Globaal bekeken
Is Poerim een soort carnaval? Dr. G. H.
Cohen Stuart vertelt erover in zijn boek
Joodse feesten en vasten (uitgave Ten Have, Baarn) Poerim is anders dan de andere feesten in Israël. Poerim lijkt carnaual, een grote verkleedpartij met dolle pret voor iedereen, kinderen en volwassenen. Het koekje uan de dag zijn hamansoren, een soort zandgebak gevuld met pruimen of dadels en bedekt met maanzaadjes. Wie van Poerim alleen de buitenkant ziet, vraagt zich verbijsterd af, wat er met de rabbijnen aan de band was, die zeiden dat in de toekomende wereld (Het hiernamaals) alle Joodse
feesten worden afgeschaft op Poerim na. Poerim u/ordt als enige feest eeuwig gevierd. Het feest blijft een raadsel totdat alle carnavalsmaskers gevallen zijn en de echte boosdoeners aan het licht zijn gekomen. Poerim wordt precies vier weken uoor Pesach, op 14 Adar, gevierd. In enkele steden, zoals Jeruzalem, wordt het feest gevoerd op 15 Adar. Soms is het dan nog eind februari. Behalve storm en regen, kan op Poerim ook een pak sneeuw vallen. Dan lopen de als koningin Esther verklede meisjes te bibberen in hun koninklijke gewaden. Het is voorschrift dat in synagogale diensten behalve de Torah ook het boek Esther wordt voorgelezen uit een met de hand geschreven rol (megil- Ia). De lezing uit de profeten en de lezing van de andere feestrollen mag ook uit een gedrukt boek. Van al die rollen is de Estherrol, de Megillat Esther, de rol bij uitstek. Een Jood die het heeft over de rol, de Megilla, bedoelt Esther. Voor buitenstaanders is het bijwonen van het lezen van de Estherrol in de synagoge een vervreemdende ervaring. Sommige mensen dragen 'carnavals'kleding. Soms hebben zelfs de voorlezer en voorzanger een carnavalsachtig pak aan. De rol moet worden gelaind, gelezen op een oude melodie. We waren een keer in een synagoge waar de voorlezer voor hij aan de Megilla begon eerst het Horst Wessellied neuriede. Voor hem betekende het lezen van de Megilla ook de bizarre herinnering aan het Nazi-Duitsland. Daarna pas begon hij de Estherrol te lezen. Het lezen blijft rustig, totdat de voorlezer bij Esther 3 : 1 komt. Dan breekt de hel los. Het is de eerste keer dat de naam Haman voorkomt in de tekst. De voorlezer moet die naam lezen, want hij staat in de tekst. Maar mag niet gehoord worden en niemand wil hem horen. Dus het is de gewoonte om met stampvoeten en met slaan op de banken en met houten rakels de naam van Haman onhoorbaar te maken (...).
In 1919 wasJacob Israël de Haan als immigrant naar Jeruzalem vertokken. Wij werkte daar als correspondent van het Algemeen Handelsblad. Orthodox als hij was, was hij geschokt ouer het gedrag in de synagoge op Poerim.
Wanneer bij het lezen van de rol van Esther de naam van den Hater, Haman wordt genoemd, dan maken de kinderen een groot lawaai. Zij . klappen in hun handen, stampen met de voeten. Wij zouden fluiten... Maar in Holland inderdaad, daar zou het niet gaan. Trouwens, hier wordt het ook al minder.
Meer bij zijn kennelijk wat bezadigde stijl paste een Nederlands meisjesweeshuis.
Wat Haman betreft, de regel van het Huis is deze, er mag niet in de handen u/orden geklapt, alleen gestampt met de tenen van de voeten- Maar alleen wanneer wordt gezegd: 'Haman, de zoon van Hammedatha'.
Wie mocht denken dat pas in onze tijd wordt nagedacht of gespeculeerd over de uitleg van Genesis 1 in verhouding tot ontdekkingen in de natuurwetenschappen, vergist zich. Luther hield er zich mee bezig, ook Wilhelmus a Brakel. Dezer dagen kreeg ik nog eens onder ogen een artikel van dr. C. de Pater uit 1986, getiteld 'Worstelende wetenschap' ('Aspecten van wetenschapsbeoefening in Zeeland van de zestiende tot in de negentiende eeuw'). Daarin beschrijft hij hoe de 'gematigd orthodoxe' predikant van Middelburg, Hermanus Johannes Krom (1738-1804) ingaat (ook speculatief) op het feit dat in Genesis 1 wordt beschreven hoe eerst het licht werd geschapen en pas daarna de lichtdragers kwamen.
De orthodoxe theoloog handhaaft de historiciteit van Genesis 1, maar dan exegetisch zo dat het verhaal maximaal inpasbaar is in eigentijdse kosmologieën. Hij wordt niet moe telkens weer op te merken hoe goed het 'verhaal van Moses' of'de wysgeerte van Moses', zoals een geliefkoosde terminologie luidt, de toets der rede kan doorstaan, mits men maar de goede exegetische sleutel hanteert. Deze uitleg blijft wel binnen de grenzen van de orthodoxie, maar wijkt toch op punten af van de klassiek-gereformeerde benadering in de zeventiende eeuw, toen de inzichten uan Voetius sterk domineerden .(...).
De wereld was volgens Krom bij de schepping door God op de eerste dag meteen compleet, inclusief alle hemellichamen. De aarde was echter nog totaal ongeschikt voor bewoning. Mogelijk hadden de hemellichamen nog geen lichtgevend vermogen en hebben ze dit op de vierde dag gekregen. Maar het meest voelt Krom voor de uitleg, dat de hemellichamen van meet af aan licht gaven, maar dat dit voor ons zichtbaar werd op de vierde dag. Het licht op de eerste dag is dan licht dat door de dichte dampkring wordt doorgelaten en pas op de vierde dag in zijn volle helderheid doorbreekt. Het voordeel hiervan is volgens hem dat er dan geen twee soorten licht behoeven te worden aangenomen.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's