Volk in verwarring
IMPRESSIE VAN DE HERVORMDE SYNODE
Over enkele weken verschijnt het uijf aarlijkse rapport van de visitatie in de Nederlandse Hervormde Kerk, waarin de stand van het geestelijk leuen in de kerk aandacht krijgt. Vooruitlopend daarop voerde de synode afgelopen vrijdag de bezinning over de beleving uan de eredienst in onze tijd. In kleine groepen luerd doorgesproken over de betekenis uan de samenkomst uan de gemeente. Maar het opuallendste thema luas toch lueer: SoW.
Om geen discussie in de rondvraag te krijgen, was een halfuur geagendeerd voor informatievoorziening inzake Samen op Weg. Waar de uitkomsten van de commissie-Stelwagen voor de zomer onder geheimhoudingsplicht vielen, koos het moderamen nu met betrekking tot de berichtgeving over SoW voor openheid. Als eerste werd gemeld dat begin september een brief van de Gereformeerde Bond, het Gekrookte Riet en het Comité tot behoud van de Hervormde Kerk ontvangen was, waarin gevraagd werd om de gesprekken voort te zetten, gezien de verontrustende situatie in vele gemeenten, waar al stappen gezet worden die schadelijk voor de gemeenten zijn. Ds. Plaisier merkte op dat het moderamen die gesprekken wilde voeren, maar daarbij aangegeven had dat het dezer maanden de classicale vergaderingen zijn die moeten spreken, nadat het verenigingsbesluit in eerste lezing is genomen. In dat kader komt daarom een nieuwe ontmoeting wel te staan. Hij berichtte daarbij ook dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond inmiddels de uitnodiging had aanvaard.
Ds. R. uan Kooten (classis Amersfoort) zei hierover dat de gezamenlijke brief aan het moderamen geschreven is vanwege de grote zorg voor wat op het grondvlak gebeurt. Hij noemde het jammer dat het antwoord van het moderamen geen uitnodiging voor een •pen gesprek was, maar 'een formele insnoering. Het merendeel van degenen die niet mee kunnen, begeert geen scheuring'.
Vanuit onze blijvende verantwoordelijkheid om het goede voor de gemeenten te zoeken, weet het hoofdaestuur zich geroepen te blijven inves- : eren in deze ontmoetingen. En we veten dat we die verantwoordelijkheid samen met anderen dragen.
Synode van Woerden
De SoW-scriba meldde voorts dat de ontmoetingen met de classicale vergaderingen over SoW soms enerverend maar ook vruchtbaar zijn, dat inmiddels vijftig gemeenten de Verklaring waarin ze zich binden aan het gereformeerd belijden, hebben ingestuurd, en dat de evangelisch-lutherse synode onlangs een brief ontving van een aantal hervormde leden (onder anderen ds. A. Romein, ds. R. de Reuver, ds. D. Ph. C. Looijen, drs. P. Schreuder, drs. G. Verweij, ds. K. F. W. Borsje), waarin ze aangaven juist als hervormden van mening te zijn dat de lutherse inbreng in het Samen op Weg-proces van belang is. 'Zo wordt de wens van de synode van Woerden (augustus 1604) vervuld, die hoopte op een unie van gereformeerde en lutherse kerken'. Tot slot deelde ds. Plaisier mee dat alle kerkenraden het boekje 'Verenigd' hebben ontvangen en dat van de website van de kerk het zogenoemde modellenboek te downloaden is, waarin de gevolgen van SoW voor alle gemeenten beschreven zijn.
Zorg
Ds. G. de Fijter (classis Kampen) toonde zich dankbaar voor de vervolggesprekken, omdat 'op het grondvlak steeds dreigender taal klinkt en de verwarring steeds groter wordt, omdat voorgangers van alles roepen en daarmee veel volk des Heeren in verwarring brengen.' Hij verzocht de synode per heden een 'prenatale commissie van bijzondere zorg' te installeren. Ds. De Fijter kreeg als antwoord dat de visitatie sterk betrokken is op de nood in de gemeenten en dat zijn suggestie besproken zal worden.
Ds. W. van den Brink (classis Nijmegen) informeerde naar de recent verschenen brief van negen hervormd-gereformeerde kerkenraden, waarop ds.
Door het geloof zijn veel ziekten te genezen, tot op de dag van vandaag, aldus de auteur. Om dat te verdedigen gebruikt de auteur verschillende argumenten, maar wordt hij mijns inziens te weinig kritisch naar allerlei wonderverhalen. Hij noemt de . excessen wel, maar relativeert deze. Daarentegen worden bezwaren van hen die moeite hebben met de hedendaagse gebedsgenezing soms stigmatiserend weggeschreven. Op bladzijde 69 schrijft hij: De eeuwige 'uitzondering' die steevast wordt genoemd, is Paulus' 'doorn in het vlees'. Deze toonzetting is niet sympathiek. Ik begrijp dat Ouweneel moeite heeft met dit argument, maar zijn uideg om hier vooral niet aan een ziekte te denken, is weinig overtuigend.
Een belangrijke notie uit dit boek is de stelling dat God nooit blijvend een ziekte geeft om daarmee de gelovigen te beproeven. Mijn vraag is echter: mag je dat wel zo stellig zeggen? Want hoe zit het dan met de melaatse Lazarus uit de gelijkenis? Om deze visie te kunnen verdedigen moet Ouweneel onderscheid maken tussen 'gewone ziekten' en 'ouderdomsziekten'. Hij kan moeilijk om de realiteit van het leven heen, namelijk dat ouderdomsgebreken onvermijdelijk komen (Pred. 12), ondanks het geloof van deze ouderen. Waarom zou het geloof geen kracht hebben om deze ziekten te verdrijven? Ik vraag me tevens af wat deze visie van Ouweneel betekent voor gehandicapten. Hij laat deze groep in zijn boek buiten beschouwing. Wat betekent een handicap voor een gelovige? Dat kan een levenslange beproeving zijn! Mijns inziens is er geen principieel onderscheid tussen een ziekte en een handicap. Verder ziet de auteur, ter onderbouwing van zijn stelling, een duidelijk verschil tussen 'beproevingen' en 'ziekten' (wat m.i. een beproeving kan zijn) en tussen 'sterfelijkheid' en 'ziekte' (wat vaak een vorm van sterfelijkheid is). Ik begrijp waarom hij deze verschillen aanbrengt, maar ze zijn wel arbitrair en discutabel.
Hieruit voortvloeiend heeft de auteur veel vragen bij zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus, waarin het gaat over de voorzienigheid. Hij heeft moeite met de belijdenis dat Gods vaderhand ons treft met ziekte. Ouweneel bestrijdt deze gedachte en vindt dat de leer van de voorzienigheid mensen aanzet tot lijdelijkheid. In de eerste plaats hebben de opstellers van de Catechismus dit allerminst bedoeld. Deze belijdenis geeft juist troost in het leven, onder de meest uiteenlopende omstandigheden (vgl. Filip. 4 : 12-13). Het gegeven dat mensen verkeerde conclusies trekken uit bijbelse noties is geen reden om aan de noties zelf te twijfelen.
In de tweede plaats zal Ouweneel de consequenties van deze afwijzing moeten trekken. Dat doet hij ook. Uitvoerig gaat hij in op de werkwijze van satan en hoe hij in het
bijzonder ziekten kan gebruiken. Mijns inziens gaat Ouweneel hier een stap te ver. De invloed van satan in onze leefomstandigheden is vanuit de bijbelse gegevens moeilijk te ontrafelen. Job krijgt van God daar ook geen uitsluitsel over (Job 38 e.v.). We lopen daarmee tegen een grens van ons mens-zijn. Zinnen als 'God laat het toe' proberen iets van de strijd tussen goed en kwaad weer te geven, maar schieten uiteindelijk tekort. De Bijbel laat enerzijds zien dat satan rondgaat als een briesende leeuw; en anderzijds dat dit gebeurt binnen de toelating van God. Veel verder kunnen we niet in dit geheim binnendringen. En dat geldt ook richting ziekte en gezondheid. Ik wil maar aangeven dat de omschrijving van de Catechismus geen slechte formulering is! Over dit boek is nog veel meer te schrijven. Ik zou de lezer willen aansporen dat zelf te doen. Teruglezend bemerk ik dat mijn bespreking nogal kritisch is. Ongetwijfeld zal Ouweneel mij beschouwen als iemand die te veel door het verlichtingsdenken is beïnvloed. Misschien heeft hij gelijk. Daarmee kom ik bij een positief element van dit boek. Ouweneel heeft me opnieuw een spiegel voorgehouden. Ben ik, en velen met mij, niet te veel beïnvloed door het westerse (medische) denken, waardoor we onvoldoende de kracht van het geloof beseffen? Een vraag die het antwoorden waard is. Tot slot nog één opmerking. Het boek richt zich specifiek op de kracht van het gebed in de strijd tegen satan en ziekten. Satan bedient zich echter niet alleen van ziekte, maar soms ook van een storm (Mark. 4 : 39). Ik denk dat hij het meest de verleiding van de rijkdom gebruikt om mensen van God af te houden (Mark. 4 : 19). Misschien moeten we eerder worden bevrijd van de verslaving van onze welvaart, dan van ziekte. Dat lijkt me een goed onderwerp voor een volgend boek van prof. Ouweneel, alhoewel ik vrees dat voor zo'n boek weinig belangstelling bestaat. Gezondheid past in onze kraam, soberheid niet!
A. A. TEEUW, RIDDERKERK
Plaisier antwoordde dat het moderamen die tot op heden niet ontvangen heeft. 'Dit geeft iets van het niveau van de discussie aan', aldus de scriba.
Pastoraal schrijven
Ds. A. W. van der Plas, synodepreses, zei geschrokken te zijn van het oprichten van een meldpunt. 'Waar voorgelicht wordt dat hervormde kerkenraden zich los kunnen maken van de kerk, berust dit op gereformeerd (nl. synodaal, red.) kerkrecht. In de uiterst zorgelijke situatie waarin we verkeren, wil ik hier ernstig voor waarschuwen'.
Ds. B. Plaisier zei dat hervormden zich de vraag moeten stellen in hoeverre we momenteel een eenheid zijn. Hij refereerde aan het feit dat een aantal synodeleden niet had deelgenomen aan het vooraf gevierde avondmaal. 'We moeten voor de toekomst niet meer vragen dan we nu hebben.'
Ds. C. van Sliedre^t (classis Harderwijk) vroeg om een beknopt pastoraal schrijven vanuit het moderamen voor de hervormd-gereformeerde kerkenraden, waarin 'de rechtskracht van de vanuit de commissie-Stelwagen geboden Verklaring nog duidelijker wordt toegelicht, en dat het woord pluraal verstaan dient te worden in het licht van de grondslag van Schrift en reformatorisch belijden'.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's