Wat staat ons te doen?
INGEZONDEN
Telkens horen en lezen wij dat voorgangers in onze kring nu reeds uitgesproken willen hebben dat zij niet meegaan, als straks de fusie een feit is. Fusie van (drie) kerken betekent immers opheffing van bestaande instituten en vorming van een nieuw instituut. Dan is dus de Nederlandse Hervormde Kerk weg en is het instituut van de Vaderlandse Kerk verleden tijd geworden. En dat is in de geschiedenis van die kerk nooit voorgekomen. Het is iets ongehoords. Vraagt God dan niet van ons, die de verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde (Geref.) kerk steeds hoog in het vaandel geschreven hadden, dat wij weigeren ons tot het einde toe (tot en met het fusiebesluit) te laten meenemen in iets waar wij met heel ons hart en geweten tegen zijn? Of is het ons veeleer geboden om te buigen onder de oordelen van God en die niet uit de weg proberen te gaan, door eigen gekozen wegen te bewandelen? Om met Kohlbrugge te spreken: Laat ons niets-doen!? Heilig niets-doen!?
Is ons 'nee' tegen SOW een 'ja' voor afscheiding?
Ik moet eerlijk erkennen dat ik lang geaarzeld heb om wat ik nu ga schrijven aan het papier toe te vertrouwen. Lange tijd heb ik gedacht dat we geen andere uitspraak moesten doen dan die van Putten-1992 'Wij kunnen niet mee, wij kunnen niet weg'. Ook neigde ik er soms toe om het elkaar toe te roepen dat wij in geen geval lid moeten willen zijn van een gefuseerde kerk, zoals de kerkleiding die al jarenlang van zins is te formeren. Dan maar liever apart blijven. Dan zich maar laten afscheiden. Er kome van wat ervan komt. Het gaat met de Nederlandse Hervormde kerk al zo lang bergafwaarts. Het kan eigenlijk niet erger. Wat ik echter nu ga schrijven, is een andere positiebepaling. Laat ik voorop zetten dat ik de beoogde fusie van de Nederlandse Hervormde Kerk met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Lutherse kerk (geen federatie, geen unie van kerken dus, maar een fusie) zal ervaren als een oordeel van God. Het is echter nog niet zover. Het is ook nog niet gezegd dat een hervormde synode met tweederde meerderheid tot zoieb, besluit. Maar het zou zover kunnen komen.
Welnu, de reden waarom ik tegen de eenwording van die drie kerken ben, is door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in allerlei toonaarden al sinds jaren onder woorden gebracht. En er zijn ook genoeg alternatieven aangedragen die synoden tot nadere bezinning hadden moeten brengen. Kortom, de reden waarom ik niet geloof in het goed recht van de beoogde fusie van kerken, is duidelijk een andere dan de reden waarom bijvoorbeeld een tweetal gerenommeerde gereformeerde mannen (de socioloog G. Dekker en pastorale theoloog G. Heitink) onlangs nog stelden dat zij tegen de fusie van de drie kerken waren. Zij vreesden dat daardoor het kerkelijk-gereformeerde beginsel van de pluraliteit door de hervormde top-down hiërarchie zou ondersneeuwen. Mijns inziens echter is het vooral de minimalisering van het gereformeerd karakter van de kerk blijkens de kerkorde van die nieuwe kerk, dat ons noopt om tegen het fusiebesluit te stemmen.
Sluit de ogen niet voor de werkelijkheid
Wij moeten echter - dunkt mij- niet blind zijn voor wat er gebeurt op het moment dat de voorgestelde fusie een feit is geworden en men zou besluiten om zich te onttrekken aan dit kerkverband. Het is al wel duidelijk geworden dat niemand op zijn eentje - trouwens ook niet met honderden en duizenden anderen- de Nederlandse Hervormde Kerk kan voortzetten. Zodra op synodaal niveau het besluit gevallen is om als drie kerken voortaan de Protestantse Kerk in Nederland te vormen, heeft die kerk de door die kerken aanvaarde nieuwe kerkorde als basis. De hervormde kerkorde van 1951 bestaat dan niet meer. En het is dan ook onmogelijk en ook onbegrijpelijk dat zij die met de fusie niet meegaan, zich op die kerkorde van 1951 zouden willen beroepen. De voorgenomen vereniging vindt plaats in de vorm van een kerkelijke fusie. Dat houdt in dat de drie 'partners' - onder toepassing van eigen overgangsrecht - verder gaan in één rechtspersoon, in één kerk. Ze houden niet ieder voor zich op te bestaan, zelfs niet op een ondeelbaar moment op 30 april 2004, maar zij blijven bestaan, zij het in één verband met de andere kerken en onder een aangepaste kerkorde.
Dit uitgangspunt betekent dat het niet zo is dat de drie kerken gezamenlijk besluiten om een nieuwe kerk op te richten en dan vervolgens de oude kerken (rechtspersonen) opheffen. Het betekent dat de drie kerken volstaan met het wijzigen van hun bestaande kerkorden, vanzelfsprekend in die zin dat ze alle drie precies dezelfde tekst aannemen, en het besluit dat deze
Van tijd tot tijd klinkt het verwijt als zou het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in zijn standpunt inzake SoW veranderd zijn. Binnenkort hoopt het hoofdbestuur zich hierover in de Waarheidsvriend te verantwoorden. Maar genoemd verwijt is tegelijk de reden dat wij bijgaand ingezonden artikel van ds. C. den Boer opnemen, jarenlang betrokken bij het beleid zelf. In 1980 reeds sprak ds. Den Boer op de predikantencontio van de GB over Samen op Weg.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
vernieuwde kerkorde geldt in de kerk, nadat die verenigd is.
Hervormd-gereformeerden kunnen ook alles wat hun altijd dierbaar was, behouden. Zij mogen dat ook publiek uitspreken. Maar juridisch gesproken, kunnen wij niet zeggen: Ik blijf gewoon hervormd. Want dan is er geen hervormde kerkorde meer. Wie straks geen deel wil uitmaken van de nieuwe kerk - de Protestantse Kerk in Nederland*, zal dat móeten-kenbaar maken door persoonlijk te bedanken als lid van die kerk. Als een dominee zegt: 'Ik ga niet mee', is daarmee nog niet gezegd dat zijn kerkenraad en gemeente ook niet meegaan.
Predikanten die nu al weten dat zij straks niet meegaan, moeten dus wel bedenken dat zij ook nog een kerkenraad en gemeente hebben die recht van spreken hebben. Stel nu dat tweehonderd leden van een bepaalde gemeente tot het besluit komen om zich te onttrekken aan het nieuwe kerkverband van de PKN, dan zouden zij tezamen een kruisgemeente (gemeente onder het kruis) kunnen vormen. En stel dat er zo in ons land twintig 'kruisgemeenten' zouden ontstaan, dan zouden die twintig kruisgemeenten -aangenomen dat zij geen aansluiting zoeken bij een bestaand kerkverbandeen nieuw kerkverband kunnen gaan vormen. Daarbij gaan we er echter wel vanuit dat die gemeenten onderling op één spoor zouden zitten; wat ook niet bij voorbaat vaststaat. Maar ook al geloven wij diep in ons hart dat dit nieuwe kerkverband in kern de voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk kan zijn (juridisch een onmogelijk zaak), dan blijft ons toch slechts een nieuwe kerk der afscheiding over, waarin alle voorzieningen die er sinds eeuwen in de Nederlandse Hervormde Kerk waren, van de grond af moeten worden opgebouwd (instelling van ambten en sacramenten, kerkorde, kerkelijke bezittingen, traktementen van kerkelijke arbeiders, opleiding van predikanten, enz.). 'PHistoire se répète' - de geschiedenis herhaalt zich. Inderdaad, afscheiding is al heel vaak gebleken te zijn een repeterende breuk.
Een heilloze weg
Dit alles is naar mijn vaste overtuiging een heilloze weg. En het lijkt mij ook dat het hoog tijd is geworden om dat aan onze gemeenten duidelijk te maken en niet langer bezig te blijven met het losmaken van krachten die men straks niet meer in de hand heeft. Organisatie van het verzet in het huidig tijdsbestek is een doodlopende weg. Ik neem het mijn collega's die op dit moment druk bezig zijn met het promoten van een meldpunt voor personen/ambtsdragers die ter gelegenheid van een fusiebesluit wensen af te haken, hoogst kwalijk dat zij hierdoor velen klaarmaken voor het beginsel van de afscheiding.
Ik blijf nog even voor mijzelf spreken. Het zal mij uiterst zwaar vallen om mij te laten meenemen in een zogenaamd 'onomkeerbaar' proces waarin drie kerken gefuseerd worden. Maar het is zeker nog zwaarder om zich hiervan te ontdoen. Plaatselijke gemeenten van de Gereformeerde Kerken krijgen tot geruime tijd na de fusie de gelegenheid om zich buiten het (gefuseerde) kerkverband te zetten. Zo'n regeling is er niet voor plaatselijke hervormde gemeenten. Want de Nederlandse Hervormde Kerk is in tegenstelling tot de Gereformeerde Kerken (meervoud) geen optelsom van plaatselijke gemeenten, maar een synodaalpresbyteriale kerk waarin plaatselijke gemeenten met hun kerkelijke bezittingen bij het landelijke kerkverband behoren.
Welnu, als het een illusie is om te denken dat de Nederlandse Hervormde Kerk, nadat de beoogde fusie een feit is geworden, kan blijven voortbestaan, dan is de keuze van hen die bedanken voor het lidmaatschap van de gefuseerde kerk, een keuze voor afscheiding. Men scheidt zich dan weliswaar niet in actieve zin af, men laat zich afscheiden. Maar afscheiding blijft het. En laat niemand vergeten dat dit ook ingrijpende gevolgen zal hebben voor hen die achterblijven.
In de eerste plaats zullen er scheuren gaan lopen dwars door gemeenten, families en gezinnen heen. Er zal onderlinge vervreemding optreden. Ik vrees zelfs dat zij die de vrijmoedigheid niet hebben om hun lidmaatschap op te zeggen, in de ogen van hen die bedanken als lid van de kerk, voor vijanden van de waarheid zullen worden gehouden. Daar komt nog iets bij. Zij die niet meegaan, zullen ook niet langer hun financiële verplichtingen (vrijwillige bijdragen) binnen de kerk waartoe ze behoorden, meer nakomen. En dat zou dan wel eens ten koste kunnen gaan van menige predikantsplaats.
Ik ga nog een stap verder. Alleen als men kan zeggen dat het behoren bij de beoogde gefuseerde kerk, het lidmaatschap van een valse kerk inhoudt, heb ik de plicht mij daarvan af te scheiden. Maar is het dan niet onverantwoord om nu reeds te beweren dat binnen die beoogde gefuseerde kerk nergens meer de merktekenen van de ware kerk te vinden zullen zijn. Als God het geeft, zal daar zeker volop ruimte zijn voor de reine predikatie van het Evangelie (met Jezus als het enig Hoofd), voor de zuivere bediening der sacramenten, zoals Christus die heeft ingesteld en voor de kerkelijke tucht.
Derhalve komt het niemand toe zich van die kerk af te scheiden. Aldus artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Op onze post gebleven
Mijn conclusie kan geen andere zijn dan deze: ook als de Nederlandse Hervormde Kerk onverhoopt opgaat in een nieuw kerkinstituut, dan zal ik daar blijven pleiten voor het goed recht van het 'hervormd-zijn' in gereformeerde zin. En al heb ik dan geen hervormd been meer om op te staan, dan zal mijn hart hervormd blijven, zolang God het geeft.
Daar moet nog iets aan worden toegevoegd. In die gefuseerde kerk van straks zal - naar wij geloven en blijven hopen - altijd nog een beroep mogelijk blijven op de belijdenis der Reformatie. Het staat ook niet bij voorbaat vast dat er in een gefuseerde kerk als de beoogde een gereformeerd leven naar Schrift en belijdenis onmogelijk is.
Het omgekeerde mogen wij veeleer verwachten. En in die verwachting kan de Heere ons tot een zegen stellen voor hen die van dat leven naar Schrift en belijdenis zijn vervreemd of daar zelfs een vijand van zijn. Al moet er meteen bij gezegd worden dat dat gereformeerde leven in de praktijk wellicht zal bestaan bij de gratie van de hoog in het kerkelijk vaandel geschreven pluraliteit.
Voor het overige mogen wij er ons van bewust blijven gereformeerd te zijn, omdat wij steeds gereformeerd moeten worden ('ecclesia semper reformanda' - de kerk moet altijd weer hervormd/gereformeerd worden). Laat ons hart en leven te allen tijde hervormd blijven in gereformeerde zin. Of om nog eens met Kohlbrugge te spreken: 'De Gereformeerde Kerk is hier en dan wijs ik op mijn binnenkamer, op mijn Bijbel en op mijn hart'. En het voornaamste blijft dan toch 'dat ik van de Kerk een levend lidmaat mag zijn en eeuwig zal blijven' (Heid. Cat., Zondag 21).
C. DEN BOER, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's