Belijden in de eigen tijd
VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST VAN DE GEREFORMEERDE THEOLOGIE [L]
Gereformeerde theologie heeft een geschiedenis van eeuwen achter zich en heeft bewezen over een lange adem te beschikken en kracht in zich te bergen die haar in staat stelt zich te vernieuwen. Dat alles geeft haar een gezonde weerstand tegen het meegaan met de waan van de dag. Het geldt in dat licht dan ook niet als verdienste om eendagsvliegen te produceren. Het boek dat ter bespreking bij mij is bezorgd, zegt dat alleen al door uiterlijk en uitvoering. Ik heb het over de onder redactie van dr. ir. J. van der Graaf tot stand gekomen bundel Belijden met hoofd en hart, met de ondertitel: Gereformeerd leven tussen gisteren en morgen.
Het boek is stevig gebonden, zelfs voorzien van een stofomslag, en heeft dankzij een mooi lettertype en ruime regelafstand een fraaie bladspiegel. De heldere boodschap van die combinatie is: wij bieden u hier een kloeke bundel aan, die een plaats in uw boekenkast verdient, en die goed gelezen en daarna ook regelmatig uit de kast gehaald wil worden. Op die forse omvang van 572 bladzijden worden slechts zes artikelen geboden. Op een na tellen alle bijdragen dan ook om en nabij de honderd bladzijden, en vormen daarmee elk zo ongeveer dus een klein boek-in-een-boek. De auteurs hebben er allemaal werk van moeten maken, en - zeg ik op voorhand - ze hebben het ook gedaan.
Eerste indruk
Dit boek is een plaatsbepaling van gereformeerde theologie aan het begin /an de 21ste eeuw. Of nader bepaald: /an theologie die de Gereformeerde Bond in huis heeft. Daarmee bedoel ik liet maar dat alle scribenten daaruit ifkomstig zijn, maar dat de hier gebolen - gereformeerde - theologie in de S08 bedding van de Gereformeerde Bond is ontstaan en daar ook bewust wil staan. Ik kom erop terug.
Zes thema's of aandachtsvelden worden behandeld die van centraal belang zijn voor gereformeerde theologie als zodanig, en die ook vandaag gerichte aandacht verdienen. Even dacht ik dat ik een aanvulling of zelfs herhaling van G. van den Brink e.a. (red.), Gegrond geloof (ondertitel: Kernpunten uit de geloofsleer. In bijbels, historisch en belijdend perspectief, Zoetermeer 1996) in handen had. Dat bleek alras een misvatting. Waar in Gegrond geloof de verschillende onderdelen van de geloofsleer behandeld worden, is hier geen compleetheid nagestreefd. Deze bundel is een heel nieuw concept. Opzet en doel zijn heel anders.
Het gaat niet slechts om geloofsleer, maar om wat de gereformeerde belijdenis aan kracht en belofte in zich bergt, om een echte eenheid van 'hoofd' en 'hart'. Een dergelijke eenheid is geen kwestie van papier. Het gaat om het leven zelf, om ons bestaan in deze tijd voor het aangezicht van God. Gereformeerde theologie die niet in de eigen tijd staat, om zich daar door het Woord van God te laten reformeren, verdient eigenlijk de naam gereformeerd niet.
De lijnen uitgezet
In de eerste bijdrage gaat dr. C. A. van der Sluijs in op de kernthema's uit de gereformeerde belijdenis die vandaag onder vuur liggen. Hij ziet daarbij de vraag onder ogen wat onopgeefbaar is in de belijdenis van de Reformatie. Bedoelen we nog wel echt hetzelfde als toen, als we opkomen voor de rechtvaardiging door het geloof als het hart van de kerk? En: moeten we ook niet 'witte vlekken' in de gereformeerde belijdenis eerlijk kunnen erkennen?
Maar ook omgekeerd: zou het niet aanbeveling verdienen te vragen of er noties zijn die vandaag uit de aandacht verdwenen zijn of dreigen te verdwijnen, maar die juist niet gemist kunnen worden?
Van der Sluijs zet in met een bespreking van lijnen in het werk van H. M. Kuitert, H. Wiersinga en C. J. den Heyer, om vervolgens door te stoten naar wat eronder ligt: de huidige postmoderne situatie, die - zoals de filosoof Th. de Boer heeft gesteld - een vertraagde bewustwording van de ontdekking van de historiciteit van de mens en zijn wereld is. De overtuiging dat er niets boven de relativiteit van de geschiedenis uitgaat, niet een God, maar evenmin absolute zekerheden van de menselijke geest, eist haar tol. Er is een nieuwe vertaalslag nodig om de postmoderne mens buiten en in de kerk met het Evangelie te bereiken (22). Dat hoeft geen moeizame onderneming te zijn - het postmoderne levensgevoel biedt wel degelijk ook openingen. Het 'geloof' in de wetenschap heeft averij opgelopen, er is een terugkeer van de intuïtie, van dromen, een zoeken van alternatieven, en zelfs is er de positieve aandacht voor het vreemde (37).
Tegen die achtergrond tekent Van der Sluijs zowel het evangelicalisme als het orthodoxisme (niet: orthodoxie!) in, twee bewegingen die zich in de bevindelijk-gereformeerde wereld aftekenen. Bij beide groeperingen dreigt een 'vermenselijking' van God en zijn handelen. Voor wat de evangelicale stroming betreft wijst hij op de arminiaanse trek, die het gemeen zou hebben met het jodendom. Onder orthodoxisme verstaat hij de verstarring en daarom vermenselijking van de orthodoxie, die God niet Gód laat zijn en daardoor veel dichter bij de vrijzinnigheid staat dan men zelf vermoedt. Hij vraagt - en ik vind het heel waardevol om erover door te denken - aandacht voor de 'theologie van het kruis', waarin Gods weg - majesteitelijk, verborgen en genadig - wordt nagespeurd.
Alles overziende, meent Van der Sluijs dat een 'nadere contextuele actualisering' op een viertal velden nodig is: Christologie en pneumatologie, Ver- i zoening door voldoening, SoevereiniT teit van God en Rechtvaardiging en heiliging. In kritisch gesprek met anderen, ook met theologen die min of meer als geestverwant gezien mogen worden, zoals A. van de Beek en H. de Leede, legt Van der Sluijs zijn kaarten op tafel. Het valt in het licht van de soms scherpe kritiek op hen op dat K. H. Miskotte steeds bijval krijgt. Zo zet Van der Sluijs de lijnen uit. Zijn bijdrage wekt de verwachting dat de auteurs het zichzelf niet gemakkelijk zullen maken. En dat blijkt ook zo te zijn. Er wordt inderdaad een aantal peilingen gedaan naar wat gereformeerd zijn vandaag kan en wil betekenen, midden in de actualiteit van de twintigste en eenentwintigste eeuw.
Zending, kerk en Israël
Dat geldt meteen ook voor de tweede bijdrage, waarvoor drs. C. Blenk tekent: 'Gereformeerden ontdekken zending, Israël en wereldgebeuren'. Het gaat in het kader van de wereldgeschiedenis, het proces van globalisering dat zich aftekent en die ten diepste een bijbels thema is - de zending! - , om Gods beweging naar de 'uitersten der aarde', maar nooit zonder zich voortdurend bewust te zijn van de 'stoorzender' Israël. Wie zijn Kerk- en wereldgeschiedenis van de twintigste eeuw kent, zal hier veel herkennen.
Blenk tekent met grote lijnen hoe de zendingsopdracht is begonnen te leven, eerst bij enkelingen - tekenend is immers dat de zendingsopdracht nergens in onze gereformeerde belijdenisgeschriften wordt genoemd! - , maar dan opvallend genoeg uitgerekend bij de contra-remonstrant Plancius. Vervolgens leefde het zendingsbesef op in bewegingen als het reveil en aanverwante stromingen, doch steeds buiten de institutionele kaders van de kerk. Daar verdiept zich het, krijgt gestalte in diverse zendingsgenootschappen, maar het duurt tot in de
twintigste eeuw dat de 'vondeling' erkend wordt als eigen kind van de kerk. Dan is de 'vondeling' wel inmiddels al volwassen... (133)
Dezelfde lijn tekent zich af, als we letten op de 'ontdekking' van Israël. In de Nadere Reformatie kondigt zich het zicht op Gods blijvende trouw aan Israël - en daarmee de verwachting voor dit volk - aan. Opnieuw is het het reveil dat - krachtig gestimuleerd door 'bekeerde' joden als Da Costa - hier het voortouw neemt. Blenk trekt hier nadrukkelijk lijnen: de ontdekking van Israël kan alleen echt gestalte krijgen in een omgeving waar men zicht heeft op de ruimte van Gods verbond. In de neo-calvinistische theologie van A. Kuyper en H. Bavinck was niet echt oog voor Gods trouw aan het volk van zijn verkiezing. Op blz. 194 brengt het Blenk tot de conclusie: 'Gescheiden kerken, die braken met de volkskerk, hebben door hun eigen ecclesiologie ook moeite met Israël: ze slaan door (GKN) of Israël werkt niet door (CGK).'
Ten slotte bespreekt Blenk een zestal 'modellen' die de verhouding van Gods weg in de wereldgeschiedenis en die met Israël en de kerk op formule brengen, en duidt zijn eigen positie aan.
Het zegt iets dat dit gekozen is als thema voor het tweede artikel. Er spreekt uit dat men in deze bundel niet bij de zestiende eeuw kan en wil blijven staan. Zowel ten aanzien van de zendingsopdracht als ten aanzien van Gods weg met Israël vinden er 'bijbelse ontdekkingen' plaats. Wie van hier uit de twintigste eeuw overziet, ontdekt dat God zijn eigen wegen schrijft in de tijd.
Spreken over de kerk
Hoe zullen wij over de kerk spreken in deze tijd? De auteur van het hoofdstuk waarin het gaat over het 'wonder van de kerk', prof. dr. W. Verboom, valt ds. Blenk bij in diens pleidooi voor participatie in oecumenische organisaties (282; vgl. 142). Over de kerk moeten we in aansluiting bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis, met twee woorden spreken. God is bezig zijn gemeente te verzamelen en tegelijk is daar ook het samenkomen van mensen. Twee dimensies noemt Verboom het, die niet samenvallen, maar in spanningsvolle relatie tot elkaar staan. God trekt zijn eigen spoor in de geschiedenis en zijn verbond heeft een brede bedding. In de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk na de Reformatie in ons land is er daarom ook een ruime dooppraktijk geweest, zonder dat dat in mindering kwam op de oproep tot geloof en bekering. Wat God in de lijn van het verbond doet en belooft, is de ene pool, het antwoord van menselijke zijde is de andere pool.
Verboom pleit op grond daarvan ervoor de bedding breed te houden, omdat God Zeifin die bedding werkt. Hier vallen ecclesiologische beslissingen die niet nieuw en onverwacht zijn, maar toch de vraag oproepen of er geen nieuwe vragen spelen in onze tijd, waarin een Samen op Weg-proces zijn voltooiing nadert, maar er daarnaast ook iets als een 'kleine oecumene' op gereformeerd erf met vallen en opstaan gestalte krijgt. En dan ga ik nog voorbij aan wat de 'oecumene van het hart' heet. Die wordt aangestipt in de bijdrage van drs. R. H. Kieskamp.
G. C. DEN HERTOG, APELDOORN
N.a.v. dr. ir. J. van der Graaf (red.) Belijden met hoofd en hart. Gereformeerd leven tussen gisteren en morgen. Uitg. Kok, Kampen; 572 blz.; € 34, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's