Evangelisatie in oorlogstijd
EEN TYPISCH HERVORMD VERSCHIJNSEL [I]
Wij hebben iets gemeenschappelijks. Wij komen uit een gemeente waar de reguliere kerkenraad van een andere richting is dan wij voorstaan. Wij gevoelen het als een opdracht in die gemeente te staan voor de verbreiding en de verdediging van de waarheid, de gereformeerde prediking en de gereformeerde wijze van pastoraat en catechese, en het daaraan verbonden geloofsbelijden en - beleven. Getalsmatig zijn wij meestentijds vér in de minderheid. Soms een heel kleine nominale minderheid, terwijl het meeleven in de diensten veel groter is dan watje uit het nominale ledental zou afleiden. 'Oude evangelisaties' c.q. hervormdgereformeerde minderheidsgroepen tonen vaak de trekken van vermoeidheid en verval, ook wel van secularisatie en vergrijzing. Soms speelt de migratie een grote rol. Er zijn groepen waarin geen kinderen meer zijn, waar daarom de catechese niet meer voorkomt.
Sommige evangelisaties zijn uitgegroeid tot een deelgemeente of een buitengewone wijkgemeente. Verder is er ook een grote mate van ongelijkheid wat getal, ligging, doelstelling betreft. Daarom is het niet zo gemakkelijk om antwoorden te geven op vragen die in een specifieke situatie leven. Om maar een voorbeeld te noemen: de vragen van Lemmer, Horst en Bunde zijn voor een deel andere dan van Bussum, Weesp, Zaandam. Bij mijn weten is een ontmoeting tussen richtingsevangelisaties van de Gereformeerde Bond, of andere minderheidsconstructies als pastoraatsgemeenten, een benaming die past bij de kerkordelijke figuur van een kerkenraadscommissie, niet of nauwelijks voorgekomen.
Bijbels zicht op de kerk
Ik sta voor u als getekende. Ik ben aangekondigd als een predikant die opgegroeid is in een evangelisatiemilieu, in Rijswijk bij Den Haag. Verder: ik ben lid van het college van visitatoren-generaal, gedurende meer dan vijftien jaar en daarom meermalen op bezoek geweest in gemeenten waar bijvoorbeeld een aanvraag voor een deelgemeente of anderszins richtingsproblematiek speelde. Het houdt in dat ik met name op dit punt ervaringskennis bezit, die uiteraard, naar ik hoop, door een bijbels zicht op de kerk en onze opdracht om aan de waarheid getuigenis te geven, is genormeerd. Ik heb als jongen van negen jaar de oprichting van de evangelisatie in Rijswijk meegemaakt. Zeer van nabij, omdat mijn vader daarin een belangrijk aandeel had. En vooral, maar niet alleen daarom, in oorlogstijd leefde je congeniaal. Heel veel werd gedeeld in de gezinssituatie. Het was een deel van je leefsfeer.
Opmerkelijk is de eerste dienst die gehouden werd. Op de vierde advent van het jaar 1944. Ik heb die nog in mijn levende herinnering, op mijn netvlies. Je moet daarbij uiteraard oppassen voor de vervorming van die herinnering door de jaren. Maar toch. In een oude kleuterschool, met twee lokalen en gelukkig een schuifwand en een potkachel. Het 'zaaltje'! Achter een simpele lessenaar op een onderwijzersverhoging stond mijnheer Zagt, godsdienstonderwijzer in Den Haag. Er waren 60 mensen. En 's middags ging ds. H. Talsma uit Den Haag voor. Toen waren er al 110 mensen.
Velen van u kunnen de lading van dit tijdstip door ervaring niet aanvoelen, misschien bij benadering door een inleving. Hongerwinter in de stad: kolen, eten, kleding, vooral schoenen, vervoer waren tot een minimum gereduceerd. Met name in een stedelijke omgeving. Rijswijk is geheel vastgebouwd aan Den Haag en deelde het lot van een grote stad in oorlogstijd. In Rijswijk waren ook veel evacués neergestreken. Uit Scheveningen, waarvan delen tot spergebied waren verklaard, ook wel uit de Zuid-Hollandse eilanden. Mensen, verdreven van huis en haard, vaak inwonend. En dan: de kerkelijke gemeente Rijswijk was vrijzinnig, weliswaar met een rechtzinnige evangelisatie, die al meer middenorthodoxe trekken vertoonde. Waar moesten zij heen, en ook diegenen die niet tot de Hervormde Kerk behoorden? Het kerkgebouw in Den Haag- Centrum was vooral voor ouden en jonge gezinnen ver weg.
In Rijswijk was een zeer oude afdeling van de Gereformeerde Bond, die al eerder voor de Eerste Wereldoorlog zondagse bijeenkomsten had georganiseerd, met hulp van Delftse predikanten: ds. Beekenkamp, ds. Beens, ds. Lammerink en reeds vele jaren pastorale verzorging en catechese organiseerde. Mijnheer Van Barneveld, geestelijk verzorger van het Sint Joris Gasthuis in Delft kwam enige dagdelen per week. Maar zondagse diensten waren er niet meer, behoudens de tien middagdiensten in de Oude Kerk, die door de vrijzinnige kerkenraad ter beschikking was gesteld. En dan midden in die hongerwinter, toen je na 8 uur niet meer op straat mocht komen, toen geen straatlantaarn meer brandde, toen de V II's vanaf Ypenburg en Ockenburg werden gelanceerd richting Londen en het luchtalarm regelmatig afging, en je de schuilkelder opzocht, en eenieder druk was te overleven, toen gingen mensen vergaderen om tot een voorziening van zondagse diensten te komen.
Gebeden en gestreden
Waarom vertel ik dit? Evangeliseren, in de zin van het zelf organiseren van diensten en pastoraat en catechese in een gemeente waarvan je meent dat het daar niet naar de Schriften is, moet noodzaak zijn en als een opdracht ervaren worden. De nood moet je opgelegd zijn. In dat proces van bewustwording, dat je geen andere weg kunt gaan, moet gebeden en gestreden worden. Mag dit wel? Waarom doe je het eigenlijk? Is het geen mensenwerk? Is het niet kerkje spelen? Is er wel echte nood? Is dit gehoorzaamheid in de situatie van het moment, mag je hier zegen op verwachten? Kan je bijvoorbeeld niet beter naar de christelijke gereformeerde kerk uitwijken? Ik denk aan de situatie in Rijswijk-Den Haag, waar de chr. geref. kerk op de grens stond.
Je miste in een evangelisatiemilieu toch een kerkenraad, waar je geestelijke leiding van mocht verwachten, een eigen predikant, de sacramenten. Bovendien: er was verguizing door medehervormden, die dit als een kerkscheuring ervoeren. Maar ook van broeders en zusters uit gescheiden kerken, die het eigenlijk maar ontrouw aan de belijdenis der kerk vonden om in zo'n vrijzinnige gemeente lid te blijven.
En toch hervormd
Het is goed om je te realiseren, dat een richtingsevangelisatie een typisch hervormd verschijnsel is. Ik kan me niet indenken dat in een gereformeerde kerk, laat staan een gereformeerde gemeente iets dergelijks zou kunnen ontstaan. Wij, als gereformeerde belijders, moeten terdege weten waarom wij binnen het verband van de Nederlandse Hervormde Kerk in een minderheidspositie willen blijven. En vaak in een, menselijkerwijs gesproken, uitzichtloze situatie.
Wij mijden de diensten onder verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerkenraad, hebben ook geen vrijmoedigheid om samen aan de tafel des Heeren Zijn dood te gedenken. En toch hervormd! Wij zijn het en blijven het. Het is vaak aan broeders en zusters van de zogenaamde gescheiden kerken niet uit te leggen. Maar ook niet aan de andere leden van de gemeente waartoe wij behoren. Zoek toch onderdak waar je je thuis voelt.
Daar steekt een bepaald kerkbesef achter. Wij ervaren de Nederlandse Hervormde Kerk als de door God geplante kerk in Nederland, deel van de katholieke, de algemene christelijke kerk der eeuwen, openbaring van het lichaam van Christus in Nederland. Wij zeggen niet de maar ook niet een, één van de vele. En de verantwoording voor deze visie steekt met name in de stichting en de belijdenis van deze Kerk. Die belijdenis, Gods Woord opgevat naar de zes of zeven belijdenissen der kerk, willen wij in haar midden belijden. Wij zien onszelf als erfgenamen van dat belij-
Tijdens een ontmoetingsdag voor hervormd-gereformeerde evangelisatiebesturen en kerkenraadscommissies werd vorig jaar nagedacht over de identiteit van deze minderheidsgroepen. Oud-visitator ds. J. L. W. Koppenhol uit Huizen sprak daar over de vraag: 'Hebben evangelisaties op gereformeerde grondslag in de 21e eeuw toekomst? ' Zijn bijdrage drukken we in twee afleveringen af.
RED. OE WAARHEIDSVRIEND
den, en menen daarom recht te hebben op die Kerk. Wij geven haar niet over aan dwaling. Om het maar rechtuit, wel in alle ootmoed en besef van eigen zonden en zwakheden, te zeggen: de Hervormde Kerk behoort ons toe. Wij behoren die kerk toe. Wij staan ook mede schuldig aan haar verval. En daarom willen wij niet weggaan, omdat wij menen dat God Zelf ons een opdracht gegeven heeft om te blijven. Om aan de waarheid getuigenis te geven. Wij ervaren een belofte voor deze kerk. God heeft haar niet verlaten, heeft nog ruimte gegeven en gelaten voor de rechte bediening van het Woord en de sacramenten. Daarom kunnen wij niet weg.
J. L. W. KOPPENHOL, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's