Terugblik op de vogelpest
DE CRISIS VOORBIJ
Als de profeet Jesaja in hoofdstuk 45 de nadruk legt op de Heere als Schepper van de hemel en de aarde, volgt daar die voor zichzelf sprekende uitspraak: Hij heeft ze (de aarde, MA) niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou. Het zijn 'maar' tussenzinnen, in een betoog over de erkenning van de Heere door de heidenen, over Gods vrijmachtig handelen met deze wereld, maar wie nadenkt over de betekenis, hoort er meer in dan alleen een open deur. Want dat wij wonen op deze aarde, is een feit dat we achteraf vast kunnen stellen. Dat God deze aarde niet als een lege, loze ruimte heeft geschapen, zoals andere planeten, dat hoeven we elkaar niet te vertellen.
Toch reiken de woorden uit de tekst oneindig veel dieper. Inderdaad die aarde zal niet leeg zijn, wonen zullen we daarop. Maar dan moet er ook plaats zijn om te wonen. De aarde moet ons nog steeds in staat stellen om erop te wonen. En er moet voedsel zijn om van te kunnen leven.
Hier\vordt het tijd om onze vragen te gaan stellen. Vragen, die we geneigd zijn opzij te schuiven. Immers de vogelpestcrisis is over. We kunnen weer opgelucht ademhalen, de stallen raken weer vol. Het kostte wel miljoenen (25) kippen het leven, om maar nog niet meer getallen over schade en vervolgschade te noemen, maar dat komen we wel te boven. Er is wel een aantal agrariërs in zware moeilijkheden gekomen, maar dat is nu eenmaal bedrijfsrisico. We kunnen danken dat het weer over is. We stoppen de hokken weer vol en kijken waar we de kippenfilets het goedkoopst kunnen halen.
Voorbij
Deze crisis is voorbij. En de hete zomer is ook voorbij. En mogelijk de extreme droogte bij het verschijnen van dit artikel ook al weer. Met andere woorden: we doen het zwijgen er maar weer toe en gaan over tot de orde van de dag? Zou de vogelpestcrisis ons ook tot andere gedachten kunnen brengen? Zouden er ook vragen gesteld kunnen (en mogen) worden over onze hele omgang met Gods schepping?
In de afgelopen tijd hoorden we ook de klanken dat deze crisis een straf van God zou zijn of een teken dat land en volk zich bekeren moeten. Alsof wij zomaar beoordelen kunnen wat wel of niet een straf van God is. Eerlijk gezegd kan ik met zulke algemeenheden niet altijd uit de voeten. Er schuilen kernen van waarheid in, maar vervolgens 'hebben we het gezegd'. En meer niet.
Durven we werkelijk de hand in eigen boezem te steken (niet in die van de agrariër) om te zien hoe wij in onze overconsumptie met Gods schepping om zijn gegaan? Is.het niet veelzeg-gend dat alle omgang met de dieren (schepselen van God) in het teken staat en blijft staan van rendement en opbrengst? Als steeds meer geconstateerd wordt dat bodemschatten ook uitgeput kunnen raken, dat klimaatverschuivingen veroorzaakt door overmatig energiegebruik tot zeer ernstige gevolgen kunnen leiden, wordt het dan geen tijd ons eens af te vragen hoe lang we nog, naar Jesaja 45 : 18, op die aarde kunnen wonen?
We zijn gewend in supermarkten onze inkopen te doen. Maar staat u er wel eens bij stil wat er allemaal met het voedsel gebeurt, voordat het zo verpakt in de winkel ligt dat de uiterste houdbaarheidsdatum u goed uitkomt? Is het gezond dat we aan onze etenswaren velerlei emulgatoren, E-nummer gerelateerde stoffen, aroma's, kleurstoffen, voedingszuren en antioxidanten toevoegen? En dat allemaal kunstmatig gefabriceerd. Is het normaal dat onze beesten - ik denk even alleen aan de kippen- al 4 of 5 maal een antibioticakuur hebben ondergaan voordat ze hun eerste ei leggen?
Moeten we het dan vreemd vindeti dat onze veestapel, maar ook onze gewassen, steeds gevoeliger worden, minder resistent en dat we in de toekomst steeds vaker zulke crises zullen ondergaan?
Andrélon
Ik ben me ervan bewust dat in de huidige samenleving, waarin weinigen het voedsel produceren voor velen, er allerlei maatregelen moeten zijn om ons eten enigszins vers op de tafel te krijgen. Maar wie een beetje gaat op-letten hoe ons eten aan alle kanten gemanipuleerd wordt, die staat versteld. En wie naar de bronnen gaat, van de kippenstal tot de akker vraagt zich steeds meer af of dit Gods bedoeling is geweest. Zal er ooit nog een tijd overblijven voor ons nageslacht dat we wonen kunnen op de aarde? Wonen. In dat woord zit in de grondtekst iets - van zitten. Neerzitten, genieten, 'bewonderen. En niet dat rusteloze jagen naar meer en meer. Loop eens door de winkelstraat en de ene na de andere slogan schreeuwtje aan watje tekort konit.
Onlangs hoorde ik iemand die in een Afrikaans land was geweest, zeggen: daar hangt boven de deur bij de kapper een bijbeltekst, waarin de grootheid van God geroemd wordt. Maar hier hangt er alleen maar boven die deur de mededeling dat mijn haar steviger zit met Andrélon. Dat typeert onze samenleving.
Een rake en veelzeggende opmerking. Een aarde om werkelijk te wonen, vraagt veel meer dan alleen 'bekering' van je hart. Soms komt het als een dode term naar je toe. Wat kunnen er vele, vele geestelijke woorden gesproken worden over hoe het in de omgang met God eraan toegaat als de Geest gaat werken, zonder dat het echt en concreet zichtbaar wordt. In onze relatie tot alles wat Hij gaf. Wat van Hèm is! Zijn schepping is het immers. Nu de stallen vol zijn, moeten we niet aflaten daarvan te spreken. Dat hef om Gods schepping gaat. En dat werkelijke bekering heel ons leven raakt. Niets uitgezonderd.
Ik herinner me nog hoe in de jaren zeventig, de tijd van de geitenwollensok-
kengeneratie het aan de ene kant helemaal in was om voortdurend over dit soort onderwerpen te spreken. Wij, met onze stevige gereformeerde belijdenis gruwden daarvan. Het was een horizontaal evangelie. Maar wanneer ik let op de voortdurende drang in onze samenleving om steeds maar te jagen naar meer en beter, naar rendement en succes, dan denk ik dat we de concrete betekenis van bekering niet wegdrukken mogen.
Uitputting
De realiteit van klimaatverschuivingen dringt zich op. Onlosmakelijk verbonden met het feit dat we kans gezien hebben om in de laatste tweehonderd jaar zoveel bodemschatten te gebruiken dat de aarde de uitputting nabij is. Heel dichtbij. Levend in een land dat ver bij de schepping als gave van God vandaan is, omdat elke vierkante meter inmiddels al zo'n vier keer op de schop is geweest. Zoekend naar tijdelijke oplossingen, om overtollig water op te kunnen vangen bijv. of in tijden van schaarste reserves te hebben. Of om met nog meer maatregelen te voorkomen dat ooit weer zo'n (vogelpest- of andere) crisis uitbreekt. Op deze wijze spannen we voortdurend het paard achter de wagen. En moeten we over enkele tientallen jaren wellicht constateren dat het ons totaal uit de vingers is gelopen. Omdat we onze begeerten niet wisten te beteugelen. Omdat we vol waren van vrome gedachten en woorden. Maar ze niet in daden wisten om te zetten. Geraakt zijn door Woord en Geest is allesomvattend.
M. AANGEENBRUG, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's