De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Anton Vernooij (red.) Van Satans Fluytencast tot Vox Angelica. Handboek voor de kerkorganist. Uitg. Kok, Kampen; 367 blz.; € 39, 90.

De titel van dit boek maakt nieuwsgierig. Wat wordt bedoeld met'Satans Fluytenkasf en wat met 'Vox Angelica'Mn zijn 'Ter verantwoording' geeft de redacteur, prof, dr. A. C. Vernooij, de verklaring hiervan: 'Het orgel is zowel verguisd als instrument waarmee de duivel de kerk binnenkwam (Satans Fluytenkast), als verheerlijkt om zijn vermogen God te prijzen en de gemeente te stichten met een stem als van een engel (Vox Angelica)'.

De aanduiding 'Handboek voor de kerkorganist' suggereert meer dan het boek werkelijk te bieden heeft. 'De' kerkorganist is een algemene aanduiding, maar bij het lezen van het boek blijkt al snel de beperking. Beter was het geweest om te schrijven: 'Handboek voor de rooms-katholieke kerkorganist.' Dat wil niet zeggen dat ook protestantse kerkorganisten hun winst niet kunnen doen met dit boek. Ondanks het feit dat veel informatie me als oud-kerkorganist niet aanspreekt, omdat het specifiek gericht is op de rooms-katholieke eredienst en kerkelijke traditie, heeft het lezen van dit boek toch bewondering bij me opgeroepen. De schrijvers geven allen blijk van grote deskundigheid. Het is beslist geen dorre verhandeling van historische feiten en technische gegevens geworden, maar de informatieve stof is boeiend verwoord. Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel, 'Inzichten', worden de instrumenten liturgisch gesitueerd. Het tweede deel, 'Materialen', is gewijd aan de historische ontwikkelingen, de orgelbouw en de uitvoeringspraktijk. In dit deel wordt vanuit historisch oogpunt nader ingegaan op zaken die voor de praktijk van het kerkelijk instrumentaal spel van belang zijn, zoals improvisatie, interpretatie en begeleiding.

In het derde deel, 'De Praktijk', komen deze zaken opnieuw aan de orde, maar nu bezien vanuit de huidige praxis.

De commissie die dit boek heeft samengesteld, draagt het op 'aan de nagedachtenis van de grote organist Albert de Klerk (1917- 1998)-'

In hoofdstuk 2 van deel 1, 'Het orgel in de liturgie', schrijft Marcel Zijlstra dat in de Vroege kerk muziekinstrumenten verboden waren. De reden van het verbod op fluiten in de eredienst was het gebruik ervan in de heidense Dionysuscultus. Een van de regels voor de katholieke eredienst is: 'De klank van de instrumenten mag de zangstemmen niet overheersen, zodat het begrijpen van de tekst wordt bemoeilijkt.'

In hoofdstuk 3 schrijft Anton Vernooij dat in de negentiende eeuw alleen het orgel was toegestaan in de kerken. Maar in de jaren zestig van de twintigste eeuw eisten jongeren hun plek in de kerk met hun eigen instrumenten. De muziekstijl was beïnvloed door de Beatles. Nu hebben diverse instrumenten een plaats in de eredienst. In het tweede deel, 'Materialen', schrijft Ton van Eek in hoofdstuk 4 over andere toetsinstrumenten. Aardig is het om te lezen dat het drukwindharmonium als eerste populair was in de Franse salons. Er werden ook muziekstukken gecomponeerd voor harmonium en piano, waaronder Prélude, Fuge et Variation van César Franck. De religieuze uitstraling van instrument en repertoire kregen binnen enkele decennia de overhand. Mede door de starre klank werd het harmonium een psalmenpomp of klaagwilg genoemd.

Het elektronisch orgel komt er bij de schrijver niet zo best vanaf. Hij omschrijft het als orgelsurrogaat. Het apparaat pretendeert iets te zijn wat het niet is. Het is een orgelvervanging met een verpletterend aantal knoppen en schijnmogelijkheden. Hij schrijft dat het orgel een verdienstelijk studie-instrument is voor weinig kapitaalkrachtige organisten. Niet iedere bezitter van een elektronisch orgel zal het met deze uitspraak eens zijn. Menig digitaal orgel is qua klank niet te versmaden en zeker niet goedkoop.

In hoofdstuk 5, 'Het orgelrepertoire', schrijft Ton van Eek dat de medewerking van een organist in Nederland aan de liturgie voor het eerst wordt vermeld in 1342. De tot nu toe oudst bewaard gebleven orgelmuziek is die uit het zogenaamde Winsumer Orgeltabulatuur (1431), afkomstig uit het voormalige Dominicanen-klooster in het Groningse Winsum. Een belangrijke functie die er door de Reformatie bijkwam, is de begeleiding van de gemeentezang. Al

was dit aan het begin van de Reformatie nog niet zo. De Dordtse synode van 1574 besloot dat 'Satans Fluytenkast' tijdens de erediensten moest zwijgen. Pas in 1620 wordt schoorvoetend de begeleiding van de gemeentezang ingevoerd.

In hoofdstuk 6, 'Geschiedenis van de orgelbouw in de overwegend Rooms-katholieke landen en streken', schrijft Van Eek dat het orgel van hellenistische oorsprong is. De uitvinder van het orgel (organon) is Ktesibios van Alexandrië. Hij leefde in de derde eeuw Voor Christus. Het eerste orgel bestond uit een reeks pijpen waarbij de winddruk werd opgewekt met behulp van een cilindrisch waterreservoir. Rond 1400 hebben veel grote stadskerken een orgel.

Een uitspraak in deel 3, 'De praktijk', geschreven door Ton van Eek sprak me aan: 'Welk karakter dient het orgelspel te hebben? Orgelspel in de eredienst moet niet ontaarden in een soort miniconcert. Het voortdurend vinden van de juiste balans is geen gemakkelijke opgave.'

Ten slotte is het mooi wat er in het 'Voorwoord' op blz. 9 over de organist wordt geschreven: 'De organist blijkt meer dan een begeleider van gezangen en uitvoerder van solostukken. Hij neemt door zijn spel deel aan de verkondiging, hij 'spreekt' met zijn instrument een liturgische taal, en vertolkt in het bijzonder door zijn improvisatie de gevoelens, verwachtingen, hoop en vreugde van de verzamelde gemeente.'

Al met al een boek dat ondanks de kanttekeningen de moeite waard is om te lezen!

P. MOLENAAR, SCHERPENZEEL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's