De Schriftleer in de Geref. Kerken
KUYPER, BAVINCK EN BERKOUWER [I]
Op 20 mei promoveerde de heer Dirk uan Keulen op een proefschrijt, dat de titel droeg 'Bijbel en dogmatiek. Schriftbeschouwing en Schrijfgebruik in het dogmatisch werk van A. Kuyper, H. Bavinck en G. C. BerkouwerDe promotie vond plaats aan de Vrije Universiteit en werd bekroond met een 'cum laude'. Deze lo/had de promovendus verdiend. Want hij heeft zijn studie zo grondig en bijna volmaakt volledig verricht dat zijn boek voorjaren kan gelden als een hoofdbron als het gaat om de ontwikkeling van de Schriftleer in de Gereformeerde Kerken in Nederland.
De schrijver behandelt achtereenvolgens de visie op de Schrift bij Kuyper, Bavinck en Berkouwer. Hij doet dat voornamelijk aan de hand van hun dogmatische werken, maar daaromheen heeft hij zich verdiept in vrijwel alles wat genoemde theologen over dit onderwerp hebben geschreven, tot in de kleinste en voor de meesten onbekende publicaties toe. Uitvoerig en helder wordt daardoor een beeld getekend van de motieven en de context, waardoor de Schriftleer van deze theologen is bepaald.
Eind negentiende eeuw werd ook de gereformeerde theologie geconfronteerd met de steeds meer opdringende Schriftkritiek Deze nam al maar meer in betekenis toe, niet het minst door het voortgaand historisch-kritisch on-derzoek. Dat legde zoveel feiten en gegevens op tafel dat geen enkele serieuze bijbelwetenschapper, ook de overtuigd gereformeerde niet, zich daaraan nog langer kon onttrekken.
Kuyper
Kuyper is een van de eersten geweest, die daar serieus op ingegaan is. Natuurlijk bracht hem dit wel in de problemen, gezien de orthodoxe traditie waarin hij stond en wilde staan. Want deze traditie had tot nu toe het geloof in de Schrift beleden als het onfeilbare Woord van God, dat door de Heilige Geest is geïnspireerd, en dat tot op de letter. Vandaar die onfeilbaarheid en het geloof dat God zich in de Bijbel letterlijk en volkomen aan ons heeft geopenbaard. Maar wat moest Kuyper daarmee, als hij toch ook niet langer kon en wilde voorbijgaan aan wat de nieuwere bijbelwetenschap presenteerde?
Kuyper heeft daarop een antwoord gevonden. Hij hield vol dat de Schrift het door Gods Geest geïnspireerde Woord van God is. Maar hij kon zich niet langer meer vinden in de oude orthodoxe manier, waarop deze inspiratie van de Geest werd omschreven. Tot nu toe werd deze als letterlijk en mechanisch gezien, een z.g. grafische inspiratie. Kuyper meende echter dat daarin te weinig rekening werd gehouden met het feit dat het toch mensen zijn geweest die de Bijbel hebben geschreven. Wel mensen die op een bijzondere wijze zijn geleid door de Geest, maar die tegelijk ook leefden en dachten in de context van hun tijd en cultuur. Dat laatste moest volgens hem ook op een of andere manier worden verdisconteerd.
Dat bracht Kuyper ertoe om de oude, orthodoxe mechanisch-verbale inspiratieleer te vervangen door wat hij noemde de organische inspiratie. Wel inspiratie, wel het bijzondere werk van de Geest, maar waarbij de bijbelschrijvers zo in dienst werden genomen dat zij schreven op een wijze, die organisch aansloot bij de schrijver zelf en de leefwereld, die hem omringde.
In de verdere uitwerking van deze leer kwam het echter bij Kuyper toch erop neer dat hij dicht bij de oude opvatting van de orthodoxie bleef. De betekenis van de context, waarin de bijbelschrijvers stonden, werd in feite tot een minimum gereduceerd. Dat was dan ook de reden dat deze organische inspiratie brede erkenning heeft gevonden onder de gereformeerde theologen.
Bavinck
Van Keulen beschrijft dit alles uiterst zorgvuldig en nauwkeurig. Hij laat ook zien dat Bavinck zich eveneens in dit spoor bewoog. Wel met een paar kleine verschuivingen en eigen accenten. Zo laat Bavinck merken dat hij toch steeds meer moeite ermee krijgt om de nieuwere, wetenschappelijke inbreng terzijde te laten. De vragen die van daaruit op hem afkwamen, werden voor hem steeds dringender. Opmerkelijk is echter dat hij daarover niet schreef in zijn systematische werken, maar er alleen over sprak in mondelinge ontmoetingen. Zodat hier en daar de opmerking werd gehoord: 'Als Bavinck nu maar eens kleur bekende...' Niettemin leek het voor verreweg de meeste gereformeerden duidelijk, dat Kuypers en Bavincks nieuwe benadering van de Schrift met behulp van de organische inspiratieleer betrouw-
baar gereformeerd was. Terwijl het algemeen als een voordeel werd gezien dat ze de mogelijkheden in zich had om althans enigermate recht te doen aan de resultaten van het nieuwere onderzoek.
Toch is dit laatste meer schijn dan werkelijkheid gebleken. Een van de huidige hoogleraren aan de Vrije Universiteit, prof. H. M. Vroom, heeft deze organische inspiratieleer een tijdbom genoemd, die destijds onder de gereformeerde Schriftleer is gelegd. Niemand had het in de gaten, toen dat gebeurde. Maar vroeg of Iaat zou deze bom tot ontploffing komen, en dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat het hele bouwwerk van de gereformeerde Schriftleer in elkaar stortte.
Twisten
Het valt niet te ontkennen dat dit laatste ook werkelijk is gebeurd. Dat is al begonnen in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen er conflicten ontstonden rondom de predikanten Netelenbos en Geelkerken. Zij meenden onder andere dat het gezien de huidige stand van het onderzoek moeilijk was vol te houden om in het paradijsverhaal alles zo letterlijk te nemen dat het ook precies zo moet gebeurd zijn als het er staat. 'Zintuiglijk waarneembaar' zou de slang hebben gesproken. Daar ging men over twisten. Het liep tenslotte uit op een fel conflict. Geelkerken werd afgezet en er ontstond een kerkelijke scheuring. Blijkbaar heeft de nieuwe organische inspiratie geen garantie kunnen geven voor een gemeenschappelijk gereformeerd Schriftgeloof. Integendeel. Men zou wel eens het paard van Troje hebben kunnen binnengehaald.
Intussen waren Kuyper en Bavinck reeds gestorven. Maar hoe zou het nu verder gaan? Zou er toch nog een mogelijkheid zijn om in de lijn van de organische Schriftopvatting een aanvaardbare gereformeerde weg te vervolgen? Daarover in een volgend artikel.
C. GRAAFLAND
N.a.v. D. van Keulen Bijbel en dogmatiek, Schriftbeschouwing en Schriftgebruik in het dogmatisch werk van A. Kuyper, H. Bavinck en G. C. Berkouwer. Uitg. Kok, Kampen; 744 blz.; € 49, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 2003
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 2003
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's