De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Karikatuur van het orthodoxe Schriftgeloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Karikatuur van het orthodoxe Schriftgeloof

KUYPER, BAVINCK EN BERKOUWER [3]

6 minuten leestijd

In dit derde artikel willen wij een evaluatie geven van de wijze waarop dr. Van Keulen de ontwikkelingsgang van de theologie in de Gereformeerde Kerken in Nederland heeft getekend, toegespitst dan op de Schriftleer. De zeer sterke kant uan zijn boek is dat hij urijujel volmaakt volledig de gegevens op tafel heeft gelegd en deze op een uiterst heldere manier heeft gepresenteerd. Door dit laatste is het lezen van dit dikke boek een waar genoegen en een boeiende bezigheid.

.» . > > Gaat het echter om de analyse van het geheel, dan blijkt er toch sprake te zijn van een zekere vlakheid. Op een aantal belangrijke punten zou je verwachten dat Van Keulen dieper erop zou zijn ingegaan, om te laten zien wat hier in feite bezig is te gebeuren. Die verwachting heeft hij niet altijd waarge-

maakt. Ik zal dit nader aantonen. Maar eerst de vraag, waaruit dit manco te verklaren is. Het kan zijn dat het analytisch vermogen van de schrijver niet zijn sterkste kant is. Op zich zou dit hem niet euvel geduid kunnen worden, want het boek getuigt er ruimschoots van dat hij over vele andere kwaliteiten beschikt. Zelf denk ik echter dat er een andere reden is waaruit dit te verklaren is. Ik wees er al op dat Van Keulen een Berkouwer-bewonderaar is. Ook daarvoor hoeft hij zich niet te schamen. Want er zijn er meer en in zekere zin zou ik mezelf ook onder hen willen scharen. Al Berkouwers Dogmatische Studiën heb ik gelezen en de invloed daarop op mijn denken is

niet gering geweest. Om daar een klein voorbeeld van te geven. Voor mijn doctoraalexamen dogmatiek bij prof. Van Ruler moest ik een scriptie schrijven over De wedergeboorte in engere zin. De inhoud van de scriptie kwam hierop neer, dat ik een aantal hoofdstukken had geschreven over wedergeboorte en geloof, wedergeboorte en bekering, wedergeboorte en rechtvaardiging en nog een paar van dat soort thema's. Het oordeel van prof. Van Ruler was nogal kritisch. Het kwam erop neer dat ik te veel naar Berkouwer had geluisterd, die altijd theologiseert in de trant van en... en. Het ging Van Ruler er echter om dat ik de wedergeboorte op zich zou behandelen. Wat gebeurt er als een mens wedergeboren wordt? Ik had me dus te veel door Berkouwer laten leiden!

Van Keulen is echter zo diep onder de indruk van Berkouwer dat hij hem niet alleen tot op de naad volgt, maar dan te weinig eraan toekomt om kritisch door te vragen. Ik zal dit nader aantonen.

Formalistisch

We hebben gezien dat de ontwikkelingsgang die Berkouwer in zijn theologisch denken heeft doorgemaakt, onder andere wordt gekenmerkt door het loslaten van het zogenaamde formele Schriftgezag en een uitsluitend aanvaarden van een zogenaamd materieel (op de inhoud gericht) Schriftgezag. Dat formele gezag was door Kuyper en Bavinck wel erkend en nam bij hen zelfs een fundamentele plaats in. Wat had Berkouwer daarop tegen? Berkouwer gaf dit aan met de term 'formeel'. Hij verstond dat in negatieve zin, doordat hij het losmaakte van de inhoud van de Schrift en van het geloof in de Schrift zelf. Formeel kreeg daardoor de inhoud van formalistisch. Maar was dat terecht?

Hier had Van Keulen dieper moeten peilen. Want dan had hij duidelijk kunnen maken dat Berkouwer hier een karikatuur maakte van het orthodoxe Schriftgeloof. Want zowel Kuyper als Bavinck heeft met dit zogenaamde formele Schriftgezag niets anders willen aangeven dan het vertolken van het geloof dat de Schrift het Woord van God is. Dat was hun uitgangspositie. Een uitgangspositie die beheerst werd door het geloof, dat leeft uit de Schrift zelf als goddelijk getuigenis. Met andere woorden: de tegenstelling die Berkouwer zag tussen formeel en inhoudelijk Schriftgezag, bestond voor Kuyper en Bavinck niet. Het was veeleer zo dat het gelovig omgaan met de Schrift zelf hen had gebracht tot het a priori dat de Bijbel Gods Woord is.

Intussen heeft deze door Berkouwer sterk naar voren geschoven onderscheiding wel haar uitwerking gehad. Met name binnen de Gereformeerde Kerken en wel in deze zin dat men zich gehinderd ging voelen om vrijmoedig te belijden dat de Bijbel Gods Woord is. Dit volmondig uit te spreken werd steeds zeldzamer, zeker onder de theologen.

Bittere discussie

Een tweede belangrijk punt dat wij al noemden, is het gegeven dat de inhoudelijke invulling van het Schriftgezag bij Berkouwer steeds meer zich ging concentreren en op de duur ook reduceren tot het Christus-getuigenis van de Schrift. Daarbij kwam de nadruk te vallen zowel op het christologische als op het getuigeniskarakter van de Schrift.

Berkouwer zeifis op dit punt al kritisch weersproken. Velen vonden deze concentratie op het christologische een beperking van wat de Schrift leert. Het stond ook enigszins op gespannen voet met de gereformeerde traditie, die aan de Schriftopenbaring een trinitarisch karakter toekende, d.w.z. beheerst door het spreken en handelen van de drie-enige God. Ook Bavinck had deze trinitarische lijn consequent volgehouden.

Daardoor was er plaats voor elementen in het Schriftgetuigenis die niet uitsluitend christologisch waren te verstaan. Met name gold dat in het licht van het feit dat bij Berkouwer dit christologische inhoudelijk wordt gelijkgesteld met het soteriologische, het op het heil gerichte spreken van de Schrift. Dat vond men te weinig en te eenzijdig. Want de Schrift spreekt ook over eeuwig oordeel en over onheil en definitieve toorn van God.

Een van degenen die op dit punt Berkouwer meende te moeten weerspreken, was M. J. Arntzen. Hij vond dat Berkouwer te eenzijdig het soteriologisch aspect in de Schrift accentueerde en te weinig ernst maakte met het eeuwig oordeel, waarover de Bijbel ook spreekt. Het werd een wat bittere discussie. Maar wel werd eruit duidelijk welke consequenties de nieuwe Schriftvisie van Berkouwer had.

Want niet alleen het christologische maar ook het getuigeniskarakter van de Schrift werkte hierin door. Concreet spitste zich dat toe op het punt of het ook op zich (objectief) waar is, als Jezus dreigt met het eeuwig straftijden in de hel. Arntzen meent van wel en ziet daarin de ernst van dit woord. Berkouwer neemt dan zijn toevlucht tot het getuigeniskarakter van de Schrift. Het gaat hier niet om een

mededeling van een objectieve waarheid, die betrekking heeft op een bestaande werkelijkheid (hel), maar wat Jezus zegt, is te verstaan als een ernstige vermaning en oproep tot geloof. En de vraag of dat helse lijden een objectieve werkelijkheid is, is niet aan de orde.

Mij dunkt, zou dit een punt zijn geweest waarop Van Keulen dieper en kritischer op Berkouwers positie had moeten ingaan. Nog twee belangrijke punten wil ik ter sprake brengen. Maar die bewaar ik voor een laatste artikel.

C. GRAAFLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Karikatuur van het orthodoxe Schriftgeloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's