De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

n de Waarheidsvriend van 7 augustus 2003 merkte ik op dat Geraldien van Frijtag Drabbe Künzel met haar boek

Kamp Amersfoort een waardevol boek aan de oorlogsdocumentatie heeft toegevoegd. Met ere maakt zij, schrijf ik, melding van o.a. het boek Hel en Hemel uan Dachau van ds. J. Overduin. Daarop kwam een reactie van Henk van der Molen, oudjournalist te Amersfoort, die verschillende publicaties over Israël op zijn naam heeft staan. Die reactie neem ik graag in deze rubriek op.

'Men moet zich echter afuragen of mevrouw Van Frijtag Drabbe Künzel, ondanks haar wetenschappelijke pretentie als medeu/erkster uan het NIOD, Het boek uan de geliefde Arnhemse predikant zelfs maar heeft ingezien. Anders is het volstrekt onbegrijpelijk dat zij schrijft - men heeft het in Globaal bekeken kunnen nalezen - dat ds. J. Oi/erduin als docent aan het Arnhems Lyceum met nationaal-socialistische collega's in confl iet was geraakt. Omdat het hier een belangrijk stukje (lokale) geschiedenis betreft, de kerk- en schoolstrijd tegen de nazibezetter, moet hier een correctie volgen. De historie moet zuiver worden overgedragen.

Een herinnering

Levendig herinner ik me dat ik er als zestienjarige bij zat, toen ds. Overduin na zijn vrijlating uit Dachau een bezoek bracht aan mijn vader, destijds christelijk gereformeerd predikant in Arnhem. Ik zal hem hebben aangestaard, met de prangende vraag op de lippen: u/at heeft deze man in het concentratiekamp doorstaan? Die vraag leefde uiteraard ook bij mijn vader. Voorzichtig stelde hij er een vraag over, maar zijn collega deed er grotendeels het zwijgen toe. Het bleek dat hij bjj zijn ontslag een stuk had moeten tekenen waarin hij verklaarde over het kamp geen mededelingen te zullen doen. Vermoedelijk uit (begrijpelijke) vrees dat hij opnieuw zou worden opgepakt, had hij besloten zich daaraan te houden. Veel meer dan 'Ik schrijf er een boek over', wilde hij niet kwjjt. Toen dit boek na de oorlog onder de titel Hel en hemel van Dachau door Kok te Kampen werd uitgegeven, kwam het me weer helder voor de geest. Of dominee Overduin ook een aantal uren aan het Arnhems Christelijke Lyceum les heeft gegeven, is mij niet bekend. Maar in elk geval was zijn hoofdtaak die van predikant van de Gereformeerde Kerk in Arnhem. Hij was bijzonder geliefd, vooral als prediker, zoals hij later ook in Amsterdam en Veenendaal zou zijn. Bij hem zat de kerk vol, terwjjl zijn ambtsbroeders met een veel kleiner gehoor genoegen moesten nemen. Het staat me bij dat om die reden de kerkenraad beslootgeen predikbeurten meer in het kerkblad te publiceren. Op die manier wilde hij bevorderen dat de kerkgangers, zoals het behoort, de diensten in hun wjjkkerk zouden bezoeken. Dat lukte maar heel gedeeltelijk; de naam uan het kerkgebouw waarin Overduin zou voorgaan, ging van mond tot mond. Zelfs de pastor loei van de christelijke gereformeerde kerk ondervond - als ik me zo seculier mag uitdrukken - enige concurrentie van zijn collega (die zelf een gedeeltelijk chr. gereformeerde achtergrond had).

Schoolstrijd

Waardoor kwam ds. Overduin met de bezetter in conflict?

In Hel en hemel van Dachau wijdt hij er niet minder dan dertien pagina's aan. Het conflict

kan als volgt worden samengevat. Ds. Overduin was nauw betrokken bij een conflict dat zich afspeelde aan 'onze mooie Van Löben Selsschool onder het hoofd, den heerJ. M. Caspers'. Aan deze school was als onderwijzer een 'verrader' verbonden, 'een zekere M. G. Veenstra'. Deze uoerde actie om de heer Caspers op de een of andere manier te doen uerwijderen, waarna hij zelf diens plaats zou kunnen innemen. 'Dan kon ook uan stap tot stap die christelijke school gelijkgeschakeld u/orden tot een jeugd-propaganda-instituut voor het nationaal-socialisme.' In die opzet leek deze Veenstra te slagen. Hij kreeg daarbij hulp van de Gestapo-agent en tolk Zijlstra, in eigen ogen een miskend wijsgerig genie, die nota bene voor de oorlog vele uren bij ds. Ouerduin op de studeerkamer had doorgebracht. Door allerlei machinaties wisten beide heren te bewerkstelligen dat het schoolhoofd, nadat er voor hem een valstrik was gespannen, werd gearresteerd. Het schoolbestuur betoonde grote moed door vervolgens de 'heer' Veenstra - de aanhalingstekens zijn uan ds. Ouerduin - te schorsen. Hetgeuolg luas dat ook de tweede uoorzitter en de eerste secretaris in de Koepel werden gevangengezet. De 'heer' Veenstra nam als hoofd der school de plaats uan de heer Caspers in. Wat moesten de ouders doen? 'Ik kon maar e'én antwoord geuen: 'Onder geen voorwaarde uw kinderen uitleueren aan den uerrader en vijand.' Het conflict stond nu volledig op scherp. Terecht uerwachtten gemeenteleden dat de kerk 'richting en spoor zoo concreet mogelijk zou aanwijzen'. Op zondagmorgen 8 februari 1942, door het Conuent uan kerken bestemd tot biddag voor het christelijk onderwijs, preekte ds. Ouerduin ouer Mattheüs 5 : 10 en 11: 'Zalig zijt gij als u de mensen smaden en ueruolgen en liegende allerlei kwaad tegen u spreken om Mijnentwil. Verblijdt u en uerheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de Profeten, die voor u geweest zijn.' Tevoren had de predikant er zich uan uergewist dat zijn echtgenote bereid was 'de onaangename gevolgen uan een dreigende gevangenschap te dragen'. En wie zat er ook in de Oosterkerk? De genoemde Zijlstra en nog een man uan de Gestapo. In het hart uan de dominee welde een spoedgebedje op dat hij toch niet zou toegeven aan de uerzoeking om gevaarlijke passages uit de preek weg te laten. Vervolgens sprak hij de preek uit zoals hij die had uoorbereid, waarop de gemeente tot slot twee coupletten uit het bekende Lutherlied zong. 'Delf vrouw en kind'ren 't graf, neem goed en bloed ons af, het brengt u geen gewin; wij gaan ten hemel in en eruen koninkrijken.' Twee dagen later werd ds. Ouerduin, zoals hij had uerwacht, gearresteerd en onderworpen aan zware uerhoren, waarin hij moest erkennen dat hij 'een heftige anti-Duitse hetze had gevoerd en de kansel voor politieke doeleinden had misbruikt'. Dat is dus wat anders dan wat de wetenschapper Geraldien van Frijtag Drabbe Künzel meedeelt: een conflict met nationaal-socialistische collega's op het Christelijk Lyceum. Hoe zich het conflict we'l heeft afgespeeld, mag niet wonden uergeten. Het ging om de hoogste christelijke normen en waarden, waaruan wij ons ook nu bewust moeten zijn.

Vrijlating

Aan het eind van zijn boek beschrijft ds. Ouerduin zijn vrijlating. Het was mevrouw Ouerduin gebleken dat de commandant uan het concentratiekamp Dachau, al tijdens het transport uan haar man naar Dachau, beuel uit Berlijn had ontuangen hem onmiddellijk urjj te laten. Zij had de euvele moed dit aan de commandant uan Dachau te schrijven! Deze commandant was niet 'het beest dat in 1942 commandant was', maar zijn opuolger, die ds. Ouerduin 'een fatsoenlijk mens' noemt. Hoe is hij op 8 oktober 1943 urijgekomen? 'Precies weet ik het niet', schrijft hij. Na de oorlog is uit documenten in het Algemeen Rijksarchiefgebleken dat de plaatsueruangend leider uan de NSB, Kees van Geelkerken, die als lid uan de Gereformeerde kerk van Zeist vanwege zijn politieke gezindheid was geschorst, persoonlijk bij de hoogste SS-functionaris, Heinrich Himmler, uoor hem heeft gepleit. Enkele weken na zijn ontmoeting met de beruchtste nazi (op Hitier na) kreeg Van Geelkerken bericht dat ds. Ouerduin zou worden vrijgelaten. Dr. K. Sietsma, gereformeerd predikant te Amsterdam, uoor wie hij ook een goed woordje had gedaan, was inmiddels overleden. Van Geelkerken schreef dit in 1949. Tien jaar later werd hij vervroegd urijgelaten, maar volgens de Leidse historicus dr. Bart uan der Boom (auteur uan Kees uan Geelkerken, de rechterhand uan Mussert), heeft de interuentie uan Van Geelkerken geen inuloed gehad op de hem opgelegde straf.

Die was pittig genoeg: leuenslang. Enige tijd na de versehijning uan Hel en hemel uan Dachau kwam ds. Ove rduin er achter dat Van Geelkerken in elk geual een rol ten gunste uan hem had gespeeld. Maar in latere drukken uan zijn boek heeft hij er niets over gemeld. Dat hij zijn urijlating (mede) zou hebben te danken aan een uooraanstaand NSB'er, zal hij toch gênant hebben gevonden. Het is begrijpelijk.'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's