De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hedendaagse theologie onder het mes

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hedendaagse theologie onder het mes

VAN DEN BEUKEL FILEERT BESTSELLERS VAN KUITERT EN DEN HEYER

10 minuten leestijd

'Een leek in theologenland', zo noemt hij zichzelf bescheiden. Maar A. van den Beukels bevindingen over wat er zoal omgaat in de hedendaagse theologie, mogen er toch echt zijn. In zijn nieuwe boek - nu alweer enige tijd te vinden in de christelijke toptien van meest verkochte non-fictie boeken - richt de Delftse emeritushoogleraar natuurkunde zijn kritische blik op nog weer een ander vakgebied dan voorheen: dat van de theologie. Zijn conclusies komen intussen sterk overeen met die van zijn eerdere boeken over de natuurkunde (De dingen hebben hun geheim, 1990), biologie (Met andere ogen, 1994) en economie (Geen beter leven dan een goed leven, 1998) in relatie tot het geloof. Het blijkt dat ook theologen hun boekje nogal eens te buiten gaan doordat ze aan hun ideeën ten onrechte het predikaat 'wetenschappelijk' meegeven. In dit verband legt Van den Beukei met name de vinger bij spraakmakende publicaties van H- M. Kuitert en C. J. den Heyer.

Nul op het rekest

Hoewel - 'legt de vinger bij', dat is te vriendelijk uitgedrukt. Met name Kuiterts boekjezus. Nalatenschap uan het christendom (1998) wordt eenvoudig gefileerd. Met een keur van citaten toont Van den Beukei aan dat Kuiterts hoofdstellingen in dit boek onhelder, onzorgvuldig en 'in strijd met de logica' zijn. Met name op de vraag waarom Jezus zo'n centrale rol speelt en moet spelen in het christelijk geloof, blijkt Kuitert onderling tegenstrijdige antwoorden te geven. Van den Beukei verzucht dan ook niets te begrijpen van al die lezers die Kuitert prijzen om zijn 'helderheid', omdat hij er zelf vaak geen touw aan vast kan knopen. En dat laatste ligt, zo voeg ik maar toe, werkelijk niet aan het feit dat hij geen theologische opleiding heeft genoten. Zelf schreef ik indertijd in reactie op Kuiterts boek een opstel onder de titel 'Nog een wilde christologie', en Van den Beukels bevindingen stemmen geheel overeen met de teneur van dat opstel. Zelfs al zou Kuitert helemaal niet de pretentie koesteren een wetenschappelijk werk te schrijven, dan nog zijn Van den Beukels conclusies tamelijk onthutsend. Temeer daar ze nu eens niet afkomstig zijn uit de gereformeerde orthodoxie, maar van iemand die H. Berkhof als zijn favoriete theoloog noemt.

Vanuit zijn eigen ervaringen als wetenschapper stelt Van den Beukei dat wanneer Kuitert zijn bevindingen (bijv. over de verzoening) zou willen publiceren in een goed functionerend wetenschappelijk tijdschrift, hij wel eens nul op het rekest zou kunnen krijgen vanwege de 'uiterst gekunstelde constructie' die hij voorstaat en het links laten liggen van allerlei lectuur die hem minder goed uitkwam. Den Heyer zou het met zijn studie over de verzoening ('een zwak en oppervlakkig werkje') vermoedelijk niet veel beter doen. Van den Beukei Iaat intussen aan de hand van o.a. de Leidse nieuwtestamenticus M. de Jonge zien, hoe het ook anders kan. Deze geeft niet de voorkeur aan goed in het gehoor liggende oneliners, maar aan zorgvuldige formuleringen. Hij komt dan ook tot veel voorzichtiger conclusies, en is veel bescheidener over de mogelijkheden van de wetenschap om (los van geloof in de evangeliën) allerlei zaken over het leven van Jezus met zekerheid vast te stellen. Het meest waarschijnlijk acht De Jonge dat de evangelisten ons een betrouwbaar beeld geven van het optreden van Jezus en van diens vi-sie op Zichzelf. Maar ook dan blijft de cruciale vraag 'En gij - wie zegt gij dat Ik ben? '. Op die vraag kan de wetenschap geen antwoord geven.

Professorale zegen

Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat juist boeken als die van Kuitert en Den Heyer zo populair worden, terwijl in het grote publiek vrijwel niemand ooit gehoord heeft van bijv. M. de Jonge. Dat heeft enerzijds, zoals Van den Beukei aangeeft, te maken met het feit dat velen hun boeken gretig aangrijpen om hun afscheid van het overgeleverde geloof te rechtvaardigen. Als je een professorale zegen daarover kunt meekrijgen, is dat natuurlijk nooit weg! Anderzijds hangt het m.i. ook samen met de commotie die terecht ontstond toen de genoemde theologen met hun slordige werk naar buiten kwamen. Want enige wetenschappelijke reden voor de wegen die Kuitert en Den Heyer gegaan zijn, is er niet, zo laat Van den Beukei zien.

Hij raadt theologen dan ook af om met nieuwe ideeën in populaire verhandelingen naar buiten te treden wanneer men die ideeën niet eerst zorgvuldig getoetst heeft, liefst zo breed mogelijk. Pas wanneer er onder vakgenoten een zekere eenstemmigheid is ontstaan, kan de tijd rijp zijn om naar buiten te treden. Zo gaat het onder natuurkundigen ook, en zo hóórt het in de wetenschap. 'Een dergelijke handelwijze zou de kerken en de gelovigen een hoop commotie besparen', stelt Van den Beukei (46), en we vallen hem daarin van harte bij. Hoewel we daar natuurlijk niet naar terug hoeven te verlangen, was het toch bepaald niet zonder zin dat onze vaderen hun theologisch werk bij voorkeur in het Latijn schreven. Niet omdat ze zoveel te verbergen hadden, maar wel omdat ze zich daarin zoveel zorgvuldiger konden en moesten uitdrukken dan in de volkstalen.

Even eerlijk als aangrijpend

Zo slaat Van den Beukei als leek in theologenland m.i. in menig opzicht de spijker op de kop. Toch zouden-we hem geen recht doen wanneer we alleen, enigszins triomfantelijk ('zo - hoort men het ook eens van een an- • der!'), deze lijn in zijn.nieuwe boek • naar voren zouden halen. Daarnaastloopt er namelijk ook nog een andere lijn, die als ik me niet vergis sterker is geworden in vergelijking met zijn vorige publicaties. En die andere lijn is i > heel wat verontrustender. Van den, " ' Beukei steekt namelijk niet onder stoelen of banken dat hijzelf, ondanks de felle kritiek die hij op Kuitert c.s. uitoefent, toch ook niet geheel gespeend is gebleven van het ongeloofsvirus dat hun werk doortrekt. Het meest schrijnend komt dit naar voren rondom de klassieke verzoeningsleer. In een ontroerende passage vertelt hij, hoe zijn vader eenvoudig lééfde uit het evangelie van de verzoening. 'Jezus uw verzoenend sterven / blijft het rustpunt van ons hart' behoorde tot de geliefde liederen die hij in huis vaak zong. En toen zijn einde naderde, bleek hoezeer hem dat ernst was. Hij droeg zijn nabestaanden op rouwkaart en herdenkingsdienst te centreren rond het woord van Paulus uit Rom. 5 : 1, 'Wij dan, gerechtvaardigd door het gelóóf, hebben vrede met God door onze Hefere Jezus Christus'. De klassieke ver-.: zoeningsleer dus, licht Van den Beukei toe, niet zozeer nagezegd als dogma, - maar beleefd als troost, in leven en - sterven.

Daarop geeft Van den Beukei echter aan dat hij zelf deze beleving van zijn vader niet meer kan meemaken. Tijr dens zijn eigen uitvaartdienst mag wat hem betreft Psalm 103 centraal staan. Daarin wordt wel het vertrouwen op Gods barmhartigheid verwoord, maar ontbreekt uiteraard de verwijzing naar 'het kostbaar bloed van Christus'. Volgens de orthodoxe opvatting is het weliswaar juist het offer van Christus dat die barmhartigheid van God teni diepste mogelijk maakt. Maar dat laatste 'wil mij niet uit de pen', schrijft-.^ Van den Beukei, 'omdat ik... er moeite mee heb. Ik denk een zelfde soort •

moeite als Den Heyer, Kuitert en vele anderen' (68). Dat is even eerlijk als aangrijpend. Voor Van den Beukei houdt het niet in dat hij de verzoeningsleer verwerpt, laat staan dat hij deze voor onbijbels zou houden. Hij voegt zelfs een lijst met teksten uit het boek Handelingen toe die laat zien hóe centraal het verzoeningswerk van Christus staat in de nieuwtestamentische verkondiging. Maar het betekent wel dat hij vragen heeft bij de wijze waarop de verzoeningsleer in de orthodoxie als 'hart van het evangelie' wordt gezien.

De troost der verzoening

Terecht wijst Van den Beukei erop dat hij bepaald de enige niet is die de klassieke verzoeningsleer als het ware van zich heeft voelen afglijden. Laat men als theologen in samenwerking met anderen daar eens wetenschappelijk onderzoek naar verrichten, stelt hij voor: naar hoe het nu komt dat zo velen vandaag het gevoel hebben ongemerkt te, vervreemden van christelijke dogma's die toch de eeuwen verduurd hebben. Dat is misschien nog niet zo'n gek voorstel. Laten we hopen dat het de tafel van de Nederlandse onderzoeksschool voor theologie (Noster) bereikt. Zo'n onderzoek zou vermoedelijk een verband aan het licht brengen met de rationalistische inslag die jarenlang dominant was in Van den Beukels eigen Gereformeerde Kerken (ik schat zomaar in dat zijn vader uit de zogeheten A-kerken afkomstig was, uit de meer bevindelijke Afscheiding dus en niet uit de Doleantie). Tot in de dialoogjes die Van den Beukei opvoert toe, merkje de invloed daarvan (bijv. p. I22V.). Maar daarmee zijn we er natuurlijk niet. Het heeft ook te maken met een veel breder verschijnsel als wegslijtend schuldbesef - waarbij de vraag zich aandient hoe dat dan weer mogelijk is, want minder werkelijke schuld (en zelfs minder schuldgevoel!) dan vroeger lijkt er toch niet. Het zou dus wel eens heel ontdekkend kunnen zijn wanneer meer inzicht ontstond in de achterliggende culturele en kerkelijke processen.

De belangrijkste vraag aan onze beweging is intussen, of wij als 'orthodoxie' (zoals we in dit boek steeds aangeduid worden), nog in staat zijn te laten zien dat het dogma niet verouderd is, en dat men zonder wereldvreemd te zijn nog altijd uit de troost van Christus' verzoeningswerk kan leven? Zodat we niet alleen maar zeggen dat dat het hart van het Evangelie is, maar dat dat uit ons leven blijkt... Al kan ik het geheimenis van de verzoening ook niet geheel en al doorgronden en op formule krijgen (wie trouwens wel? wie heeft het eigenlijk ooit beweerd? ), toch herken ik me anders dan diens zoon nog altijd wel in de geloofsbeleving van Van den Beukei senior. Hoewel ons taalkleed en onze leefwereld uiteraard veranderd is, lijkt de kern van diens spiritualiteit mij nog allerminst verouderd. En ik merk hoezeer het me raakt dat Van den Beukei junior dat kennelijk - nolens volens - anders ziet.

Tussen moderniteit en orthodoxie

Bovenstaande beschouwingen vinden hun aanleiding in het uitvoerige openingsartikel van Waarom ik blijf. Daarnaast bevat het boek nog enkele kortejre artikelen en lezingen, waarvan de meeste al eerder het licht zagen. De teneur blijft ook hier: wetenschap is niet alles, dus kijk uit voor.overschatting van haar gezag! De wetenschap kan onze levensvragen niet beantwoorden, en er is al met al dan ook geen reden om de kerk te verlaten (vgl. de titel van het boek). Omgekeerd moet echter ook Isaac da Costa het ontgelden vanwege diens overdreven angst voor de wetenschap. Zo blijft Van den Beukei een middenweg zoeken, tussen moderniteit en orthodoxie. Veel nieuws komt men daarbij zoals hij zelf wel beseft niet meer tegen, het gaat om variaties op zijn thema. Maar wie, zoals ondergetekende, zijn denk- en geloofsweg graag wil volgen, zal Van den Beukei er dankbaar voor zijn dat hij zijn kleinere bijdragen niet bij het oud papier gegooid heeft zonder ze eerst nog eens te gebundeld uit te geven.

G. VAN DEN BRINK, WOERDEN

N.a.v. A. van den Beukei Waarom ik blijf. Gedachten over geloof, theologie en wetenschap. Uitg. Ten Have, Baarn; € 14, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Hedendaagse theologie onder het mes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's