dood licht de verlossing heerlijk op. Adam het hoofd van de mensheid - Christus het Hoofd van Zijn gemeente. We spreken over Hem en Zijn genade. Maar we kunnen over Hem niet werkelijk spreken als de donkere achtergrond van Adam zijn kwijtgeraakt, vergeten, 'versymboliseren'. Hier gaat het om bijbelse, heilshistorische lijnen die we nadrukkelijk vasthouden, ook in de huidige theologische discussies. Maar evenzeer in de prediking. Dat is een eis voor bijbelse, gereformeerde prediking in gehoorzaamheid aan het Woord. De verzoening door Christus hangt niet in de lucht, maar heeft als achtergrond de zondeval met al haar ernstige consequenties voor Adam en zijn gehele nageslacht. Christus als Hoofd van allen die geloven, heeft de macht van de zonde en de dood gebroken. We spreken over Adam én over Christus. We spreken over Christus én over Adam. We spreken met twee namen.

Korinthebrief

In het machtige hoofdstuk over de opstanding der doden én over Jezus' opstanding, 1 Korinthe 15, brengt Paulus opnieuw Adam ter sprake. En weer doet Hij door een relatie te leggen tussen Adam en Christus. Hij spreekt over 'de eerste mens Adam... geworden tot een levende ziel' en 'de laatste Adam... een levendmakende Geest'. Hij spreekt over 'de eerste mens' en over 'de tweede Mens', (vs. 45-47). Weer wordt hier de bijbelse relatie gelegd. En weer steekt de tweede Adam ver en heerlijk boven de eerste uit. In Christus is het Begin van de nieuwe mensheid. Hij is de Heere uit de hemel. Hij maakt levend. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk dus. De laatste is uit de hemel: onvergankelijk, heerlijk, krachtig. Maar zoals de tweede Adam overduidelijk in de geschiedenis was en is en Zijn opstanding een (heilis)feit is, zo was ook de eerste Adam geschiedenis. Er is een nauwe relatie. Er is een historische relatie. Maar, de 'laatste' Adam is ook de definitieve. We hoeven niet op nog 'een derde of vierde' te wachten. De eerste Adam was uniek en de laatste is ook volkomen uniek. In Hem is het werk volbracht. Wat in de schepping gebeurde, was een heenwijzing naar wat de Geest doet in de herschepping. In de laatste Adam maakt Hij Adamskinderen levend.

Volgorde

De 'eerste en de laatste Adam' daar horen we ook de volgorde in. Was de eerste niet zijn eigen weg gegaan, was de eerste Adam niet gevallen, de tweede Adam had niet hoeven komen. De volgorde van de staat der rechtheid, de zondeval en de verlossing door Christus' komst en door Zijn werk houden we vast. Met als uitloop 'het eschaton', de wederkomst, de volkomen zaligheid en bevrijding. Waar de eerste Adam samen met al de Zijnen zal staan rondom de troon van God en van het Lam.

We ronden af: Het is onmogelijk de tweede Adam tot Zijn Goddelijk recht te laten komen, als we de eerste hebben afgeschreven. Dan zijn we de bijbelse lijnen kwijt. Dan raken we zenuwen van de bijbelse leer en van de rechte verkondiging kwijt. Toch dreigt het gevaar steeds weer. Hoe komt dat? Zou niet één van de diepste problemen zijn dat we het kwaad van de zonde onvoldoende peilen? Dat we de gevolgen van onze ongehoorzaamheid niet voldoende door hebben en kennen? Om te weten van 'welk gewicht de zonde is', hebben we de Geest van God nodig. Gods Geest overtuigt van de kracht van de Schrift en legt ook de diepten van ons mensenhart bloot. 'Want door het kruis worden de werken afgebroken en Adam wordt gekruisigd'. (Luther) Zo leren we onze eigen Adam, onze oude mens wantrouwen en we gaan de Heere geheel op Zijn Woord vertrouwen. Waar de Schrift als Gods Woord geheel ernstig wordt genomen, gaat het gezag van de Schrift functioneren. Waar we - hoe dan ook - gaan tornen aan het Schriftgezag, daar wordt de Geest bedroefd. Het verstaan van Adam en Christus is ons tot een baken in zee.

G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Schrift: Adam en Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's