Offer of binding?
ABRAHAM OP DE BERG MORIA [I]
Vraagt God aan Abraham werkelijk om zijn zoon Izak te offeren op de berg Moria? In de joods-synagogale traditie wordt dat met kracht ontkend. Benno Jacob, een geleerde rabbijn uit het vooroorlogse Duitsland, is daarvan een duidelijk voorbeeld. Aan zijn uitleg uan Genesis 22 wijdde Hilde Burger een interessante dissertatie. Gaat het hier nu echt om het offer van Abraham of'alleen maar' om de binding van Izak? Deze vraag raakt het hart van het christelijk geloo/.
Weinig lezers van de Waarheidsvriend zullen de naam Benno Jacob kennen. Die onbekendheid zegt al veel. Voor joodse geleerden op het gebied van wat wij het Oude Testament noemen, was zeker in het vooroorlogse Duitsland geen plaats. Daar kwam nog iets anders bij. Wie niet bereid was de toen gangbare theorieën over het ontstaan van het Oude Testament te accepteren, was bij voorbaat als wetenschapper gediskwalificeerd. Benno Jacob was zo iemand. Zijn leven lang heeft hij de zogenaamde bronnentheorie bestreden. Dat is de hypothese dat de boeken Genesis tot en met Deuteronomium zijn samengevlochten uit ten minste vier afzonderlijke bronnen uit later tijd. Dat proces zou dan tot een afronding gekomen zijn tijdens de Babylonische ballingschap. Dus duizend jaar na Mozes. Heel de bijbelse geschiedenis werd daarmee op z'n kop gezet. Benno Jacob telde dus niet mee. Toch heeft hij een belangwekkende commentaar op het boek Genesis geschreven.
Het is in Hilde Burger te waarderen dat zij voor Benno Jacob en zijn geschriften alsnog aandacht vraagt.
Hermann Gunkel
Zij vergelijkt de interpretatie die Benno Jacob van Genesis 22 geeft met die van Hermann Gunkel. Beiden werden in hetzelfde jaar geboren (1862). In de oudtestamentische wetenschap gold Gunkel als een buitenbeentje. Ook hij had moeite met de bronnentheorie en stak dat niet onder stoelen of banken. Volgens zijn mening stond de manier waarop bijbelteksten uit elkaar werden geplozen, veel te ver af van de werkelijke gang van zaken in het oude Nabije Oosten. Hij liet de bronnentheorie voor wat zij was en ging op zoek naar de sociaal-culturele achtergrond van een perikoop. Om daar achter te komen, moest eerst vastgesteld worden met wat voor soort tekst we te maken hebben. Daarom boeide hem het boek Genesis zo. Zijn commentaar behoort tot de klassieken van de oudtestamentische wetenschap. Gunkel onderscheidde in Genesis tussen twee soorten tekst mythen en sagen. De mythen hebben betrekking op de oergeschiedenis, de sagen op de verhalen van de aartsvaders.
Met deze benadering zijn we het vierkant oneens. Daarover geen misverstand. Maar er was toch wel zoiets als het begin van een doorbraak. En wel van binnenuit. Het was Gunkel te doen om het verstaan van de tekst door aan te voelen wat de verteller beweegt. Zo gaan de verhalen weer léven. Dat was nieuw.
Benno Jacob over Genesis 22
Voor Benno Jacob ligt de sleutel voor een goed begrip van Genesis 22 in Job 1 en 2. Het verhaal speelt zich niet alleen af op de aarde maar ook in de hemel. Dat laatste is niet minder spannend. Satan krijgt van God toestemming om Abraham in verzoeking te brengen. In het eerste vers van dit hoofdstuk is met 'God' niet de HEERE bedoeld maar satan. Het lijkt wel of de vervulling van de belofte met de geboorte van Izak weer op losse schroeven staat. Is Abraham terug naar af? Maar dat wordt dan ook voor God een probleem. Evenals Job weet Abraham niet wat zich afspeelt in de hemel. Toch zijn Abraham en God in deze strijd met satan eikaars bondgenoten.
Abraham door Izak aan handen en voeten te binden als een offerdier en hem te leggen boven op het hout, God door de actie van satan op dat moment te stoppen. God doet dat door een engel, dat wil zeggen een bode, 'van de hemel' te sturen naar de aarde. Die bode moet de satan zijn. Abraham is werkelijk een geloofsheld, een heros, en God is werkelijk de God van Abraham, want Hij laat niet toe dat satan van Abraham een moordenaar maakt en elk menselijk gevoel zou verloochenen. Benno Jacob wil in Genesis 22 van geen mensenoffer weten. Hij wijst daarbij ook op Leviticus 1. Daar wordt de procedure voor het brengen van een brandoffer beschreven. In Genesis 22 vinden we daar niets van terug. Voor Abraham is het beslissende moment de binding van Izak, voor God is dat het laten zakken van het mes in de opgeheven hand van Abraham.
Voor Gunkel bestaat de bijbeltekst uit oorspronkelijk op zichzelf staande teksteenheden. De verhalen van de aartsvaders vormen een krans van sagen. Er is dus geen verband met wat voorafgaat of volgt. Volgens Gunkel • wijst het bouwen van het altaar door Abraham erop dat het hier inderdaad gaat om het brengen van een offer. Ook het schikken van het hout en het slachten in de betekenis van het doorsnijden van de halsslagader wijzen in die richting. De eigenlijke offerdaad bestaat uit twee handelingen: het uitstrekken van de hand en het nemen van een mes. Abraham gaat in zijn gehoorzaamheid aan God tot het uiterste. Maar als de nood het hoogste is, is de redding nabij. Dat ziet Gunkel als de strekking van deze 'sage'. Zij biedt troost aan alle vrome zielen.
De rol van traditie
Benno Jacob sluit zich in zijn opvatting over de rol van satan in de binding van Izak aan bij de joods-synagogale traditie. Daar vinden we al de voorstelling dat de verzoeking van Abraham het werk is van Samaël. Samaël is een andere naam voor satan. Bij Hermann Gunkel is dat veel minder duidelijk. Toch bespeuren we bij hem nog iets van een typisch evangelische vroomheid. Dat zou ook te begrijpen zijn, want zijn vader en grootvader waren pastor. De troost die Gunun- I
kei in het offer van Abraham ziet voor 'vrome zielen', doet denken aan gezangen als: Is de nood zo hoog gerezen / dat gij nergens uitkomst ziet / God, uw God vergeet u niet. Traditie speelt een veel grotere rol dan mensen vaak vermoeden. Wij lezen de geschiedenis van Abraham in samenhang met het Nieuwe Testament. Dus in het- kader van de canon van heel de Heilige Schrift. Over die canon heeft de kerk van de Reformatie zich uitgesproken in de artikelen 3 tot en met 7 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. De canon is meer dan een lijst met bijbelboeken. Een canon is ook de maat in de muziek. Zij reguleert het geloof (art. 5). Valse noten zijn niet om aan te horen. Welk licht valt vanuit het Nieuwe Testament op Genesis 22?
Romeinen 8
We denken dan toch wel in de eerste plaats aan de lofprijzing aan het slot van Romeinen 8: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft; maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken?
Omdat Abraham vervuld is van kinderlijk ontzag voor God en kinderlijk vertrouwen op God, heeft hij God zijn eigen, enige zoon, Izak niet onthouden. Hij kan zijn kind loslaten, omdat hij God vasthoudt. Hij kan God vasthouden omdat God hém vasthoudt. En God houdt hem vast omdat Hij Zijn eigen Zoon wél loslaat. Zo wil God het zien. Het is opvallend hoe vaak in Genesis 22 het woord zien wordt gebruikt, ook waar we het in de vertaling niet meer terugvinden. Volgens de Statenvertalers betekent de naam voor de berg Moria zelfs het gezicht Gods. Hij ziet in Christus Abraham genadig aan. Het gaat dus niet om het binden maar om het loslaten van Izak. En dat loslaten is het ojfer van Abraham. Het voltrekt zich in Abraham vanaf het moment dat hij met Izak neemt (vs. 2V.) en op weg gaat naar de berg die God hem zal laten zien. Zo gaan die beiden tezamen. Het wordt niet voltrokken aan Izak. God spaart Izak omdat Hij Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft. Hij geeft Hem over uoor ons allen en geeft ons met Hem ook alles. Hij voor ons. Zo komt Genesis 22 te staan in het licht van de rechtvaardiging door het geloof. Dat wordt vöor Paulus lofprijzing.
Hebreeën 11
Nog duidelijker is de verwijzing naar Genesis 22 in Hebreeën 11: Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd... overleggende dat God machtig was hem ook uit de doden te verwekken, waaruit hij hem ook bij gelijkenis wedergekregen heeft (vs. 17-19).
In de brief aan de Hebreeën staat tot twee keer toe dat Abraham Izak heeft geofferd. Ook hier valt alle nadruk niet op de binding maar op het offer van Izak. Het is juist dat offer van Izak waarover het licht van Pasen valt. In dat verband onderstreept de apostel het woord van God tot Abraham uit Genesis 21: in Izak zal u het zaad genoemd worden. Het is de dood in je omdragen en toch verwekt worden tot een nieuw leven. In de naam Izak klinkt namelijk het woord voor lachen door. In Genesis 21 heeft God ervoor gezorgd dat Sara kan lachen.
Ondanks haar ouderdom een stralende moeder. Zij roept dan ook iedereen op om mét haar blij te zijn. Maar Abraham kan dat niet meemaken. De geboorte van het ene kind leidt tot de wegzending van het andere, van Ismaël. Daarom was hij zeer kwaad (vs. 11). Maar in Genesis 22 heeft God alsnog Abraham tot een lachen gemaakt. Man en vrouw zijn nu éên. Zo kan Sara sterven. Dat gebeurt al in Genesis 23. En Abraham heeft er alles voor over om haar te begraven in het land (zie vs. 19). Kanaan
Johannes 3
Vers 16 is vaak genoemd het evangelie in het evangelie:
Want alzo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Tot in het hart van het evangelie klinkt de echo door van Genesis 22. Abraham heeft zijn zoon, zijn enige, die hij liefhad, overgegeven in het geloof. De God van Abraham gaat oneindig verder. Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon overgegeven tot in de dood aan het kruis. Zo liefheeft Hij de wereld gehad. Weer valt hier het woord liefhebben. Bij Abraham is die liefde enkel gericht op zijn zoon. God richt Zich in Zijn liefde voor Zijn Zoon tot de wereld en sluit daarbij een ieder in. Die liefde krijgt gestalte in Christus' offer aan het kruis. Dat is Zijn verzoenend lijden en sterven. Dat is het hart van het christelijk geloof. Dat gaat nu een ieder aan. Jezus, Uw verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart.
H. J. DE BIE, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's