De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zorg voor de kudde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zorg voor de kudde

OM EEN GEREFORMEERDE KERK [L]

9 minuten leestijd

Over het Samen op Weg-proces is al veel gezegd en geschreven. Er zijn in de achterliggende jaren de nodige ambtsdragersvergaderingen en kerkenradendagen gehouden. De ene keer was dat om een noodkreet af te geven in de richting van de synode, zoals in Putten in 1992. Toen lag het eerste concept van de nieuwe kerkorde op tafel. Daar hebben we 'nee' tegen gezegd. We hebben de nood verwoord en in ons hart laten kijken: 'Wij kunnen niet weg en wij kunnen niet mee.' Wij kunnen niet weg uit de kerk. En wij kunnen niet mee met deze kerkorde. Dat was een appèl op de synode om deze weg niet te gaan.

Maar er waren ook de momenten dat we bijeen waren met het oog op elkaar en het onderlinge gesprek, zoals in Amersfoort in 1996. Toen had de synode alle bezwaren naast zich neergelegd. De kerk ging toch verder op de weg naar volledige fusie van de SoWkerken. Toen hebben we met het oog op 'onze' gemeenten uitgesproken dat er voor ons geen begaanbare weg is buiten de kerk, ook niet als zij de weg van deze vereniging gaat. Toen hebben we uitgesproken in de verenigde kerk op onze post te willen blijven, om daar op te komen voor het recht van de hervormde gezindheid, dat is het recht van de gereformeerde belijdenis op heel de kerk.

Gebed

Misschien hebt u het allemaal meegemaakt. De ene vergadering om een appèl te doen op de synode van onze kerk. De andere vergadering om ons te bezinnen op de weg die we zelf moeten gaan. Wat voegt deze avond daar nog aan toe? Is alles niet al gezegd? Is er wel iets nieuws te melden? Valt het te verwachten dat we in onze eigen kring nog de verdeeldheid over op de 614 post blijven in de verenigde kerk of hervormd blijven buiten de verenigde kerk te boven komen?

De moedeloosheid slaat toe. De synode houdt blind en hardnekkig vast aan het strakke tijdpad dat moet leiden naar het verenigingsbesluit in december en de vereniging per 1 mei 2004. En onder ons lijkt de breuk onafwendbaar. De moedeloosheid slaat toe. Waarom zouden we nog considereren? Wat heeft het voor zin? De synode trekt zich er toch niets van aan. En waarom zouden we nog met elkaar spreken? De posities liggen toch onwrikbaar vast. We komen de verdeeldheid toch niet te boven. We worden moedeloos en voelen ons machteloos. Het beste wat we nu nog kunnen doen, is in de nood roepen tot de Heere. Daarvoor waren we bij elkaar op 28 augustus in Hoevelaken en Oud- Beijerland. In de laatstgenoemde plaats ging het over II Kronieken 20, over Josafat, die in de nood roept tot God. 'En wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U.' Het gebed blijft over, zondag aan zondag, als we samenkomen om de Naam van de Heere aan te roepen. Dat blijft over, in de kerkenraadskamers, in de binnenkamer. Uit de diepten roep ik tot U, o Heere!

Weidt de kudde

En vanavond? Vanavond zijn we als ambtsdragers bijeen aan het begin van een nieuw seizoen. Dat moment is gekozen om elkaar toe te rusten voor het werk dat wacht. Dat is het werk van de herder, die zorg draagt voor de kudde. Tot dat werk worden we geroepen in I Petrus 5 : 1-4: 'De ouderlingen, die onder u zijn, vermaan ik, die een medeouderling, en getuige des lijdens van Christus ben, en deelachtig der heerlijkheid, die geopenbaard zal wor-den: Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed. Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde. En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.'

De zorg voor de kudde. Dat is waar we nu, in deze fase van het SoW-proces, het gewicht meer en meer van gaan voelen. De jaren door hebben we gesproken over de weg waarlangs we de gemeente zouden moeten leiden. Maar toen ging het altijd nog over iets van de verre toekomst, van over enkele jaren. Maar nu praten we over enkele maanden. En het gebeurt onder onze ogen. De kudde raakt in verwarring. En als het zo doorgaat als het nu gaat, wordt de kudde verstrooid.

Dat komt nu in volle omvang op ons af. Het SoW-proces gaat de kudde verwoesten. Gemeenten breken. Broeders en zusters van hetzelfde huis komen tegenover elkaar te staan. Goede verhoudingen breken stuk. Nu al is er schade waarvan we vrezen dat ze onherstelbaar is, zelfs als het SoWproces vandaag nog zou stoppen. Er vallen harde woorden. Hoofden worden heet en harten koud. Dat grijpt ons aan. Het SoW-proces gaat de kudde verwoesten.

Zicht op de kerk

Op de dreigende verstrooiing van de kudde spreken we in de eerste plaats hen aan die dit proces zo voortstuwen, terwijl ze weten dat de kerk tot op het bot verdeeld is en terwijl ze weten dat zeker de helft van de trouwe meelevende leden van de kerk dit niet begeert en erdoor in nood raakt. De verantwoordelijkheid ligt in de eerste plaats bij hen die de kudde opdrijven en uiteenjagen. Dat zijn zij die leiding geven aan de kerk op deze weg naar vereniging-

Maar we moeten met schaamte erkennen dat het vervolgens ook bij ons ligt, in onze eigen hervormd-gereformeerde kring, omdat we verdeeld zijn geraakt, omdat we de eenheid niet hebben kunnen bewaren. Tot onze verootmdediging moeten we erkennen dat We niet één zijn in ons zicht op de kerk. Dat is niet van vandaag. Dat sluimert al onder de oppervlakte zolang als de Gereformeerde Bond bestaat.

Er is een verschil in ons zicht op de kerk en in de wijze waarop wij staan in de kerk. In de eerste dertig, veertig jaar van het bestaan van de Bond kwam dat soms openbaar. Dat was de tijd van de reglementen, de tijd waarin voortdurend voorstellen werden gedaan om de kerk weer kerk te laten zijn. De ene bonder zag wel wat in voorstellen voor een modus vivendi, een naast elkaar leven van de verschillende richtingen in de kerk. De andere bonder wees dat hartstochtelijk af. Toen, in de jaren voor de oorlog, werd het gesprek over deze dingen steeds gevoerd. Toen al lonkte de weg van het plurale kerk-zijn. Die weg is toen niet gegaan.

Er kwam een belijdende kerkorde voor een Christus-belijdende kerk. En sinds dat moment, in 1951, nu meer van vijftig jaar geleden, kwam het verschil in zicht op de kerk onder ons nauwelijks meer aan de oppervlakte. Hoewel de binding aan de belijdenis in deze kerkorde te zwak was, was het wel de gereformeerde belijdenis waar de kerk zich mee verbonden wist. Daar konden we allemaal mee leven.

Op de dinsdagen 9 en 16 hadden in twaalf regio's de jaarlijkse ambtsdragersvergaderingen van de Gereformeerde Bond plaats. Vanwege de situatie vol zorg en spanning, waarin de Hervormde Kerk zich aan de vooravond van het geagendeerde verenigingsbesluit bevindt, koos het hoofdbestuur voor het thema 'Om een gereformeerde kerk'. In drie afleveringen plaatsen we de lezing die ds. H. van Ginkel in Harderwijk en Veenendaal hield.

Red. de Waarheidsvriend

De een zei van de Hervormde Kerk: 'Ik blijf in deze zieke kerk, vanwege de trouw van God aan Zijn verbond, en omdat het Woord er nog mag worden verkondigd.' De ander zei: 'Ik blijf in deze kerk, omdat zij een kerk is met een gereformeerde belijdenis, en omdat ik de hele kerk op deze belijdenis kan aanspreken.' Soms zeiden we het ook allebei. Dat had geen gevolgen. Maar nu worden we met dit verschil in zicht op de kerk en staan in de kerk uiteen gedreven.

Nogmaals: daarmee klagen we hen aan, die ons uit elkaar drijven. Maar we voelen het ook als ons eigen falen, dat we dat niet hebben kunnen overwinnen en dat het nu onder ons op de kerkvisie dreigt te breken. Het breekt niet op de belijdenis van de drie-enige God. Het breekt niet op de belijdenis van de vleeswording van het Woord en van de Godheid en mensheid van de Heere Jezus Christus. Het breekt ook niet op de belijdenis van de verzoening door de voldoening van Christus. Zonen van hetzelfde huis, broeders die zich één weten in het geloof in Jezus Christus en Die gekruisigd, die zich één weten in de prediking van zonde en genade, van Wet en Evangelie, die zich één weten in de belijdenis van Gods grote daden, in de belijdenis van

Zijn verkiezende liefde en van Zijn trouw aan Zijn verbond, die raken elkaar nu kwijt vanwege het zicht op de kerk. Dat mag niet. Dat kan niet bestaan. Dat kunnen wij voor Gods aangezicht niet verantwoorden. Dat kunnen wij tegenover het volk in deze tijd' van afval niet verantwoorden. En toch dreigt het te gebeuren. Kerkenraden raken verdeeld. Ambtsdragers weten niet of ze zich nog wel herkiesbaar zullen stellen. Gemeenteleden raken in verwarring. Onder onze ogen, soms onder onze handen, breken gemeenten stuk. Meer en meer wordt duidelijk en wordt tastbaar dat de kudde in het geding is, dat de gemeente gevaar loopt.

De synode aanspreken

We worden geroepen om als kerkenraden deze zorg voor de kudde daar te leggen waar ze in de eerste plaats gedragen moet worden. Dat is bij de kerk in haar geheel, bij onze synode. In deze weken komen classicale vergaderingen samen met het oog op de consideraties over het verenigingsbesluit dat in juni in eerste lezing is vastgesteld. Dat is het moment waarop we nog één keer met kracht de zorg voor de kudde op het hart van de synode binden. Dat is het moment om de nood van de gemeente onder de aandacht te brengen van een synode die de indruk wekt dat ze die nood niet ziet of niet wil zien.

Misschien verwacht u er niet veel van. Misschien hebt u de moed opgegeven. Dat is begrijpelijk. Maar toch... Zullen we blijven zien op de Heere, de God Die wonderen doet? Onze ogen zijn op

U. Bovendien: de synode zelf nodigt ons uit. Dit is de kerkelijke weg. Naar de orde van de kerk zijn we geroepen om te blijven spreken en niet te zwijgen. Als we de synode aanspreken, gaat het ons om een gereformeerde kerk. (Daarouer D.V. volgende u> eek nog mat meer.)

H. VAN GINKEL, GOES

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Zorg voor de kudde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's