De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oude papieren voor oudjaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oude papieren voor oudjaar

GEDACHTENIS VAN DE GESTORVENE IN DE KERKDIENST [I]

5 minuten leestijd

In de afgelopen tijd is - van zowel individuen als kerkenraden - een aantal malen de vraag op me afgekomen hoe we de gestorvenen in de kerkdienst een plaats geven. In het bijzonder: hoe geef je de liturgie van de gedachtenis van de overledenen gestalte? Ik heb het dan niet over de rouwdienst, maar over de dienst waarin de overledene wordt genoemd. Dat gebeurt meestal in de dienst waarin de gemeente samenkomt op de zondag dat de gestorvene boven aarde staat en in de eerstvolgende dienst na de begrafenis. De gedachtenis van de gestorvene krijgt echter bijzondere vorm en aandacht in de oudejaarsdienst of in de dienst op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, de zondag van de Voleinding. In deze bijdrage gaat het me om deze laatste diensten. Ik stel me als doel de bezinning op dit punt te dienen door een stukje geschiedenis door te geven, een aantal gedachten met de lezer te delen en een enkele handreiking te doen, vooral in liturgisch opzicht.

Hernieuwde bewustwording?

De eerste vraag die bij me opkomt, is: Waar komt de gedachtenis vandaan? En waarom doen we dat - als het in de gemeente gebeurt - vooral op oudejaarsavond? Het laatste is me gebleken uit een belronde onder collega-jaargenoten en na ruggenspraak met enkele emeriti die onze gemeenten hebben gediend. Dan blijkt dat op vele plaatsen op oudejaarsavond de namen worden genoemd van hen die in het afgelopen jaar de gemeente zijn ontvallen door de dood. Waar dit niet gebeurt, daar publiceert men de namen in het kerkblad en/of benoemt men zonder namen te noemen de zaak zelve in de voorbede - we gedenken allen die... en bidden voor de nabestaanden.

Toch is er ook een verschuiving gaande in de gedachtegang over het tijdstip waarop de gedachtenis plaats zou moeten vinden. In verschillende gemeenten waar geen expliciete gedachtenis was, is het ingevoerd of is men voornemens het in te voeren. In dergelijke gevallen kiest men meestal voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar (20/26 november) en niet voor de oudejaarsdienst. Her en der overweegt men de gedachtenis te verplaatsen naar november. Is dat een liturgische nieuwigheid, een hernieuwde liturgische bewustwording misschien?

Oudejaardienst

In ons land heeft de oudejaarsdienst de oudste papieren op dit punt. De oudejaarsdienst zeifis echter niet zo oud als de Reformatie in ons land. De synode van Dordrecht (1618/1619) re t er P zelfs met geen woord over. Synoden daarvoor in ons land wilden dat men tevreden was met slechts de zondag te vieren. Dordrecht rept wel over de nieuwjaarsdag. Die dag is de 'Dag van de Naamgeving en besnijdenis van onze Heer', conform Lukas 2 : 21. Men volgt het kerkelijk jaar en niet het burgerlijk jaar. Het burgerlijk jaar is de latere eeuwen door voor de meeste liturgisten ook een jaar om snel te vergeten. Het gaat om het kerkelijk jaar - van advent tot advent.

Toch is het gewone leven harder dan het kerkelijk leven. In 1817 stuurt de Algemene Synode een brief aan alle Leeraars en Opzieners van de Hervormde Gemeenten naar aanleiding van de deplorabele toestand waarin met name 'het waarnemen van den openbare en gemeenschappelijke Godsdienst' zich bevindt. In die brief staat te lezen: 'Daar de laatste dag van het jaar telkens een aanmerkelijk tijdperk van het menschelijk leven besluit, en zulk een besluit bijzonder geschikt is, om ons te stemmen tot ernstig nadenken over ons zeiven, en over de wegen van God met ons gehouden; zal nu voortaan, overal ieder jaar op dien dag met een plegtig dank-uur worden gesloten; waartoe een avonduur, waar zulks geschieden kan, als het meest geschikte, wordt aangeprezen.' Hieruit blijkt, dat de kerk gebruikmaakt van het volksgevoelen op de oude-

jaarsdag: een gevoelen van ernst, nadenkendheid en aanleiding tot plechtigheid. Van Ruler zou ruim een eeuw later (1948) in de hervormde synode het zo zeggen: het is goed, dat de kerk in haar jaar door het burgerlijk jaar gestoord wordt. Dat lijkt me ook zinvol: de kerk staat niet op zichzelf, buiten de wereld, maar op haar geheel eigen wijze in de wereld. Dus ook in het ritme, in de tijd van die wereld.

Tijdstip en ernst

Het laat zich denken, dat in de oudejaarsdienst, met zijn gevoelen en plechtigheid, er ruimte was om diegenen te noemen die het afsluiten van het achterliggende jaar markeren: de gestorvenen. Zij maken inzichtelijk en voelbaar, tastbaar bijkans, hoezeer er een tijd voorbij is. Tijd die niet weerom keert. Het blijft goed te bedenken dat de traditie in dezen hooguit een paar eeuwen teruggaat, en niet tot op de Reformatie of de eerste eeuw(en) daarna. Het ontstaan van de oudejaarsdienst heeft de voedingsbodem geschapen voor het bij name noemen van de gestorven broeders en zusters, niet omgekeerd. Integendeel, het is bekend hoezeer de Reformatie bezwaren heeft gehad tegen een kerkelijke bemoeienis met de doden. De synode van Dordrecht heeft de predikanten verboden lijkpredikaties in te voeren en heeft zelfs aanbevolen om bestaande praktijken op dit gebied prudent maar beslist af te schaffen. De belangrijkste reden voor dit alles was, .dat de doden aan God toebehoren en niet aan ons. Bijkomend was dat de grens tussen memorie, gedachtenis van de doden, en verheerlijking van hen flinterdun is. Om elke schijn van persoonsverheerlijking te vermijden en elke aanmatiging van een eigenmachtig oordeel over de doden, een oordeel dat alleen God toekomt, te voorkomen, besloot men tot een rigoureus kerkelijk nee ten aanzien van alle vorm van kerkelijke gedachtenis van de gestorvene. De komst van de oudejaarsdienst bracht daarin verandering ten aanzien van de kerkdienst als samenkomst van de gemeente. Nu werden en worden de namen wel genoemd. De redenen daarvoor zijn gelegen in het tijdstip en de ernst van de samenkomst: ernstig nadenken over ons zelf en over de wegen die God met ons houdt. Dit argument wordt tot op de dag van vandaag in stelling gebracht om de gedachtenis te handhaven op oudejaarsavond en niet te verplaatsen naar de zondag van de Voleinding.

W. P. VAN DER AA, RENKUM

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Oude papieren voor oudjaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's