De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Binnen de grenzen van het verbond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Binnen de grenzen van het verbond

GELOOFSOPVOEDING [1]

9 minuten leestijd

Inleiding

Is er een bekender voorbeeld in de geschiedenis van de kerk dan de geestelijke wijze waarop de latere kerkvader Augustinus is opgevoed? Lezen we bij zijn moeder Monica over eindeloze gesprekken? Over conflicten met haar zoon? Nee, ze ging een andere weg.

Op zijn zestiende jaar had Augustinus het ouderlijk huis verlaten en groeiden de dorentakken van de zinnelijke lusten hem boven het hoofd - en er was geen hand die ze uitrukte, zo schrijft hij later zelf in zijn 'Belijdenissen'. Het waren jaren dat hij zichzelf lief had, en niet zijn Schepper. 'In het hart van mijn moeder waart gij echter uw tempel al gaan bouwen en waart gij begonnen met uw heilige inwoning. Zodoende sidderde mijn moeder van vrome ontsteltenis en angst, en vreesde ze van mij dat ik kronkelwegen zou gaan, waar diegenen wandelen die u hun rug toekeren en niet hun aangezicht.' Dat is blijkbaar geloofsopvoeding: bang zijn voor de zonden die je kinderen doen, en daarmee het aangezicht van God zoeken. We denken direct aan het morgen- en avondoffer van Job, die zei: 'Misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God in hun hart gezegend'. Zo deed Job, de rechtvaardige, al die dagen.

In die periode van het mateloos liefhebben van zichzelf was het door moeder Monica gezaaide in het leven van Augustinus op de bodem van zijn hart gebleven. 'Ingevolge uw barmhartigheid was namelijk uw naam, de naam van mijn Verlosser, uw Zoon, door mijn kinderhart reeds met de moedermelk vroom ingedronken en bewaarde het die naam in zijn diepte, sn alwat zonder die naam was - hoe geleerd ook en verfijnd en vol waarbeid - kon mij niet volkomen meeslepen'. Voor hem was het waar wat David in Psalm 22 beleed: 'Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van de schoot mijner moeder zijt Gij mijn God.' In de koestering van haar kind droeg moeder Monica het geloof op haar zoon over. En de vrucht daarvan kwam jaren later aan het licht. Dat is blijkbaar ook geloofsopvoeding: je kinderen op God werpen, vanaf hun teerst begin.

Dan het laatste citaat uit de 'Confessiones': 'Gij hebt van omhoog uw hand uitgestoken en mijn ziel ontrukt aan deze diepe duisternis, omdat mijn moeder, uw gelovige dienares, tot u schreide voor mij, meer schreide dan moeders het over de lichamelijke dood van hun kinderen doen - zij zag namelijk mijn dood volgens het geloof en de geest, die zij van u had ontvangen - en omdat gij haar hebt verhoord, Heer. Gij hebt haar verhoord en haar tranen niet veronachtzaamd, wanneer die neerstroomden en de aarde onder haar nat maakten op alle plaatsen waar zij bad.' In dit kader staat ook de bekend geworden passage waarin een in de Schriften doorknede bisschop aan moeder Monica zegt dat het 'uitgesloten is dat een zoon van die tranen verloren gaat'. Dat is blijkbaar ook geloofsopvoeding: vertrouwen dat God onze gebeden en smekingen hoort en Zijn beloften op Zijn tijd vervult.

Geestelijke opvoeding

We denken na over geloofsopvoeding. Het is daarbij opvallend dat in onze bezinning één aspect van de opvoeding eruit gelicht is, dat we aparte aandacht geven aan de godsdienstige vorming van onze kinderen binnen het geheel van het grootbrengen van de jongere generatie. Ik vraag me af of dit in vroeger tijden ook gebeurde. Moeten we niet zeggen dat tot voor enkele decennia het leven veel meer één was.

Het totale leven speelde zich af binnen de verbanden van het gezin en de familie, binnen het sociale verband van de dorpsgemeenschap en de kerk ook. Binnen al deze verbanden werd redelijk gelijk gedacht over de opvoeding. We hadden een netwerk van sociale relaties met veel mede-opvoeders en een hechte sociale controle. Ouders werden in hun opvoedende taak ondersteund door de familie (de grootouders!), maar ook door de school, de kerk en de buurt. Tot de mede-opvoeders behoorden ook de media: kranten, tijdschriften, kinderboeken.

Jonge ouders die hun kinderen christelijk willen opvoeden, staan er nu veel meer alleen voor. De familie is niet meer in de buurt. Op school is de identiteit misschien verbleekt. In de buurt gaat bijna niemand meer naar de kerk. De media verkondigen een andere moraal. De damesbladen met opvoedingsrubrieken maken jonge ouders vaak onzekerder. Daar lezen ze wat er allemaal mis kan gaan met je kind, als je het niet goed doet. Ouders zijn zo hun onbevangenheid en zelfvertrouwen kwijtgeraakt, schreef de pedagoog E. Blaauwendraat onlangs. 'En dat zijn twee zaken die juist zo nodig zijn'.

Het gevolg van dit versnipperde leven is een uiteenvallende opvoeding. We spreken van noodzakelijke media-opvoeding (thuis of op school? Of in de kerk? ), we spreken over seksuele opvoeding (thuis of op school, of op straat? ) en zo hebben we het nu over geloofsopvoeding. Die onderscheidingen zijn natuurlijk best bruikbaar, als we tegelijk maar beseffen dat voor christenouders het leven principieel gezien niet uiteen mag vallen.

De socioloog prof. G. Dekker heeft in analyse van de huidige cultuur, ook die waarin de kerken opereren, gesproken over individualisering en fragmentarisering. Waarden en normen worden niet meer breed gedragen en aanvaard, elk gemeentelid maakt eigen afwegingen en keuzes, ook in de opvoeding. En daarbij komt dat die waarden en normen op verschillende terreinen anders zijn. We zijn niet dezelfde op het sportveld en als ouder, op ons werk en als ouderling. Verschillende waardepatronen.

En hoewel wij met de kinderen van de gemeente midden in deze cultuur staan en deze levenslucht inademen, moeten we vooral zeggen dat het leven één is. Het leven, ontvangen van onze Schepper, gekregen om te leven voor Zijn aangezicht. Om hem te dienen met een een-voudig hart. Met een eenparig gemoed. Waarbij ons leven op maandag niet haaks kan staan op dat van zondag. Dat is de grote vooronderstelling als we samen nadenken over geloofsopvoeding: het gaat om het grootbrengen van onze kinderen op een wijze die het totale leven omspant. Ik kan me goed voorstellen dat juist hier het wringt en schuurt onder ons.

Toekomstperspectief

Opvoeden is een activiteit die toekomstgericht is. Het gaat om de vorming van jonge mensen met het oog op zelfstandig kunnen functioneren, op het een evenwichtig mens worden. Daarom is het in de geestelijke opvoeding van cruciaal belang welke verwachtingen opvoeders van de toekomst hebben en waarnaar zij zelf streven. Die spelen een rol in de keuzes die in de opvoeding worden gemaakt.

Nu de overzichtelijkheid van onze samenleving is afgenomen en de toekomst veel ongewisser is, is het voor ouders ook veel lastiger om hun kinderen voor later toe te rusten. Hoe zal de wereld er over tien jaar uitzien? Wij leven supersnel en staan daarom soms

In april jl. vond de halfjaarlijkse ontmoeting van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met predikanten in het noorden van het land plaats. Ondergetekende hield hier een inleiding over 'Geloofsopvoeding', die we enigszins ingekort in twee afleveringen plaatsen.

nauwelijks stil bij de ontwikkelingen van de afgelopen tien, vijftien jaar. De bekende pedagoog dr. W. ter Horst noemt dit in zijn laatste boek Onderwijzen is opvoeden een verlammende pedagogische werkelijkheid. 'Als er aan kinderen en jeugdigen geen perspectief geboden wordt dat boven hun eigenbelang uitgaat, is er geen doel waarvoor ze medeverantwoordelijk zijn in hun leven. Dan is niets echt de moeite waard om plannen voor te maken en zich voor in te zetten, behalve voor zichzelf. Zo worden ze geen persoonlijkheid'. Ter Horst aarzelt niet het gebrek aan toekomstperspectief van jongeren een van de grote pedagogische problemen van deze tijd te noemen. Individueel toekomstperspectief is er nog wel: werken aan carrière, geld verdienen, een leuk leven hebben. Maar het bindt niet samen en geeft geen diepere zingeving. Als wij hierover nadenken, blijkt dat het geestelijke aspect van de opvoeding beslissend is voor ons toekomstperspectief. In de opvoeding zijn veel christenouders uiterst gericht op de schoolprestaties, op de maatschappelijke loopbaan, op het leven hier. Terwijl de doorslag gegeven moet worden door het feit dat we niet altijd onderweg zijn, we op aarde geen blijvende stad hebben, dat we met onze kinderen op weg zijn naar de rechterstoel van God, waar we alleen een schuilplaats hebben als we geborgen zijn in Jezus Christus. Die toekomst dient onze opvoeding te bepalen, en daarmee krijgt onze opvoeding een geestelijk karakter.

Die wetenschap van het tijdelijke van ons bestaan doet ons het leven op aarde niet verwaarlozen, maar plaatst ons bezig-zijn hier wel onder de koepel van de eeuwigheid. Het is de vraag of die spits onze opvoeding bepaalt of dat we er alleen aan denken als een jong leven zeer plotseling ten einde is, als een bloem in de knop al geknakt. Als wij geestelijke opvoeders zijn, wellicht thuis maar in ieder geval als catecheet of predikant, dient deze dimensie op de een of andere wijze altijd aanwezig te zijn. Waar de eeuwigheid uit het vizier raakt, kunnen we de dingen op aarde niet meer in de juiste proporties zien. Dat geldt zeker ook de dingen die het leven van jongeren kunnen beheersen.

Talenten en geld

Dit is overigens geen doemscenario. Gericht zijn op de toekomst betekent dat we hier onze Schepper mogen leren kennen én voor Hem mogen leren leven. Geloofsopvoeding omspant daarom het je kinderen leren kijken naar de dingen van elke dag, hen leren om te gaan met hun talenten en hun geld, hun vriendjes en hun tijd. Zo leren leven binnen de grenzen van het verbond. Dat kunnen we een definitie van geloofsopvoeding noemen, zo we die nodig hebben.

De toekomst van de christelijke opvoeding is het Koninkrijk van God, dat in Christus nabij gekomen is. Kinderen zijn geboren om kinderen, om onderdanen van dit Koninkrijk te worden, om in hun leven ook tekenen van dit Koninkrijk op te richten. Onze geloofsopvoeding leert denken en keuzes maken vanuit de grondwet van dit komende Koninkrijk van gerechtigheid en vrede. Dan komen we terecht bij de Tien geboden, bij de Bergrede als nadere uitwerking daarvan. Aan die grondwet ontlenen we in de geloofsopvoeding onze waarden en normen.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Binnen de grenzen van het verbond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's