De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tussen vervulling en voleinding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tussen vervulling en voleinding

DR. W. AALDERS SLUIT TRILOGIE AF

8 minuten leestijd

'Het is een vreemde wereld, waar wij door het boek Openbaring binnengeleid worden: verwarrend, groots, overweldigend! Zij heeft visionair karakter. Wij mogen dat niet zó verstaan, dat zij daarom minder reëel zou zijn. Het tegendeel is het geval. Hetgeen visionair gezien, geschouwd wordt, is een en dezelfde werkelijkheid als die waarin wij staan en leven, maar zij wordt niet benaderd en bezien vanuit ons gezichtspunt; niet vanuit de beperkte mogelijkheden die ons ter beschikking staan om de dingen rondom ons te zien en te beoordelen. Visionair de werkelijkheid bezien is de werkelijkheid bezien in nieuw en ander licht, en tóch blijft het dezelfde werkelijkheid. Maar alles is anders geworden... Hoe anders wordt deze wereld als zij komt te staan in het licht van de opgestane en verheerlijkte HEER'. Deze citaten die betrekking hebben op het visioen van Openbaring 1, de verschijning van Christus aan Johannes op Patmos, zijn afkomstig uit een nieuw boek van dr. W. Aalders.

Trilogie

Het is het afsluitende derde deel van een bijbels-theologische trilogie rond het thema 'apocalyptiek', de profetische ontvouwing aangaande Gods heilshandelen met betrekking tot de komst van Zijn Koninkrijk en de voleinding daarvan bij de wederkomst van Jezus Christus. Het eerste deel ging over de betekenis van de Griekse vertaling van het Oude Testament voor het jodendom in de eeuwen tussen oud en nieuw testament en de jonge christengemeente. In deel 2 behandelde de auteur de vroegste evangeliën, ontstaan uit de apocalyptische beweging rond Johannes de Doper en Jezus van Nazareth. In dit deel zet Aalders uiteen wat het besef te leven in de met Christus' komst en werk ingegane eindtijd betekent voor de christelijke gemeente in de Grieks-Hellenistische wereld. Met bewondering en respect heb ik deze jongste pennenvrucht van de

Zijn we zo aan dit woord gewend dat we niet meer weten dat 'evangelie' 'heilstijding mi' betekent? In een bevlogen toespraak wees de 94-jarige dr. W. Aalders afgelopen zaterdag in de Amsterdamse Westerkerk erop dat het geloof geborgenheid inhoudt. Waar de wereld steeds dreigender werd en de roep om een Verlosser sterker klonk, werd die roep verhoord in de Opstanding van Christus. Hij heeft het geheim van de geschiedenis onthuld en komt spoedig, want het einde van de verlossing is nabij. Ter gelegenheid van de presentatie van zijn studie over de johanneïsche geschriften ging het dr. Aalders om de vraag of het Evangelie gekend wordt als een historische werkelijkheid, tegen de achtergrond van de tijd. Bijgaand bespreekt dr. Noordegraafhetzaterdag aangeboden boek.

RED. DE WAARHEIDSVRIEND

hoogbejaarde auteur gelezen. Graag wil ik hem dan ook gelukwensen met het feit dat het hem gegeven is deze trilogie te voltooien. Aalders weet gedreven en meeslepend te schrijven in een fraaie stijl die je blijft boeien. En altijd weer treft me de eruditie van deze geleerde, die zijn lezers verrast met citaten uit werken die je vaak elders - niet geciteerd vindt.

Evangelie en cultuur

Je zou het werk van Aalders kunnen typeren als theologie op het snijvlak van evangelie en cultuur. Dat is en blijft een lastige en weerbarstige materie. Altijd weer blijft de spannende vraag hoe de christelijke gemeente met het Woord van God in de tijd staat. Dat Woord is op elke cultuursituatie berekend, want het is het Woord van Hem die heden, verleden en toekomst omspant. Het ontmaskert een cultuur die zich losmaakt van de zeggenschap van de eeuwige God. Want het evangelie is een boodschap die vreemd is aan en haaks staat op het streven en beleven van de natuurlijke mens. Wat me in Aalders' werk altijd weer boeit, is enerzijds zijn kennis en inlevingsvermogen ten aanzien van de cultuur waarin we leven en anderzijds zijn zorg om de gemeente die haar weg gaat door de tijd, opdat zij waakzaam en weerbaar de tijdgeest zal mogen weerstaan. In die zin vormen zijn boeken toerusting voor de gelovige te midden van de vragen waar hij voor staat.

De inzet van het boek dat we hier bespreken, is de vraag of we als mensen van de 21e eeuw niet vervreemd zijn geraakt van de verwondering en dankbaarheid die de eerste getuigen bezielden bij het horen van de boodschap van Christus' opstanding en verhoging. Is de doorsnee Europese christen nog in staat en bereid voluit mee te belijden: de Heere is waarlijk opgestaan. Stempelt dat nog zijn leven? Verstaat hij nog wat dat betekent?

Presbyters

Om de betekenis van het evangelie van Pasen op het spoor te komen, legt de schrijver zijn oor te luisteren bij die boeken van het Nieuwe Testament waarin de tweede generatie tussen de tijd van de apostelen en de na-apostolische eeuw aan het woord is: de geschriften van Lukas, de Hebreeënbrief, de Openbaring, de brieven en het Evangelie van Johannes. Hoe hebben de gemeenten voor wie deze geschriften bestemd waren, geleefd te midden van de Griekse en Hellenistische cultuur in een wereld waar het Romeinse keizerrijk heerste. Hoe konden zij staande blijven toen de tijd die haar scheidde van de wederkomst van haar Heere langer duurde dan men aanvankelijk verwacht had. De vlam van de verwachting bleef branden, maar de Maranatharoep ging vergezeld van de klacht: 'Hoe lang nog, Heere? ' (Op. 6 : 10).

Het moderne, kritische bijbelonderzoek ziet dan ook een breuk tussen de oudste geschriften en de latere boeken van het Nieuwe Testament als gevolg van de crisis die het uitblijven van de wederkomst teweeg bracht Maar geleerden als Oscar Cullmann en ten onzent Herman Ridderbos hebben daar terecht tegen ingebracht dat het Nieuwe Testament nergens van zo'n crisis spreekt, doordrongen als men was van het feit. Ook Aalders wil van een breuk tussen de geschriften van het Nieuwe Testament niet weten. Wel is er sprake van ontwikkeling en daardoor van accentverschillen naarmate de tijd voortgaat.

De schrijver wijst in dit verband op de figuur van de presbyters, de oudsten of ouderlingen die Paulus in de door hem gestichte gemeenten aanstelde. Deze presbyters kenden de doop met de Geest en de daarmee gepaard gaande Geestesgaven. Aan hen droeg de apostel Paulus de verantwoordelijkheid over bij zijn vertrek naar Jeruzalem en Rome voor de gemeenten van Klein-Azië, zoals uit de afscheidsrede voor de ouderlingen van Efeze blijkt (Hand. 20). Aalders noemt deze presbyters 'de laatste generatie, die nog levend contact hebben gehad met de oog- en oorgetuigen van Jezus Christus'. Bij hen, aldus de auteur, werd de eindtijd tot tijdsduur, terwijl de apostelen er nog van uit waren gegaan dat. mogelijk sommigen van hen de wederkomst van Christus zouden beleven (blz. 39). Maar de tijd tot de wederkomst duurde langer dan men had vermoed. Hoe kon met het evangelie verbinden met het tijdsgebeuren? Hoe konden christenen in een wereld die getekend was door de verschrikkingen van het keizerlijk regime, koers houden? Het waren de presbyters die naar het oordeel van de auteur de vertegenwoordigers waren van een nieuw verstaan van het evangelie, dat het mogelijk maakte om de werkelijkheid van het in Christus doorgebroken heil te aanvaarden, niet als afsluiting, maar als laatste fase van de heilsgeschiedenis.

Dit proces van heroriëntatie komt het helderst aan het licht in de brief aan de Hebreeën, de beide boeken van Lukas en vooral in de Openbaring en het Evangelie van Johannes. Het evangelie dat in deze boeken doorklinkt, heeft de jonge gemeenten vertroost en versterkt op haar weg door de tijd. Het zicht op de verhoogde Christus, Hogepriester en Koning tot in eeuwigheid, gaf uitzicht en perspectief. Boeiend is de dwarsdoorsnede die Aalders geeft van het evangelie naar Johannes en hoe hij laat zien op welke wijze de kerntekst Johannes 1:14 óver de heerlijkheid van het vleesgeworden Woord doorwerkt in de beschrijving van de tekenen die Jezus verricht heeft, tekenen die uitlopen op zijn verhoging aan het kruis en zijn opstanding.

Loflied

Graag beveel ik dit geschrift bij u aan. Uiteraard zijn er vragen te stellen. Zo vraag ik me af, of je bij het 'eertijds' van Hebreeën 1:1 moet denken aan de taal van de engelen waaraan mythe en mythologie ontsprongen zijn. Ik waag dat te betwijfelen. Gaat het in dit eerste vers niet om de oudtestamentische Godsopenbaring? Graag had ik ook nog wat meer gehoord over het godsdienstig klimaat van de eerste eeuw na Christus, zoals de hang naar de mysteriën en de keizerverering. En de samenhang tussen het hoofdstuk over Plato en het eigenlijke thema van het boek is me ook niet helemaal helder. Waardeert Aalders Plato niet te positief? Het zijn vragen waar het laatste woord niet over gezegd is. Ze mogen voor de schrijver het bewijs zijn met hoeveel belangstelling ik zijn boek gelezen heb. Het is geschreven op verhoogde toon als een loflied op de heerlijkheid van de gekruisigde en verhoogde Christus. Het is een rijpe vrucht van een auteur die in de avond van het leven ons deelgenoot maakt van zijn vreugde om het licht van het evangelie dat schijnt in het donker van de tijd.

A. NOORDEGRAAF, EDE

N.a.v. W. Aalders Apocalyps en Evangelie. Over de johanneïsche geschriften. Uitg. Groen, Heerenveen; 112 blz.; € 17, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tussen vervulling en voleinding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's