Toevertrouwd in Gods handen
GEDACHTENIS VAN DE GESTORVENE IN DE KERKDIENST [3]
De inleiding tot de gedachtenis verdient wellicht nog aparte aandacht. Daaruit moge duidelijk blijken wat we hier en dan eigenlijk doen. We beginnen maar niet pardoes met de namen van de gestorvenen. Analoog aan veel van onze formulieren en formuliergebeden, lijkt het me goed dat een Schriftwoord de gedachtenis opent en bepaalt. Te denken valt aan woorden uit Psalm 103, Psalm 39 of uit Jesaja 55. De inhoud van de woorden bepaalt de gedachtenis. Kiezen we voor de ernst van het moment zoals met oudejaarsavond, dan zullen woorden klinken die ons bij de ernst van leven en sterven en God ontmoeten bepalen. Wanneer wij kiezen voor een van de zondagen in november, dan zijn woorden van Gods Toekomst, Zijn Vrederijk en het Laatste oordeel vanouds de lezingen van die dag (Jesaja 65 en 66 en Matth. 25 en gedeelten uit Openbaring).
In schema kan de gedachtenis er als volgt uitzien: Wij gedenken voor Gods aangezicht, in het midden van Zijn heilige gemeente,
met de woorden uit de Schrift...(tekst) Namen en evt. sterf- en geboortedata Stilte (Lied)
Dankzegging en voorbede Het luistert nauw hoe de gebeden worden gedaan in dit opzicht. Wie recht wil doen aan onze gereformeerde, calvinistische traditie, die ontkomt er niet aan dat iedere gedachte aan een gebed voor de dode wordt afgewezen en vermeden. De gedachtenis van de gestorvenen moet vermijden dat die gedachte bovenkomt, dat we alsnog voor hen bidden, voor hun heil. Laat staan dat we tot hen bidden. Dat verwerpt de gereformeerde traditie. (Zie Calvijn Institutie 3, 20, 24) Aan de andere kant hoeven we niet krampachtig elke gedachte aan de doden van ons te werpen; we zouden het niet eens kunnen. Onze doden zijn niet van ons, maar ze horen wel bij ons. Ook in de kerk, in de gemeenschap der heiligen. Die gemeenschap strekt zich uit van alle tijden en plaatsen naar allen in Zijn kerk op aarde en Zijn kerk hierboven, de strijdende en de triomferende kerk. Het is de gemeenschap door het geloof aan Christus. Vanouds heeft de kerk, ook de reformatorische kerk, de doden toevertrouwd in Gods handen, de zogenaamde commendatio animae. Deze commendatio is ontleend aan Psalm 31: 6: 'In Uw hand beveel ik mijn geest'. Het is zaak in de gedachtenis de gestorvenen God toe te vertrouwen en ze daar, bij God, ook te laten. Met rust te laten. In de gereformeerde liturgie gaat het erom als we de dingen doen of laten voor Gods aangezicht, dat we dan ook weten waarom we ze doen of laten. Dat geldt zeker in zo'n (pastoraal) gevoelige zaak als de gedachtenis van de doden.
Rouw in de kerk
Voor wie geen gedachtenis van de gestorvene kent of overweegt in zijn gemeente, zou ik graag in overweging geven weer werk te maken van het oude gebruik de rouw in de kerk te brengen. Naar mijn stellige indruk verwatert dit gebruik. Dat heeft gevolgen voor de wijze waarop de gemeente als gemeenschap pastoraal betrokken is op de rouwdragenden. Rouwen wordt ook in de kerk meer en meer een individueel gebeuren, iets voor de eigen kring van familie en vrienden. Sterven is echter een sociaal gebeuren. Het grijpt in allerlei verbanden in en doet een groot beroep op de gemeenschapszin).
De rouw in de kerk brengen zou je kunnen zien als een liturgisch antwoord op pastorale nood. Dat kun je niet overlaten aan een rouwdienst waar de normale gemeente zoals zij 's zondags samenkomt, nauwelijks of zeer ten dele aanwezig is. Op de eerste zondag na de begrafenis verzamelen de nabestaanden zich dan onder het Woord, in de samenkomst van de gemeente. Daar heiligen zij hun verdriet en worden zij weer opgevangen en opgenomen in de gemeente, in hun nieuwe staat des levens. Daaruit blijkt dat in de reformatorische traditie niet de doden - hun gedachtenis en begrafenis - maar de levenden met hun rouw en verdriet (want doden rouwen niet) centraal staan. De Levende spreekt tot de levenden. Overigens geldt voor al de gemeenten, dat rouw in de kerk brengen zinvol kan zijn. De begrafenis en de rouwdienst zijn immers vaak meer familiediensten dan diensten waarbij de gemeente aanwezig is. Onze huidige kerkorde kent officieel geen rouwdiensten. Die ziet dat als een aangelegenheid van de familie, de nabestaanden, en niet van de kerk. Voor hervormden van gereformeerde snit voorziet de kerkorde van de PKN voor het eerst sinds de Reformatie in Nederland in samenkomsten van de gemeente in diensten van rouwdragen en gedenken. (VII, 1)
Gebed van a Lasco
Hoe ruimhartig, bijbels en pastoraal bewogen onze eigen Nederlandse traditie in haar gebeden voor de doden ook kan zijn, moge blijken uit het door Datheen vertaalde Gebet bij de begraving der doden (1566) geschreven door a Lasco. Het kwam in de eerste decennia van de Nederlandse psalmboeken voor. Het werd eind zestiende eeuw verboden vanwege bijgeloof en mogelijk misbruik bij zgn. lijkpredikaties. Daar wilde men immers van af. Niettemin geef ik het graag door:
Wij danken U, almachtige, barmhartige God en Vader,
dat Gij N.
dit tijdelijke leuen zo lang gegeven hebt. En nadat Gij hem uit dit jammerdal hebt willen verlossen,
en dat Gij hem nu het eeuwige en zalige leven,
dat Gij alle gelovigen door Christus waarachtig hebt toegezegd,
hebt gegeven; wiens ziel Gij uan nu af hebt genomen in uw Rijk;
wiens lichaam Gij ten laatste dage zult verwekken uit de aarde,
opdat het uw eeuwige heerlijkheid bezitte waarvoor wij U uan harte danken. En wij bidden U, wil ons uit dit voorbeeld leren
de wereld te verlaten en de zonde te uermijden,
waarom Gij zo op ons vertoornd zijt dat Gij, om die te straffen
ons allerhande ellende onderworpen hebt, en ons nochtans waarschuwt uoor ons bestwil, opdat wij niet met de wereld verdoemd worden.
Geef ons dan een waarachtig vertrouwen op Uw barmhartigheid door Jezus Christus waarmee wij de wereld overwinnen mogen. Werk door Uw Heilige Geest oprechte boete in ons,
opdat wij op de hemelse en niet op de aardse dingen achtgeven.
Want wij zijn vreemdelingen in deze wereld en ons burgerschap is in de hemel. Laat ons daarom de wereld of wat daarin is nimmermeer zo lief zijn, dat het ons hindert om Christus te uerwachten tot onze verlossing.
Geef ons daartoe een waarachtig vertrouwen op Uw barmhartigheid door Jezus Christus. Amen.
W. P. VAN DER AA, RENKUM
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's