De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek van dertig jaren [3]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek van dertig jaren [3]

9 minuten leestijd

Roep om ruimte

Het vorige artikel sloot af met enkele vragen. Deze betroffen de opstelling van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de jaren zeventig van de vorige eeuw. De discussies van de voorgaande jaren waren er toen niet. Trouwens, de kroniek is over deze laatste periode toch opvallend beknopter. Aan de periode van 1951 tot 1969 zijn 400 pagina's gewijd, aan de periode van 1970 tot 1981 maar 100. Eerst wil ik echter nog even terugkomerLop de discussies van de jaren zeventig, discussies in de eigen kring van de Gereformeerde Bond.

Deze ontstonden door acties, die samengevat kunnen worden als een roep om meer 'ruimte'. Men wilde in de hervormd-gereformeerde richting blijven, maar bepaalde vormen, die soms tot verstarring leidden, relativeren. Nu kan niet ontkend worden dat een aantal leidinggevenden in de kring van de Gereformeerde Bond de beleidslijnen nogal strak trok. Er waren er die de kunst verstonden de pen soms vinnig te hanteren, zowel in het eigen orgaan de Waarheidsvriend, als in het Gereformeerd Weekblad. Het kon gebeuren dat iemand al wel erg snel verdacht werd van ontrouw aan het gereformeerde beginsel, ontrouw aan de belijdenis van de Kerk. Dat liet niet na gevolgen te hebben in de gemeenten. De kenmerken van het behoren tot de gereformeerde richting in de vaderlandse Kerk berustten op het zich houden aan bepaalde vormen. Daardoor was de nadruk op die 'vaststaande' vormen groot. Anderzijds was er vrees buiten de hervormd-gereformeerde beweging terecht te komen, wanneer men van deze 'gedragscode', deze vormen, af zou wijken. Bespreekbaar waren deze vormen eigenlijk niet. Maar in hoeverre weerspiegelden deze vormen de inhoud? Waren de vormen onveranderlijk? Waren zij strikt noodzakelijk om de inhoud te bewaren? Konden zij garanderen dat de inhoud bewaard bleef? Was bezinning op inhoud én vorm in een veranderende cultuur niet noodzakelijk? Waar bezwaarden vooral tegen op liepen, was de vormgeving van de eredienst, méér dan op wezenlijke verschillen in de leer. Het staan in de Kerk, het mede-verantwoordelijkheid dragen voor het geheel van de Kerk heeft hiermee wel direct te maken. Maar het ging vooral om meer ruimte in liturgisch opzicht en een open gesprek hierover.

Wanneer ik na 37 jaren het antwoord lees dat het hoofdbestuur de 35 bezwaarden gaf, heb ik de indruk dat beide partijen langs elkaar heen spraken, elkaar niet echt hebben begrepen, misschien elkaar niet kónden begrijpen. Het hoofdbestuur verstond hen niet, het was met andere dingen bezig dan waarnaar 'de 35' verlangden. Tot een breuk met de Gereformeerde Bond is het voor 'de 35' niet gekomen, al is een aantal van hen in de loop der jaren wel daarvan vervreemd geraakt. Het midden van jaren zestig - dat was de tijd van de studentenrevoluties, in Parijs, Nijmegen, Amsterdam (de bezetting van het Maagdenhuis!), de tijd van het verzet tegen het gevestigde gezag. Dat de kleine 'revoltes' tegen het hoofdbestuur met hun roep om meer vrijheid hierin pasten, zullen de actievoerenden niet hebben bedacht.

De jaren zeventig

Een kenmerk van deze periode was dat in eigen gelederen meer rust heerste. Maar dat geldt niet voor het kerkelijk gebeuren in deze periode. De kroniek geeft aan de jaren 1971 tot 1975 als titel mee: Roerige jaren. En dat waren ze. Het verschijnen van het 'Getuigenis' werd in het vorige artikel al gememoreerd evenals de benoeming van de omstreden, gedreven politiek-linkse dr. A. H. van den Heuvel tot secretarisgeneraal van de Hervormde Kerk. Vele gebeurtenissen passeren in de lijvige kroniek de revue: de oliecrisis, het weglaten van de bede in de Troonrede, de strijd rondom het legaliseren van abortus provocatus, het 'Eenparig Geloofsgetuigenis' dat in de Gereformeerde Kerken onverdeeld gunstig werd ontvangen, maar door de hervormde synode radicaal werd afgewezen, de oprichting van de Gereformeerde Sociale Academie 'De Vijverberg', de Wereldraad-assemblée en nog veel meer. We lezen ook over de Algemene Kerkvergadering, die in midden-orthodoxe kring met veel tamtam werd voorbereid en georganiseerd. Nu zou de kerk eens echt vernieuwd worden! De berg heeft een muis gebaard, een dode muis nog wel.

In deze en de volgende vijfjaren zijn veel bekende theologen, ook vele bekende predikanten uit de Gereformeerde Bond overleden. Onder hen waren veel 'mannen van statuur', zoals ds. W. L. Tukker hen wel noemde. Predikanten naar wie geluisterd werd, die veel gezag hadden. Aparte figuren ook, zoals ds. J. T. Doornenbal en dr. J. J. Buskes.

De laatst behandelde periode, die van 1976 tot 1981, heeft als titel meegekregen: In kalmer getij. In die jaren was ik in Zwolle predikant. Daar was het in de centrale gemeente bepaald geen kalm getij. De maatschappij-kritische theologie werd in de praktijk vertaald naar linkse, drammerige acties, die de gemeente verscheurden en de onderlinge verhoudingen, vooral in het ministerie van predikanten, bedierven.

Dit verschijnsel, dat zich bepaald niet alleen in de Overijsselse hoofdstad voordeed, komt in de kroniek onvoldoende naar voren, evenals de geweldige omslag in maatschappij en politiek (D66!) die de studentenopstanden van de jaren zestig teweeg hebben gebracht.

De 'grote mannen'

In de dertig jaren die de kroniek omvat, zien we hoe de 'grote mannen' die in de Kerk en aan de richtingen in de Kerk leiding gaven beginnen te verdwijnen. In de laatste twee decennia van de twintigste eeuw heeft dit verschijnsel zich voortgezet.

Immers de plaats van - om slechts weinig namen te noemen - invloedrijke theologen als dr. O. Noordmans, dr. A. A. van Ruler, dr. H. Kraemer, dr. K. H. E, Gravemeijer is na hun overlijden duurzaam vacant. Ditzelfde geldt voor de leiders van de Confessionele Vereniging als dr. Th. L. Haitjema, dr. G. C. van Niftrik, dr. G. P. van Itterzon. Het geldt voor de Gereformeerde Bond wanneer we denken aan ds. G. Boer, ds. L. Vroegindeweij, ds. W. L. Tukker. Maar er zouden veel meer namen te noemen zijn. Wat is daarvan de oorzaak? Zeker ook de omslag in onze Nederlandse en West- Europese cultuur. Onze tijd verdraagt maar moeilijk vormen van gezag. Nivellering maakt het bijna onmogelijk dat potentiële leiders zich profileren.

Positie van de Bond

Een Bond in de Kerk - dat heeft altijd vragen opgeroepen en dat blijft het doen. Velen buiten de Bond hebben het daar moeilijk mee. Velen begrijpen ook niet dat een bonder voluit hervormd, gewoon hervormd wil zijn. In niet weinig gevallen denkt men dat men 'gewoon hervormd' is wanneer men tot het kleurloze 'midden' behoort. Dat heeft inderdaad geen eigen organisatie nodig, omdat het gros van de meerdere vergaderingen en zeker de generale synode in haar meerderheid dit kleurloze 'midden' keurig vertegenwoordigt. Maar de Gereformeerde Bond moet er - en dat is de andere kant - wel voor oppassen geen 'kerkje

in de kerk' te willen zijn. Wanneer hij dat niet wil, hoe komt het dan dat hij bij talloos velen wel zo overkomt? Heeft hij het er soms toch naar gemaakt? Een voortgaande bezinning op hetgeen het betekent in dit tijdsgewricht hervormd-gereformeerd te zijn, is dringend nodig. De ambtsdragersvergaderingen die voorbereid zijn over het thema 'Om een gereformeerde kerk', kunnen daartoe een bijdrage leveren.

De positie van het hoofdbestuur heeft daarbij iets dubbels. In de tijd van mijn lidmaatschap daarvan zat ik daar wel eens mee. Enerzijds is het het bestuur van een organisatie met leden, anderzijds wordt het hoofdbestuur gezien als de vertegenwoordiging van heel het 'gereformeerde volk' in de Hervormde Kerk. En dit 'volk' is een veelvoud van hen die van de organisatie lid zijn. Hoe verhouden zich: leidinggeven aan de organisatie én het

vertegenwoordigen van en opkomen voor de gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk, die maar voor een klein deel lid van die organisatie zijn? Wanneer de PKN ontstaat, zal een geheel nieuwe en grondige bezinningop plaats en doel van de bond in die totaal veranderde setting onvermijdelijk zijn.

Ten slotte

Ik hoop dat dit vervolgdeel van Delen of helen veel aandachtige lezers krijgt. Het is een boek waaraan de samensteller, dr. ir. J. van der Graaf, ontzaglijk veel werk heeft gehad. Het resultaat mag er zijn, het is boeiende lectuur. De anekdotes waarmee deze kroniek is gelardeerd, maken dat de vele honderden feiten en citaten prettig worden afgewisseld met berichten waarom je moet glimlachen. Een aantal drukfouten heb ik wel gesignaleerd. Ik zal ze hier niet opsommen, behalve deze ene dat de barones H. O. R. van Tuyll van Serooskerken van blz. 8 dezelfde is als de baron van die naam op blz. 288 en in het register. Daaraan ligt niets anders ten grondslag dan dat de barones van blz. 8 een baron was en ten onrechte als barones wordt opgevoerd. Van het register gesproken: dat is niet met die accuratesse samengesteld als een register verdient: te vaak ontbreken voorletters, Ten Bookel-Huinink moet Ten Bokkel Huinink zijn, dr. J. H. A. Edelkoort behoort zijn eerste voorletter in te leveren en de twee overgebleven voorletters om te keren, de naam Du Marchie van Voorthuyzen moet Du Marchie van Voorthuysen zijn en zo nog een aantal.

Veel ouderen zullen graag deze kroniek ter hand nemen om nog eens op te halen wat zich in deze jaren in de Kerk, in kerkelijk Nederland en in de bond heeft voorgedaan. Maar laten niet alleen zij het zijn. Ook zij die de behandelde periode niet bewust hebben meegemaakt, kunnen heel veel uit deze kroniek leren.

In een essay 'Ohne Geschichte leben? ' (uit 1974) behandelt de Duitse historicus Golo Mann de vraag waarvoor wij eigenlijk aan geschiedenis moeten doen, geschiedenis moeten leren. Hij zegt: dat is nodig opdat wij weten waar wij vandaan komen en waar wij staan. Daarom is het heel nodig voor ons, ouderen én jongeren, dat wij; onze kerkelijke afkomst kennen en weten waar en waarvoor wij staan. Er staat geschreven en er is geschied.

L. J. GELUK, ROTTERDAM

N.a.v. Dr. ir. J. van der Graaf Delen of helen? Kroniek van hervormd kerkelijk leven in en met de Gereformeerde Bond, 1951-1981. Uitg. Kok, Kampen; 536 blz. € 39> 9°-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kroniek van dertig jaren [3]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's