Het gevaar van het ouder worden
4. 'Want het geschiedde in de tijd uan Salomo's ouderdom, [dat] zijn vrouwen zijn hart achter andere goden neigden; dat zijn hart niet volkomen u; as met de HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David.' [1 Koningen 11:4]
Hier krijgen wij nu nota bene waar de HEERE Salomo bij Zijn tweede verschijning aan hem zo ernstig voor gewaarschuwd heeft. En dat gebeurt nu in de tijd van zijn ouderdom. Wij zeggen dat de wijsheid met de jaren komt. Bij Salomo kwam de wijsheid van God toen hij zo'n twintig jaren oud was. En nu blijkt dat de wijsheid na vele jaren gaat!
De ouderdom kent ook zijn gevaren. Geen kracht meer om te strijden. Toegefelijk worden. Het loslaten: 'nauw voor jezelf en ruim voor een ander'. Het gebeurt. Wat een verschil hoe mensen oud worden. Dat geldt ook predikanten. Deze tekst grijpt mij aan. Zo kan het met mij als dominee gaan. Met emeritaat en dan geen bijbelstudie meer doen. Was het studeren in de Schrift alleen maar 'beroepsmatig'? En dan zie ik voor mijn ogen mijn grootvader die abrupt eindigde met het preken. Resoluut zoals hij was. Maar was het gebeurd met zijn graven in het Woord? Integendeel, zijn dagindeling veranderde niet. Het bureau in de kamer, gezellig bij 'moeder'. Maar 's morgens om zes uur op. Om zeven uur aan de Bijbelstudie. Nu echt voor zichzelf. Omdat er geen preekrooster meer was, nu een heel Bijbelboek achter elkaar. Gewoon aantekeningen makend en schrijvend. En als ik bij hem op bezoek kwam, zei hij bijna iedere keer weer: 'joh, ik wist niet dat de Bijbel zo mooi was. Ga gauw zitten. Moeder, graag koffie, dan kunnen we
aan de slag'. Het kan bij Gods kinderen bij het ouder worden twee kanten op. Ja, en een goede naam zegt niets. Zo wijs, zovelen tot zegen en dan bij het ouder worden dit te lezen van Salomo! Salomo doet het blijkbaar rustiger aan en zo is er ook meer ruimte voor zijn vrouwen om zijn hart achter andere goden aan te neigen. Hij doet het niet uit zichzelf. Zijn vrouwen doen. Bij hen ligt de actie. Dat zal waar zijn. Zo zijn er altijd begrijpelijke redenen buiten onszelf. Maar Salomo laat het toe. Hij laat zijn hart neigen. Het heeft met zijn ouderdom te maken, zegt de Heilige Geest. Nee, niet zoals staar en een versleten heup, maar met toegefelijkheid. Toegefelijk ten opzichte van de vrouwen en zo tegenover de zonde. Maar hoe kan dat? Dat heeft te maken met iets anders. De activiteit was er bij Salomo uit. Welke activiteit? Van het volgen van de HEERE! Hij volhardde niet de HEERE te volgen (v. 6). Zijn huwelijk met de HEERE verslofte en daarom kwam er toegefelijkheid jegens de heidense vrouwen. Wellicht stelde Salomo zichzelf gerust met de gedachte dat hij het alleen toeliet en er niet actief aan deelnam. Die exegese is mogelijk, omdat er wel gesproken wordt van nawandelen, maar niet zoals bij de vrouwen van offeren. Vers 8 vermeldt REDACTIE: P.J. VERGUNST, KLEINE FLUITERSV dat hij dit voor de vrouwen deed. Misschien heeft hij het zo ook wel tegen hen gezegd: 'vooruit, ik ben het er niet mee eens, maar als ik het zelf maar niet hoef te doen'.
De HEERE legt het anders uit. Ik lees in vers 9: 'Daarom vertoornde Zich de HEERE tegen Salomo, omdat hij zijn hart geneigd had van de HEERE, de God Israëls, Die hem tweemaal verschenen was'. God is het hart van Salomo kwijt. Het is geen aangevochten hart. Geen bestreden hart. Nee, het is een hart dat wijkt en daarom kwijt is. Nu is God tegen Salomo. Wat een tegenstelling met de belofte tijdens de tweede verschijning. De zegen verandert in een vloek.
Dit grijpt mij vreselijk aan. Wij weten het wel. Ja, en het meest aangrijpende is dat het gaat om de God Die hem tweemaal verschenen isr Zulke ervaringen en zo wegdwalen. 'O God, bewaar mij voor alles waar ik tegen ben! Bewaar mij voor mijzelf. Houdt mij bij U. Laat de vreugde van het bezig zijn met Uw Woord niet verdwijnen. O Geest, verlevendig het geloof, vernieuw de hoop en maak de liefde vurig'. Salomo blijft de afgoden zien als ijdelheid der ijdelheden. Alleen nu ziet hij 'ijdelheid' niet als 'het is dwaas en stelt niets voor', maar enkel als 'wat geeft het'. Het is zo herkenbaar. Het is zo menselijk. Ja, maar dan in de zin van vleselijk en dat is vreselijk. Het heeft gevolgen voor de vrouwen die niet gewaarschuwd worden. Voor de kinderen die kunnen zeggen: 'mijn vader zag er ook geen kwaad in'. Voor het volk dat rustig antwoorden kan: 'die vrome, wijze Salomo doet het ook'. Ja, en daarom raakt ook het gevolg al die verbanden. Het zal Israël tot in het wezen raken. Let maar op, God zegt tegen Salomo dat Hij hem gewaarschuwd heeft. Ja,
Salomo kan het niet ontkennen. Het was bij de eerste en bij de tweede verschijning. Het gebeurde bij die gelegenheden die het meest scherp in zijn geheugen gegrift waren. Zulke rijke zegeningen, ja en daarom de straf zo ernstig. Hoe ernstig? God zal het koninkrijk van Salomo afscheuren.
Maar dat kan toch niet? En het verbond dan? Wel, dit behoort tot het verbond, maar omdat Salomo een kind van God is, wordt hij gestraft als een kind. Dat betekent dat God in de toorn aan Zijn ontferming denkt. En wat betekent dat? Gaat het niet door? Nou en of, maar niet in de dagen van Salomo (11:12). Dus Salomo heeft toch nog profijt van zijn eerdere gehoorzaam-
heid. Nee, zo moeten we dat niet uitleggen. Dan gaat het om verdienste. Nee, God gedenkt aan Zijn genade. En daarom formuleert de HEERE dat Hij het niet zal doen in Salomo's dagen om uws vaders David wil (vs. 12). Het is genade. God gedenkt aan Zijn verbond met David. En daar moeten wij het van hebben. Ja, van Davids grote Zoon. Om Zijnentwil.
Dat betekent niet dat het gelukkig toch allemaal meevalt. Nee, het gaat door. Israël wordt gescheurd. En hoe erg het is als het twaalftal doorbroken wordt, zien we als Judas uit de kring van de discipelen wegvalt. Er moet direet een opvolger komen. God doet Salomo de belofte dat Hij nog een stam aan zijn zoon zal geven. Nee, niet vanwege de verdienste van Salomo. Salomo wordt teruggeleid naar zijn begintijd. Hij beleefde toen het wonder dat God een zoon van David op de troon bracht. Het is nu omwille van David dat er een stam gelaten ( ; wordt. Aangrijpend einde. Ik huiveten besef dat de HEERE mij bewaren moet en dat temeer, waar het zulke grote gevolgen heeft. > .
R. VAN KOOTEN, S9EST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's