Geest en cultuur
DR. C. G. GELUK ZOEKT NAAR GEREFORMEERDE EN EIGENTIJDSE VISIE
Onder die titel schreef ds. C. G. Geluk (Huizen) een proefschrift waarop hij woensdag 18 juni jl. aan de Vrije Universiteit Amsterdam promoveerde tot doctor in de theologie. Zijn promotor was prof. dr. A. van de Beek. Wie deze graad verkrijgt vanuit de pastorie, dus te midden van een volledige weektaak, verdient een extra gelukwens, nog afgezien van de inhoud van het geleverde werkstuk. Graag wil ik ook vanaf deze plaats onze collega en zijn vrouw die gelukwensen doen toekomen. Ze zijn meer dan verdiend, ook gelet op de inhoud van de dissertatie.
In zijn Woord Vooraf geeft de promovendus het zelf aan: het heeft hem veel creativiteit en doorzettingsvermogen gekost. De vraagstelling van waaruit hij zijn studie heeft verricht, is de vraag: welke ruimte biedt de gereformeerde theologie aan een eigentijds omgaan met de cultuur? Ook heeft hij een correctie willen bieden aan het beeld dat volkomen ten onrechte aan Calvijn is verbonden: een dorre man die geen enkel oog zou hebben gehad voor de wereld om hem heen. Dat verklaart ook de ondertitel van het proefschrift: 'Een theologisch onderzoek naar creativiteit in het licht van de visie van Calvijn op cultuur.' Dit proefschrift is de wetenschappelijke bewerking van zijn in 2000 verschenen boek 'Cultuur in beweging. Een zoektocht naar creativiteit in het spoor van Calvijn'.
Overdracht van de Traditie
Wie eerdere publicaties van dr. Geluk kent en gelezen heeft, kan weten dat het thema van zijn proefschrift zich al ïerder aandiende. Ik denk aan zijn zorg voor de overdracht van de Traditie aan de jongere generatie, in de tijd dat hij predikant-directeur was van de HGJB. Zijn inschatting was dat deze Dverdracht dreigde te stokken, omdat liet begrip traditie veel te statisch werd ingevuld en velen het onder ons maar il te zeer aan geestelijke moed ontbrak om van tijd tot tijd onze tradities te herijken en te toetsen aan de voortgang van de Traditie. In zijn 'Traditie ils beweging. Jongeren en het oorspronkelijk geloof' (1996) publiceerde hij resultaten van een eigen onderzoek onder jongeren waarin de vraag centraal stond hoe het er onder ons voor stond onder ons met het doorgeven van de inhoud van de gereformeerde belijdenis. De conclusies waren niet bijster moedgevend. In zijn volgende studie zocht hij naar de oorzaak van deze optredende vertraging in het doorgeven van de 'heilige traditie'.
Zouden Calvijn en zijn gedachten daar misschien de oorzaak van kunnen zijn: Een zoektocht naar creativiteit in het spoor van Calvijn (2000). Wel, nu ligt van al dat vragen en zoeken een wetenschappelijk verantwoord werkstuk voor ons waarvan de resultaten toch minstens onze welwillende overweging verdienen. Ik zeg dat met nadruk erbij, omdat ik het idee heb dat wat dr. Geluk in zijn publicaties aan de orde heeft willen stellen, veel te weinig ernstig is genomen. Hoe dat komt? Te bedreigend voor de vastgeraakte patronen waarbinnen ons gemeentelijk leven zich pleegt af te spelen? Verlegenheid, gemakzucht, onderschatting van de problemen waar onze (postmoderne cultuur ons voor stelt? Er wordt soms gereageerd met de verbaasde bewering: waar heb je het eigenlijk over met je kritische vragen bij de manier waarop wij gemeente willen zijn?
In beweging
In zijn proefschrift merkt dr. Geluk ergens op: wij willen niet onder ogen zien dat een cultuur waarbinnen wij leven altijd in beweging is. Hij wijst dan naar de kunst die een voortdurende wisseling van stijlen kent. Talen die niet veranderen, noemen we niet zonder reden 'dode talen'. 'De vormen van het verleden zijn niet noodzakelijker wijs de vormen van vandaag en morgen'. Wie stil valt, blijft in het verleden steken. Als predikanten niet ook voortdurend blijven theologiseren en studeren, dan vallen ze stil en raken ze snel uitgepraat en uitgepreekt. Zij gaan herhalen wat ze al zo vaak hebben gezegd of wat anderen hebben gezegd. Je raakt blijvend ingekapseld in theologische kaders van voorheen en dat veroorzaakt de veelbesproken kloof, aldus dr. Geluk.
Met het woord 'beweging' haakt hij dan in op wat hij bij Calvijn heeft aangetroffen: een volstrekte openheid naar het Woord en een zich volledig openstellen voor het werk en de leiding van de Heilige Geest. En dat geheel bevrijd van menselijke overwegingen of gebruiken. Wat Geluk met de uitdrukking 'beweging' bedoelt, heeft niets te maken met een modieus bij de tijd willen blijven of met een hijgend naar adem achter ontwikkelingen in de eigen tijd aanrennen om toch maar vooral niet achterop te raken. Maar het heeft alles te maken met een principiële grondovertuiging: de Schrift alleen, maar dan wel de hele Schrift, moet blijvend aan het woord komen, telkens opnieuw, in elke tijd en onder de steeds in beweging zijnde omstandigheden die elke cultuur oproept. Dat alles gepaard met de bereidheid om je louter alleen door de Geest van de Schriften te willen laten leiden. Welnu, die geestelijke vrijheid van een christenmens voluit te laten gelden en in alle soms kwetsbare openheid middenin de tijd te staan om zo het Evangelie te brengen aan mensen van nu, dat heeft Geluk bij Calvijn gevonden.
Calvijn
Dat hij voor zijn onderzoek voor Calvijn heeft gekozen, motiveert hij met de constatering dat hij toch vooral aan het begin van de gereformeerde traditie staat. Calvijns theologie heeft genoemde traditie beslissend gestempeld. Geluk stelt de vraag aan de orde: is men in die gereformeerde traditie 'onderweg' niet bepaalde aspecten van Calvijns visie kwijtgeraakt? Welke aspecten zouden dat dan kunnen zijn? In een mooi tweede hoofdstuk schetst hij de relatie van Calvijn tot de cultuur. Alle accent laat hij vallen op Calvijns centraal stellen van het werk van de Heilige Geest, juist ook in relatie tot de cultuur.
Calvijn maakt onderscheid tussen het algemene en bijzondere werk van de Heilige Geest. Het algemene werk van de Geest omvat juist ook Gods betrokkenheid op de schepping: heel het creatuurlijk leven komt voort uit het werk van de Heilige Geest. En wat betreft de algemene genade: er is nog zoveel goeds in deze wereld. De Geest schenkt mensen inzicht op allerlei terreinen van het leven: sociale verban-, den, wetenschap, literatuur, kunst.
Een christen staat op twee manieren in de wereld: met verwondering én met terughoudendheid. Dit laatste van-> wege het bederf van de zonde dat alom in de wereld aanwezig is. Omdat naar Calvijns inzicht God soeverein is, gaat Zijn invloed niet alleen maar uit tot Zijn Kerk maar is heel de wereld Zijn werkgebied. En juist dat inzicht leert ons hoe wij positief en met open blik in deze wereld hebben te staan.
De Geest werkt niet alleen maar in het leven van de gelovigen maar in heel de geschapen werkelijkheid. Vanuit de Heilige Geest worden aan mensen inzichten geschonken waardoor ze hun culturele verantwoordelijkheid mogen uitoefenen. De cultuur ziet Calvijn gefundeerd in het werk van de Geest. De algemene genade is dienstbaar aan de cultuurvorming. En daarom kan ons meewerken aan genoemde cultuurvorming altijd alleen maar dienen tot de verheerlijking van God. In een volgend hoofdstuk schenkt Geluk aandacht aan 'Calvijn en kunst'. Wat dacht hij over muziek, beeldende kunsten, bouwkunst, theater, dans, letteren en stijl, poëzie, kleding en sieraden? Als u het wilt weten, moet u zelf dit boek maar ter hand nemen. Ik las dezer dagen een interview met de bekende schrijver Theun de Vries en zijn eerste opmerking was: 'Kunst is autonoom: Calvijn zegt echter: Kunst is er niet om de kunst, maar ze dient expressie te zijn van de gloria Dei. Toch vindt Calvijn het niet verkeerd om geschriften van ongelovigen te lezen. Gaven van de kunst zijn gaven van de Geest en die vallen 'vromen en goddelozen' ten deel. Wat betreft het zingen in de eredienst: Calvijn was niet tegen het zingen van gezangen. Een beslissend argument bij hem is: esthetiek kan nooit los staan van ethiek. Wat ethisch niet verantwoord is, kan niet mooi zijn.
Voor Calvijn zijn zonde en ontrouw onesthetisch. Dat is een duidelijk antwoord op de vraag: hoe ver mag je gaan in het lezen van eigentijdse literatuur? Dan kan er veel ongekocht blijven, inderdaad.
Relevantie
In een slothoofdstuk probeert dr. Geluk dan op basis van wat hij bij Calvijn
gevonden heeft de lijnen door te trekken naar het heden. Hij staat stil bij de ontwikkeling van de gereformeerde theologie. Hij geeft de visie weer van A. Kuyper, O. Noordmans, A. A. van Ruler en A. van de Beek. Hij ontwikkelt een gereformeerde cultuurvisie. Centraal staat daarin het woord 'zorg'. Ik begreep uit het verslag in de krant dat zijn promotor in de laudatio erop wees dat Geluk daarmee een nieuw theologisch begrip had geïntroduceerd: zorg.
Cultuur is een onderdeel van de zorg van God voor zijn schepping en voor de mens. Cultuur in gereformeerd licht bezien wil de schoonheid van God aan het licht brengen. Hoe moet je dat dan doen? Geluk heeft daar een fraaie formulering voor gevonden: creatieve participatie met kritische distantie. Daar zit Calvijns gedachtengoed achter als hij aan de ene kant stelt dat heel de wereld open voor ons ligt, omdat die het werkingsgebied is van de Heilige Geest, maar aan de andere kant steeds benadrukt dat wij vreemdelingen zijn in deze wereld. Als Calvijn menig keer de overdenking van het toekomend leven voor een christen benadrukt: (meditatio vitae fiiturae), heeft hij het daarbij ook over de verachting van de wereld (contemptio mundi). Dat lijkt dualistisch, maar is het volgens dr. Geluk niet. Calvijn kan rustig paradoxen naast elkaar zetten en is er nooit op uit de dingen in een vast systeem te krijgen. 'Hij wil hier een weg wijzen tussen moralistisch rigorisme en immorele losbandigheid', aldus dr. Geluk.
Slot
Er zou nog veel meer aan te halen zijn uit deze boeiende studie, zo uitermate relevant voor onze tijd. Ik kan er niet anders dan uw welwillende aandacht voor vragen. Het is te betreuren dat het SoW-proces zoveel tijd en energie opslokt dat er onder ons mijns inziens veel te weinig aan bezinning wordt gedaan over wat dr. Geluk nu in een wetenschappelijk verantwoorde studie opnieuw aan de orde heeft gesteld. Het is een moedige en eerlijke studie waar een bewogenheid achter schuilgaat van een dienaar van het Woord die het een ware zorg is hoe het wondere Evangelie door de tijden heen mensen blijft bereiken. Tegelijk biedt het perspectief aan een mens die heel bewust als volgeling van Christus voluit in deze cultuur probeert te staan. Er worden echt antwoorden aangereikt waar je wat mee kunt. Het is ook toegankelijk voor het geïnteresseerde gemeentelid. Ik bedoel: het is niet in onnodig opgeklopte geleerdentaal verhuld.
J. MAASLAND
N.a.v. C. G. Geluk: Geest en cultuur - Een theologisch onderzoek naar creativiteit in het licht van de visie van Calvijn op cultuur. Boekencentrum Zoetermeer, 282 pagina's, prijs € 24, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's