Mijn Woord bewaren
REFORMATIEHERDENKING 2003
Er zijn bijbelwoorden die bij elke overdenking een mens weer kunnen raken. Daarbij hoort de boodschap van de verhoogde Christus aan de gemeente van filadelfia, die zelf kleine kracht bezit (Openb. 3). Maar dit feit betekent uoor de gemeente zien te overleven, dat ze in een neerwaartse spiraal terechtgekomen is. Want niet dat ze moet hoewel zwak heeft de gemeente 'Mijn Woord bewaard'. Daarmee kunnen deze zusters en broeders de toets van de Heilige en Waarachtige doorstaan.
De vraag dringt zich op of er een relatie is tussen de kleine kracht van Filadelfïa en het bewaren van het Woord. In Sardis namelijk ging het minder goed, ondanks de naam die de gemeente had opgebouwd. Ook hier geldt immers dat de kracht van God in onze zwakheid gestalte krijgt. De grote kracht van die kleine gemeente was dat ze het Woord als een schat bij zich droeg, als een kostbaar bezit bewaarde, en uit dit bezit leefde. Ze wist van het Woord dat uit Gods mond uitgegaan was en waarvan Hijzelf de inhoud is. Heel bescheiden - want onze kracht is gering- maar ook beslist - want het profetische Woord staat vastging de gemeente haar weg, daarmee een voorbeeld nalatende.
Het Woord bewaren, dat is in alle eeuwen de kracht van de gemeente geweest. Dat kenmerkte haar bestaan en haar voortbestaan. Waar dit niet gebeurde, zijn gemeenten van aanzien, gemeenten met een geoliede organisatie, in de versukkeling geraakt en ter ziele gegaan, omdat ze niet gewapend waren met het schild des geloofs, met de helm der zaligheid, met het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. Het verlangen om het Woord te bewaren is ook kenmerkend voor de gelovige van oude tijden. 'Doe wel bij uw knecht, opdat ik leve en Uw Woord beware', bidt de dichter van Psalm 119. Hij wil leven om het Woord te bewaren, waarvan in zijn dagen nog weinig geopenbaard was, maar waarvan hij de waarde ontdekt had.
Luther
Het ging in de Reformatie, die we deze week weer mogen herdenken, om het geloof, om de genade, om het Woord. Waar aflaathandel en eigengerechtigheid de mens niet verlossen kon, bracht de binding aan het gezag van het Woord wel bevrijding. Voor de monnik Maarten Luther was de binding aan Gods Woord het diepste wezen van de christelijke vrijheid. Hij laakte het daarom hartstochtelijk dat de paus zich opwierp als scheidsrechter over de Schrift. 'Deze koningin moet regeren en iedereen moet haar gehoorzamen en aan haar onderworpen zijn', zei hij over het Woord.
Is de Reformatie niet vooral een vernieuwingsbeweging geweest die het Woord haar plaats wilde hergeven, die de kerk wilde aanspreken op haar roeping om schatbewaarder van dat Woord te zijn? Daarom ook werd bij de overgang tot de 'nieuwe leer' op vele plaatsen in ons land gestreden tegen een ontrouwe kerkgang. Mijn Woord bewaren - dat is zorgdragen voor haar verkondiging. 'Daarom moeten we er veel meer naar staan dat er vele predikers zijn dan goede schrijvers in de kerk', zei Luther. Die prediking moet met gezag klinken en de leer der zaligheid bevatten, wat gebeurt als de beloften van het Evangelie worden verkondigd. Op de wijze van de belofte handelt God immers met mensen. En waar die belofte gebracht wordt, daar is de kerk.
Mijn Woord bewaren - dat is er zo mogelijk zijn, als dat Woord verkondigd wordt. Traagheid in het horen is van alle tijden: een vrouw uit De Lier verzuimde in de reformatietijd de zondagse samenkomsten, zo schrijven Abels en Wouters in hun uitgave van de classicale acta van Delft, vanwege 'het besorgen, het eeten coocken van haer knechs ende het kint, daer zij mee veel te doen hadde'. Het zijn steeds weer de zorgvuldigheden van het leven die het bewaren van het Woord doorkruisen, waardoor het zaad van het Evangelie geen vrucht draagt.
Gehoorzaamheid
Het bewaren van het Woord betekent niet het opbergen van het Woord, integendeel. De woorden van de heer in de gelijkenis tegen de dienstknecht die zijn talent in de grond bewaarde, laten zien dat hij zich onnuttig gedragen heeft. Hij heeft zijn schat begraven, hij heeft er niet uit en mee geleefd, hij heeft niet met zijn talent gehandeld, op zoek naar winst voor het Koninkrijk. Het bewaren van het Woord is ook niet alleen er voor jezelf stille vreugde aan beleven, maar ook anderen het Evangelie doorgeven. We kunnen het Woord begraven in ons eigen hart, in onze eigen leefwereld, maar dan gaan we aan de bedoeling van het bewaren voorbij. Want we bewaren het Woord ook in onze concrete handel en wandel.
Bewaren doe je het Woord, als je het leerde geloven op de school van de Heilige Geest. Dan heb je het om Christus' wil ontvangen. En wat we van Hem ontvingen, moeten we kostbaar achten. We raken hier aan een wezenstrek van het geloof, namelijk de gehoorzaamheid aan de Heere. Wat Hij gezegd heeft, zullen we geloven.
Wat Hij bevolen heeft, zullen we nakomen. In de gehoorzaamheid van het geloof is het Christus die Zijn kerk is voorgegaan, daarbij Zich vastklemmend aan wat God zelf gezegd had. Calvijn geeft aan dat de positie van de christen op deze aarde tegenover God het beste te typeren is met gehoorzaamheid. In zijn verklaring van Psalm 81:10 - 'er zal onder u geen uitlands god wezen, en gij zult u voor geen vreemde god neerbuigen'- concludeert de reformator van Genève dat het begin van alle Godsverering in gehoorzaamheid bestaat, zo schrijft dr. H. J. Selderhuis in zijn studie over Calvijns theologie van de psalmen. Het vrezen van de Heere is het met ijver leven naar Zijn wet en woorden. Hier noemt Calvijn het geloof als de wortel van de ware vroomheid, want het vormt ons tot gehoorzaamheid aan Hem, die zich over het gehele leven uitstrekt. Het zijn de genade en het geloof die de mens brengen bij het leren van het Woord. Evenals bij Luther zien we de vrijheid van een christenmens getekend in het geleid worden door de Geest en het Woord.
Komende geslacht
Het Woord is Zijn wil om naar té leven en Zijn getuigenis ook voor het komende geslacht. Dan zet het Woord ons in de lijn van de geslachten van hen die hun hoop op de Heere stelden. En dan biedt dit Woord beloften voor de generaties die na ons komen. Dat is levende traditie, waarbij het spreken > van God in de geschiedenis van Israël en van de volken niet verborgen blijft voor onze kinderen, maar Zijn daden doorgegeven worden. Dat is geen gemakkelijke zaak in onze tijd, het Woord overdragen. Want wetenschap en wereldgezindheid geven niet de rechte plaats aan het Woord en doen een appèl op de harten van jongeren. Kinderen zien namelijk in deze wereld ook andere schatten dan die van het Woord.
Het bewaren van het Woord betekent daarom strijd, staan in het strijdperk, waar de aanvallen van de boze juist het Woord willen treffen en allen die daarnaar willen leven. In een lezing voor de hervormde Mannenbond zei ds.
L. Kievit ooit dat het bewaren van het Woord met het oog op onze jongeren ook betekent 'dat het soms los gewikkeld moet worden van veel waar wij het in gewikkeld hadden, in onze termen bij voorbeeld, die de jeugd niet meer verstaat'. In eenvoud en met overtuiging mogen we jongeren met het Woord aanspreken, wetende dat God Zijn verbond tot in eeuwigheid gedenkt en Zijn trouw tot in het late nageslacht reikt. Dat maakt een handelen met het Woord geen verliesgevende operatie, maar doet ons hopen op winst voor dit en het komende leven.
Luther en Calvijn waren beiden mannen van gebed. Dat was het geheim van hun ijver voor het Woord. Al biddende ontvangen wij de zegen en de kracht van het Woord. Want wij bewaren het Woord niet, maar het Woord bewaart ons, ook in het uur van de verzoeking, ook waar wij dreigen Zijn
Naam te verloochenen. Daar houdt Christus degenen die bij het Woord leven, staande. Want de inzet van de Reformatie bij het geloof, bij de genade en bij het Woord, is niet anders dan de inzet bij Christus. Hij immers is getypeerd als de schatbewaarder Gods onder de mensen, de tweede Adam, die de opdracht en roeping had het Woord van God te bewaren. 'Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat Gij Mij gezonden hebt'. Het Woord brengt bij Christus, die de gehoorzaamheid aan Zijn Vader verkoos boven de koninkrijken van deze wereld. Daarom is het voor de gemeente nu nergens onoverkomelijk dat ze kleine kracht heeft, maar vallen de beslissingen waar ze het Woord van Christus bewaart.
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 oktober 2003
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's