Preken van professor Graafland
Onlangs viel bij het doornemen van een weekblad mijn oog op een interview waarin de naam van prof. Graafland werd genoemd. Met dankbaarheid werd zijn rechtzinnigheid vermeld, maar met een zekere vanzelfsprekendheid werd hem meteen een plaats onder de 'bevindelijk gereformeerden' ontzegd. Van dit laatste begreep ik niets. Althans, zo op het eerste gezicht. Bij nader inzien bedacht ik dat achter deze beoordeling een opvatting over het bevindelijk-gereformeerde moest schuilen die de mijne niet is. Ik ga hierop bij deze gelegenheid natuurlijk niet verder iri. Maar wat ik wel kwijt wil, is dat Graafland naar mijn overtuiging nu precies met die twee woorden te kenschetsen is: bevindelijk en gereformeerd. De zondag nadat ik het genoemde interview gelezen had, hoorde ik hem preken in de Nieuwe Kerk van Delft: pakkend en direct, eenvoudig en helder, bewogen en vermanend, getuigend en appèllerend. Toen hij amen zei, kon ik (en velen met mij) hartgrondig met dat amen instemmen, maar wilde ik tegelijk dat de toch al niet korte preek nog wat langer had geduurd. Voedsel dat versterkt, smaakt naar meer.
Wie dit verlangen naar meer met me deelt, kan terecht in een bundeltje preken dat prof. Graafland, overigens op veler verzoek, kortgeleden in het licht gaf. Nalezing heet het, uitgegeven bij gelegenheid van zijn vijftigjarig ambtsjubileum. Het bevat een achttal preken die in de loop van de laatste acht jaar her en der zijn gehouden. De redactie van ons blad vroeg mij het bij u te introduceren. Ik ga de inhoud dan ook niet bespreken, maar volsta met enkele typeringen. Als ik daarvoor maar één woord ter beschikking had, zou ik het wel weten: nabijheid! Het is een nabijheid die naar diverse kanten uitwaaiert. Een aantal van die kanten wil ik noemen.
Dicht bij de tekst
Het eerste dat opvalt, is Graaflands Schriftnabijheid. Hij spelt de tekst tot op de letter. Daar zit natuurlijk een overtuiging achter. Het is deze dat de Schrift, die door mensen is geschreven en van deze menselijke hand ook
ruimschoots de sporen draagt, het Woord van God is. Dit vervult hem als verklaarder en vertolker met een groot ontzag voor de woorden van de tekst. In de Schrift staat niets toevalligs of overbodigs. Daarmee maakt Graafland ernst. Aan zijn preken moet volgens mij een langdurig en nauwlettend luisteren voorafgaan. Tijdens die luisteroefening wordt hij blijkbaar telkens weer verrast door wat er letterlijk staat. En in zijn preken maakt hij ons van die verrassingen deelgenoot. Dat geeft deze preken een extra boeiende uitstraling.
Dicht bij de omgangstaal
Graafland is een geleerde die zijn theologische kennis tijdens de prediking niet vergeet, maar wel verbergt. Dit lijkt me geen vorm van bescheidenheid, maar van wijsheid. Hij wil vóór alles overkomen, bij jong en oud, bij rijp en groen. Daarbij doet hij nauwelijks pogingen om de dingen mooi te zeggen, maar stelt hij alles in het werk om ze raak te zeggen. Zeker, er zijn verheven momenten van verkondiging en innige momenten van getuigenis, maar doorgaans is de toonaard die van het gesprek en gebruikt hij dus gewone spreektaal en geen aparte kanseltaai. Er klinkt om zo te zeggen weinig poëzie in deze preken, maar des te meer bevattelijk proza. Daardoor krijg je in ieder geval nergens het gevoel dat zijn boodschap wel fraai is, maar buiten het leven staat. Zelfs tot in het taalgebruik komt de prediker zijn hoorders heel dichtbij.
Dicht bij de traditie
Opnieuw viel me op hoezeer Graafland is geschoold in de gereformeerde traditie, met name in het gedachtegoed van Calvijn. Zelfheeft hij weieens verteld dat hij dagelijks in diens geschriften las. Het is te merken. In zijn uitleg gaat hij graag en vaak bij de reformator te rade. Niet omdat die voor hem het eind van alle tegenspraak zou zijn - dat nu juist niet - maar omdat ^alvijns zorgvuldige en evenwichtige ; xegese hem helpt, de zin van de Schrift te achterhalen. Zoals Calvijn de ekst wil verstaan in haar letterlijke, ïistorische verbanden en vervolgens : oekt naar de actuele betekenis van leze 'letter', zo maakt ook Graafland, aak in Calvijns gevolg, de gang van ekst naar betekenis. In deze preken > 4° draagt een jarenlange omgang met het reformatorische erfgoed rijke vrucht.
Dicht bij de tijd
Prof. Graafland is vijfenzeventig jaar oud, maar zijn preken staan dichter bij. deze tijd dan die van vele jongere collega-predikanten, mezelf erbij ingesloten. Graafland is een scherp en onderscheidend waarnemer. Zoals hij de tekst van de Bijbel aftast en afspiedt, zo speurt hij ook zijn tijd af. Al die jaren die hij vanwege zijn beroep, met graagte en overgave, 'doorbracht' in het theologische geestesklimaat van het verleden, hebben niets afgedaan aan het besefin déze tijd te zijn gesteld. Bijbel, traditie en dagblad zijn weliswaar geen rivalen bij hem, maar de Bijbel wil hij toch niet verstaan en vertolken buiten de geschiedenis van toen en heden om. Wat vandaag in kerk en samenleving, in politiek en zending gaande is, vormt uitdrukkelijk de achtergrond van deze preken. Ze zijn levensecht en tijdbetrokken.
Dicht bij het hart
Graafland mikt op het hart. Hiermee bedoel ik natuurlijk niet te beweren dat hij alleen oog zou hebben voor de vragen van de ziel. De hele mens heeft hij op het oog, in diens concrete bestaan van arbeid en beroep, gezondheid en ziekte, spanning en vreugde, huwelijk en gezin, studie en vrije tijd. Maar wat ik bedoel, is dat deze preken méér zijn dan commentaar bij het reilen en zeilen van alledag. Graafland zoekt de mens in zijn eigenheid, niet alleen waar hij is maar ook zoals hij is. Hij zoekt hem op, om met hem in gesprek te gaan. En dat doet hij pastoraal, zowel in ontmaskerende eerlijkheid als in vaderlijke vertrouwelijkheid. Herderlijk zoekt hij het hart, om dat onder de kritiek van het Woord te stellen en vooral om het heen te leiden naar het hart van de Herder. g Z t - - v d
Dicht bij zichzelf m
Ik heb veel preken gelezen en gehoord in mijn leven, maar eigenlijk zelden zulke preken als deze. Ik heb me afgevraagd hoe dat komt. De reden is niet dat Graaflands preken al die andere zouden overtreffen. Wat die van Graafland zo eigensoortig maakt, is denk ik de ontwapenende openheid waarmee hij niet zelden zichzelf ter sprake brengt. Dat doet hij niet om de aanv r h g d l d H v m dacht voor zichzelf op te eisen. Hij doet het gewoon omdat hij niet anders kan. Zelf zegt hij ervan dat hij Gods Woord niet aan de gemeente kan doorgeven, als hij er zelf niet eerst persoonlijk door aangesproken is. Nu kan men de vraag stellen of dit laatste dan ook uitdrukkelijk vermeld moet worden. Het antwoord is wat mij betreft dat niemand dit verplicht is. Hier moet niets. Maar ik ben er met Graafland van overtuigd dat een prediker die door het Woord van Gods oordeel is geraakt, zelf in de verkondiging niet buiten schot kan blijven; en dat hij nog veel minder over Gods liefde kan preken alsof het om het journaal zou gaan. Het is mij uit het hart gegrepen: preken is (ook) getuigenis. En wat is getuigen, zonder dat je laat merken datje 'erbij' bent geweest?
Dicht bij Jezus
Het laatste aspect van Graaflands nabijheid dat ik noem, is beslissend. Dat hij dicht bij het hart en dicht bij zichzelf preekt, geeft deze preken een bevindelijke gloed. Maar het bevindelijke goed is toch nog elders gelegen. Het is niemand anders dan de Heere Jezus. Bevinding, althans gereformeerde bevinding in de klassieke zin van het woord, is het gevonden worden en vinden van de Heiland. Wie Hem als Zaligmaker van zijn zonden vindt en Zijn vergevende liefde ondervindt, die doet de vondst van zijn leven en doet een bevinding op die kostbaar is en weergaloos. Naar deze Heiland dringen Graaflands preken heen. Het is een Heiland Die ons in alle dingen nabij gekomen is en zelfs gelijk geworden is. Wellicht is dit het diepste van de besproken nabijheid, dat God de Zoon ons zo dichtbij gekomen is, uiterst nabij. Met Luther en Kohlbrugge - en die hadden het van geen vreemde! - trekt Graafland Christus diep in het lees. En net als zij dat deden, gaat hij daarbij tot aan de rand van wat gezegd mag worden. Maar juist in dit mysterie an de vleeswording ligt een ontzaglijk ijke troost. Zo ver reikte de menselijkeid van God de Zoon dat Hij als de ekruisigde, van alle heerlijkheid ontaan, zichzelf (en ons!) er dóór geoofd heeft, met geen ander houvast an het Woord van de Schrift. et bevindelijke van deze preken is oelbaar in de ernst en gunning waaree de gemeente wordt genodigd deze Overste Leidsman en Voleinder van het geloof te zoeken en bij Hem te blijven. En wie bij Hem blijft, die is, dwars door alle wederwaardigheden van het aardse bestaan, tevens naar Hem op weg. Daarvan getuigt Graafland aan het eind van een van zijn preken. Hij laat er in zijn piëtistische hart zien. Ik sluit deze aankondiging, die meteen een hartelijke aanbeveling behelst, met die passage af: 'Waarheen pelgrim, waarheen gaat gij? Dat zong ik vroeger op de zondagsschool. Ik hoop dat u en ik mogen zeggen: naar het vaderhuis met zijn vele woningen. De laatste woorden van mijn moeder waren: Hoe dichter ik nader, het huis van mijn Vader, hoe sterker ik hijg...'
A. DE REUVER
N.a.v. Dr. C. Graafland Nalezing. Acht preken. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 120 blz.; € 9, -.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's