Gods liefde voor een ontrouw volk
[Lezen: Hosea 2]
Toen de verloren zoon in het vuil van de varkens zat, besefte hij pas hoe goed het bij vader was. Toen de verloren zoon de draf van de varkens niet mocht eten, kende hij ineens de liefde van de vader weer. Het was wijze pedagogiek van de vader geweest zijn zoon niet tegen te houden, toen hij de wereld wilde intrekken. Zijn liefde reisde immers mee. Zijn ogen volgden de jongen. Zijn liefde brandde zelfs nog op het hart van zijn zoon, toen hij dreigde te verhongeren bij de varkens. Wat een vuil, dacht de jongen. Wat een schuld. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan.
jk Dat de Heere Jezus de Zoon van de Vader was, kun je wel merken als je Hosea 2 leest. Ook daar diezelfde wijze opvoedkunde. Kennelijk hetzelfde karakter en dezelfde liefde. Misschien kent u dat karakter en die brandende liefde ook wel. Toen je de Vader ontmoette, merkte je dat Hij zelfs nog veel liever is dan je bij de varkens vermoedde. Wel, dat heeft Hosea trouw en met liefde in zijn hart de Israëlieten verteld.
Het overspelige Israël is nog niet erg onder de indruk van Hosea's woorden. Zij horen wel de profeet, maar doen zeker niet naar zijn oproep. Ze herkennen misschien wel het karakter van de God van Israël, maar het roept bij hen geen wederliefde op. Gods geduld is inderdaad heel wat groter dan de trouw van zijn ontrouwe volk. Dan lijkt het net of de HEERE ten einde raad Zijn liefde ook maar opzegt. Hij stopt er als het ware mee. Hij gaat niet langer door Zijn vrouw te koesteren. Hij
begint haar te plagen. Maar wie de HEERE kent, begint nu pas echt op Zijn daden te letten. De God van Israël is immers een wonderlijk God. Overigens is Hosea 2 een heel persoonlijk hoofdstuk. Ieder wordt persoonlijk gevraagd hoe hij in het geding tussen God en Israël staat. Wij worden niet allemaal over een kam geschoren. De HEERE geeft ons de gelegenheid een andere dan de algemene keus te doen. Twist met uw moeder. Laat zien dat je er persoonlijk anders in staat. Verhef je stem tegen het verlaten van God en Zijn geboden. Laat horen dat je niet meedoet met het afvallen van de belijdenis. Laat merken dat je je hart aan God in Christus verloren hebt. Hoe staat u in de kerk? Hoe sta jij tussen je vrienden? Je houdt toch voor alles van de HEERE is het niet? Twist met je moeder!
Maar de HEERE gaat er nu een einde aan maken. Zijn geduld is radicaal op. Hij wil niets meer met Zijn geliefde te maken hebben. Naakt jaagt Hij haar de deur uit. Groter schande kan haar niet overkomen. Duidelijker kan de HEERE zijn toorn en afkeuring niet kenbaar maken. Alles pakt Hij Israël af. Alles wat het volk van de HEERE heeft gekregen en waar ze Baal voor dankt. Het goud en het zilver, het koren en de most, de wol en het vlas. Niets blijft er over. Ook het land zelf wordt van haar afgepakt. Ze kan vluchten in de woestijn. Ze kan zoeken tot wie haar liefde uitgaat, maar zij zal niet vinden. God verwart haar gang. Ze vindt dorens en distels op haar pad. Ze raakt verward in de struiken. Ze komt om van honger en dorst. Nog even en ze zal sterven. Gods geduld is op!
De HEERE heeft een twist met Zijn volk. Hij heeft een twist met Zijn kerk. Hij zal niet goedkeuren. Valse vroomheid is Hem een gruwel. De nieuwe maanden en de sabbatten smaken Hem niet. De grote feesten hoeven van de HEERE op deze wijze niet gevierd te worden. Het lijkt Israël, maar het is Kanaan. Zo ziet de kerk er ook vaak uit. Hoe verweesd kan Gods kind zich voelen in de kerk. Hoe vreemd kunnen wij ophoren als we kerkmensen horen spreken. Hoe vroom en godsdienstig stellen wij ons aan. Maar waar is de godsvrucht en het knielen voor de HEERE? Waar is de oprechtheid en de schuldverslagenheid die wij Hem aanbieden. Waar zijn zij die voor Hem en Zijn Woord beven? Wa? .r is de afhankelijkheid en de liefde tot God? Waar is het stille wachten op Zijn liefde en Zijn spreken? Waar is de bereidheid Hem te volgen waar Hij voorgaat? Waar is de aanbiddelijke trouw van de echtvriendin, die haar Man door alles heen volgt?
Maar wie de HEERE kent, houdt de adem in. Hij of zij kan niet geloven, dat de liefde van God voor Zijn volk echt over is. Wie de Heere Jezus onder de verkondiging in de kerk heeft leren kennen, kan niet geloven dat Hij Zijn kerk overgeeft aan de satan. Hij kan niet aanvaarden, dat het nu over en uit is. Zo is onze Heere niet. Zijn liefde brandt immers zelfs nog tussen het vuil van de varkens. Juist waar het geloof geheel is verdroogd en er niets meer is, is Gods liefde ineens sterk en trekkend.
Die doornen en die distels zijn er door een liefhebbend Echtgenoot geplant. Die honger en die dorst is de wijze pedagogiek van een schreiend en liefhebbend hart. Plagen lijkt het. Straffen is het zeker. Te schande maken doet Hij als het nodig is. Maar het is toch voor alles en ten laatste grote liefde die Hem drijft. Laten wij Hem toch trachten te kennen. Zijn liefde is er als niemand het meer verwacht. Zijn hart kan van Zijn volk niet af. Het is vol van ontferming. De op het hart getrapte Echtgenoot voelde Zijn liefde nooit sterker dan toen zij Hem op het hart trapte. Daarom leidt Hij haar in de woestijn. Toen voelde zij Zijn liefde. Ik zal wederkeren tot mijn vorige Man, toen was mij beter dan nu.
De HEERE voerde haar in de woestijn. Hij lokte haar met Zijn liefde. Hij sprak naar haar hart. Hij liet haar zien wat er vroeger was geweest. Daar Horeb! Daar is het tussen ons begon-
nen. Daar de rots waaruit water stroomde. Hoe zorgde Ik. Daar waar het manna eens viel. Hoe deed Ik leven. Daar het dal Achor! Hoe aanvaardde Ik verzoening. Hoe was Ik altijd op recht en barmhartigheid gespitst. Open je hart toch weer! Geef je leven aan Wie jou liefheeft. Zie toch het kruis midden in de woestijn van de kerk staan. Zie Gods liefde toch in de lijdende Christus. Dan breekt je hart over je zonde. Dan schrijnt je ziel over de zonden van kerk, volk en vaderland. Dan begeer jé dat Israël de Christus kent. Maar dan blijf je niet staan. Dan zegje: Ik zal opstaan en tot mijn Vader gaan. En zeggen: Vader ik ben niet meer waardig Uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van Uw huurlingen. Maar die laatste woorden komen me niet meer over de lippen. Vader omarmt mij reeds. De woorden stikken in mijn keel. Ik wil dat. eigenlijk ook niet. Want Gij zijt mijn Vader en mijn God. Ruchama, Ammi.
A. VAN LINGEN, KINDERDIJK/NIEUW-LEKKERLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's