De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

I

n het boek van Dick Houwaart Het beloofde land? (uitgave Kok, Kampen; zie Boekbespreking) staat een passage met

de ontwikkeling van het joodse volk in de laatste twee eeuwen:

'Laten we nu de ontwikkeling uan het joodse uolk in zijn opgaan naar het Israël uan 1948 in grote trekken schetsen. Rond 1800 leefden er ongeveer 3.300.000 joden in de wereld, waarvan ruim tachtig procent in Europa woonde. Het grootste aantal daaruan leefde in Polen en Rusland. Ongeueer uijftien procent uerbleefin Irak, Syrië, Jemen en Noord-Afrika. Ongeveer 8000 joden woonden in Noord-Amerika en om en nabiij 45.000 in het toenmalige Palestina. Bjj het begin uan de Tweede Wereldoorlog, in 1940, was het aantal joden in de gehele wereld gegroeid tot 16.500.000, uan wie de helft in Europese landen uerbleef en meer dan 5.000.000 of ruim dertig procent in Noord- Amerika. Op dat moment woonden er al 476.000 joden of ongeveer drie procent in Palestina. In Jeruzalem u/oonden toen ongeueer 102.000 joden, 42.000 moslims en 20.000 christenen.

In 1948 was het aantal inwoners uan het mandaatgebied gegroeid tot ongeueer drie miljoen, waarbij uermeld moet worden dat uooral Noord-Afrika en het Midden-Oosten veel joden naar Israël zagen uertrekken. Met name Jemen moet genoemd worden. Vanuit dat land begon al heel uroeg het "opgaan" naar Israël, toen het nog deel uitmaakte uan het Ottomaanse rijk. Hoe uerliep die terugkeer naar Palestina? Vanaf 1880 zijn er uijf immigratiegoluen geweest, waarbij zoals uermeld ook vele joden uit Arabisch e landen naar Palestina trokken. Het waren ir zelfs zoveel, dat de meerderheid bestond uit sefardische joden. Er woonden bijvoorbeeld zeker 20.000 sefardische joden in steden als Sa- Fed, Hebron en Tiberias. Ook in Jeruzalem voonde in die tijd al meer joden dan Arabieren. Echter, bij die immigratiegoluen waren uiterlard ook vele joden uit Rusland betrokken; het varen de eerste zionisten, die streefden naar onjoodse, maar niet-godsdienstige staat. Die immigratie nam sterk toe na 1930, toen uelen uit nazi-Duitsland en Oostenrijk vluchtten. Ook na de Tweede Wereldoorlog nam de immigratie toe en toen in 1990 de Russischegrenzen opengingen, kwamen er ten minste een miljoen Russen naar Israël, al bstond en bestaat twijfel of dat allemaal wel joden waren en zijn, immers, een joodse man of urouw mocht uele n iet-joodse familieleden meebrengen.'

O

op 10 december a.s. hoopt drs. A. A. Teeuw in Utrecht zijn proefschrift te verdedigen, dat de titel

draagt Niet starten om staken te voorkomen? (uitgave Ned. Patiënten Ver., Veenendaal). Aanloop voor het onderzoek was het staken van sondevoeding bij een comatueuze vrouw in Amerika van 39 jaar. Hier volgen enkele stellingen bij het proefschrift:

• Wanneer het bestaan uan God wordt geloofd (wat minstens zo rationeel is als het geloof in het niet-bestaan uan God), heeft dat consequenties voor het morele handelen.

• Het zesde gebod - gij zult niet doden - verbiedt enerzijds wederrechtelijk doden en anderzijds de lijdende mens aan zjjn lot ouer te laten.

• Wanneer een behandeling niet leidt tot uerbetering uan het welzijn, kan dit een reden zijn om de behandeling niet te starten of te staken, maar mag dit geen reden zijn tot leuensbeëindigend handelen.

• Vertrouwen in de geneeskunde wordt bevorderd wanneer alle artsen handelen ouereenkomstig het principe eerbied voor het leven, hetgeen ook betekent dat deze artsen onder bepaalde omstandigheden van ophouden weten.

• Door het morele debat te reduceren tot uooren tegenstanders, bestaat het gevaar dat participanten rugdekking uerliezen.

• De bijbelse opdracht om bij ziekte de ouderlingen te roepen (Jacobus 5 : 14) blijkt in de praktijk als 'laatste strohalm' te functioneren.

• Wordt 'genezing op het gebed' uaak als een wonder gezien, 'genezing zonder gebed' is eigenlijk een nog groter wonder.

• De geest die koning Achab overreedde om een uerloren strijd tegen Syrië te beginnen (1 Kon. 22 : 21), lijkt ook het Samen op Wegproces te stimuleren.

• Jezelf voorstellen door alleen de voornaam te noemen suggereert openheid en vertrouwelijkheid, maar is een uiting uan anonimiteit en individualisme.

n het Nederlands Dagblad troffen we het volgende over weerspreuken:

'Weersomstandigheden geuen traditioneel aanleiding tot weerspreuken. Een inventarisatie van de oktober-weerspreuken:

• Brengt oktober uorst en sneeuw, men hoort des winters klaaggeschreeuw.

• Is oktober nat en koel, wordt de winter en zwoel. zacht

• Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn.

• Blinkt oktober in het zonnegoud, de winter uolgt snel en koud.

• Oktober vijs, november grijs, december ijs.

• In augustus zure druiuen, in oktober zoete wijn.

• Oktober met groene blaan, duidt een strenge winter aan.

• Warme oktoberdagen, februariulagen.

• Brengt oktober vorst en wind, zo zijn januari en februari mild.

• In wijnmaands zon, kent de winter geen pardon.

• In oktober ueel regen, uoor het kerkhof altijd zegen.

• Als het waait en uriest in de oktobernacht, uerwachten wij een januari zacht.

• Maakt oktober veel gedruis, is heet met de wijn niet pluis.

• Oktober brengt ons wijn en zonnige dagen, maar ookjicht en andere plagen.

• Zon in oktober, maakt het allemaal wat minder sober.

• Zo oktober zo ook maart, dat heeft zich immer wel bewaard.

• Oktober met een groene blaar, duidt een strenge winter daar.

• In oktober veel vorst en sneeuw, geeft onbestendig winterweer.

• Oktober heeft 31 dagen, maar uaak het dubbele aan storm en regenvlagen.

• Helder weer op St.-Denis (9 oktober), meldt gewoonlijk een sterke uries.

• Is de zomer goed en droog, met St.-Bauo (1 oktober) de paraplu omhoog.

• Vergeet niet te bidden op St.-Placied (5 oktober), of het zal regenen dat het giet.

OCTOBER

Zo komt October in het land, 't Ontzet uan Leiden is op hand. Dan is 't goed weer, geen last uan koud, men kan heel goed een optocht houden (...) 't Eerst uan alles komt er dit: Ineens is 's morgens alles wit. 'Het heeft zowaar vannacht gevroren', het steekt des morgens in je oren. Dan komt de omslag: opgelet! De zomer wordt schaakmat gezet. Wat aangaat de temperatuur, den negentiende is het guur. Dan kijkt men uragend naar de haard, een uuurtje was nu wel wat waard. Doch weet g'u dan nog te bedwingen, dan kunt ge het nog uitzingen. Begin Nouember is 't weer zacht, zodat ge om de kachel lacht (...).

BRON: METEO MAARSSEN; P. DE HAAS

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's