Leven in twee culturen
DEPRESSIVITEIT ONDER JONGEREN [2]
Toen ik psychologie ging studeren, werd mij veel de vraag gesteld 'of ik dit of dat psychologisch kon verklaren...' En nog steeds vragen studenten mij of de psychologie een verklaring heeft voor... (en dan komen er vele thema's aan bod: van ziektebeelden tot aan familieleden toe). In de loop van de tijd merk ik bij mijzelf dat ik steeds meer een ontwijkend antwoord ga geven op dit soort van vragen. Simpelweg omdat er niet één enkel antwoord mogelijk is. Je kunt niet zeggen: dat en dat gebeurde er en toen werd ik depressief. De ene depressie is de andere niet. Het is goed om dat voor ogen te houden, wanneer nu iets gezegd gaat worden over het ontstaan van depressies bij jongeren.
Risicofactoren zijn factoren die bij kunnen dragen aan het ontstaan van een depressie. Risicofactoren zijn er op verschillende niveaus, namelijk het niveau van het kind en de jongere, het niveau van de ouders en het gezin en het niveau van de omgeving (een bekende indeling vanuit de ontwikkelingspsychologie) .
Risicofactoren op het niveau van het kind en de jongere • Het kind-zijn uan het kind Kinderen en jongeren zijn afhankelijk van degenen die zorg voor hen dragen. Bij een grote afhankelijkheid is de gevoeligheid voor problemen groter. Wanneer de jongere afgewezen wordt door leeftijdsgenootjes of degenen die zorg voor hen dragen, zal dat veel indruk maken. De mate van afhankelijkheid heeft veel invloed op het ontstaan van een depressie.
• Genetische aanleg
Depressies hebben een genetische component. Een kind met een depressieve ouder heeft een tot zes maal zo grote kans om depressief te worden. Hier speelt niet alleen een genetische factor, maar ook een opvoedingsfactor. De genetische component geeft een verhoogde aanleg om depressief te worden.
• Onveilige hechting
Wanneer een jongere opgroeit in een situatie die niet veilig is, zal hij of zij 480 zich niet durven hechten aan zijn opvoeders of andere mensen. Hij of zij zal zich ook in andere omgevingen niet veilig voelen, wat leidt tot spanningen. Dit kan zich uiten in teruggetrokkenheid, verlegenheid of afhankelijk gedrag, wat de kans op een depressie groter maakt.
• Niet of onvolledig volbrengen uan ontwikkelingstaken
Jongeren staan in de ontwikkeling naar volwassenheid voor bepaalde taken zoals: school, het aangaan van sociale relaties aangaan enz. Wanneer op een of meerdere van deze taken tegenslagen optreden, kan de jongere gaan denken dat er iets aan hem mankeert. De gedachte gaat leven: Ik deug nergens voor. Dit kan leiden tot een depressieve denkstijl.
• Een depressieue denkstijl
Deze depressieve denkstijl zien we ook bij faalangst: Ik kan dit niet, dit gaat mij nooit lukken. Gevoelens van mislukking spelen op. Wie ben ik nu eigenlijk? Steeds minder kunnen deze jongeren genieten van het leven en van hun successen. Successen worden toegeschreven aan anderen of de omstandigheden en mislukkingen aan zichzelf. 'Ik heb dit tentamen gehaald, maar het was ook een makkelijk tentamen. De volgende keer zal ik het wel niet halen'. Deze jongere zegt niet: 'Zo, dat tentamen heb ik gehaald, volgende keer gaat het me weer lukken'.
• Vrouw-zijn
Meisjes hebben meer kans om depressief te worden dan jongens. Waar dit mee te maken heeft, is niet helemaal duidelijk. Mogelijk oorzaken zijn: hormonale veranderingen, lichamelijke veranderingen, gevoeligheid voor emotionele en sociale relaties, het meemaken van mishandeling en misbruik, opvoeding.
• Verstandelijk
of lichamelijk gehandicapt zijn Niet hetzelfde kunnen als je leeftijdsgenoten en confrontatie met je handicap of ziekte laat diepe sporen na. De afhankelijkheid en de beperkte vaardigheden om dagelijkse problemen te hanteren kunnen van invloed zijn op het zelfbeeld (negatiever)
Hoogbegaafde kinderen hebben vaak problemen om op het sociaal-emotionele gebied. Deze kinderen worden vaak gepest en uitgestoten (studiehoofd). Deze vorm van afwijzing laat soms diepe sporen na, zoals het op latere leeftijd moeizaam functioneren in groepen. Dit kan overigens ook gelden voor jongeren met een afwijkende seksuele voorkeur.
• Sensibiliteit
Eerdere depressieve periode(n) maken de kans groter op een herhaling. Men is er gevoeliger voor geworden.
Risicofactoren op het niveau van de ouders en van het gezin
• Depressiviteit bij (één van) de ouders Onderzoek heeft aangetoond dat 47% van de depressieve adolescenten een depressieve moeder heeft. Hoe jonger de moeder depressief was - en hoe jonger dus het kind was - hoe sterker de negatieve invloed op het kind en de jongere. Moeder en kind beïnvloeden elkaar en versterken elkaar. Een depressieve moeder heeft meer invloed dan een depressieve vader. Dochters worden meer door een depressieve moeder beïnvloed, zonen door een depressieve vader.
• Psychische problemen e
bij (een uan) de ouders Psychische problemen of stoornissen (depressies, angsten, middelenmisbruik, schizofrenie) bij de ouders spelen een rol bij het ontstaan van depressies bij hun kinderen. Met name een afwijzende opstelling van de ouders (hebben genoeg aan zichzelf) speelt een grote rol. Kinderen moeten een verklaring vinden voor het feit dat ze door hun ouders worden afgewezen. Het zal wel aan mij liggen, is een voor de hand liggende conclusie van het kind. Gevoelens van schuld en minderwaardigheid worden zo geboren.
• Afwijzende opvoedingsstijl
Het opvoedingsgedrag van ouders - en niet te vergeten: leerkrachten! - kan van invloed zijn op het ontstaan van een depressie bij kinderen en jongeren. Ik kom regelmatig studenten tegen die van mening zijn dat een goed cijfer een belangrijk middel is om liefde, aandacht en waardering te verwerven. Dat is funest: een jongere wil graag gewaardeerd wil worden om wie hij is en niet om wat hij doet. Opvoedingen die worden gekenmerkt door afwijzing of negeren, inconsequente toepassing van straf en beloning, desinteresse in de jongere, slecht voorbeeldgedrag enz. dragen bij aan het ontstaan van een depressie.
• Gezintrauma's
Hieronder verstaan we seksueel misbruik, lichamelijke of psychische mishandeling, echtscheidingen, huwelijksproblemen, verliezen van ouders of familieleden, chronische ziekten in de familie etc. Over al deze onderwerpen zou een nieuw artikel te schrijven - zijn. Ik noem ze hier en licht ze verder niet toe.
Risicofactoren op het niveau van de omgeving
• Meemaken uan ernstig uerlies of tegenslag Kinderen en jongeren kunnen verliezen meemaken, zoals het verliezen van een oude en vertrouwde omgeving door bijvoorbeeld een verhuizing of andere school. Tegenslagen kunnen zich in het leven van de jongere op allerlei gebieden voordoen. Een belangrijke omgeving voor de jongere is natuurlijk de school. Tegenvallende resultaten op school kunnen samen niet een depressieve denkstijl een depressie bevorderen.
• Slechte relatie met leeftijdsgenoten en gepest worden
Hier speelt een zogenaamde vicieuze cirkel. Kinderen en jongeren die gepest worden, ontwikkelen een sociale angst, waardoor zij zich minder sterk op de voorgrond durven plaatsen in groepen en juist de achtergrond opzoeken. Ze zijn stil, bang en onttrekken zich aan het groepsgebeuren, waardoor zij weer irritaties oproepen bij de pesters, die het dan weer op hen voorzien hebben. Zo houdt deze cirkel zich in stand. Daarom moet pesten altijd bestreden worden. Niemand vraagt erom door leeftijdgenoten gepest te worden en zeker niet op een leeftijd waar het contact met leeftijdgenootjes van groot belang is.
• Klem zitten tussen tiuee culturen Dit speelt met name bij kinderen uit allochtone gezinnen, die soms letterlijk klem zitten tussen de cultuur thuis en elders. Maar wat te denken van jongeren die thuis in een geheel ander - christelijk/reformatorisch - milieu opgroeien dan waar zij door de week in verkeren - algemene school, werk enz. Ik maak in de praktijk mee, dat studenten niet aan hun ouders vertellen
mmsmmmmmm^^ wat zij op school allemaal doen. Leven in twee culturen is een vermoeiende bezigheid, waarbij een soort van dubbelleven ontstaat. Om dat in stand te houden, moet er vaak gezwegen of soms gelogen worden. Dit heeft een vervreemdend effect en de vraag speelt dan vaak op: 'Wie ben ik nou eigenlijk? Waar word ik nog gewaardeerd om wie ik werkelijk ben? ' Voortdurend jezelf wegcijferen om de ene en de andere cultuur te vriend te houden, kan depressiviteit bevorderen.
Beschermende factoren
Beschermende factoren nemen een jongere als het ware in bescherming. Zij bieden tegenwicht aan de risicofactoren. Veel van de bovengenoemde risicofactoren liggen in het gezin. Verschrikkelijk, want juist het (christelijke) gezin zou beschermende factor nummer één zou moeten zijn. Heel wat jongeren ervaren het gezin als be-schermende factor, maar er zijn ook heel wat jongeren voor wie het gezin een risicofactor is en vaak niet zo'n kleine ook!
Een (andere) belangrijke beschermende factor is de sociale steun die kinderen of jongeren hebben. Een goede leerkracht op school die met de jongere praat, grootouders, leeftijdsgenoten en mensen uit de kerk - clubleiders, jeugdouderlingen - kunnen in die zin van onschatbare waarde zijn. In het volgende artikel (over steun bieden) kom ik hier nog op terug.
Er gebeuren ook goede dingen in gezinnen. Het gaat mij er niet om de ouders de schuld in de schoenen te schuiven. Verre van dat. Maar ik wil wel pleiten voor een klimaat waarin ouders aan de hand van de genoemde risicofactoren eerlijk naar zichzelf en naar hun opvoeding kijken. In het belang van hun kind (eren).
J. R. VAN VUGT, LIENDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's