De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hervormden belijdend onderweg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hervormden belijdend onderweg

WAARDEVOLLE KRONIEK OVER DE KERK

13 minuten leestijd

Van de hand van dr. ir. J. van der Graaf verscheen dit voorjaar het boek De Nederlandse Hervormde Kerk, belijdend onder weg 1951-1981-2001. Het beschrijft de ontwikkelingen in de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK) in de tweede helft van de 20e eeuw. Vanzelfsprekend zijn de jaartallen 1951, 1981 en 2001 niet willekeurig gekozen. Immers: 1951 is het jaar waarin de kerkorde aangenomen werd, die een halve eeuw als gebinte van de NHK gefungeerd heeft. Met het jaar 1981 sluit het boek goeddeels af, 'omdat dan het Samen op Weg-proces vastere vorm gaat aannemen.' In een epiloog trekt de auteur nog enkele 'houtskoollijntjes' met betrekking tot de periode 1981-2001, 'over de thema's die in de andere hoofdstukken aan de orde kwamen.'

Aan de hand van de thema's die in de afgelopen vijftig jaar vooral de aandacht kregen, brengt Van der Graaf de geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk in beeld. Vanzelfsprekend schenkt de auteur ook de nodige aandacht aan de gebeurtenissen in de andere kerken. Dat geldt vooral voor de Gereformeerde Kerken in Nederland. Toch doet hij dit slechts zijdelings en alleen in die gevallen waarin de gebeurtenissen in de andere kerken van betekenis waren voor de NHK. De onderwerpen die in het boek aan de orde komen, zijn velerlei, maar de auteur spitst ze vooral toe op de weg van het belijden, de weg van het apostolaat, de weg van zending en oecumene, de weg van Samen op Weg en de weg van de hervormd-gereformeerden. In het kader van de weg van het apostolaat wordt er aandacht geschonken aan de kerstening van het volksleven (de verhouding van de kerk tot staat en volk) en aan het gesprek van de kerk met Israël.

Per thema worden de ontwikkelingen gevolgd; dit aan de hand van een chronologische verslaglegging van belangrijke synodevergaderingen en besluiten die daarop gevallen zijn. Zo gaat de schrijver bijvoorbeeld in het hoofdstuk over het belijden in op het thema van het Schriftgezag, de vrouw in het ambt en de verzoening etc. en geeft hij weer wat daarover ter synode in de on- -derhavige jaren gezegd en besloten is.

Kroniek

Het boek heeft dan ook iets weg van een kroniek. De lezer zoekt tevergeefs naar een eigen waardering of beoordeling van de auteur. Van de Graaf geeft weer, meer niet. Het kan niet anders of dit is een bewuste keuze geweest. Hij moet zich een behoorlijke zelfbeperking hebben opgelegd. De lezer die weet hoe nauw de auteur bij veel van de gebeurtenissen die hij beschrijft betrokken was, kan niet anders dan het laatste veronderstellen. Dat de schrijver deze zelfbeperking tot het laatst toe volhoudt, valt te prijzen. Het resultaat is dat iedereen een objectief, bijna notulenachtig verslag van de belangrijkste momenten in de geschiedenis van de NHK in het boek kan vinden. Daarom verdient het volop aanbeveling voor geïnteresseerden, maar ook en juist voor theologiestudenten en beginnende predikanten. Door dit boek te raadplegen, kunnen zij zich een idee vormen van de discussies die in de kerk hebben plaatsgevonden, voordat zij tot de keuze kwamen om de kerk te gaan dienen.

Ik stelde: de auteur moet heel bewust gekozen hebben voor een 'objectieve', wat journalistieke benadering van de stof. Ik kan echter niet verhelen dat ik zelfbij lezing van het boek meer en meer de wens op voelde komen dat de auteur méér van zichzelf liet zien en meer evaluerend geschreven had. Toen ik na lezing het boek dichtsloeg, kon ik om die reden een zekere teleurstelling niet onderdrukken. De auteur had in een afsluitend hoofdstuk kunnen aangeven: zie, dit is er nu geworden van al die ontwikkelingen die ik zo objectief mogelijk heb weergegeven. Hij doet dit echter niet.

Terwijl ik las, drong zich bij mij een vergelijking op met een van Groen van Prinsterers meest gelezen werken: het Handboek van de Vaderlandse Geschiedenis. Daarin geeft Groen een objectief verslag van de geschiedenis van ons vaderland tot 1813. Het boek leest ondanks de grote mate van objectiviteit als een tragedie. Men voelt de passie van de schrijver tussen de regels door. Bij alle objectiviteit in de weergave van de feiten Iaat hij er geen enkele twijfel over bestaan waar hij zelf staat.

Nu is dat van Van der Graaf bekend. Het wordt ook duidelijk uit dit boek, maar dan meer vanwege het feit dat hij er niet omheen kan om zo nu en dan ook zichzelf en diverse artikelen van zijn hand uit de Waarheidsvriend ter sprake te brengen. Maar uit de redactie van het boek kan men moeilijk een eigen standpunt destilleren. Nogmaals, dit is de keuze van de auteur geweest. De reden daarvoor is zeker legitiem. Omdat hij als secretaris van de Gereformeerde Bond zelfbij veel ontwikkelingen nauw en ook hartstochtelijk betrokken geweest is, wil hij in het boek zoveel mogelijk distantie bewaren. Bovendien wil de schrijver niet oriënterend bezig zijn. Hij wilde, zo lijkt me, het enorme documentatiemateriaal waarover hij beschikt, niet ongebruikt laten liggen maar dit ten nutte maken voor een ruimer publiek, dat niet beschikt over zoveel feitenkennis en bronnenmateriaal. Het gevolg is echter wel dat het bij deze kroniekachtige wijze van schrijven aan de lezer wordt overgelaten om uit de geschetste ontwikkelingen conclusies te trekken.

Spraakverwarring

Misschien mag ik het na lezing van het boek wagen zelf een evaluerend woord te schrijven over de ontwikkelingen die Van de Graaf weergeeft. Als ik dat doe, kan ik er niet omheen te constateren dat de kerkgeschiedenis van de afgelopen vijftig jaar, naast veel zaken waar men dankbaar om kan zijn, toch ook iets teleurstellends, ja iets beschamends heeft. Als men de synodeverslagen doorleest en men op zich in Iaat werken hoe synodeleden in de loop der jaren veelal recht tegenover elkaar stonden, kun je niet anders dan constateren dat er vanaf de jaren zestig een grote spraakverwarring in de kerk is ontstaan. Men sprak eikaars taal niet meer. De één was linksprogressief en eigende zich het vocabulaire toe van het socialistischmarxistische gedachtegoed dat in de jaren zestig en zeventig opgeld deed.

De ander kon deze ontwikkelingen volstrekt niet volgen en protesteerde

ertegen. Het strijden ertegen had iets van een hopeloze onderneming. De kerk liet zich in haar officiële beleid meer en meer op sleeptouw nemen door de tijdgeest, door dat wat bon ton en progressief was. Het barthianisme heeft aan deze trend nog een extra impuls gegeven. De orthodoxie stond daar vrij machteloos tegenover.

Wat een verschuivingen deden zich voor. Wat ging er veel 'op de helling', zoals sommigen het noemden. Men hoeft maar te denken aan de gedachtevorming over het huwelijk na 1952, het jaar waarin de synode het nog volop opnam voor het huwelijk als scheppingsorde van God. Wie de publicaties van na die tijd kent en wie de ontwikkelingen in het SoW-proces daaromtrent in ogenschouw neemt, moet erkennen dat men vandaag in grote delen van de kerk de taal van 1952 nauwelijks meer begrijpt. Wat een verschuiving heeft er in het kerkelijk denken plaatsgevonden!

Open Brief en Getuigenis

Steeds zwakker resoneerde in de vijftig afgelopen jaren ook datgene wat de kerk in 1951 voor ogen stond, toen ze uitsprak dat ze een 'Christus belijdende volkskerk' wilde zijn. Men heeft het niet waar kunnen maken. Ook slaagde men er nauwelijks in om de belijdenis, die men in 1951 aanvaardde, zó uit te leggen en uit te bouwen dat men werkelijk iets te zeggen had in de moderne tijd.

Een hoogtepunt in het kerkelijke leven van na de oorlog kon ik slechts vinden in de presentatie van de Open Brief van 1968 en het Getuigenis van 1971. De helderste geluiden vindt men bij de opstellers ervan: dr. W. Aalders en dr. G. C. van Niftrik en enkele ondertekenaars, onder wie ds. G. Boer. Zij hebben een poging gedaan om de kerk te behoeden voor het afglijden van het doel waarvoor de kerk zich in 1951 gesteld zag. Zij hebben een richting gewezen waarin de kerk actueel belijden kon.

De verslagen van de synodevergaderingen die in het boek van Van der Graaf gewijd zijn aan de Open Brief en het Getuigenis, geven de lezer er een indruk ran wat deze beide geschriften hebben losgemaakt en van de grote bijval die ze kregen van grote delen van de goegemeente die zich steeds meer een vreemde in hun eigen kerk gingen voelen. Wellicht had Van der Graaf daarover méér kunnen schrijven. De consequent doorgevoerde zelfbeperking die de auteur zich heeft opgelegd, heeft echter ook tot gevolg gehad dat hij zich beperkte in de stof die hij de lezer aanreikt.

Dr. Gravemeyer

Zo had ik ook graag meer gelezen over de persoon van dr. K. H. E. Gravemeyer, de man die grote invloed had op de kerkorde van '51, maar die in de jaren zeventig zwaar teleurgesteld was over de koers van de kerk en die teleurstelling niet onder stoelen of banken stak. Hij ontving de opstellers van de Open Brief op zijn landgoed te Wassenaar. Hij sprak reeds in 1964 voor de Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge met groot gezag over zijn groot verdriet over de koers van de Nederlandse Hervormde Kerk. Graag had ik iets meer gelezen over prof. dr. G. C. van Niftrik, die in 1968 nog grote kritiek had op de Open Brief en die nota bene drie jaar later zelf het Getuigenis schreef! Wat heeft Van Niftrik bewogen om deze overgang te maken en hoe is daarop gereageerd? Wat heeft het opgeleverd? De weergave daarvan is immers ook geschiedenis van de NHK!

Graag had ik ook meer gelezen over de zgn. 'nacht van Van der Graaf' (22 januari 1993), de datum waarop de synode aandacht besteedde aan de ambtsdragersvergadering van de Gereformeerde Bond te Putten (november 1992), waarin de Bond berichtte niet met SoW mee te kunnen, maar ook de kerk niet te kunnen verlaten.

En... wat is er gebeurd in 1995. Ik lees in het boek dat de synode in november van dat jaar uitspreekt dat er 'onvoldoende draagvlak is voor een fusie van de SoW-kerken.' Van der Graaf tekent er veelbetekenend bij aan: 'Hoewel de Commissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden tot de slotsom komt dat er 'onvoldoende draagvlak' is voor de vereniging van de drie kerken, wijst KOA de federatiegedachte van de hand.' Eén zin later lees ik dat nog geen twee maanden later de triosynode uitspreekt dat er 'voldoende draagvlak' is in de kerken (dus óók in de NHK) voor dezelfde fiisie. Laat Van der Graaf in de geciteerde zin met het woord 'toch' dit keer wel iets doorschemeren van verbazing en kritiek en wil hij ermee zeggen dat de optie voor federatie in november '95 veel meer voor de hand gelegen had? Als deze vragen uitdrukkelijk aan de orde gekomen waren, zou dat niet buiten het bestek van het boek gevallen zijn, omdat dit óók geschiedenis van de NHK is. Sterker: deze kwesties brengen ons in aanraking met eigenlijke en meest essentiële gebeurtenissen in de geschiedenis van de NHK. Toekomstige kerkhistorici zullen zich over deze vragen buigen en heel nauwkeurig nagaan wat er toen gebeurd is. Het boek van Van der Graaf tipt deze vragen wel aan, laat ze echter vervolgens grotendeels liggen.

Samen op Weg

Tot slot: het boek gaat tot 2001 en niet verder. Eigenlijk stopt het al eerder. Als SoW haar beslag gaat krijgen, trekt de schrijver zich goeddeels terug. De beschrijving van dit proces valt, aldus de auteur, niet meer binnen het bestek van dit boek. Want 'hoewel de fusie nog geen feit is, heeft het Samen op Weg-proces het kerkelijke leven zodanig gedomineerd, dat het niet verantwoord is het hervormd kerkelijk leven in kaart te brengen, zonder daarbij de twee andere kerken te betrekken in hun eigen ontwikkeling in dit proces.' Dit is een veelzeggende opmerking. Dit boek is een verslag van een kerk die door het SoW-proces zozeer betrokken is geraakt op twee andere kerken, dat haar geschiedenis nauwelijks meer zelfstandig beschreven kan worden. Is dit niet een indicatie daarvan dat de Nederlandse Hervormde Kerk straks ophoudt te bestaan? Dat is de uitkomst van vijftig jaar kerkgeschiedenis. En hoe is de kerk die door SoW in 2003/2004 zal beginnen te bestaan in vergelijking met wat iemand als dr. Gravemeyer in 1951 voor ogen stond? Wat zou Gravemeyer, die in de jaren zeventig zijn beklag deed over de koers van de NHK, over dit proces te zeggen gehad hebben?

Theologische waardering

De lezer vraagt zich af: Had niet ten minste in de epiloog van dit boek de auteur één keer de afstand tot de beschreven gebeurtenissen kunnen doorbreken? De lezer die eenzelfde betrokkenheid bij de NHK en de belijdenis heeft als de schrijver, heeft de neiging hier een klaagzang aan te heffen en uit te roepen: Hoe hebben deze ontwikkelingen in de afgelopen vijftig jaar zó kunnen zijn!? Want: in hoeverre was de Hervormde Kerk, zoals de titel zegt belijdend onderweg? ?

Een dergelijke klaagzang werd in 1964 door dr. Gravemeyer aangeheven. Hij heeft het antwoord op de genoemde vragen niet kunnen geven. Ook Van der Graaf geeft het antwoord niet. Zolang deze vraag niet als heel prangend gevoeld wordt en het antwoord op deze vraag niet gezocht en gevonden wordt, is er weinig hoop op een heroriëntatie van de christelijke gemeente. Zal Alistair McGrath dan gelijk krijgen met zijn opmerking dat er van het protestantisme weinig meer te verwachten valt? Me dunkt, de kroniek van Van der Graaf brengt ons wat dat betreft alleen maar meer in aanraking met onze verlegenheid en met een levensbelangrijke vraag: Wie is bij machte om ons een historische én theologische waardering te geven van wat er de afgelopen vijftig jaar gebeurd is en wie is bij machte om antwoord te geven op de vraag hoe het verval van de kerk zó heeft kunnen plaatsgrijpen? Het boek van Van der Graaf laat zich lezen als één grote roep om antwoord op deze vraag. De auteur geeft het antwoord niet. Maar één ding is duidelijk: dit antwoord zal pas dan gegeven kunnen worden, als wij bij de vragen die de geschiedenis ons stelt, met nieuwe ogen het bijbels getuigenis leren ontdekken in zijn meest katholieke (algemeen christelijke) zin van het woord. Want waar het op aankomt, is niet dat wij nieuwe dingen zeggen, maar dat wij leren om de oude dingen met nieuwe gloed te zeggen en dat met het oog op het huidige tijdsgewricht. Dat wil zeggen: dat wij leren te belijden, te getuigen, vanuit de 'grote traditie' (O. Noordmans), van Vroege kerk, Reformatie én... Réveil, een traditie die de NHK in de onderhavige jaren helaas goeddeels heeft losgelaten. Een schrijven daarover zal ongetwijfeld dieper boren en dramatischer, ja meer profetisch zijn dan deze waardevolle kroniek!

H. KLINK, HOORNAAR.

N.a.v. J. van der Graaf De Nederlandse Hervormde Kerk. Belijdend onderweg - 1951 - 1981 - 2001. Uitg. Kok, Kampen; 334 blz.; € 29, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hervormden belijdend onderweg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's