Waar het mis ging in de GKN
KUYPER, BAVINCK EN BERKOUWER [4]
In het vorige artikel heb ik twee punten genoemd waarbij wij een diepere en kritische analyse van dr. Van Keulen hadden verwacht. Ik noem nu ten slotte nog een derde en misschien wel het belangrijkste punt van kritiek.
Verbonden met Berkouwers kritische stellingname ten opzichte van het formele Schriftgezag zien wij dat hij steeds meer nadruk gaat leggen op de noodzaak dat we Gods openbaring zoals dit in de Schrift tot ons komt, ontvangen en verstaan in het geloof. Kort gezegd, het gaat niet om openbaring 490 alleen maar om openbaring en geloof. Openbaring van Godswege en geloof van de kant van de mens, zij het als gave van de Geest.
Het doet ons denken aan Berkouwers dissertatie, die ook al ging over openbaring en geloof, met toen als onderzoeksveld de nieuwere Duitse theologie.
Die combinatie is Berkouwer altijd bijgebleven en is later steeds meer voor hem de sleutel geworden om de Schrift als Woord van God op de juiste manier te verstaan.
De gelovige
Nu zien wij ook op dit punt bij Berkouwer een duidelijke ontwikkeling. Ingezet heeft hij op deze wijze dat Gods openbaring alleen landt waar zij in het geloof wordt ontvangen. Het geloof is daarbij dan niet een soort neveninstantie die een eigen inbreng heeft in het verstaan en aanvaarden van de Schrift, maar veeleer een genadegave van de Geest, die de mens brengt tot een ontvankelijk: spreek HEERE, want Uw knecht hoort.
Nu zien wij bij Berkouwer een ontwikkeling plaatsvinden, die wij het beste zo kunnen omschrijven dat in plaats van het geloof de gelovige komt te staan. Die gelovige gelooft wel, maar is tegelijk een mens die leeft in deze wereld, die deelneemt aan de gang van het gebeuren, geestelijk en cultureel, enz., en de invloeden daarvan toelaat, ook in de manier waarop hij g ' "ft in God en dus ook in de Schrift.
Concreet betekent dit als het om het verstaan van de Schrift gaat, dat die gelovige een bagage meekrijgt van kennis en denken en feiten die, uit de context waarin hij leeft, hem worden aangereikt en die mede zijn geloven in de Schrift gaan bepalen. Zo wordt openbaring en geloof tot openbaring en gelovige, met alles wat erop en eraan zit. Die twee, openbaring en gelovige, grijpen op elkaar in, beïnvloeden elkaar in een vruchtbare wisselwerking. We zagen al dat Berkouwer dit heeft aangeduid met de term 'correla-
tie'. Niet een relatie tussen de Schrift en de gelovige maar een cor-relatie. In dat woord klinkt door dat het hierbij niet meer gaat om een zonder meer gehoorzaam zich laten gezeggen door de Schrift, maar om een samenspel van de Schrift en de gelovig met de Schrift bezig zijnde mens.
Omdat die mens een eigentijds mens is, dat wil zeggen, steeds meerde mondige, moderne, autonome mens is gaan worden, zijn er van zijn kant steeds meer vragen en een eigen inbreng gekomen. Die mocht ook komen in de omgang met de Schrift. Met als gevolg dat de Bijbel zelf daardoor inhoudelijk steeds meer werd onthuld als een historisch gesitueerd boek, dat met een kritisch, door de eigen tijd geschoold onderscheidingsvermogen diende te worden gelezen en aanvaard.
Kritiek van Berkhof
Het is met name op dit punt dat Berkouwer een weg is ingeslagen die baanbrekend is gebleken voor de verdere gang van zaken in de theologie van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Wel zijn er ook op dit punt tegenstemmen geweest, zowel binnen als buiten de Gereformeerde Kerken. In onze eigen kring heeft destijds dr. S. Meijers in zijn dissertatie over Objectiviteit en existentiflliteit een diepgaande en ook kritische analyse gegeven van de ontwikkeling van Bavinck naar zijn volgelingen toe, met name bij Berkouwer.
De belangrijkste criticus van buiten is prof. H. Berkhof geweest. Hij meende dat Berkouwer op deze manier terechtkwam in wat hij noemde een subjectivering van het Schriftgezag. Met subjectivering bedoelde hij dat het gezag van de Schrift afhankelijk werd gemaakt van het oordeel van de (gelovige) mens. En dat kon wel eens vergaande gevolgen hebben.
Berkouwer heeft deze kritiek weersproken. Hij vond het van Berkhof een onjuiste beoordeling. Opmerkelijk is toen de reactie van Berkhof geweest. Hij wilde zijn oordeel opschorten. Misschien was hij er toch naast geweest en dan wilde hij het wel terugnemen. Maar daarmee wilde hij voorlopig wachten. De toekomst zal duidelijk maken of hij wel of geen gelijk gehad heeft, aldus Berkhof. Nu zeggen we dat die toekomst inderdaad duidelijk gemaakt heeft dat Berkhof gelijk heeft gehad.
Schrifttheoloog
Want de ontwikkeling is doorgegaan. Niet zozeer bij Berkouwer zelf. Van Keulen merkt op dat Berkouwer zelf tot het laatste toe een echte Schrifttheoloog is gebleven. Wel wat anders dan vroeger. Vroeger was zijn beroep op de Schrift heel direct. Er staat geschreven. Later veranderde dit in een hermeneutisch weloverwogen verstaan van de Schrift, waarbij tekst en context veel meer genuanceerder werden onderzocht. Toch bleef Berkouwer Schrifttheoloog in optima forma. En dat ben ik met Van Keulen eens. Het heeft mij op deze gedachte gebracht: Als het in de Gereformeerde Kerken was gebleven bij de wijze waarop Berkouwer met de Bijbel omging, zou het schriftuurlijk karakter van de theologie in die kerk bepalend zijn gebleven. Maar Van Keulen laat zien dat het bij Berkouwer niet is gebleven. Hij noemt hem een bruggenbouwer. Berkouwer heeft met zijn zich ontwikkelende theologie een brug gebouwd, waar zijn leerlingen niet alleen overheen gingen, maar daarna hun weg vervolgden. In een recensie in Trouw werd daar op deze manier op ingegaan dat Berkouwer inderdaad als een brug heeft gefungeerd. Een brug ga je overheen en vervolgens laat je de brug achter je en ga je je eigen weg vervolgen. Zo is het inderdaad gegaan.
De ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken is daardoor bepaald dat in de combinatie van Schrift en eigentijdse gelovige, de laatste factor steeds meer de eerste is gaan overheersen. In het rapport over Relationeel Schriftgezag komt dat al duidelijk naar voren. Maar vooral bij leerlingen van Berkouwer zoals H. Wiersinga en H. M. Kuitert heeft zich dat in een nog veel ingrijpender vorm voortgezet.
In de dissertatie van Van Keulen wordt in hoofdlijnen ook deze latere ontwikkeling getekend. Van Keulen merkt daarbij op dat Berkouwer zijn promovendi altijd de ruimte heeft gegeven om die verdere ontwikkeling door te maken. Dat is ook zo. Alleen denk ik dat het toch nog iets anders moet worden gezegd. Berkouwer heeft ze niet alleen de ruimte gegeven, hij heeft ze ook altijd met zijn gezag gedekt. Ook Kuitert, toen hij al in het stadium verkeerde van een vergaande kritische benadering van het bijbels en gereformeerd geloven. Hoe dat te verklaren is, zal denk ik nooit helemaal duidelijk worden. Mijns inziens hebben bij Berkouwer daarbij ook heel persoonlijke motieven een rol gespeeld.
Onrust
Ten slotte. In mijn eerste artikel heb ik er al op gewezen dat Berkouwer heel trouw Bavinck noemt ter ondersteuning van zijn eigen gedachtegang. Maar als hij een weg inslaat die van Bavinck afwijkt, zegt hij dat niet, maar noemt hij Bavinck niet meer. Dat gaf aan de lezer de indruk dat hij nog steeds in de lijn van Bavinck dacht, hetgeen feitelijk niet het geval was. Waarom Berkouwer dat deed, probeert Van Keulen te verklaren. Volgens hem deed Berkouwer dit vanuit wat hij noemt een 'strategisch pastoraal motief'. Toen ik bij zijn promotie opponeerde, ben ik daar dieper op ingegaan, omdat Van Keulen zelf dat in zijn boek niet doet.
Ik heb dat toen als volgt voor mijzelf nader uitgelegd. Als het waar is wat Van Keulen hiervan zegt, heeft Berkouwer dit dus bewust zo gedaan. En ~als dit door hem een pastoraal strategisch motief wordt genoemd, maak ik daaruit op dat Berkouwer dit gedaan heeft omdat hij bang was dat er anders onrust zou ontstaan in de kerk, namelijk door de constatering dat het spoor der vaderen (Bavinck) werd verlaten. Tenslotte had Berkouwer de Vrijmaking meegemaakt en hij was doodsbenauwd dat dit nog eens zou gaan gebeuren.
Als dat zo is, dan is het ook te verklaren waarom Berkouwer enerzijds met zijn moderne leerlingen heel ver meeging zonder hen tegen te spreken, maar dat hij boos werd, als hij van rechterzijde werd aangesproken op zijn nieuwere opvattingen. Zelfs tegenover Berkhof heeft Berkouwer zich op een emotionele manier verweerd, toen hij hem van subjectivering van het Schriftgezag verdacht. Deze emotionele reactie wordt nu voor ons duidelijk, omdat Berkouwer in hen zijn pastorale strategie zag mislukken. En dat heeft hem diep geraakt.
Terugbuiging
Overigens was er van een totale mislukking geen sprake. Want al waren er die deze strategie doorzagen en afwezen, verreweg de meesten bleven ervan uitgaan dat Berkouwer ook in zijn
latere periode nog steeds het goede spoor der vaderen volgde. En omdat hij zelf niet aangaf dat het in gereformeerd opzicht niet goed ging, bleven de meesten ook van de latere nog verder afwijkende theologen geloven dat zij nog steeds gereformeerd waren.
Ten slotte heeft dat daarin geresulteerd dat zelfs vurige aanhangers van Kuitert zich er nog op lieten en laten voorstaan dat zij gereformeerd zijn en daarom van hun kritische medegelovigen eisen dat zij daarvoor worden aangezien.
Het trof me nog weer bij de interviews die gehouden zijn rondom de zogenoemde domineeskinderen-dag en waarvan een deel in Trouu; is gepubliceerd. Een van hen had boven zijn interview laten zetten 'voluit gereformeerd'. Maar uit het verhaal zelf bleek, dat hij in feite niets meer geloofde en er ook niets meer aan deed. Dat is toch wel een wat trieste gang van zaken. Het brengt me tot de conclusie dat het genoemde pastoraal strategisch motief niet echt positief heeft gewerkt. Al wil ik er wel van uitgaan dat Berkouwer zelf nooit bedoeld en gewild heeft dat het ten slotte die uitwerking zou krijgen.
Gelukkig is dit niet de enige lijn die we verder kunnen trekken na Berkouwer. We zien in de laatste tijd aan de Vrije Universiteit weer een terugbuiging naar een meer bijbels en orthodox gereformeerde theologiebeoefening. Opmerkelijk is wel dat deze nieuwe ontwikkeling zich niet kenmerkt door een voortgaan op de weg van Berkouwer maar meer aansluit bij Barth en vooral zich kenmerkt door een positieve herwaardering van het gedachtegoed van Calvijn.
Van Keulen heeft een bijzonder in-houdvol boek geschreven, waar ik veel van geleerd heb maar waarbij mijn gedachten zich ook hebben vermenigvuldigd. En wat voor lering ikzelf daaruit kan trekken? Heel veel denk ik, maar dat zullen we nu niet meer aan de orde stellen.
C. GRAAFLAND
N.a.v. D. van Keulen Bijbel en dogmatiek. Schriftbeschouwing en Schriftgebruik in het dogmatisch werk van A. Kuyper, H. Bavinck en G. C. Berkouwer. Uitg. Kok, Kampen; 744 blz.; € 49, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's