Ds. K. Klopstra e.a. Vragen naar de weg. Drukkerij Bout, Barneveld; 50 blz.; € 1,-.
Onder de titel Vragen naar de weg geeft de Nunspeetse emeritus ds. J. H. Velema al vele jaren antwoord op een keur aan geestelijke en ethische vragen van zijn luisteraars. Onder deze titel verscheen nu een brochure van vijf predikanten uit de classis Gorinchem, die dit geschrift bedoelen als eeri verantwoording in vraag en antwoord van het niet mee kunnen naar de PKN: ds. K. Klopstra uit Nieuwland, ds. A. Kot uit Schoonrewoerd, ds. B. M. Meuleman uit Hei- en Boeicop, ds. J. H. C. Olie uit Spijk en ds. H. Zweistra uit Leerbroek.
In de inleiding geven de predikanten aan niet te willen polariseren en het onderlinge gesprek te dienen. Bij deze sympathieke insteek sluiten we ons in deze bespreking van de brochure graag aan. Het is een historisch verschijnsel dat een scheuring in de kerk nogal eens voorafgegaan wordt door de verschijning van allerlei vlugschriften van voor- en tegenstanders.
De vijf predikanten kiezen voor de vraagen antwoordvorm om voorlichting inzake Samen op Weg te geven. Dat geeft duidelijkheid aan gemeenteleden die de problematiek te boven gaat - en wie zal geen begrip voor deze mensen hebben? Maar de antwoorden gaan mij veelal veel te kort door de kerkelijke bocht. Een vraag als: 'Brengt het niet meegaan in de PKN geen onverantwoorde gevolgen met zich mee, zoals scheuren en breuken? ' wordt als volgt beantwoord: 'Nee. Niet meegaan kan ons doen huiveren voor de gevolgen. Maar een principiële stellingname kan niet afhankelijk zijn van de consequenties. We hebben de Koning der kerk te gehoorzamen ongeacht de gevolgen. Daarom ook mogen wij niet letten op wat de meerderheid doet. We mogen niet uit angst voor scheuring Gods Woord ongehoorzaam zijn.' Dat woord 'nee' doet mij huiveren. Een scheuring is ondanks onze fundamentele bezwaren tegen de weg die de kerk gaat, wél onverantwoord, waar de kerk in haar grondslag de drie-enige God belijdt in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de verkondiging en dienst. Waar de kerk in haar ordinanties en kerkelijke praktijk hier tegenin gaat, plaatst ze zichzelf immers onder censuur. Ook als bij de synode de eerste oorzaak van de kerkelijke verwarring ligt, blijven kerkenraden verantwoordelijkheid dragen voor de schapen die ronddwalen zonder herder - of gaan we met de zgn. gehoorzame schapen verder?
Ik deel - en weet me daarin de vertolker van wat er leeft in het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond - de mening dat de voorliggende kerkorde als onaanvaardbaar afgewezen moet worden - veel sterker nog dan ons voorgeslacht de kerkorde van 1951 afwees. Ik deel de mening van de vijf predikanten dat Samen op Weg niet goed is voor de kerk in ons land en dat we ook gedurende het laatste deel van het kerkordelijk traject ons bezwaar moet blijven verwoorden. Onze tegenstem zal blijven klinken, ook na de Verklaring van het moderamen, die in de noodsituatie wel een uitweg biedt voor de gemeenten.
Maar ik deel beslist niet de wijze waarop deze predikanten de gemeenten voorlichten. Zo mag het niet, na 12 december niet, maar nu al geheel niet. Want een hervormde kerkenraad heeft niet het kerkordelijk recht om te doen of de besluiten van de synode haar niet aangaan, zoals de auteurs stellen. En we kunnen toch geen appèl doen op de onverdiende goedheid van God en gelijk nu al spreken over noodclasses en een noodsynode, zoals de auteurs aangeven. En we zijn niet alleen door God als ambtsdrager geroepen maar ook door de kerk zelf. En we mogen niet doen alsof de werkelijke binding aan de belijdenis er in de Hervormde Kerk wel was en alsof - bijvoorbeeld - de Dordtse Leerregels in 1966 in een synodaal geschrift niet gekritiseerd zijn.
Het meest ingrijpend ervoer ik de zinsnede: 'Een beroep doen op Gods verbondstrouw in de PKN is daarom ijdel en zal alleen maar tegen ons getuigen. Het roept juist Gods verbondswraak op.' Dit zijn grote woorden.
Mogen die geschreven worden wanneer het gereformeerd belijden - hoewel meer geschonden dan onder de huidige hervormde kerkorde - geheel wettig meegaan? Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond wil zich wel beroepen op het verbond, maar dit beroep op Gods verbondstrouw nergens uitspelen tegenover trouw aan de belijdenis.
Dat wil ondertussen niet zeggen dat we vóór de verbondswraak niet vrezen. Ze zou verdiend zijn. Maar tegelijk mogen we meer zeggen: God wil ook genadig zijn door de diepte van oordeel en gericht heen. Daarin hopen we op Hem en mogen we anderen aansporen die weg ook te gaan. Juist in de gebrokenheid ligt hier ons houvast. In deze brochure mis ik pijnlijk de grote lijnen van het spreken van de Schrift over de kerk, ook over de gebrokenheid van de nieuwtestamentische gemeente, waarover de apostel kon toornen, haar terugroepend tot Christus en Zijn geboden.
Moesten we in de Waarheidsvriend maar net doen of deze brochure niet verschenen is, nu blijkt dat het beleid van de synode de gereformeerde belijders in de kerk het pijnlijkst treft? Nee, dat zou voor de redactie wel het gemakkelijkste zijn, maar dat kan niet, want daarvoor wordt er te veel in beweerd wat in strijd is met de kerkelijke positie die hervormd-gereformeerden vanouds ingenomen hebben. Ik hoop echter wel dat alle leden van ons hervormde moderamen haar lezen, opdat zij weten wat er leeft in sommige gemeenten.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's