De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

Ik ben een heiden Onlangs verscheen van de hand van dr. H. Vreekamp een opmerkelijk boek: Zwijgen bij volle maan, met als ondertitel 'Veluwse verkenningen van Edda, Evangelie en Tora' (uitg. Boekencentrum). In de advertentie waarmee de uitgever in de pers aandacht vraagt voor het boek, wordt geschreven: Een wandeling over de Veluwe en een oorspronkelijke zoektocht naar de plaats van het christendom in de Westerse cultuur. In het Centraal Weekblad (26 september 2003) had Theo Klein een gesprek met de auteur. Collega Vreekamp zegt daarin: 'Ik kom uit voor mijn geaardheid: ik ben een heiden'. Samenvattend: Vreekamp (her)ontdekt zijn heidense Veluwse wortels en brengt die in gesprek met jodendom en christendom. Inderdaad: een ongewoon boek. Al jaren was dr. Vreekamp bezig met zijn stamboom, verdiepte zich in de mythische verhalen die tot voor honderd jaar nog tijdens de lange winteravonden op de Veluwe werden verteld.

"Tot mijn verrassing ontdekte ik dat veel verhalen uit de Edda, de Germaanse mythologie, leefden op de Veluwe. Het Uddelermeer, voor de Veluwnaar een onpeilbaar diep meer, was volgens de verhalen ontstaan doordat Thor zijn hamer wierp naar de monsterslang Jörmungandr. Natuurlijk tuist ik van de Edda. Maar dat was voor mij een boek uit het verleden, dat ik voor kennisgeving had aangenomen. Niet dus. De Veluwe, mijn stam- en geboortegebied zit vol verwij- 616 zingen naar die Germaanse godenwereld." "De wandelingen die ik beschrijf in Zwijgen bij volle maan heb ik ook daadiverkelijkgemaakt. Zo'n 1500 kilometer heb ik er opzitten. Ik ontdekte hoe diep de verworteling zit met mijn geboortegrond. De Vreekampen bleken al geslachtenlang op de Veluwe te huizen. Kootwijkerzand, het woeste en lege gebied, ontroerde mij. Het voelde als een soort thuiskomen, de tranen sprongen er mij in de ogen.

De Veluwe staat bekend als de bible belt met strenge orthodoxie. Maar dat is import van anderhalve eeuw geleden. De oorspronkelijke Veluwenaar is getekend door zijn strijd met de arme grond. Afhankelijkheid, berusting maar ook mildheid kenmerken hem. En ook de gedoopte Veluwenaar is zijn heidense trekken niet kwijtgeraakt.

Ik ben predikant geweest in Oosterwolde. Ooit trokken daar na de nieuwjaarsdienst dominee en kerkenraad zich terug voor een borrel. De kerkvoogden verkochten ondertussen in de kerk de plaatsen per opbod. Dat had minder met geld te maken dan met de behoefte van de mensen om zich ook in het nieuwe jaar persoonlijk te kunnen verzekeren van een plek in het heiligdom. Daar mocht de dominee zich niet mee bemoeien."

"De heiden is letterlijk mens van de heide. Hij leeft dicht bij de natuur, de jaargetijden en zonsop- en ondergang bepalen zijn ritme. Ik kom zelf uit een boerengezin en heb het van nabij meegemaakt. Ik ben als heiden geboren, het zit in mijn vlees en bloed, in mijn genen. Ik ben gedoopt, maar dat maakt mij niet los van mijn heidense wortels, mijn geboortegrond. Je kunt zeggen dat dit neigt naar bloed en bodem. Klopt, maar loop daar niet voor weg. Juist door het te verdringen gebeuren er ongelukken. De grondlegger van de bloed-en-bodemtheorie van de nazi's, wilde de Duitse boer zijn plaats in het geïndustrialiseerde Duitsland teruggeven. De jood, telg van een nomadenvolk uit het Middellandse-Zeegebied, paste daar niet in, werd gezien als een bedreiging. Het jodendom en christendom zijn wezensvreemd aan de heiden. Het is geïmporteerd uit het Middellandse-Zeegebied, min of meer aan de Germanen opgedrongen.'"

Vreekamp gaat ook in op de manier waarop in Europa het heidendom met het evangelie in aanraking kwam.

"'Ik heb ook te maken met de manier waarop het evangelie tot de Germanen is gebracht. Het ging vaak gepaard met geweld. Wie zich niet liet dopen, werd gedood. In de Heliand uit de negende eeuw werd het evangelie aan de Germaanse volksaard aangepast. De Jezus van het evangelie werd vertekend. Niet de lijdende knecht des Heren, maar een superheld, een soort Odin. Miskotte in zijn Edda en Torah had er geen goed woord voor over en dan ergerde hij zich niet eens aan het hoge vikingschip dat de Heliand op het meer van Galilea laat varen. Ik vind het een prachtig epos, al moetje niet verbaasd staan dat het evangelie zich op die manier snel losmaakt van de joodse wortels. Het is het evangelie naverteld in Eddavorm. Dat sprak de Germanen aan."

"Wat me trouwens verbaast, is dat van dit toch zo belangrijke boek geen Nederlandse vertaling bestaat. Wij leren en weten van alles over het jodendom, christendom en de Griekse beschaving maar negeren onze eigen wortels als de Heliand en de Edda. Zo lang is het niet geleden dat het noorden van Europa heidens was. We spreken wel over tweeduizend jaar christendom. Maar in onze streken is dat nog maar duizend jaar. Doordat het met geweld is opgelegd, namen velen het christelijk geloof ook niet echt in zich op. Met de komst van het christendom is het heidendom in feite ondergronds gegaan. Abel Herzberg wees erop dat het nazisme een uitbarsting was van weggestopt heidendom. Zodra het de kans kreeg, greep het met een enorme kracht om zich heen."'

Vreekamp geeft aan dat het graven naar zijn wortels hem niet in de koude kleren is gaan zitten. 'Wat hebben het christendom en jodendom met mij, heiden, gedaan? '

"'Het wonderlijke is dat ik uiteindelijk de antwoorden heb gevonden buiten de Veluwe, zoals ook het evangelie van buiten af tot ons is gekomen. Het was nota bene in Utrecht, de plek van waaruit dankzij Willibrord het christendom zich over Nederland heeft verspreid. Op het Domplein staat een steen. Op de steen, een kopie uit 1936 van een runensteen uit Denemarken, staat in het heidense runenschrift dat koning Harald Noorwegen en Denemarken tot het christendom bekeerde. Christus staat er ook op afgebeeld, als de Heliand. In die gedaante word ik als heiden aangesproken. In de heidense runentaai zegt Jezus dat het leven met Don ar en Odin voorbij is. Ik ben een heiden maar door de doop word ik christen genoemd. Dat is mijn plek: tussen Tora en Edda in."

"Ik vraag me af of de kerk ook haar heidense wortels onder ogen durft te komen. Ze zal wel moeten. In onze tijd, waarin het christendom aan aanhang en invloed verliest, zie je weer een serieuze opleving van het heidense gedachtegoed. Zoek internet maar eens af. De vraag die we onder ogen moeten zien is: hoe diep is het christendom in de Noord- Europese en onze eigen ziel ingedrongen." "Er wordt in Nederland ook weer Walpurgisnacht, de heksensabbat, gehouden. Kerken spelen op die herleefde belangstelling wat hap snap in. Dan duikt er plotseling een midwinterhoorn op in de kerstnachtdienst of zijn er avonden met mandalatekenen. Andere christenen roepen op tot gebedsdiensten tegen Walpurgisvieringen. Ik zou het liever wat dieper aan willen pakken. Ga niet

zomaar wat leuke dingen doen in de kerk omdat de mensen er om vragen, maar bestudeer je heidense wortels. Hou een studiehuis over de Edda, lees de Heliand in een dienst. En ga niet bidden tegen de Walpurgisnachtuierders. Zoek Iieuer het gesprek met hen. Stel hen ook uoor de keuze: de God uan Israël of het heidendom. Mij is die keus ook niet bespaard gebleven.'"

Een boeiend gesprek, dat tot nadenken stemt. Heiden te zijn in de wortel van je bestaan stemt ootmoedig. Wie desondanks mag belijden een christen te zijn, dankt dat wonder aan de Geest die langs Edda en Thora de weg wijst naar Christus, ons van elders geschonken. De Geest schrijft de Thora in onze harten en die gaat over de heiden in ons binnenste heen. Maar die heiden sterft maar heel moeilijk en misschien aan deze kant van het komende Koninkrijk nooit helemaal. Vanuit dat besef sta je mild tussen je tijdgenoten en voel je je nooit boven hen verheven. In een plaatselijk dagblad zag ik een foto van 'Hendrik Vreekamp' met blote voeten op het Kootwijkerzand. Het bracht me in herinnering een gedicht van Anton Ent uit de bundel Kootwijkerzand (uitg. G. A. van Oorschot, 1999). In genoemde bundel staat een vijftal gedichten onder dezelfde titel. Als ik Ent goed begrijp, kiest hij voor de om-gekeerde weg: niet het Evangelie, maar het klare heidendom. In een aantal aangrijpende gedichten, worstelt hij met de vragen waar ook ds. Vreekamp mee bezig is geweest. Ik citeer hier ter afsluiting de eerste uit de reeks van vijf.

Zondagmorgen: het dorp roept kom o kom maar ik gehoorzaam niet, kies uoor de ulakte met de uliegden en jeneuerbes.

Sandalen uit. Ik berg ze bij de ueldfles in mijn rugzak, tuaarin Augustinus zwijgt tot hij de zoetheid prijzen zal.

De sterrenhemel ligt nu aan mijn uoeten, tijd kriebelt tussen mijn tenen en aan de einder wandelt uerlies uan de naam.

Geen hond te zien. Een zee geribbeld zand. Wie hier sterft, wordt niet begrauen. Zijn witte knoken zullen blinken in de zon.

Zonder uerlies geen uondst. Verleden dringt zich op. Weg jij, roep ik, niet uoor niets waarschuwen de borden:

'kwaadaardige bron', 'angstig heidendom', 'krachtdadige beuken en eiken', 'een blind en heilig geloof in raven en kraaien'.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's