Beslissend is de vertaling zelf
REACTIE VAN DR. G. VAN DEN BRINK
Open gesprek
Het is een goede zaak dat het NBG in de kolommen van de Waarheidsvriend publiekelijk reageert op de Kanttekeningen bij de [Nieuwe Bijbelvertaling]. Op deze wijze kan enige gestalte gegeven worden aan het 'open' gesprek over de NBV, dat men kennelijk ook van de zijde van het NBG wel wenst aan te gaan. Deze dupliek bedoelt dit gesprek nog wat verder op gang te brengen. De auteurs eindigen met de wens uit te spreken dat een en ander zal uitmonden in een gezamenlijke conferentie over bijbelvertalen, georganiseerd door het NBG en de GB. Op voorhand mag duidelijk zijn dat een dergelijke uitnodiging uiteraard niet afgeslagen zal worden.
Wel zijn we zo vrij erbij aan te tekenen dat ze misschien wat laat komt. Te hopen valt in elk geval, dat een in de nabije toekomst te organiseren conferentie niet eenvoudig te laat komt om nog van enige betekenis te zijn voor de definitieve tekstgestalte van de NBV. De auteurs van bijgaand artikel mogen dan de grote bereidheid van het NBG roemen om opmerkingen van derden bij het concrete vertaalwerk serieus ter harte te nemen - sommige supervisoren uit 'gereformeerd-protestantse' kring (om hun aanduiding over te nemen) hebben de afgelopen jaren ook wel wat andere ervaringen opgedaan. Scholma en Buitenwerf maken in hun reactie begrijpelijkerwijs een selectie uit het vele wat in de Kanttekeningen in reactie op de NBV naar voren wordt gebracht. Graag willen we hier kort ingaan op de thema's waarbij zij zich kennelijk het meest geprikkeld hebben gevoeld tot tegenspraak. Dat betreft allereerst de deskundigheid/geïnformeerdheid van de auteurs, dan de filosofie achter de NBV, en ten slotte de gevolgde werkwijze bij het vertalen van bijbelpassages waarvan de oorspronkelijkheid omstreden is.'
i. Ondeskundig en niet goed geïnformeerd?
Scholma en Buitenwerf maken niet duidelijk waaruit zij afleiden, dat niet alle 'kanttekenaren' kennisgenomen hebben van de reeds in voorlopige versie gepubliceerde NBV-onderdelen. Voorzover de schrijvers van de bundel er inderdaad geen blijk van geven hiervan kennisgenomen te hebben (wat uiteraard nog niet wil zeggen dat zij dit ook niet gedaan hebben), gaat het om bijdragen waarin van kritiek op de NBV hoegenaamd geen sprake is. Anders dan de reactie van Scholma en Buitenwerf doet vermoeden, bevatten de Kanttekeningen namelijk verschillende hoofdstukken die in het geheel niet kritisch op de NBV ingaan! In de bijdragen van drs. W. J. Dekker en dr. W. H. Th. Moehn bijvoorbeeld wordt meer in algemene termen de vertaalproblematiek aan de orde gesteld, en daarbij zelfs de noodzaak van een vandaag verstaanbare vertaling onderstreept.
Of alle auteurs zich ook hebben laten voorlichten door al het informatiemateriaal dat de NBG in de loop der jaren heeft verspreid, kan ik niet beoordelen. In elk geval pretenderen zij niet als een soort vertaaldeskundigen op de NBV te reageren. Veeleer moet men hen zien als vertegenwoordigers van een bepaald (zeer betrokken) deel van het publiek, waarvan het NBG hoopt dat het straks de NBV zal gaan gebruiken. De beoogde gebruikers van de vertaling zullen straks ook niet over alle informatiebrochures en ander voorlichtingsmateriaal beschikken, en evenmin deskundig zijn op het gebied van vertalen. Maar hen zal men moeten overtuigen! Beslissend daarbij is natuurlijk de vertaling zelf, niet allerlei materiaal eromheen. En de auteurs die kritisch op de NBV reageren, doen dat in het algemeen wel degelijk op basis van die (concept)vertaling zelf.
2. De filosofie achter de NBV
Scholma en Buitenwerf bestrijden niet dat de NBV zich vrij kritiekloos aansluit bij de populaire wijsgerige theorie, volgens welke de betekenis van een tekst grotendeels afhangt van de individuele lezer. Jammer dat ze dit niet kunnen weerleggen. Ik meen nl. dat die theorie juist een kritische bejegening verdient, omdat ze op gespannen voet staat met de overtuiging dat de bijbel een eigen boodschap brengt, die door ons niet naar willekeur kan worden uitgelegd.
Daarmee is niet gezegd dat onze uitleg c.q. vertaling geheel en al waardevrij zou kunnen zijn, zoals in de reactie van Scholma en Buitenwerf nu eindelijk erkend wordt! Welnu - wat is er dan precies op tegen om de 'waarde' die men aan de bijbel toekent, d.w.z. datgene wat men in de bijbel ziet expliciet te maken, zoals ik voorstel? Ik begrijp (en gaf ook aan) dat dat bij een interconfessionele vertaling moeilijk kan door zonder meer de reformatorische belijdenisgeschriften als uitgangspunt te nemen. Daarom stelde ik de vraag, waarom men dan niet minstens het Apostolicum als uitgangspunt heeft genomen. Daarin verwoordt de kerk der eeuwen immers wat ze in de kern in de Schriften verneemt, op een wijze die door protestanten en rooms-katholieken wordt onderschreven. Het is jammer dat de auteurs op deze vraag met geen woord ingaan.
Aan de hand van enkele concrete conceptvertalingen (Pred. 3 : 21 en Gen. x : 2) laat ik vervolgens zien, hoe nu andere theologische invalshoeken concreet doorwerken in de concept-tekst van de NBV. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat het NBG zou ontkennen dat hier de door mij genoemde theologische (voor) oordelen inderdaad een rol gespeeld hebben in de gekozen vertaling. In plaats van dat te doen, schrijft men echter slechts zonder nadere toelichting dat 'de beoordelaar slechts vanuit een bepaalde dogmatische invalshoek [lees: vanuit het geloof van de kerk der eeuwen, GvdB] wil kijken, en niet meer wil luisteren naar de bijbeltekst zelf'. Dat laatste acht ik een nogal vergaande aantijging, die niet alleen strijdt met wat ik expliciet aangeef, maar ook op geen enkele wijze onderbouwd wordt. Scholma en Buitenwerf gaan dus niet in op de concrete voorbeelden die aangedragen worden, maar volstaan met enkele globale, verstrekkende en niet nader onderbouwde beschuldigingen. Dat lijkt mij nu een dogmatische manier van doen...
3. Omstreden pericopen
Een andere bijdrage die de auteurs expliciet bekritiseren, is die van ds. W. Chr. Hovius. Hem houden zij voor dat bijbelpassages als Marcus 16 : 9-20 en
ohannes 7 : 53 - 8 : 11, die hij in de BV gemist had, in de oorspronkelije handschriften niet voorkomen. Het oet dan natuurlijk goed te lezen dat et NBG bereid is deze passages desndanks wel op een bepaalde manier n de NBV op te nemen (dat wisten we ot dusver immers nog niet definiief!). Maar waarom doet men dit eienlijk? Het lijkt meer vanuit een conessie aan beoogde lezersgroepen die u eenmaal aan de betreffende pericopen gehecht zijn, dan vanuit de overtuiging dat zij hoe dan ook tot de canon behoren. Wreekt zich hier niet opnieuw dat men het NBV-vertaalwerk niet expliciet wil verstaan als plaatsvindend in de traditie van de kerk? Die heeft haar canon immers nooit gereduceerd tot de volgens de jongste wetenschappelijke maatstaven vastgestelde, meest oorspronkelijke tekst. In elk geval laat ds. Hovius iets merken van de vervreemding die in vele gemeentes zal optreden, wanneer op een dergelijk punt geen helderheid geboden wordt.
Kritisch of mild?
Scholma en Buitenwerf beklagen zich óver de in hun ogen 'zeer kritische en soms negatieve' evaluatie die de NBV in de bundel ten deel valt. Dat is vanuit hun positie wellicht begrijpelijk. Anderen menen echter dat de bundel als geheel juist tamelijk mild is jegens de
NBV. Ook daar kan men dus over twisten. In elk geval is wel degelijk beoogd een open (d.w.z. niet van tevoren door allerlei sjibboleths belaste) bespreking te bieden. In hoeverre dat gelukt is - daarvan vergewisse ieder zich door de bundel te lezen. Dat het er inderdaad kritisch en niet onkritisch aan toegaat is waar, maar dat mag toch eerder een deugd dan een ondeugd heten?
G. VAN DEN BRINK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's