'...Geen kleine wederstand en twisting...'
'Als er dan geen kleine wederstand en twisting [Hand. 15 : 2a] geschiedde...'
Wij leven, ook kerkelijk gezien, in een spannende tijd. Over een goeie maand valt de beslissing of onze Hervormde Kerk zal fuseren met de Gereformeerde en de Lutherse kerken. Er is veel verwarring en ook veel wederstand. De kerk verkeert in een crisis.
Waar het echter feitelijk om draait, is de spanning tussen waarheid en eenheid. Beide zijn nodig, omdat ze goddelijk gebod zijn. Maar waar ligt het zwaartepunt? Daar scheiden zich de geesten.
In Handelingen 15 is er ook sprake van een kerkelijke crisis. De eerste in de geschiedenis van de kerk. Niet de laatste. Wat was er aan de hand? In Antiochië waren mensen binnen gedrongen die leerden dat zij die christen werden zich moesten laten besnijden. Anders zouden ze niet behouden worden. Paulus en Barnabas, die de gemeente van Antiochië hadden gesticht en daar nog steeds aan het werk waren, reageren daar furieus op. Er ontstond zelfs 'geen kleine weerstand en twisting' tussen hen. Een felle confrontatie dus.
De vraag is echter: was dat wel terecht? Ging het niet om een onnodige opschudding, die de eenheid van de gemeente ondermijnt?
Omdat we in deze week de Kerkhervorming gedenken, willen wij speciaal naar Calvijn luisteren. Calvijn bevond zich ook in een kerkelijke crisis. Hij moest het recht van de Reformatie verdedigen tegenover de Roomse Kerk. Zij beschuldigde hem en de andere reformatoren ervan dat zij de eenheid van de kerk hadden verbroken. Een onvergeeflijke zonde.
Hoe gaat Calvijn met Handelingen 15 om? Hij begint te zeggen dat we altijd zo lang mogelijk de eenheid van de kerk moeten bewaren. Scheuring en afscheiding zijn verwerpelijk. Daar mogen we niet aan meedoen. Maar geldt dit ook hier, in Handelingen 15? Calvijn oppert deze mogelijkheid wel. Als het in de besnijdenis gaat om iets uitwendigs, van secundaire aard, moet daar ruimte voor zijn. Dan is het niet wijs van Paulus en Barnabas geweest om daar zoveel onenigheid over te laten ontstaan. Verschil in vormen, ligging en geaardheid mag er toch zijn? Als er maar eenheid is in het ware geloof. Maar geldt dit hier ook? Calvijn komt dan tot de conclusie dat dit in Antiochië niet het geval is. Hier gaat het niet om een secundair punt. Hier gaat het om het hart van het heil en dus ook van de kerk. Calvijn zegt dan: we moeten de strijd niet schuwen 'al ware het dat hemel en aarde in beroering gebracht worden'.
Maar waarom kon, wat deze Judese broeders leerden, niet worden geaccepteerd? Daar zijn meerdere redenen voor. De besnijdenis was voor deze joodse gelovigen hét identiteitsteken van hun Israëliet-zijn, van hun behoren tot het volk van God. Zo was het althans onder het oude verbond.
En die lijn wilden zij voortzetten onder het nieuwe verbond. Als er dus waren die wilden gerekend worden tot de gemeente van Christus, moesten ook zij zich laten besnijden.
Nu opnieuw de vraag: waarom vonden Paulus en Barnabas dit verwerpelijk? Het eerste antwoord geeft Paulus in Galaten 2. Wie de besnijdenis als identiteitsteken van het christen-zijn verplicht stelt, roemt in het vlees. Het is immers een uitwendig, lichamelijk, vleselijk teken. Terwijl het in het ware geloof gaat om de besnijdenis van het hart. Een geestelijke identiteit dus - daar gaat het om. Niet roemen in het vlees maar in de Geest.
Het tweede antwoord vinden wij daar ook. Wie de besnijdenis als uitwendig identiteitsteken verplicht stelt, ontneemt de gelovige de vrijheid die hij in Christus heeft ontvangen (Gal. 2:4). Het brengt hem (opnieuw) in een wettische dienstbaarheid.
Tegelijk ligt hierin een derde antwoord opgesloten. Wanneer delen wij in het heil, wanneer zijn we een ware christen? De Judese broeders antwoorden: Als wij in Jezus geloven - natuurlijk. Maar daarbij: als wij ook de wet volbrengen. Geloof én werken dus. Genade én eigen inzet. Jezus maar ook Mozes. Én... én. Maar Paulus en Barnabas vinden dat dit niet kan. Zo is er voor ons juist geen behoud. Het is: alleen genade, alleen geloof, alleen Jezus. Zo worden we zalig, zo alleen!
Daarmee is tegelijk het laatste antwoord gegeven. Waarom is er geen besnijdenis meer nodig? Waarom staat ze zelfs onze zaligheid in de weg? God had haar toch eenmaal ingesteld? Ja, inderdaad. Maar waartoe? Met de besnijdenis heeft God zijn volk laten zien dat het in zonde ontvangen en geboren en dus aan de verdoemenis onderworpen was. Elk geboren kind stond onder het oordeel van God. Ten dode opgeschreven! Het bloed dat bij de besnijdenis vloeide, was daarvan het teken en zegel.
Maar juist zo wees besnijdenis heen naar het bloed dat eenmaal zou vloeien op Golgotha's kruis. Als hét Kind zich onder het oordeel van God zal stellen tot in de dood. Het bloed van de besnijdenis is vervuld in het bloed van Christus.
Maar dan blijkt ook, hoe diep het steekt, wanneer deze Judese gelovigen toch aan hun vleselijke besnijdenis vasthouden. In feite wilden zij ermee aangeven dat zij het bloed van Jezus niet genoeg vonden. Zij meenden ook
nog hun eigen bloed te moeten geven om door God te worden aangenomen. Jezus' bloed, maar ook een druppeltje eigen bloed!
Hier ligt de diepste reden, waarom Paulus en Barnabas dit resoluut afwijzen. Want zij mogen weten dat het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van al onze zonden. Al onze zonden, niet één uitgezonderd! Daarom is er nu geen verdoemenis meer voor hen die in Christus Jezus zijn (Rom. 8 : i). Sola gratia, sola fide, solo Christo! Eens en voor altijd!
C. GRAAFLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's