Globaal bekeken
U it het Boek der Mirakelen van Caesarius van Heisterbach (zie Boekbespreking) twee fragmenten die ook vandaag herkenbaar of van toepassing zijn.
• De dwaling van landgraaf Lodewijk; en de voorbeschikking
'Uit het uerhaal van een of andere monnik heb ik vernomen dat landgraaf Lodewjjk, de vader van landgraaf Herman die nu twee jaar geleden gestorven is, tot een geuaarlijke dwaling vervallen is, niet alleen voor zijn eigen ziel maar ook ten koste van het bezit van zijn onderdanen. Hij was een rouer en een geweldige tiran. Het hem toevertrouwde volk had te lijden uan zijn vele wrede afpersingen en hij eigende zich tal van bezittingen van de kerken toe. Toen hij hierom en wegens vele andere kwalijke praktijken door monniken terechtgewezen werd, die hem bij de biecht de bestraffing uan de slechten en de heerlijkheid uan de uituerkorenen onder ogen brachten, gaf hij een miserabel antwoord: "Als ik voorbestemd ben, zullen geen zonden mij het rijk van de hemelen kunnen ontnemen. Als ik uan teuoren gekend ben, zullen geen goede daden mij dat kunnen geven." En zoals de hoogbejaarde uader Konraad, een monnik uan ons klooster die uit het gebied uan Thüringen stamde, mij meer dan eens gezegd heeft, hield hij dat bekende psalmuers: "De hoogste hemel is uoor de Heer, maar de aarde heeft Hij aan de kinderen uan de mensen gegeven" (Ps. 115 : 16) als een spreekwoordelijk gezegde voor aan hen die hem beschuldigden. Hij tuas immers een ontiuikkeld man en daarom des te meer onbuigzaam.
En toen mannen ueruuld van de vreze des Heeren tegen hem zeiden: "Heer, spaar uiu ziel, houd op met zondigen. U loopt het risico dat de Heer, getergd door uw zonden, de zondaar in zijn zonden doodt", antwoordde hij van zijn kant: "Als de dag van mijn dood komt, zal ik sterven. Ik kan deze niet door goed te leuen uerder opschuiuen en euenmin door slecht te leuen dichterbij brengen." De genadige God wilde hem in zijn barmhartigheid uan zo'n grote dwaling terugroepen en hem weer tot redelijk inzicht brengen. Daarom geselde Hij hem met een gevaarlijke ziekte. Men riep zijn lijfarts, een uoortreffelijk man met een wijze gematigdheid. Niet alleen in de medische wetenschap maar ook in de theologie was hij buitengewoon goed thuis. De uorst zei tegen hem: "Zoals je ziet, ben ik er slecht aan toe. Behandel mij, zodat ik weer beter word." De arts dacht aan diens dwaling en zei: "Heer, als de dag uan uiu dood gekomen is, zal mijn behandeling u niet uan de dood kunnen redden. Als u euenwel niet aan deze ziekte zult steruen, is mijn medische hulp ouerbodig." Waarop de ander zei: "Waarom geef je dat antwoord? Als ik geen zorguuldige behandeling krijg en mij geen leefregel gegeven wordt om me aan te houden, word ik misschien zowel door mijzelf als door andere oneruaren lieden niet goed uerzorgd en dan zal ik udór mijn tijd steruen."Toen de dokter dit woord hoorde, was hij buitengewoon uerheugd, want nu zag hij zijn kans schoon. Hij antwoordde: "Heer, als u gelooft dat uw leven door de kracht uan de geneeskunde kan worden verlengd, waarom weigert u dan dat aan te nemen aangaande berouw en werken uan gerechtigheid, die tegengif zijn voor de ziel? " De landgraaf zag in dat zijn woorden gewicht in de schaal legden en vanwege hun redelijkheid zei hij hem: "Wees van nu af de genees heer van mijn ziel. Doorje helende tong heeft de Heer mij immers uan een grove vergissing verlost.'"
• De opvatting van Augustinus over de late boetvaardigheid
'Als iemand op zijn sterfbed boete wil doen, die boete aanvaardt, zich dan met God uerzoent en uan hier heengaat, ik uerklaar u dat wij hem zijn verzoek niet weigeren. We durven evenwel niet te zeggen dat hij met een gerust hart uan hier heen kan gaan. Of hij veilig is heengegaan, ik weet dat niet. We kunnen hem een boete opleggen, maar geen veiligheid garanderen. Zeg ik soms: hij zal verdoemd worden? Toch zeg ik ook niet: hij zal beurijd worden. Wilt u dus van uw twijfel beurijd worden? Doe boete, zolang u gezond bent. Handelt u zo, dan zeg ik u dat u gerust kunt zijn. U hebt boete gedaan toen u nog kon zondigen. Als u boete wilt doen terwjjl u niet meer kunt zondigen, hebben de zonden u losgelaten, u niet de zonden. Zo is het. Er zijn twee mogelijkheden: of God vergeeft u, of God vergeeft u niet. Wat uan die twee te gebeuren staat, weet ik niet. Klamp u dus aan het zekere uast, laat het onzekere los (Augustinus, Sermo 393l'
v.o.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's