Als in Israël ingelijfd...
OVER SCHRIFTGEBRUIK OP DE ISRAËL-ZONDAG
'"Jeruzalem is welgebouwd" mag je ook zingen in Putten.' Zo schreef ds. P. F. Bouter aan ds. M. uan Campen in de Waarheidsvriend. Volgens Bouters leermeester Athanasius moeten wij de psalmen christologisch uitleggen. Dan scheiden hier al de wegen met de synagoge. Maar volgens Van Campens leermeester dr. S. Gerssen uerbinden de psalmen ons juist met de synagoge. Maar hierouer zijn beiden het eens: je mag zo'n psalm ook in Putten zingen!
Maar hoe? 'Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in'. 'Gods huis' is dan de kerk, waarheen wij 'opgaan'. Maar er staat Jeruzalem en Israël. 'Ik moet er niet aan denken, ' zei een dominee. Ik wel. Pas op voor substitutie (vervanging). 'Hij maakt op hun gebeden gans Israël eens vrij.' Ja! En dan volgt: 'Zo doe Hij ook aan mij'! Wij zagen eens op een reis door Israël vanaf het strand soldaten de zee met zoeklichten aftasten. Bij de avondsluiting zongen we toen Psalm 124: 'Dat * Israël nu zegge, blij van Geest...'. Ik was ontroerd - én aarzelde. Waarom? Net als op bevrijdingsdag: om 'het euvel van de vereenzelviging'. Niet vanwege de vergeestelijking. De aarde in Psalm 24 vergeestelijken we ook niet. Zij is des Heeren. Dat houden we nog te goed. Ook de klaagpsalmen zingen we mee. Maar hoe? Wij denken bij Psalm 22 aan Jezus' kruiswoord. Maar in de oorlog gingen joden met die psalm de gaskamers in; zonder Jezus.
'Mijn God, waarom? ' Een rabbijn legde Psalm 147 uit: 'Hij wil Jeruzalem herbouwen' en dacht aan de terugkeer. Hoe anders zingen wij dat: 'Hij heelt gebrokenen van harte...' Dat beaamde een andere rabbijn: 'Jullie bidden om genade, wij joden bidden om recht'. Veel psalmen doen dat inderdaad: 'doe mij recht, o God'
(Ps. 43). En de boetepsalmen? Die zingen zij ook en wij zingen mee. Maar in Psalm 51 hoort een rabbijn geen erfzonde... En de 'gunstgenoten' zijn tegenwoordig Gods 'partner'... Zo lezen wij hetzelfde Oude Testament, maar met verschillende bril: het Nieuwe Testament of de Talmoed... Geef mij maar het nieuwe.
Paulus' 'totdat'
Wat betekent 'Israël' in de Bijbel? Het door Goed geroepen Joodse volk. Ook in het Nieuwe Testament. Neem Paulus in Romeinen 9-11. Niet alles wat Israël heet, is het ook. Helaas. Maar toch volgt hoofdstuk 10: 'Het gebed dat ik tot God voor Israël doe is tot hun zaligheid'. En dan hoordstuk 11! 'Heeft God dan Zijn volk verstoten? ! Nee! Ik ben ook een Israëliet.' God beloofde Elia een rest en zo'n rest is er nog: van Messias-belijdende joden! Maar ook de anderen wil Paulus prikkelen. 'Jullie heidenen zijn als wilde takken geënt op de stam. Maar God kan ook de natuurlijke takken weer enten.' Ja, dat zal Hij!
En dan komt de ontknoping: 'Want de verharding is over een deel van Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen zal zijn ingegaan. En alzo zal heel Israël zalig worden'. Is dat nu het 'geestelijke Israël'? Nee, het verharde, dus natuurlijke. Vergeestelijking zou ook de climax breken. Gaat het dan om het huidige Israël, dus om de staat? Nee, ook niet! In Paulus' tijd was het land deel van het Romeinse Rijk. En hij schreef vóór de verwoesting van de stad. Ja, wij zijn in bijbels Israël ingelijfd; niet in de huidige staat. Wij moeten beide kortsluitingen vermijden: vergeestelijking en verpolitisering. Het gaat om het Joodse volk. Dat Joodse volk is sindsdien verstrooid over de wereld, deels bewaard, deels geseculariseerd en na de Grote Nacht deels teruggekeerd. In Romeinen 11 gaat het dus evenzeer over de joden in New York. En: de vervulling ervan begint al bij Messias-belijdende joden van wie er vooral in Amerika duizenden zijn.
Jezus' 'totdat'!
De landbelofte wordt in het Oude Testament tweemaal vervuld; na de ballingschap zonder staat. Maar kent het Nieuwe Testament nog een landbelofte? Nee, natuurlijk, want de joden woonden er. En de stad? Jezus weende bij Zijn intocht: 'Och, of gij bekende ook nog in deze dag wat tot uw vrede dient, maar nu is het verborgen voor uw ogen' (Lucas 19). In Zijn eindrede voorzag Hij de ondergang. Maar: 'Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden, tótdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn' (Lucas 21). En: 'Zie, uw huis wordt u woest gelaten - totdat gij zult zeggen: gezegend is Hij die komt in de Naam des Heeren (Mt. 23). Die twee 'totdat'-teksten blijken sleutelteksten!
Voorlopers van 'Christenen voor Israël'
Toen vervolgde joden uit Spanje vanaf 1492 naar Engeland en Nederland vluchtten, ontdekten de Britse puriteinen 'Israëls hoop'. Zij inspireerden de Nadere Reformatie, m.n. vader Brakel: een doorbraak! Onze 'Israël-theologie' is geen nieuwlichterij! De puriteinen inspireerden ook politici: Shaftesbury, het 'evangelische' parlementslid, pleitte in 1840 (!) voor 'herplanting' der joden. Zionisme is dus een christelijk idee! En minister Balfour gaf in de Eerste Wereldoorlog de zionisten de 'verklaring' van een 'nationaal tehuis' (1917)-
Ds. Hechler hielp Theodoor Herzl in de politiek. Voorlopers van 'Christenen voor Israël'? Ja. Maar 'herplanting' of'national home' waren niet bedoeld als 'Groot-Israël'! Het land was niet leeg.
Zionisme: seculier
Wij beleefden de stichting van de staat (1948), maar vooral de Sinaï-veldtocht (1956) en de inname van de Oude Stad (1967) emotioneel. Nu ging God zijn belofte vervullen! Wij gingen erheen en waren ontroerd. Maar liefde mag ' niet verblinden: het zionisme was seculier. Ben Goerion, de socialist, was tegen de naam van God in de onafhankelijkheidsverklaring. Ook de stichter Herzl (1900) gebruikte geen bijbeltekst; hij zag eerder de Makkabeeën herleven: dus joods nationalisme uit een... apocrief boek. Religieuze joden waren tegen politieke actie: God moét het doen, eerst moet de Messias ko- * men! Geassimileerde joden waren er trouwens ook tegen: ze waren in West- Europa nét thuis geraakt. Maar het zionisme groeide tegen de verdrukking in en werd na Hitier bij de deling van Palestina erkend door de UNO! Wonderlijk: alle volken waren betrokken bij de stichting van de staat Israël! Maar let wel: de staat van 1948, niet van 1967! De UNO was tegen de annexatie van de 'West-bank' en Jeruzalem! Juist de meest ontroerende gebeurtenis (de joden bij de Klaagmuur) werd het meest omstreden. 'Oecumenicals' zijn tegen, 'Evangelicals' voor. En reformatorischen?
Israël als 'teken'
Hoe 'duiden' wij deze staat na de holocaust? De 'bloedtekst' week na de Kristallnacht (1938) voor 'Gods oogappel'. Antisemitisme bleek anti-christelijk. Er kwam pijn om het 'oerschisma'. De N.H. Kerk duidde 'Israël' als drievoudig 'teken' van menselijke ontrouw, maar ook Gods trouw. Israël heette 'Gods ; proeftuin' (Jesaja 6). Maar er waren ook rabbinale duidingen; naast negatieve positieve. Kook sr. zag in Herzl de 'tweede messias' (zoon van Jozef); hij ging naar Israël en wilde het zionisme hervormen. Kookjr. duidde de staat als 'het begin van onze verlossing', voorspelde 1967 en citeerde Jesaja 54 : 10. 'Het verbond mijns vredes zal niet wankelen'! Kook was de 'joodse Berkhof'!
Prof. Hartman was voorzichtiger. Hij duidde het Zionisme niet vanuit Exodus (Gods machtige hand) maar vanuit Esther: de Naam valt niet, maar intussen was de hand voelbaar. Niet zonder appèl: kom ervoor uit.
Duiden is nog niet legitimeren
Duiden mag en moet. Het hoort bij 'waken'. Maar pas op. Dat Esther koningin werd, duiden wij als Gods hand, maar daarmee is een heidense schoonheidswedstrijd voor een harem nog niet gelegitimeerd. God gebruikt gojim om zijn volk te straffen, maar straft ze vervolgens zelf om hun agressie. Israël is uitverkoren, zegt Amos, maar juist daarom zal God haar zonden bezoeken. Cyrus heet 'Gods knecht' en keizer Augustus was het ook, maar zij bleven heidenen. Barth zei in 1940 tegen de Franse kerk na de nederlaag: verootmoediging voor God is nog geen verootmoediging voor de feiten. Anti-semitisme blijft anti-christelijk. Niet Gods voorzienigheid, maar Gods wet is norm. Een rabbijn noemde in de Knesseth Hitier 'Gods gesel', maar bedoelde geen legitimatie. Wij 'duidden' de Bevrijding in 1945 als Gods hand in de geschiedenis, maar dat kan ook tegen ons getuigen. Zo ook de Wende. Het joodse volk blijft Gods volk, maar daarmee is Sjarons harde lijn nog niet gelegitimeerd.
'Breng de joden thuis'
Na de Wende gingen Christenen voor Israël een nieuwe 'alijah' stimuleren. De Brit Hunter, die eerst bijbels achter het IJzeren bracht, ging emigratie van joden steunen. Hij beriep zich op Jeremia 16: God zou uit alle landen vissers en jagers (!) zenden om zijn volk thuis te brengen. Pee Koelewijn beriep zich op Jesaja 14. Hun liefde voor Israël is ontroerend. Maar ook hier dreigt kortsluiting. Mag men de 'terugkeer' van 539 vóór Christus zo doortrekken? En staan deze profetieën los van de Messias? En is de politieke voorkeur voor Likud nog christelijk te funderen? M.i. zouden Christenen voor Israël meer naar christenen in Israël moeten luisteren.
'Land voor vrede'
Het is Amerika's politiek om Israël te steunen: dankzij de joodse en evangelicale lobbies. Billy Graham belde in
1973 Nixon op om dat te bevestigen. Rabbin was hem er dankbaar voor. Bij de Oslo-akkoorden (1993) ging de discussie over de vraag of land voor vrede mocht worden ingeleverd. Mag men beloofd land weer afstaan? Salomo gaf Hiram al Israëlische steden! De Misjah ging niet uit van beloofde grenzen, maar van bewoonde gebieden. Reformatorische christenen in Nederland sloten zich daarbij aan: het kan bittere noodzaak zijn (Siebesma, Paul). 'Land voor vrede' strijdt niet met de joodse traditie.
Maar Amerikaanse 'evangelicals' wijzen Bush bij zijn 'route-kaart voor de vrede' (2003) ook op hun Bijbel. Zo citeerde C. Cohen Leviticus 25 : 23: Het land is Mijn; Joël 3 : 2: tegen het 'delen' ervan en Jeremia 31: 5 over de bergen van Samaria... De bekende David Wilkerson waarschuwt Bush met Zacharia 12: wie de lastige steen tilt, zal doorsneden worden... Op Sjarons bureau lag een bijbel: om het gedachtegoed van Bush te Ieren kennen...! Maar de Bijbel is geen spoorboek.
Verzoening
Het spant in het Midden-Oosten. Staat in het Midden-Oosten Allah tegenover de God van Israël? De islam wil toch Israël weg hebben? Maar opnieuw: geen kortsluiting. Israël en Ismaël begroeven hun beider vader in Hebron. Het zijn 'feindliche Brüder' die daar nu tegenover elkaar staan! Het is niet zwart-wit. In Israël zijn er helaas ook abortusklinieken. En onder de aanhangers van Arafat zijn ook christenen. Laten wij scherper kijken. Dan tellen wij in Israël juist hen mee, die daar niet meetellen: de messiaanse joden. Een kleine maar groeiende minderheid. Zij waarschuwen, dat bekering nodig is, wil Israël het land weer niet verliezen.
En letten wij bij de Palestijnen op hen waar niemand op Iet: protestantse Palestijnen, die geweld verfoeien. Een dominee uit Bethlehem vertelde ons: oecumenische kerken helpen alleen oecumenische Palestijnen; moslims helpen alleen moslim- Palestijnen; maar wie helpt ons, evangelische Palestijnen? Evangelischen? In Amerika worden we voor terroristen aangezien! Er is een beweging, Moesalaha (verzoening) geheten, die contact legt tussen christen-joden en christen-Palestijnen. Dat staat niet in de krant,
maar dat is het! Gevolg van de bediening der verzoening (2 Kor. 5). Christus heeft door Zijn bloed de scheidsmuur doorbroken (Ef. 2 : 14): tussen God en ons, maar ook tussen Israël en
de volkeren. Dat wordt in Zijn gemeente zichtbaar. Maar opnieuw: geen kortsluiting! Wij heten medeburgers. Daarom mag Putten mee-zingen.
C. BLENK, DELFT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's