Francine Rivers en de mega-kerk
NEDERLANDS MEEST BEKEKEN KERKDIENST [SLOT]
Enkele dagen nadat ik de beide vorige artikelen had geschreven, las ik de onlangs verschenen roman van de bekende Amerikaanse schrijfster Francine Rivers De roep van de sjofar (uitg. Voorhoeve, Kampen). Het is een heel indringende roman over een kleine kerk die onder leiding van een jonge prediker uitgroeit tot een mega-kerk (mega = zeer groot), zoals er in Amerika vele zijn.
Ik moest bij het lezen van deze roman onwillekeurig steeds denken aan de kerk van Robert Schuller, hoewel ik niet mag veronderstellen dat de schrijfster speciaal deze kerk op het oog heeft. Als er echter iemand is die weet wat een mega-kerk is, dan is het Francine Rivers wel. Daarom is haar roman niet alleen een boeiende, maar ook een zeer actuele roman. Duidelijk klinken daarin de eenzijdigheden en gevaren van zo'n mega-kerk door. Een goede illustratie bij de mega-kerk van Robert H. Schuller.
Francine Rivers
Wie is Francine Rivers? Een romanschrijfster die van haar jonge jaren af al schrijfster wilde worden en wier boeken, toen ze eenmaal schrijfster was, talloze keren bekroond werden. In 1986 kwam er een grote wending in haar leven. Zij kwam tot bekering en schreef, als een belijdenis van haar geloof, de roman Bevrijdende liefde. Sinds die tijd schrijft ze voornamelijk christelijke romans, waarvan De roep uan de sjofar het laatst verschenen of een van de laatstverschenen boeken is. 'Mijn vurige hoop is dat mijn boeken dienen om het Evangelie over te dragen aan niet-gelovige vrienden en familieleden', zegt ze. 'Een roman kan op een niet-bedreigende manier gedachten, en ik hoop harten, openen voor het Woord van God'.
Dat ze vanuit een positief christelijke visie schrijft, blijkt onder andere ook uit de gespreksvragen aan het einde van haar boek, zoals: 'Wat betekent Psalm 127 : 1 (Zo de Heere het huis niet bouwt...) voor het bouwen aan de kerk? Hoe kijkt u aan tegen de groei van de kerk? Hoe groeide de vroege kerk volgens Handelingen 2 : 41-47 getalsmatig? ' Waarom deze vragen? Omdat haar roman in het bijzonder gaat over de groei van een kleine gemeente tot een mega-kerk, met alle gevaren die daaraan kunnen kleven, als men alleen op groei gefixeerd is.
Jonge prediker
Paul, de hoofdpersoon in de roman, is een jonge prediker, die juist zijn studie heeft afgerond, en aangetrokken wordt door een kleine gemeente met nog 33, voornamelijk oude kerkgangers, die zondags samenkomen in een oud vervallen kerkgebouw. Het ziet ernaar uit dat de gemeente met de keus van Paul een goede zet doet en dat hij de juiste voorganger op de juiste plaats is. Hij kent het bouwen aan een kerk van huis uit. Zijn vader was dominee van een mega-kerk, waarvan de diensten elke zondag op de televisie uitgezonden werden. Ook diens kerk had eerst niet meer dan een handjevol leden, maar zijn vader bouwde de kerk in vijfjaar tijd op tot een gemeente van duizenden kerkgangers en zijn naam werd, mede door de televisiediensten, in grote delen van Amerika bekend. Als Paul aan de gemeente verbonden is, veranderen de dingen snel. Hij is een man met gaven en is charmant voor bijna iedereen. De kerkbanken vullen zich met nieuwe gezichten, bezoekers komen uit nieuwsgierigheid en worden regelmatige kerkgangers. Er worden activiteiten opgezet, de muziek verandert, de gemeente groeit in korte tijd. Niet ieder kan de veranderingen echter meemaken. Twee van de drie ouderlingen, die de gemeente jarenlang gediend hebben, bedanken. Zijn vrouw (het is niet voor niets dat Francine Rivers haar de naam Eunice heeft gegeven) probeert hem te rem-men, evenals enkele andere gemeenteleden. Maar dominee Paul is niet tegen te houden, integendeel, hij voelt de ogen van zijn ambitieuze vader in zijn rug. Had die. zijn gemeente niet in enkele jaren tijd opgebouwd tot een grote kerk, met een kerkzaal van zesduizend vierkante meter en een groot aantal bijgebouwen? Werd zijn vader niet door bijna iedereen geprezen? Zou er voor hem ook een dag komen dat de gemeente hem veel lof zou toezwaaien? Gelukkig komen er in zijn kerk steeds meer welgestelden en flinke zakenlieden in plaats van gewone werkmensen, zelfs de burgemeester komt regelmatig. Paul raakt bovendien gecharmeerd van welgestelde dames in de kerk, die hem 'enig' vinden. Hij wordt, evenals zijn vader, een ambitieuze ik-gerichte voorganger.
Binnen enkele jaren komt het tot de bouw van een grote nieuwe kerk, met alle mogelijke luxe. De naam van ieder die een goede gift geeft, komt op een grote lijst, die iedereen kan lezen. Wie een kerkbank voor zijn rekening neemt, krijgt een bronzen plaque met zijn naam aan de bank bevestigd. Wie een glas-in-loodraam schenkt, krijgt zijn naam in het raam geëtst. Wie ziet zijn naam niet graag vermeld? Namen van kleinere schenkers staan elke zondag op de lijst. 'God is goed. Kijk eens hoe Jezus de kerk zegent. De hemelsluizen gaan open en het regent geld'.
Evangelie?
Francine Rivers beschrijft op indringende wijze dat de boodschap die Paul brengt, steeds minder de boodschap van het Evangelie is. Zijn preken scheren over het Evangelie heen. De liederen worden anders. Kerkgangers vinden liederen over de kruisiging minder aantrekkelijk. Een kerkgangster zegt: 'Het hele idee van bloed staat mij nogal tegen'. Een andere kerkganger zegt gelukkig het tegenovergestelde: 'Het gaat niet om het gebouw, de programma's of de aantallen, niet om de muziek of de liturgie, het gaat om een levende relatie met Jezus Christus'. Daar blijkt Paul echter minder gevoelig voor te zijn. Zijn schoonmoeder (Loïs!) heeft een indringend gesprek met hem: 'Wat krijgen de mensen van jou te horen, Paul? Het Evangelie? > Nee, niet meer dan een uurtje amusement en speciale effecten. Het gaat jou meer om hoeveel mensen er in de banken zitten dan wie en wat ze zijn: verloren zielen die de Verlosser nodig . hebben. Mensen kunnen niet geheeld worden door Christus als hun harteti> niet eerst gebroken worden vanwege > hun zonden, en jij hebt aangenaam - leren leven met hun zonden'.
Een citaat uit het boek: 'Paul voerde zijn mensen kruimels zonder voedingswaarde, wit brood en frisdrank in plaats van het Brood des Levens en het Levende Water, sommigen bleven vanwege de amusementswaarde', en: 'Kerstfeest was een feest van glinsterende kostuums, decor en versieringen, verworden tot een Hollywoodproductie'. Zijn vrouw zegt tegen hem: 'Ik zie hoe jij de leden van onze gemeente probeert te paaien, Paul, zelfs degenen die overduidelijk zondigen. Mannen en vrouwen die samenwonen, roddelende vrouwen van diakenen en ouderlingen die de werkmensen niet betalen'. Toch: 'Ze bleef zichzelf voorhouden dat Paul het allemaal deed voor 'het koninkrijk', maar soms bekroop haar een verraderlijke gedachte. Welk koninkrijk? ' Bedoeld is: zijn eigen koninkrijk? Nog een citaat: 'Weetje wat nog het meest pijn doet? Het lijkt wel of ik de stem van God niet meer kan horen. Die was vroeger als trompetgeschal, als de sjofar in het oude Israël. Maar ik kan Hem niet meer horen'. Vandaar de titel van het boek De roep van de sjofar.
Hour of Power
Hierboven schreef ik dat ik bij het lezen van het boek onwillekeurig steeds moest denken aan de kerk van Robert H. Schuller en zijn Hour of Power. Of Francine Rivers daar bij het schrijven van haar boek ook aan gedacht heeft? Daar mogen we niet van uitgaan. Zeker niet als ze schrijft dat Paul een zondige relatie blijkt aan te gaan met een van de vrouwelijke gemeenteleden. Heeft ze gedacht aan wat bekend werd van een Amerikaanse televisiedominee een aantal jaren geleden?
Toch: wie over de kerk van Robert H. Schuller en zijn Hour of Power wil nadenken, moet niet nalaten deze roman te lezen. Francine Rivers heeft op een evenwichtige en tegelijk meeslepende wijze de eenzijdigheden en gevaren beschreven van een kerk waar het vocaal gaat om groei, praal en glitter.
Gefixeerd op groei?
Dexoman van Francine Rivers heeft ook ons wat te zeggen. Ook wij kunneri, met name in een tijd van kerkelijke teruggang, te veel gefixeerd zijn op groei. Is groei dan niet goed? Jazeker. We lezen het van de eerste christenge-meente: 'De Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden' (Hand. 2 : 42). We lezen het verschillende malen in het boek Handelingen: 'Het Woord van God wies en het getal der discipelen vermenigvuldigde' (Hand. 6 : 7, 12 : 24, 19 : 20). Als er teruggang is, is het zeker niet onjuist om na te gaan wat de oorzaken daarvan zouden kunnen zijn en die oorzaken niet direct te zoeken bij de tijd waarin we leven of bij het verzet van de natuurlijke mens tegen het Evangelie. Het kan zijn dat we vastzitten aan vastgeroeste tradities en vormen. Daarnaast mogen we ook bedenken wat een van de leden van Pauls kerk in de roman opmerkt: 'Dat er iets groeit betekent nog niet dat het gezond is. Kankergezwellen groeien ook. Hoeveel mensen, die zondagmorgen naar Pauls diensten komen luisteren, zijn geïnteresseerd in een bijbelstudie door de week en hoe zij een leven kunnen leiden dat God welgevallig is? '
De boodschap die in het boek doorklinkt, is dat het in de eerste plaats gaat om de goede boodschap van het Evangelie. Dat Evangelie is: Jezus Christus, overgeleverd om onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardiging (Rom. 4:25).
Vandaar De roep van de sjofar. 'De sjofar klonk om de komst van de Heer aan te kondigen. Als hij klonk, dienden de mensen samen te komen, schuld te belijden en berouw te tonen. Als hij klonk dienden de mensen God eer te bewijzen. De sjofar kondigde de Grote Verzoendag aan en hij klonk in het tumult van de strijd. Een oproep tot bekering en berouw en een oproep tot de strijd' (blz. 502). Die roep is er niet in de gemeente waar Paul voorganger van werd. Die roep mis ik ook in de diensten van Robert H. Schuller en zijn Hour of Power.
H. VELDHUIZEN, WAPENVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's