De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De tweede dienst onder druk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De tweede dienst onder druk

CATECHISMUSPREPIKING BETEKENT EERHERSTEL VOOR DE LEER

9 minuten leestijd

Er zijn uitdrukkingen die zo vaak gebruikt worden dat niemand op een gegeven moment meer weet, wie de woorden het eerste in de mond nam. En wie dan de naam uan Luther noemt, is al snel ingedekt, u; ant de reformator heeft de nodige uitspraken achter zijn naam staan. Maar hij was niet degene die sprak over de relatie tussen 'vollere auondmaalstajel en legere middagdiensten' ojouer het uerual in de gemeente, dat bij de teloorgang van de tweede dienst zou beginnen.

Belangrijker dan de herkomst van de woorden is het waarheidsgehalte ervan. Wat zegt het over de gemeente, als zij niet waar mogelijk twee keer trouw opkomt? Hoe verontrustend is het als het kerkbezoek tijdens de tweede dienst sterk afwijkt van dat in de eerste dienst op zondag? Wat zegt het vooral over het leven met God?

Die vraag zal in wisselende omstandigheden in de geschiedenis geklonken hebben. Trouw aan de gemeente komt tot uiting in het daadwerkelijke meeleven en de aanwezigheid als zij vergaderd is rondom het Woord. Dat de vermaning in dit opzicht al oude papieren heeft, leert ons de brief aan de Hebreen. De lezers hiervan worden opgewekt om zich te benaarstigen in de rust van God in te gaan. Het is voor de schrijver van deze brief een reële mogelijkheid dat sommigen 'de belofte van in Zijn rust in te gaan' nalaten, waardoor zij achter zullen blijven (Hebr. 4:1). Juist op de rustdag mag het volk van God rusten van het dagelijkse werk, zich vol overgave richten op de dienst aan God en zo een voorsmaak ervaren van wat eenmaal in heerlijkheid wezen zal (Heidelbergse Catechismus, Zondag 38).

En het is daarom dat dezelfde schrijver aan de Hebreen zes hoofdstukken later in één lange zin oproept om de belijdenis van de hoop onwankelbaar vast te houden, op elkaar acht te nemen tot opscherping van de goede werken en van de liefde én om de onderlinge bijeenkomst niet na te laten, zoals sommigen gewend zijn. De aanwezigheid tijdens de samenkomst van de gemeente is hiermee beslist tot een hoofdzaak voor de gelovigen genoemd, omdat ze staat in het kader van het vasthouden aan de belijdenis der hoop en de verwachting van de dag van het oordeel. Geen vrijblijvendheid in dezen.

Voor God en de naaste

Wij moeten daarbij de juiste volgorde in het oog houden, als we nadenken over het gaan naar de kerk. Is het niet zo dat de eredienst er vooral is om onze Schepper te eren, om Zijn lof te verkondigen? God Zelf mag er centraal staan. Hem eren we vanwege Zijn werken in de schepping, vanwege de verzoening in Christus, vanwege het werk van Zijn Geest waardoor Hij de wereld regeert en levens van mensen vernieuwt. Deze overtuiging bewaart ons ervoor dat we als mens al te zeer op onszelf gefocust zijn.

Want na de gerichtheid op de Ander volgt de gemeenschap met elkaar, met anderen die leden van Christus' gemeente zijn. Wat is er mooier in deze gebroken wereld dan dat er een ge-meente is waarin mensen op elkaar acht slaan, elkaar in de liefde vermanen, omdat het welzijn van de ander in het vizier blijft? Waarin de gaven van God samen gedeeld worden en vanuit Zijn liefde naar de ander wordt omgezien, geluisterd en meegeleefd. Volharden in de gemeenschap en in de gebeden, dat deden degenen die het Woord van Christus gaarne aannamen. We kunnen de zegen en de rijkdom van de gemeente niet snel overschatten. Wel kunnen we het mooie wat God ons hierin schenkt, kapot maken en opblazen door tweedracht, heerszucht of ikgerichtheid.

En daarna zijn we er ook zelf. We gaan naar de samenkomst van de gemeente om zelf een zegen te ontvangen onder de bediening van het Woord. Dit aspect hoort er ook wezenlijk bij. Als Hanna in de tempel mogen we heel persoonlijk onze nood voor de Heere uitspreken. Onze eigen zaligheid is niet derderangs, maar van levensbelang, die juist gewerkt wordt in de werkplaats van de Heilige Geest. Daar wordt in het jachtige leven aan een onrustig hart de rust geschonken en het goede van Gods huis gesmaakt.

Lijdende kerk

Wie de betekenis van de samenkomst van de gemeente overdenkt, kan eigenlijk alleen maar verbaasd zijn waar ook binnen de gereformeerde gezindte die waarde ervan gerelativeerd wordt. Het bijzondere ervan steekt te meer af als we letten op de omstandigheden waarin de vervolgde kerk veelal in het geheim rondom het Woord bijeen is. Als je van nabij wat gezien hebt van het werk van Open Doors of aanverwante organisaties, weetje dat smaadheid dragen om Christus' wil een weg van lijden en beproeving kan zijn. Ontbering lijden en offers brengen om het Woord te horen en elkaar te bemoedi-gen. Het betekent dat de lijdende kerk onze voorbede nodig heeft.

Tegen deze achtergrond is het beschamend dat wij constateren dat kerkbezoek in Nederland terugloopt - en deze bewering geldt alle kerkverbanden in meer of mindere mate. Wie staat er namelijk met zijn gemeente niet in de wind van de tijd? In zijn jaaroverzicht over 2002 van het leven binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken heeft ds. A. W. Vos de ontwikkelingen heel concreet benoemd - en dat is nodig. De gedachte dat er ondanks lauwheid en vervlakking nog veel zegen ervaren wordt, zal een kern van waarheid bevatten, maar kan een blokkade zijn voor het onder ogen zien van de feiten. 'Voor velen is het een bewuste keuze om één keer per zondag naar de kerk te gaan. Dat is een groot verschil met enkele tientallen jaren geleden. Toen ging je gewoon twee keer', schrijft ds. Vos.

Met name in het Nederlands Dagblad is vorige maand discussie over de tweede dienst gevoerd, nadat de classis Enschede van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt - constaterend dat in deze kerken de middagdienst steeds minder goed bezocht wordt - een onderzoek aankondigde, om de oorzaak van de teruggelopen belangstelling te peilen. Wie zal niet herkennen wat daarbij aan redenen voor het vaker verzuimen van de tweede dienst genoemd wordt? Tijd voor het gezin, ruimte voor familiebezoek, ontspanning na een drukke werkweek, het niet rechtstreeks uit de Bijbel kunnen afleiden van onze twee erediensten, de tweede dienst als een doublure ervaren.

Catechismusdienst

Waar de gemeente op zondag twee maal samenkomt, staat zij in de tradi-

tie van de Dordtse kerkorde. Die bepaalde dat 'in de namiddagse predikatie de hoofdsom van de christelijke leer moest worden uitgelegd'. Hier is tevens de functie van de tweede dienst benoemd: de prediking aan de leidraad van vooral de Heidelbergse Catechismus. Een predikant uit Leeuwarden schreef in 1965 in Woord en Dienst dat er sprake is 'van een tweede dienst met een catechismuspreek of van geen tweede dienst, want jeugd- en zangdienst zijn de oplossing niet'. Daarmee is direct de koppeling gelegd met het specifieke karakter van de tweede dienst als onderwijzing in de christelijke leer.

In 1950 reikte de Raad voor Kerk en Eredienst de hervormde synode tien stellingen over de eredienst aan, die algemeen aanvaard werden. Daarin is onder meer verwoord dat de samenkomst van de gemeente om een naar grondslag en doel verantwoorde orde vraagt, 'opdat, waar het God belieft voor Zijn Naam een gedachtenis te stichten, wij dien Naam met eerbied aanroepen.' In de toelichting op de stellingen is te lezen dat deze samenkomst door haar inhoud en haar ambtelijk karakter ernstig genomen moet worden als een goddelijk gebeuren. 'Dit is een groot woord. Maar met minder zullen we niet toekomen. (...) Een protestantisme, dat dit besef gans zou verloren hebben, is verloren.'

Onze hervormde kerkorde benoemt ook dat in de kerkdienst het hart van de gemeente klopt, waar de gemeente samenkomt tot de dienst van het Woord en van de sacramenten, de dienst van de gebeden en van de barmhartigheid. Tegelijk onderscheidt deze kerkorde het specifieke karakter van de leerdienst, waarin 'ook gehandeld kan worden over de belijdenisgeschriften, in het bijzonder de Heidelbergse Catechismus'. Het verplichtende karakter is hier niet aanwezig, omdat al sinds 1863 het gebruik van de Heidelberger aan het oordeel van de predikanten wordt overgelaten, 'die daarbij te rade hebben te gaan met de behoefte der gemeente'.

Dagelijks bestaan

De zaken grijpen in elkaar: een als steeds drukker ervaren tijd, minder animo om zich daadwerkelijk te binden aan een gemeente, nadruk op het individualisme en de relevantie die afhangt van onze ervaring. Blijvend is daarbij van belang de overtuiging dat God ons wil ontmoeten en Zijn woorden ons wil inscherpen. En die bemoeienis is genade. Het ND citeerde een uitspraak van Luther: 'Uitslapen, mooie kleren aantrekken, achter de kachel zitten, dat kunnen de heidenen ook! Maar gij zult het Woord Gods horen.'

Waar mensen opgeroepen worden onder het Woord te komen, vraagt dit van voorgangers grote ijver om het Woord te onderzoeken. Want waar de schatten uit de Schrift niet naar boven komen, dreigt vanaf de kansel herhaling van zetten en haken mensen af. Juist het onderwijs uit de breedte van het Woord laat zien dat het leven met God ons dagelijks bestaan in al zijn facetten raakt en wil vernieuwen.

Daartoe is de Heidelbergse Catechismus een geschikt instrument, want de hoofdzaken uit het Woord komen in hun onderlinge verband aan de orde. 'Zij dwingt dienaar en gemeente van de tekst geen stokpaard te maken, maar Christus op het Woord te laten binnenrijden in haar midden' (ds. L. Kievit). Het is opmerkelijk dat de teloorgang van de tweede dienst in de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken niet alleen samenviel met de stoppen van het onderricht uit Heidelberg, maar dat - zo vertelde een Roemeense hoogleraar onlangs tijdens een bezoek aan ons land - de opleving in de Roemeense Orthodoxe Kerk ge-paard ging met een hernieuwde vraag naar het onderwijs uit de catechismus. Kan hier het aanknopingspunt niet liggen in het inhoudelijk betekenis geven aan de tweede dienst op zondag? Dit belijdenisgeschrift houdt iets van een eeuwige jeugd. En is dit geen werkelijke prediking? Ds. Kievit zei het in 1963 op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond zo: 'De catechismusprediking betekent eerherstel voor de leer. Want de catechismus leert ons dat die leer een zeer hoog Woordgehalte heeft. Het is de leer naar en uit het Woord. Sterker nog: het Woord wordt geleerd.'

En waar het Woord wordt geleerd, zal de gemeente zijn. Dat vraagt van (jonge) ouders om de kerkgang op zondag voor zichzelf en hun kinderen tot een vanzelfsprekendheid te doen zijn. Zoals Jezus naar gewoonte naar de tempel ging. En het wordt in onze hervormde kerkorde bijzonder tot de taak van de ouderling gerekend om de gemeente samen te brengen. De sleutel inzake het levend houden van de tweede dienst ligt daarom mede in de hand van de ouderling, die trouw zijn pastoraat verricht.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De tweede dienst onder druk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's