De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vertekend beeld van de NBV

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertekend beeld van de NBV

REACTIE VANUIT HET NBG

9 minuten leestijd

'Het besluit om de Bijbel opnieuw te vertalen in hedendaags Nederlands ligt in het verlengde van de omgang van de reformatoren met de Bijbel.' Aldus W. H. Th. Moehn op p. 123 van Kanttekeningen bij de [Nieuwe Bijbelvertaling]. Het verschijnen van dit boek, dat geredigeerd is door H. J. Lam en P. J. Vergunst, laat zien hoezeer het vertalen van de Bijbel en in het bijzonder de [Nieuwe Bijbelvertaling] (NBV) momenteel in de belangstelling staan. Ondanks de waardering die velen voor de Statenvertaling hebben, bestaat ook in gereformeerd-protestantse kring bezorgdheid over de verstaanbaarheid van de Bijbel voor veel gemeenteleden, en met name jongeren. Dergelijke geluiden worden bijvoorbeeld gehoord bij instanties als de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond en de Inwendige Zendingsbond. Aangezien het verschijnen van de NBV grote kansen met zich meebrengt om de Bijbel weer op verstaanbare wijze bij de mensen te brengen, wil het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een open discussie op gang te brengen rondom deze nieuwe vertaling. Het boek Kanttekeningen is hiervan een eerste resultaat. Als voorzet voor een 'open discussie' is het boek naar onze mening echter teleurstellend. De auteurs zeggen te streven naar een 'eerlijke bezinning' op de NBV, maar karakteriseren hun boek al op de eerste pagina van de inleiding als een 'tegenstem'. Hoewel niet direct duidelijk.wordt waartegen de auteurs zich willen richten, is de toon hiermee gezet, en het is juist deze toch wel zeer kritische en soms negatieve evaluatie die we terugvinden in de bespreking van het boek in de Waarheidsvriend. Wij zijn van mening dat Kanttekeningen helaas een nogal vertekend beeld geeft van de NBV. Dat wordt onder andere veroorzaakt door de ondeskundigheid op het gebied van vertalen waarvan het boek hier en daar blijk geeft. Het is bovendien jammer dat uit sommige artikelen blijkt dat de schrijvers niet eens kennisgenomen hebben van reeds in voorlopige versies gepubliceerde bijbelboeken, NBV-informatiebrochures en andere informatie. In dit artikel willen wij dan ook enige opmerkingen maken bij veelbesproken onderwerpen in Kanttekeningen. Graag doen wij aan het eind van deze bijdrage een voorstel aan de auteurs van Kanttekeningen en het hoofdbestuur van

Vorig najaar verscheen onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond bij uitgeverij Groen te Heerenveen een bundel getiteld Kanttekeningen bij de [Nieuwe Bijbelvertaling], onder redactie van ds. H. J. Lam en P. J. Vergunst. Kort daarna werd deze publicatie in de Waarheidsvriend besproken door ds. H. Liefting. Toen al was overeengekomen dat in het kader van een open gedachtewisseling ook het Nederlands Bijbelgenootschap in de gelegenheid zou worden gesteld in de Waarheidsvriend op deze uitgave te reageren. Het doel van het boek was immers niet alleen voorlichting te geven aan kerkenraden en gemeenteleden, maar ook het gesprek met het bijbelgenootschap te voeren. In dit nummer gebeurt dat namens het NBG door drs. R. A. Scholma (manager Vertalen en Uitgaven bij het NBG) en dr. R. Buitenwerf (wetenschappelijk vertaalcoördinator NBG). Tot de afspraak behoorde ook dat door één of meer van de auteurs dan weer gereageerd zou worden op de opmerkingen van de zijde van het NBG. De redactie vroeg aan dr. G. van den Brink (één van de auteurs op wiens bijdrage met nadruk ingegaan wordt) om dit voor zijn rekening te nemen.

RED. DE WAARHEIDSVRIEND

de Gereformeerde Bond om tot een gezamenlijke activiteit te komen.

Theologie

De NBV is een interconfessionele vertaling; dat betekent dat de NBV gemaakt is vanuit en voor verschillende geloofstradities. Vanwege de toenemende zorg om de verstaanbaarheid van de Bijbel werd in 1989 door de Raad voor Contact en Overleg betreffende de Bijbel (RCOB), een interconfessioneel beraad (van rooms-katholieken en protestanten), een aanzet gegeven tot het maken van een nieuwe bijbelvertaling, een vertaling die zowel geschikt zou zijn voor gebruik als kanselbijbel als voor gebruik thuis, op catechisatie en op school. In samenwerking met andere bijbelgenootschappen in Nederland en Vlaanderen is het Nederlands Bijbelgenootschap begonnen aan deze nieuwe vertaling, de NBV. De NBV is bedoeld om de brontekst van de Bijbel getrouw weer te geven in hedendaags Nederlands. De RCOB hoopt dat deze vertaling verschillen tussen kerkgenootschappen zal weten te overbruggen en zal accentueren dat de Bijbel de gezamenlijke basis van alle gelovigen is.

Dat de NBV interconfessioneel is, komt in de werkwijze naar voren: de basisvertaling van een passage wordt gemaakt door een vertaalkoppel - een brontekstkenner en een neerlandicus. Deze basisvertaling wordt getoetst door twee andere vertaalkoppels, en vervolgens nog door het coördinatieteam, een commissie van vertalers. Daarna gaat de tekst naar een groot aantal supervisoren, onder wie vertegenwoordigers uit verschillende kerkgenootschappen en christelijke stromingen, en de joodse gemeenschap. Er zijn ook supervisoren vanuit gereformeerd-protestantse kring. De opmerkingen en kanttekeningen van de supervisoren bij de vertalingen worden zeer serieus genomen, en behoeden de vertaling voor mogelijke eenzijdigheden.

Er wordt in Kanttekeningen en in de besprekingen veel gesproken over de theologie achter de vertaling. Het uitgangspunt van het NBV-project is dat vertalen vooraf moet gaan aan theologie. Het is een vereiste voor het welslagen van een interconfessioneel project dat theologisch-dogmatische vooronderstellingen van een specifieke kerkelijke richting het vertaalwerk niet overheersend beïnvloeden. Overigens geeft het vertaalteam zich rekenschap van het feit dat waardevrij vertalen onmogelijk is. Daarom wordt de NBV gemaakt door mensen met verschillende achtergronden, waaronder de gereformeerde. Verschillende correctierondes zorgen ervoor dat al te specifieke interpretaties vermeden worden.

In Kanttekeningen stelt G. van den Brink dat achter de NBV het filosofische principe schuilgaat dat de interpretatie van een tekst grotendeels afhangt van de lezer. Deze filosofie verwerpt hij, maar hij lijkt haar vervolgens zelf weer op te pakken als hij opmerkt dat bij het proces van bijbelvertalen het 'vooroordeel', ofwel het theologisch bewustzijn, van de vertaler een grote rol speelt. Hoewel dit volgens Van den Brink niet tot relativisme hoeft te leiden - je kunt immers steeds de vertaling toetsen aan de grondtekst - moet je er wel duidelijkheid over scheppen. Van den Brink stelt daarom voor om de belijdenisgeschriften waarin het reformatorisch theologisch bewustzijn is geconcretiseerd als theologisch ijkpunt te nemen.

Omdat de NBV een interconfessionele vertaling is, kan deze natuurlijk nooit aan die eisen van Van den Brink voldoen. Dogmatische vooronderstellingen kunnen een eerlijke beoordeling van een vertaling in de weg staan. Het is teleurstellend dat in Kanttekeningen op grond van enkele tekstplaatsen 'aangetoond' wordt dat de NBV theologisch-dogmatische beslissingen weerspiegelt, terwijl de beoordelaar slechts vanuit een bepaalde dogmatische invalshoek wil kijken, en niet meer wil luisteren naar de bijbeltekst zelf.

Tekstkeuze

In Kanttekeningen wordt verschillende malen gesteld dat het Nieuwe Testament in de NBV op een verkeerde editie van de Griekse brontekst gebaseerd is. Er zijn duizenden Griekse handschriften van (gedeelten van) het Nieuwe Testament overgeleverd, die allemaal in mindere of meerdere mate van elkaar verschillen. Iedereen is het erover eens dat het onmogelijk is om vast te stellen dat een van deze manuscripten de 'echte' tekst van het Nieuwe Testament bevat. De handschriften moeten dus hoe dan ook vergeleken worden om de 'beste' tekst te reconstrueren. Toen na de Middeleeuwen de interesse voor de Griekse tekst weer gewekt was, gingen wetenschappers aan het werk om handschriften op te speuren en de gegevens te ordenen. De eerste wetenschapper die een Grieks Nieuwe Testament publiceerde, was Erasmus. Deze tekst werd in de decennia na Erasmus steeds bijgewerkt. De Statenvertalers baseerden zich op de vroege edities, en waren dus wetenschappelijk gesproken 'up to date'.

Erasmus en zijn opvolgers hadden lang niet zoveel handschriften tot hun beschikking als wetenschappers tegenwoordig. In de eeuwen na Erasmus werden handschriften ontdekt met een Griekse tekst van het Nieuwe Testament die op sommige plaatsen sterk afwijkt van wat tot dan toe bekend was. Vaak is de tekst korter; een bekend voorbeeld is dat Handelingen 8 : 37 niet in deze handschriften staat. Er is veel onderzoek gedaan naar de verhouding tussen deze 'korte' tekst en de lange tekst. Met behulp van verfijningen van de wetenschappelijke methode die ook Erasmus en zijn opvolgers gebruikten, is vastgesteld dat de korte tekst de oudere, en dus originelere is. Daarom treffen we die kortere tekst aan in de wetenschappelijke uitgaven van het Nieuwe Testament. In de richtlijnen van de United Bible Societies (Wereldbond van Bijbelgenootschappen) staat dat in bijbelvertalingen de wetenschappelijke edities gevolgd moeten worden. Dat geldt ook voor de NBV, waarbij moet worden opgemerkt dat belangrijke varianten, zoals Handelingen 8 : 37, wel in voetnoten worden opgenomen.

Met vergelijkbare methoden is vastgesteld dat Marcus 16 : 9-20 en Johannes 7 : 53 - 8 : 11 oorspronkelijk niet bij de evangeliën gehoord hebben. Toch worden deze passages in de NBV opgenomen, en er wordt op bescheiden wijze aangegeven dat de passages verschillen van de omringende tekst. Het is dan ook onzorgvuldig dat W. Chr. Hovius op p. 84 van Kanttekeningen schrijft dat Marcus 16 : 9-20 en Johannes 8 : 1-11 weggelaten zijn in de NBV, zeker als men bedenkt dat ten tijde van het verschijnen van het boek het vertaalwerk aan het Johannes-evangelie nog niet eens begonnen was. Zie voor Marcus 16 : 9-20 het boek Paralleleditie II, Heerenveen 2000, waar op p. 592-595 deze passage zowel in de Statenvertaling als in de NBV weergegeven is.

Niet alledaags

In Kanttekeningen komt heel duidelijk naar voren dat de NBV geen alledaags Nederlands gebruikt - dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Groot Nieuws Bijbel en Het Boek. Ook theologische begrippen als 'zonde' en 'gerechtigheid' worden in de NBV gebruikt. Waar echter de betekenis van traditionele woorden meer door de traditie dan door de oorspronkelijke context bepaald is, heeft de NBV ervoor gekozen andere woorden te kiezen, om zo de brontekst beter tot zijn recht te laten komen. In Kanttekeningen wordt deze keuze zowel gewaardeerd als aangevochten. Op p. 46-47 schrijft G. D. Kamphuis dat, hoe hij dat ook betreurt, de gevoelswaarde die veel mensen hechten aan traditionele termen zoals 'goedertierenheid' en 'barmhartigheid' niet de waarde is die de Schrift beoogt. Op p. 140-141 betoogt J. de Gier echter dat dergelijke woorden onmisbaar zijn in een vertaling, juist ook om de aansluiting met de traditie niet te verliezen. De discussie over dergelijk traditioneel taalgebruik blijkt ook in de kring van de Gereformeerde Bond nog niet geëindigd.

Gezamenlijke conferentie?

Er is nog veel meer te zeggen naar aanleiding van Kanttekeningen. Zo zouden we nog kunnen ingaan op de kritiek op de weergave van de Godsnaam als HEER (in kleinkapitaal) en op het verdwijnen van de eerbiedskapitalen. Het is jammer dat het initiatief van Lam en Vergunst om de NBV ter sprake te brengen door besprekiii en met tamelijk stellige conclusies ver'" )ebeld is. Wij zouden ervoor willen pleiten dat de discussie over de NBV die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met Kanttekeningen is begonnen, op een opener manier voortgezet wordt, bijvoorbeeld door middel van een conferentie over bijbelvertalen, georganiseerd door NBG en Gereformeerde Bond. Uit Kanttekeningen blijkt namelijk keer op keer dat de zorg voor een verstaanbare Bijbel een gedeelde zorg is. Het zou goed zijn als die zorg in alle eerlijkheid en openheid besproken zou kunnen worden.

R. A. SCHOLMA EN R. BuiTENWERF

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vertekend beeld van de NBV

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's