Boekbespreking
Niek van der Oord, Jodenkampen, Uitgave Kok, Kampen, 367 pag., € 29, 50.
Balderhaar, Blesdijke, Diever, Elsloo, Fochteloo, Kremboong, Mantinge, Rouveen en Vledder, allemaal weinig bekende plekken in Friesland, Drenthe en Overijssel. Voor de Nazi's waren het ideale plekken om joodse mannen uit het hele land in de leeftijd van 18 tot 55 jaar in al of niet reeds bestaande barakken bijeen te brengen, vanwaar ze na een periode van isolement naar het verzamelkamp Westerbork werden getransporteerd, om vervolgens, na enkele dagen 'gezinshereniging', te worden doorgezonden naar hun eindstation: Auschwitz en Sobibor. In de kampen werden gemiddeld 200 joodse mannen gehuisvest. Ze boden maximaal negen maanden onderdak aan de ten dode opgeschreven bewoners. Enkelen wisten te ontkomen, enkelen van hen zijn nog in leven. De journalist Niek van der Oord bundelde hun verhalen en verzamelde tevens tal van authentieke brieven, foto's en documenten die in het boek zijn opgenomen. Het boek bevat is een heel bijzondere briefwisseling tussen Guus van der Wijk met zijn toekomstige echtgenote Mineke de Vries in Leiden. Vanuit De Landweer in Elsloo stuurde hij bijna dagelijks brieven (zie Globaal bekeken).
Zo ontstond een levensecht historisch document over de verbanningsoorden die tot heden niet waren beschreven. Aangrijpend is het uit de brieven te lezen dat de gedeporteerde joden aanvankelijk nog niet beseften wat hun boven het hoofd hing. Pas langzaam rijpte het besef waartoe ze bijeengedreven waren, al bleef hun uiteindelijke lot tot het einde toe voor hen verborgen. Opnieuw is een ontroerend document toegevoegd aan het vele bestaande. Opdat wij niet vergeten! De vele foto's maken het boek des te sprekender.
V.D.G.
Dr. S. Meijers De tirannie verdrijven. Kanttekeningen bij herleving van dictatuur. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 128 blz.; € 13, 50.
Het omgaan met dictatuur is een blijvend actuele, geestelijke zaak, zo leerde dr. S. Meijers uit de studie van dr. W. J. Lamfers uit Weesp over Bonhoeffer, Havel en Plesu, drie dissidente denkers over vrijheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, die hij in november jl. in de Waarheidsvriend besprak. Het boek haalde dingen bij hem boven, irritatie onder andere over onze nietdenkende en gemakzuchtige tijd, waarin het nut van iets als beslissend criterium geldt. Het bracht hem tot diepgaande cultuurkritiek in zijn nu verschenen boek De tirannie verdrijven, dat de uitwerking is van de stelling: 'Mikken op nut (pragmatisme) via zelfbeschikking van mensen (autonomie) en verwereldlijking van waarden (secularisatie) levert een abstractie op, een spook dat tirannie oefent'.
De Zeister emeritus predikant gaat op zoek naar de verschraling van het waardebesef, waarbij hij de wortels van Franse en industriële revolutie blootlegt. Het feit dat alles inmiddels over de materialistische kam geschoren wordt, verraadt hoezeer het atheïsme het voortouw genomen heeft. 'Gelukkig kon men de jonge vrouw helpen en kon de vrucht verwijderd worden', een taalgebruik waaraan ook wij wellicht wennen, maar dat verhult dat er een moreel oordeel gegeven wordt over een aanstaande moeder die menselijk leven laat doden! Onze tijd is niet minder dan een bedreiging van echte menselijkheid, waarbij mensen stik-eenzaam in de geschiedenis staan. Centraal is bij de auteur de gedachte dat de wet van God het tegendeel van dictatuur is, doordat deze op inschakeling van ons als persoon is gericht. Hij bepleit onderwijs waarin de verbanden van de tijden en de gedachten worden doorgegeven -anders ben je parachutist in niemandsland* en ziet veel in leefeenheden waarin men elkaar bemoedigt, vooral rondom een open bijbel. 'Er groeit een jeugd op die vaak intuïtief beseft dat zending en diaconaat en zorgverlening het leven echte zin
geven.' Geestelijke voorbereiding op een chaotische toekomst is nodig, wat geschieden kan door meditatief voor Gods aangezicht te leven.
Dr. Meijers schrijft zich te rekenen tot de rechterflank der Hervormde Kerk, wat voor hem een legitimatie is ook kritisch naar de orthodoxie te zijn, omdat hij zichzelf insluit. Hij signaleert dat we na de oorlog op gereformeerd erf geen baanbrekers aantreffen, terwijl in het voetspoor van Calvijn juist gezocht dient te worden naar de relevantie van het Evangelie voor de samenleving. Het laakt het isolement in gereformeerd-hervormde kring (kleefkracht in plaats van werfkracht), evenals het feit dat zelfs geen luisterhouding gevonden wordt jegens andere theologen en de breedte van het werk van Satan in de geschiedenis niet onderkend wordt.
Binnen het kader van zijn heldere cultuuranalyse en de geboden remedie vindt de lezer in het voorlaatste hoofdstuk ineens een aantal pagina's waarin een opdracht voor de Gereformeerde Bond onder woorden gebracht wordt. Bezinning acht ds. Meijers, nodig over de wijze waarop de Bond zijn kerkelijke betrokkenheid in concrete dienstbaarheid kan omzetten, waar de kerk van de toekomst nauwelijks een bindende structuur heeft. Wie de auteur in zijn be- . toog wil volgen, dient wel enigszins ingewijd te zijn. Hij spreekt bijvoorbeeld over kerkelijke hoogleraren aan wie met name in Utrecht bij hun richtingwijzende kritiek niet de volle ruggensteun werd gegund, wat pijn gedaan heeft 'en bovenal dom' was.
Wat hier gesteld wordt, lijkt me eerder stof voor een persoonlijk gesprek. Dr. Meijers bepleit ook een betere opdracht voor door de Bond bekostigde hoogleraren, een radicale beleidswijziging richting confrontatie met de moderne cultuur.
Is zijn signaleren van 'een verdrietige en onverantwoorde achterstand in kennis en lezen en theologische motivatie in gereformeerd hervormde kring' terecht? Vast wel, maar gelijk is het generaliserend, omdat degenen die zich onderscheiden geen enkelingen zijn. En wordt het gesprek met de cultuur niet gezocht en worden de vragen van deze tijd niet benoemd? Ongetwijfeld te weinig, maar ik wijs ook op de studie Belijden met hoofd en hart, vandaag in ons blad door prof. Den Hertog besproken, op de recent gestarte reeks Gereformeerd Belijden, die vruchten van beleid zijn. Meer dan het repeteren van de belijdenis - inderdaad, geen enkele formulering is ooit waarborg van zuiverheid in zichzelf- zijn er theologen die de betekenis van de belijdenis voor ons leven aan het hart van de gemeente willen leggen, verbonden met het onopgeefbare van de Reformatie.
Ds. Meijers schrijft ook: 'Beseffen we bijvoorbeeld dat de vragen van de heilszekerheid en vooral die van de heilsonzekerheid nauwelijks meer interessant zijn in onze cultuur? Ook niet in onze christelijke cultuur? Het zijn weliswaar enigermate legitieme vragen, hoewel armoedevragen, maar uitsluitend overgeërfd en levend gehouden binnen een subcultuur.' Ik vind deze formulering teleurstellend en ook strijdig met zijn waardering voor de piet as binnen de J Gereformeerde Bond, die ten diepste nooit'' overgeërfd is, maar persoonlijk verworven wordt in een gelovig buigen voor het •: : « Woord. En begint het Evangelie in elke culr, tuur niet met het wakker roepen en het stellen van vragt en? „
De tirannie verdrijven biedt veel, ook voor nadere doordenking. Dr. Meijers gaat verder | dan een doorlichting van onze cultuur en daarin van ieders leven. Hij wijst een weg, pleit voor een integrale manier van leverr waarbinnen vorm en inhoud samengaan, voor het volgen van Jezus op een wijze die de samenleving en de schepping in het oog houdt. Dan zijn de vruchten van ons leven inderdaad Gods geheim en onze verrassing.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's