Geestelijke herkenning voorop
Ds. J. P. NAP EN DS. M. J. KATER OVER KERKELIJK SAMENWERKEN
Als gevolg van door de christelijke gereformeerde synode in 2001 genomen besluiten, richtten het deputaatschap Eenheid van gereformeerde belijders van de Christelijke Gereformeerde Kerken en het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zich vorig jaar februari tot de plaatselijke kerken en gemeenten. Hun brief bevatte een oproep om te komen tot plaatselijk samenspreken met het oog op nauwer kerkelijk samenleven. Wat is er ter plaatse met deze briefgedaan? De redactie van de Waarheidsvriend ging op onderzoek in Zeist en sprak met de christelijke gereformeerde ds. M.J. Kater en de hervormde ds. J. P. Nap. Het verslag van dit onderzoek treffen we vandaag niet alleen in ons blad aan, maar wordt tevens afgedrukt in de Wekker. En waar een redacteur van de Wekker binnenkort elders op onderzoek gaat, zullen de bevindingen in de Waarheidsvriend te lezen zijn.
Het kost ds. Kater weinig moeite om de Pniël-gemeente in één zin te typeren. 'Ze is voor mij een echte bondsgemeente, waarin de prediking niet alleen naar Schrift en belijdenis plaatsheeft, maar waar ook aandacht is voor het bevindelijke element'.
Ds. Nap: 'Ik zou over de christelijke gereformeerde kerk bijna hetzelfde zeggen. Ik ben een paar keer bij ds. Kater naar de kerk geweest, wat veel herkenning gaf in de verkondiging. Het is in de goede zin van het woord een traditionele gemeente, waarin mensen rondom het Woord bijeenkomen.
Onze gemeente kent wel een bredere rand, ook nog na de herschikking van de wijken die anderhalfjaar geleden in Zeist plaatshad. Er zijn mensen die weinig besef hebben van wat de Gereformeerde Bond is en toch met onze wijk meeleven. De identiteit is voor hen niet beslissend, maar ze komen trouw, wellicht omdat ze dicht bij de Oude kerk wonen. Daarnaast is er een bredere rand, waarmee we via het huisbezoek wel in contact willen komen. Er zijn bij ons altijd ook vreemde mensen in de kerk, soms studenten of mensen die per ongeluk langs de Oude kerk komen, soms zelfs een fietstocht onderbreken'.
Ds. Kater: 'Sinds een jaar of vijf ontfermen wij ons meer over de rand van de gemeente. Als na herhaalde bezoeken echter geen enkele verbetering optreedt, schrijven wij die leden een brief, waarin we aangeven dat zij zichzelf, zij het wat ons betreft met pijn in het hart en na herhaalde pogingen tot pastoraal contact, uitschrijven. Die roeping hebben we ook, al betekent dit een uiterst moeilijke afweging. Maar we zijn gehouden de kerkelijke tucht uit te oefenen. Zolang er een vorm van contact mogelijk is, zijn we zuinig op zo'n lijntje.'
Johannes17
In kerkelijk overleg ouer eenheid wordt steevast een beroep gedaan op Johannes 17: Opdat zij allen een zijn? Wat roept dit hoofdstuk bij u nog op?
Ds. Nap: 'Het is een gebed van de Heere Jezus; alleen daarom is het moeilijk er een motto en daarmee er een programma voor kerkelijk overleg van te maken. We mogen dat gebed wel overnemen, wetende dat dat gebed in het kader van Zijn hogepriesterlijke voorbede nog steeds gebeden wordt, maar wij mogen die eenheid op grond van dit hoofdstuk niet organiseren. De eenheid is een geschenk van Hem en tegelijk blijft het een roeping voor ons. Als ik met ds. Kater spreek, ervaar ik geen verschil inzake de waarheid. Dat ligt anders als ik met sommige hervormden de eenheid in het lezen van de Bijbel niet beleef.'
Ds. Kater: 'Ik vind dat soms te snel gezegd wordt dat de woorden uit Johannes 17 een gebod zijn. Zo wordt het veel te gemakkelijk geclaimd voor allerlei samensprekingen. Ik weet heus dat al die kerkmuren ons te weinig aanklagen, dat soms de verscheidenheid binnen het eigen kerkverband je beschuldigen moet. De momenten waarop dat pijn doet, zijn niet altijd even sterk. Maar meer dan een gebod voor ons noem ik Johannes 17 evenals ds. Nap een gebed van de Heere Jezus. En als eenheid Zijn verlangen is, mag het ook ons verlangen zijn. Je mag er aan doen watje kunt. Maar als je op wezenlijke punten verschillend denkt en je gaat door, ben je dan zelf dit gebed niet aan het vervullen? Daarvoor ben ik vuurbang. Zoals de Heere in ons leven Zijn beloften vervult door strijd en onmogelijkheid heen, geldt dat ook in het leven van de kerk. Ik voel me soms gedwongen verkering te krijgen met iemand van wie ik geheel niet houd'.
Wat hebben uw kerkenraden gedaan met de gezamenlijke brief van deputaten en hoofdbestuur?
Ds. Kater: 'De kerkenraad ervoer niet dat we hierop allang zaten te wachten. Tegelijk doen onze gemeenten al wel dingen samen, zoals een cursus geestelijke vorming. De kerkenraad vond het ook erg snel gaan dat aan het einde van de brief gesproken wordt over kanselruil en het ontvangen van eikaars ongecensureerde leden aan het avondmaal. Ds. Nap pleitte er, op onze laatste vergadering, voor niet te veel te praten over het veranderen van structuren. Onze insteek is daarom dat we zo min mogelijk vreemden van elkaar zijn en zoveel mogelijk met elkaar spreken. De stap naar kanselruil en avondmaal is voor ons niet de enige manier om wat samen te doen'. Ds. Nap: 'Ook wij wilden niet te hoog inzetten. De vraag is wel: Hoe zou het komen dat we kanselruil en gezamenlijk avondmaal niet als ideaal zien? Ik denk omdat er bij ons rond het avondmaal een zekere huiver en schuchterheid is, zodat je daarbij niet direct behoefte aan een andere gemeente hebt. In dingen die wat ontspannener zijn, doe je makkelijker wat samen. We hebben een paar keer een kerkenraadssamenspreking gehad en één keer een moderamenvergadering, maar de gemeenteleden zijn er nog niet zo bij betrokken geweest, behalve dat we samen die cursus geestelijke vórming doen. Op een gezamenlijke bijbelkring kunnen gemeenteleden elkaar meer ontmoeten. Daar zou ik voor zijn.'
Worsteling
Wat zijn agendapunten bij ontmoetingen?
Ds. Kater: 'Tijdens de eerste ontmoeting spraken we kort over de brief, maar vooral hebben we toen nagedacht over het thema 'verachtering in de genade'. Later hebben we gesproken over de verhouding van landelijke kerk tot plaatselijke gemeente. Dit najaar hebben we weer een geestelijk onderwerp, als we naar aanleiding van de oratie van dr. Verboom spreken over de drieslag ellende, verlossing, dankbaarheid. We lopen ook niet zo hard, omdat we weten dat de hervormde broeders door Samen op Weg toch al in een moeilijk parket zitten. Dan moetje niet van alles losmaken'.
Ds. Nap: 'Ik herinner me wel datje tijdens de laatste vergadering zei dat onze geestelijke verbondenheid geen schade hoeft te lijden door de plaats die onze Pniëlwijk in zal nemen'. Ds. Kater: 'Qua verbondenheid niet, maar kerkelijk maakt het toch wel uit of jullie gemeente in die heel grote PKN staat of...'
nu al tot die heel grote Hervormde Kerk behoort?
'Ja, maar dan zitje ook nog met die grondslag. Ik zou het dwaas vinden om te zeggen dat als iemand een andere kerkelijke keus maakt, de geestelijke verbondenheid schade lijdt. Dat hoop ik voor jullie als bonders onderling evenzeer. Die worsteling raakt ook mij. Als ik met mijn afgescheiden visie de standpunten van het Comité lees, vind ik die helder. Maar als ik lees dat anderen zich meegenomen weten en beleven dat ze om Gods wil - ja, zo zeg ik dat toch- niet weg kunnen, durf ik daar als buitenstaander ook nauwelijks iets van te zeggen'.
Vindt u het een goede insteek uan de brief dat aanbevolen is het gesprek bij de kern te beginnen: de inhoud uan de evangeliebediening, het werk van de drie-enige God?
Ds. Nap: 'Ja, daarom wilden wij samen over geestelijke onderwerpen spreken. Ik vond het uniek dat onze beide kerkenraden eerst over een geestelijk thema spraken, terwijl de briefin de moderamina aan de orde was. De brief was een stimulans elkaar meer op te zoeken, mede omdat er informeel al contact was. Christelijke gereformeerde kinderen zitten bij voorbeeld op onze jeugdclub tot twaalf jaar, omdat zij die niet hebben'.
Ds. Kater: 'De brief was net even een extra zetje. Wij hebben ook bewilligd in het verzoek van onze deputaten om met de vrijgemaakten te gaan praten. Dat deden we om aan die opdracht voldaan te hebben. De brief over het contact met hervormd-gereformeerden lag anders, omdat je elkaar geestelijk herkent. Als de wijkgemeente van ds. Nap er niet was, zou het voor ons moeilijker zijn aan de brief gehoor te geven, omdat de Bethel-wijk in Zeist naar mijn mening te veel een evangelische inslag heeft'.
Heb je dan juist niet de roeping elkaar te bevragen en te leren?
'Om die reden blijven we doorpraten met de vrijgemaakten, al doen we dat niet heel intensief. Een of twee keer per jaar spreken we samen'.
Ds. Nap: 'Het is niet zo dat we elkaar aanspreken op het beleid. Daartoe leeft ook niet zo'n behoefte. We zoeken naar een goede vorm van overleg. Je weet dat er een geestelijke eenheid is, terwijl we niet te vanzelfsprekend moeten vinden dat we in alles één zijn. Dat moet je in gezamenlijk bijbelonderzoek ervaren. Daarom zou ik gemeenteleden er in de toekomst meer bij willen betrekken.'
In hoeverre speelt de secularisatie voor u een rol, in het zoeken van elkaar?
Ds. Nap: 'In Zeist zijn de aantallen leden wel teruggelopen. In de hervormde gemeente zakken we in predikantsplaatsen, is er één wijkgemeente minder dan vier jaar geleden. De mensen kiezen nu duidelijker voor een wijk, maar dit alles speelde niet mee in de contacten met de christelijke gereformeerden'.
Ds. Kater: 'De woningsituatie, het vertrek van velen naar Houten, maakt dat alle gemeenten het moeilijk hebben. De secularisatie betekent voor onze kerk het verlies van zo'n vijftien zielen in de jaren dat ik hier sta. Voor mij speelde dit argument echter niet mee'.
Samen de alplta-cursus?
Ds. Nap: 'Daar zouden we over kunnen nadenken. Wij geven nu voor de tweede keer de Oriëntatiecursus christelijk geloof, waarbij deelnemers via advertenties in de kranten naar ons komen'.
Voorbede
Ziet u nauwer kerkelijk samenwerken meer zitten dan samenleven?
Ds. Kater: 'Op onze synode is er mijns inziens wel snel gesproken over samenleven, een kerkordelijke term die ook kanselruil inhoudt. Zou dat echter juist geen verwarring scheppen? En wat heb je daarmee gewonnen?
Jullie zingen ritmisch, wij niet. Nu zullen mijn gemeenteleden daarvan niet ondersteboven zijn, maar het geeft weer gespreksstof. Misschien is het te pragmatisch en theologisch niet helemaal verantwoord als ik stel dat we beter zo goed mogelijk kunnen samenwerken en de kerkmuren maar zo dun mogelijk laten zijn dan verder te willen gaan. Dit zeg ik evenzeer, als ik naar de samensprekingen in onze eigen kerken kijk. Tegelijk weet ik ook dat de onzichtbare kerk aan de zichtbare kerk verbonden is.'
Ds. Nap: 'Stel datje samen een kerkdienst hebt, wat heb je daarmee bereikt? Is dat echt het hoogste doel? De organisatorische gescheidenheid op landelijk niveau is er dan toch ook nog? '
Ds. Kater: 'Ik weet heel goed dat rond de avondmaalstafel het wezen van Gods kerk openbaar komt, maar voor mijn beleving is het geen extra als Jan en ik aan dezelfde avondmaalstafel zitten. Wordt de verbondenheid dan hartelijker? '
Doet u voor elkaar voorbede in de dienst? Ds. Nap: 'Ik heb het gedaan toen je met het beroep naar Canada in je maag zat'.
Ds. Kater: 'Ik noem je naam nooit, maar bid wel voor de verkondiging van het Evangelie in de andere plaatselijke kerken. Met een zekere regelmaat noem ik ook de zorgen in de vaderlandse kerk'.
Wat adviseert u als vervolg op de brief deputaatschap en hoofdbestuur?
Ds. Nap: 'Blijf de ontmoetingen ter
plaatse stimuleren. En kijk waar bepaalde vormen van samenwerking zijn, waarvan wij kunnen leren. Dat betekent niet alleen een appèl op ons, maar geeft ook een informatieve functie, een handleiding voor onze contacten'.
Ds. Kater: 'Ik ben het daarmee eens. In een gesprek in de Wekker met prof. Maris werd pas gesuggereerd dat artikel 6, dat handelt over kerkelijk samenleven, aangepast moet worden. Nu, ik weet niet of dat wel zo snel moet. Bij ons beiden heeft kerkelijk samenleven niet de hoogste prioriteit. Geef deze ontwikkelingen ook de tijd. Tegelijk pleit ik ervoor dat we elkaar niet alleen ontmoeten in verschillende schoolbesturen en bij Eleos'.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's