De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jantje of Jezus?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jantje of Jezus?

6 minuten leestijd

Toen'ik haar kamer in het zorgcentrum'voor ouderen binnenstapte, zag ik het al. Er was iets... Met bolle, angstige ogen keek ze me van achter haar dikke brillenglazen aan. Het is inmiddels alweer enkele jaren geleden, maar ik weet nog precies hoe ze keek. Angstig, opgejaagd. 'Hoe gaat het ermee? ', vroeg ik en resoluut antwoordde ze: 'Slecht, ik maak het niet lang meer en dan ga ik rechtuit naar de hel!' Ik was wel wat gewend van haar, ik wist dat ze bang was voor de dood en krasse uitspraken verbaasden me niet, meer zo. Ze sprak vaak onversneden, maar dit sloeg alles. Het liefst had ik de deur weer dichtgetrokken en was een kamer verder gegaan. Maar dat mag je als pastor niet doen...

Jantje zegt het!

'Hcie weet u dat, mevrouw Krüger (laat ik haar maar zo noemen vanwege haar affiniteit met Zuid-Afrika) dat u verloren gaat? Heeft de Heere Jezus u dat gezegd? Die gaat daar tenslotte over.' Het zal wel ontzettend banaal geklonken hebben, maar ik meende het oprecht. Ik lees immers in de Bijbel dat het oordeel van Jezus over ons leven bepalend is voor ons wel of wee.

'Nee, natuurlijk niet', reageerde ze vinnig, 'daar mag u niet mee spotten!' Ik verzekerde haar dat ik in geen geval wilde spotten en herhaalde mijn vraag door wie of wat ze zo zeker aan de weet gekomen was dat het slecht zou aflopen bij haar levenseinde.

De tranen schoten in haar ogen en ze snikte: 'Jantje zegt het en die kan het weten! Jantje is mijn neef, hij woont in Zuid-Afrika en hij is daar lid van een heel strenge kerk. Jaren geleden ben ik voor het laatst bij hem geweest en toen had hij ook veel kritiek op me, vanwege m'n oorbellen en het feit dat ik elke week naar de kapper ga. 'Je lijkt Izebel wel', zei hij, 'en je bent zo licht als een veer! Het is maar de Heiland voor en na, maar zo makkelijk gaat het niet hoor...' En onlangs kreeg ik nog een brief van hem en daarin heeft hij me nogrtiaals ernstig gewaarschuwd. 'Als je zo doorgaat', schreef hij, 'dan loopt het slecht met je af en ga je rechtuit naar de hel!'

Wat moest ik zeggen? In stilte bad ik vurig om licht van Boven om met deze angstige vrouw te praten. Haar relaas was nog niet ten einde. Neef Jantje had in zijn brief de Bijbel laten spreken en haar aan de hand van Johannes 3 duidelijk gemaakt dat een mens wedergeboren moet worden, net als Nicodemus en datje daar over moet kunnen vertellen, anders zit het niet goed.

'En dat kan ik niet', klaagde ze, 'van jongsaf ben ik opgevoed bij het feit dat God van ons vraagt dat we in de Heere Jezus geloven en we met Hem leven. Zo hebben mijn man en ik altijd met vallen en opstaan geleefd en zo is mijn man ook gestorven, met het oog gericht op Jezus, maar hij was ook geen man van grote verhalen over het geestelijk leven.'

Tussen de regels door vernam ik ook nog dat Jantje op het sterven van haar man en op de rouwbrief ook commentaar had. 'Teksten boven een rouwkaart zeggen nog niks', had hij georeerd, 'het komt eropaan dat het beleefd wordt...'

Vele woningen...

We hebben lang gesproken met elkaar die middag. Samen hebben we geleerd dat er nog meer staat in het Johannesevangelie. We lazen de eerste verzen uit Johannes 14, waar Jezus zegt dat er in het huis van Zijn Vader vele woningen zijn.

Voor mensen als Thomas, die beweerde dat hij de weg (Weg) niet wist. Voor mensen als Filippus, die maar niet wist hoe hij bij God de Vader moest komen.

Voor al die angstige en kleingelovige discipelen.

Voor mensen als mevrouw Krüger, die het wagen met het Woord en de beloften van God en die zo dikwijls worden aangevochten.

We hebben samen gebeden en God gesmeekt of Hij de angsten wilde wegnemen en haar tot een doorbraak wilde brengen en dat voor haar het volle licht op de Heiland zou mogen schijnen. Ten slotte had ik in ons gesprek met

'Jantje' nog wat te vereffenen. Niet uit een soort wraakzucht, maar ik voelde van binnen iets van een heilige toorn. Daarom heb ik haar maar kort en goed gezegd dat het beter zou zijn als dit soort Jantjes hun mond dicht hielden, omdat ze de bijbelse boodschap verdraaien en uit hun verband rukken en daarmee andere mensen plagen. Zo houden ze andere mensen laag bij de grond om zelf zo hoog mogelijk boven het maaiveld uit te steken.

Ze knikte bedachtzaam. 'Maar Jantje weet het goed hoor', benadrukte ze. 'Te goed', dacht ik, maar ik zweeg wijselijk. Tenslotte kende ik Jantje helemaal niet.

De rouwkaart

Lichamelijk ging ze al snel achteruit. Problemen met hart en longen. Ze was op...

We hebben verder gelezen in het Evangelie naar Johannes, als ik bij haar kwam. Over de Goede Herder. Over de opwekking van Lazarus en de indringende vraag van Jezus aan Martha: 'Gelooft gij dat? '

Maar ook over het werk van de Trooster, de Heilige Geest, Die de volle

schijnwerper op Jezus Christus richt, zodat we Hem goed kunnen zien. 'Dat zou ik ook wél willen', zei ze de laatste keer dat we elkaar ontmoetten, 'Jezus zien en... altijd bij Hem zijn!' Dat laatste kwam er haast verlegen uit, alsof dat erg moeilijk voor haar kon zijn... Het einde kwam nog plotseling. Met de voorbereidingen voor de begrafenis had ik geen bemoeienis. Dat is de taak van de 'huispredikant'. Des te groter was mijn ontroering, toen ik de rouwbrief in handen kreeg, met daarop de tekst 'In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen' (Johannes 14 : 2a). Toen kreeg ik mijn aanvechting.

Had ik haar een te gemakkelijke weg gewezen? Had ze - bijna klakkeloos - deze tekst 'overgenomen'? Had ik haar een ingebeelde hemel voorgehouden? Had die 'prater' uit Zuid-Afrika toch gelijk? Wie verloste mij uit mijn bestrijding? Niemand minder dan de apostel Jakobus! Die het zo heerlijk direct kan zeggen. 'God verzoekt niemand', schrijft hij al in het eerste hoofdstuk van zijn brief (in vers 13). Jakobus maakte me duidelijk dat verzoekingen en aanvechtingen altijd van de andere kant komen. Van de boze, de grote tegenspeler van God.

Dat troostte mij en daardoor werd ik ook bemoedigd ten aanzien van de eeuwige bestemming van mevrouw Krüger. Ik werd haast jaloers op Luther, die de satan een inktpot naar z'n kop gooide. Zou ik? Niet doen!

Trouwens, waar haal je anno 2000 een inktpot vandaan? Ik heb de boze maar gelaten voor wie hij was en me eindeloos verheugd over het feit dat niet Jantje beslist: 'Je gaat rechtuit naar de hel!', maar Jezus: 'Kom in, gij gezegende Mijns Vaders!' Halleluja!

A. J. TERIOUW, ZEIST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Jantje of Jezus?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's